• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De individuen de gezinnen en de verschillende groepen, die de burgerlijke gemeenschap uitmaken, zijn zich er van bewust, dat zij alleen niet voldoende in staat zijn, een volledig menselijk leven op te bouwen en zij voelen de noodzaak van een bredere gemeenschap, waarbinnen allen dagelijks gezamenlijk hun eigen krachten wijden aan een steeds volmaaktere verwezenlijking van het algemeen welzijn. Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Moderne ontwikkeling van het sociale leven en de christelijke beginselen, Mater et Magistra (15 mei 1961), 51-53 Daarom vormen zij een politieke gemeenschap volgens verschillende typen. De politieke gemeenschap is er dus om het algemeen welzijn. Hierin vindt ze haar volledige bestaansreden en zin, en hieraan ontleent ze haar oorspronkelijk en eigen recht. Het algemeen welzijn omvat het geheel van voorwaarden voor het sociale leven, die de mensen, gezinnen en groepen in staat stellen, hun eigen volmaaktheid vollediger en gemakkelijker te bereiken. Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Moderne ontwikkeling van het sociale leven en de christelijke beginselen, Mater et Magistra (15 mei 1961), 51-53

Maar de mensen, die de politieke gemeenschap samenbindt, zijn talrijk en verschillend, en zij hebben het recht om verschillende opvattingen te huldigen. Om nu te voorkomen, dat de politie gemeenschap uiteen valt, doordat iedereen zijn eigen mening volgt, is er een gezag nodig, dat de krachten van alle burgers op het algemeen belang richt, niet op een machinale of despotische wijze, maar allereerst als een morele macht die steunt op de vrijheid en op het besef van de aanvaarde taak en verantwoordelijkheid.

Het is dus duidelijk, dat de politieke gemeenschap en het publiek gezag hun grondslag hebben in de menselijke natuur en daarom behoren tot de door God vastgestelde orde, ofschoon de keuze van de staatsvorm en de aanwijzing van de gezagdragers worden overgelaten aan de vrije wil van de burgers. Vgl. Rom. 13, 1-5

Daaruit volgt eveneens, dat de uitoefening van het politiek gezag, hetzij in de gemeenschap als zodanig, hetzij in de organen die de staat vertegenwoordigen, altijd moet gebeuren binnen de grenzen van de morele orde en gericht moet zijn op het algemeen welzijn – en dit dynamische gezien -, overeenkomstig een wettig vastgestelde of nog vast te stellen juridische orde.

Dan zijn de burgers in geweten verplicht tot gehoorzaamheid. Vgl. Rom. 13, 5 Zo blijkt dan ook de verantwoordelijkheid, de waardigheid en de belangrijke taak van de bestuurders.

Als echter het publieke gezag zijn bevoegdheid te buiten gaat en de burgers onderdrukt, laten deze laatsten dan niet weigeren, wat, objectief genomen, door het algemeen welzijn wordt vereist, maar laten zij dan tevens hun eigen rechten en die van hun medeburgers mogen verdedigen tegen het machtsmisbruik, met eerbiediging van de grenzen van de natuurwet en het Evangelie.

De concrete vormen echter, waarin een politieke gemeenschap haar eigen structuur en de omschrijving van het publieke gezag regelt, kunnen verschillen naar gelang van het karakter van ieder volk en van zijn historische ontwikkeling. Maar ze moeten altijd gericht zijn op de vorming van een volgroeide en vreedzame mens, die welwillend staat tegenover iedereen, tot voordeel van heel de mensenfamilie.

Document

Naam: GAUDIUM ET SPES
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Datum: 7 december 1965
Copyrights: © 1968, Ecclesia Docens 0724, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 31 januari 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam