• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De diepe levens- en liefdesgemeenschap van de gehuwden, die door de Schepper is ingesteld en waaraan Hij eigen wetten heeft gegeven, komt tot stand door het huwelijksverbond, d.i. door een persoonlijke onherroepelijke instemming. Zo ontstaat uit de menselijke akt, waardoor de echtgenoten zich aan elkaar schenken en elkaar ontvangen, ook voor de menselijke samenleving het instituut, dat zijn stabiliteit ontleent aan Gods ordening. Omdat deze heilige band het welzijn zowel van echtgenoten en kinderen als van de samenleving beoogt, is hij niet afhankelijk van menselijke willekeur. Want God zelf is de maker van het huwelijk, dat verschillende waarden en doelstellingen heeft Vgl. H. Augustinus, De bono Coniugali. P.L. 40 375-376 en 394 Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. III Q. 49, a. 3 ad 1 Vgl. Concilie van Florence, Decreet, Sessio VIII - 8e Sessie: Decreet voor de ArmeniĆ«rs, Exsultate Deo - Decretum pro Armenis (22 nov 1439), 17 Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over het Christelijk huwelijk, met inachtneming der in gezin en maatschappij heersende toestanden, noden, dwalingen en misbruiken, Casti Connubii (31 dec 1930), 14-37. delen van hfd. 2, art. 1 en 2, DH 3703-3714 Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over het Christelijk huwelijk, met inachtneming der in gezin en maatschappij heersende toestanden, noden, dwalingen en misbruiken, Casti Connubii (31 dec 1930), 7-8, die alle van het grootste belang zijn voor de instandhouding van het menselijk geslacht, voor de persoonlijke vervolmaking en de eeuwige bestemming van de afzonderlijke leden van het gezin, voor de waardigheid, de stabiliteit, de vrede en de voorspoed van het gezin zelf en van heel de menselijke samenleving. Krachtens hun natuurlijke aard zijn het instituut van het huwelijk en de huwelijksliefde gericht op het voortbrengen en opvoeden van kinderen, en ze vinden hierin als het ware hun hoogtepunt en bekroning. En zo geven man en vrouw, die door het huwelijksverbond "niet langer twee zijn, maar één vlees” (Mt. 19, 6), elkaar hulp en dienstbetoon door de innige verbondenheid van hun persoon en hun activiteit; zo ervaren zij de zin van hun eenheid en verdiepen deze steeds meer. Deze innige verenging, als zijnde het zich wederzijds wegschenken van twee personen, en eveneens het welzijn van de kinderen, vereisen de algehele trouw van de echtgenoten en hun onverbreekbare eenheid. Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over het Christelijk huwelijk, met inachtneming der in gezin en maatschappij heersende toestanden, noden, dwalingen en misbruiken, Casti Connubii (31 dec 1930), 24-27

Christus de Heer heeft zijn overvloedige zegen geschonken aan deze liefde met haar vele aspecten, die ontsprongen is aan de goddelijke liefdebron en gevormd naar het model van zijn eenheid met de Kerk.

Want gelijk God eens het initiatief nam tot een verbond van liefde en trouw met zijn volk Vgl. Hos. 2 Vgl. Jer. 3, 6-13 Vgl. Ez. 16 Vgl. Ez. 23 Vgl. Jes. 54 , zo komt nu de Verlosser der mensen, de Bruidegom van de Kerk Vgl. Mt. 9, 15 Vgl. Mc. 2, 19-20 Vgl. Lc. 5, 34-35 Vgl. Joh. 3, 29 Vgl. Ef. 5, 27 Vgl. Openb. 19, 7-8 Vgl. Openb. 21, 2.9 , door het sacrament van het huwelijk tegemoet aan de christelijke echtgenoten. Hij blijft met hen, opdat de echtgenoten elkaar door hun wederzijdse overgave zouden liefhebben in eeuwige trouw, zoals Hij zelf de Kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft overgeleverd. Vgl. Ef. 5, 25 De echte huwelijksliefde wordt opgenomen in de goddelijke liefde en wordt gericht en verrijkt door de verlossende kracht van Christus en de heilbrengende werkzaamheid van de Kerk, opdat de echtgenoten veilig en zeker de weg zouden vinden naar God en hulp en kracht ontvangen in hun sublieme taak van vader en moeder. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 11.34-35.41 Daarom worden de christelijke echtgenoten door een bijzonder sacrament gesterkt en als het ware gewijd met het oog op de plichten en de waardigheid van hun staat. Paus Pius XI, Encycliek, Over het Christelijk huwelijk, met inachtneming der in gezin en maatschappij heersende toestanden, noden, dwalingen en misbruiken, Casti Connubii (31 dec 1930), 131 Doordat zij uit de kracht van dit sacrament hun taak in huwelijk en gezin vervullen in de geest van Christus, die heel hun leven doordringt van geloof, hoop en liefde, verwezenlijken zij steeds meer hun persoonlijke volmaaktheid en hun wederzijdse heiliging; en daardoor brengen zij samen eer aan God.

Gesteund door het voorbeeld van hun ouders en het gebed in het gezin, zullen de kinderen en ook alle huisgenoten gemakkelijker openstaan voor echte menselijkheid en de weg vinden naar het heil en de heiligheid. Wat de echtgenoten betreft, die bekleed zijn met de waardigheid en de taak van het vaderschap en het moederschap: zij moeten nauwgezet de plicht van opvoeding vervullen, die op hen allereerst rust, vooral die van de godsdienstige opvoeding.

De kinderen van hun kant dragen als levende leden van het gezin op hun eigen wijze bij tot de heiliging van de ouders. Met dankbaarheid, piëteit en vertrouwen zullen zij de weldaden van hun ouders beantwoorden en als goede kinderen hen bijstaan in hun tegenspoed en in de eenzaamheid van hun oude dag. De weduwstaat, moedig aanvaard als voortzetting van de echtelijke roeping, moet door iedereen worden gerespecteerd. Vgl. 1 Tim. 5, 3 Het gezin moet van zijn eigen geestelijke rijkdom edelmoedig meedelen aan andere gezinnen.

Dan zal het christelijk gezin, als voortkomend uit het huwelijk, dat een beeld is van en een deelname aan het liefdeverbond tussen Christus en de Kerk Vgl. Ef. 5, 32 , aan allen laten zien de levende aanwezigheid van de Verlosser in de wereld en de ware aard van de Kerk, en dit zowel door de liefde van de echtgenoten, hun edelmoedige vruchtbaarheid, hun eenheid en trouw als door de liefdevolle samenwerking van alle gezinsleden.

Herhaaldelijk spoort Gods woord de verloofden en gehuwden aan om bezieling en kracht te geven aan hun verloving door kuise genegenheid en aan hun huwelijk door een onverdeelde liefde. Vgl. Gen. 2, 22-24 Vgl. Spr. 5, 18-20 Vgl. Spr. 31, 10-31 Vgl. Tob. 8, 4-8 Vgl. Hoogl. 1, 2-3 Vgl. Hoogl. 2, 16 Vgl. Hoogl. 4, 16-5, 1 Vgl. Hoogl. 7, 8-14 Vgl. 1 Kor. 7, 3-6 Vgl. Ef. 5, 25-33 Ook in onze tijd hechten veel mensen grote waarde aan de ware liefde tussen man en vrouw, in haar verschillende uitingen overeenkomstig de gezonde zeden van volken en tijden. Als een bij uitstek menselijke daad, die gaat van persoon, in een genegenheid, die haar oorsprong vindt in de wil, omvat die liefde het welzijn van de gehele persoon en kan daardoor aan de lichamelijke en psychische uitingen een bijzondere waardigheid geven en deze veredelen als speciale factoren en tekenen van de echtelijke vriendschap. De Heer heeft deze genegenheid willen genezen, vervolmaken en verheffen door een bijzondere gave van genade en liefde. Deze liefde, waarin het menselijk en het goddelijk element samen gaan, brengt de echtgenoten er toe zich spontaan aan elkaar te geven en dit te tonen door gevoelens en uitingen van tederheid en ze beheerst heel hun leven. Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over het Christelijk huwelijk, met inachtneming der in gezin en maatschappij heersende toestanden, noden, dwalingen en misbruiken, Casti Connubii (31 dec 1930), 28-29 Deze liefde wordt zelfs vervolmaakt en vergroot door een edelmoedig beleven er van. Ze gaat dus ver uit boven een loutere erotiek, die, waar ze uit egoïsme gezocht wordt, een spoedig en droevig einde vindt.

De geheel eigen wijze om deze liefde tot uitdrukking en voltooiing te brengen is de eigenlijk gezegde huwelijksomgang. Daarom zijn de akten, waardoor de echtgenoten hun intieme en kuise eenwording verwezenlijken, moreel goede en waardige handelingen, die, als ze op echt menselijke wijze gesteld worden, de wederzijdse overgave uitdrukken en verdiepen, waardoor ze elkaar in blijdschap en dankbaarheid verrijken. Deze liefde, door een wederzijdse verbintenis bezegeld en bovenal door het sacrament van Christus bekrachtigd is naar lichaam en geest onverbreekbaar trouw in voor- en tegenspoed en sluit bijgevolg iedere echtbreuk en echtscheiding uit. De eenheid van het huwelijk, door de Heer bevestigd, komt ook duidelijk uit in de gelijke waardigheid als persoon, waarop zowel de vrouw als de man recht heeft in een totale wederzijdse liefde. Om de plichten van deze christelijke roeping met volharding te vervullen wordt een meer dan gewone deugd vereist. Daarom moeten de echtgenoten, die door de genade worden gesterkt om een heilig leven te leiden, voortdurend en hechte, edelmoedige en offervaardige liefde in zich zelf cultiveren en hierom vragen in het gebed.

Maar de ware huwelijksliefde zal hoger in ere staan en er zal zich daaromtrent een gezonde publieke mening vormen, als de christelijke echtgenoten in deze liefde een klaar getuigenis van trouw en harmonie geven en van zorg bij de opvoeding van hun kinderen, en als zij een actieve rol spelen bij deze noodzakelijke culturele, psychologische en sociale vernieuwing ten gunste van huwelijk en gezin. De jonge mensen moeten op een geschikte wijze en bijtijds, liefst in de kring van het gezin zelf, onderricht worden omtrent de waardigheid, de functie en het gebeuren van de huwelijksliefde. Als zij zó gevormd zijn in eerbied voor de kuisheid, dan zullen zij te gelegener tijd van een eerzame verkering kunnen overgaan tot het huwelijk.

Document

Naam: GAUDIUM ET SPES
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Datum: 7 december 1965
Copyrights: © 1968, Ecclesia Docens 0724, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 8 september 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam