• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Verantwoordelijkheid en medewerking

Om iedereen in staat te stellen, zijn gewetensplicht met grotere nauwgezetheid te vervullen, zowel tegenover zich zelf als tegenover de verschillende groeperingen, waarvan hij deel uitmaakt, moet men de mensen met alle zorg een nog bredere geestescultuur bijbrengen door het benutten van de enorme middelen, die tegenwoordig de mensheid ten dienste staan. Vóór alles moet men de jonge mensen uit welke sociaal milieu zij ook komen, een vorming geven, die er op gericht is, van hen mannen en vrouwen te maken, niet alleen met een verstandelijke ontwikkeling, maar ook met een sterk karakter, gelijk onze tijd die zo dringend nodig heeft.

de mens echter zal dit verantwoordelijkheidsbesef maar nauwelijks kunnen opbrengen, als het hem door zijn levensomstandigheden niet mogelijk wordt gemaakt, zich goed bewust te worden van zijn waardigheid en te beantwoorden aan zijn roeping door zich zelf in te zetten voor God en voor de anderen. Want dikwijls zien wij de menselijk vrijheid verzwakken waar de mens tot uiterste nood vervalt, gelijk wij haar zien ontaarden, waar de mens zich te veel overgeeft aan de gemakken van het leven en zich als het ware in een ivoren toren opsluit. Daarentegen zien wij die vrijheid sterker worden, wanneer de mens de onvermijdelijke verplichtingen van het sociale leven aanvaardt, de veelsoortige eisen van het menselijk samenleven op zich neemt en zich wijdt aan de dienst van de menselijke gemeenschap.

Daarom moet men bij allen de wil stimuleren om hun bijdrage te leveren aan de gemeenschappelijke initiatieven. En de praktijk van de landen, waar de burgers in een zo groot mogelijk aantal en in volle vrijheid deel nemen aan het bestuur van het land, is ten zeerste te prijzen. Men dient echter rekening te houden met de concrete toestand van ieder volk en met de noodzakelijke kracht, die het openbaar gezag behoort te bezitten. Wil echter bij alle burgers de bereidheid gewekt worden om deel te nemen aan het leven van de verschillende groeperingen, die het sociaal lichaam vormen, dan moeten deze groeperingen ook waarden te bieden hebben, die voor hen aantrekkelijk zijn en waardoor zij zich gemakkelijker in dienst stellen van anderen. Met recht mag men aannemen, dat de toekomst van de mensheid ligt in de handen van hen, die aan de komende generaties weten duidelijk te maken, waarom zij moeten leven en hopen.

De hulp, die de Kerk door de Christenen wil bieden aan de menselijke activiteit

Het Concilie spoort de christenen, die immers burgers zijn van beide Steden, aan om, geleid door de geest van het Evangelie, met ijver en getrouwheid hun aardse taken te vervullen. Men wijkt af van de waarheid, als men, wetend, dat wij hier geen blijvende Stad hen, maar de toekomstige zoeken Vgl. Hebr. 13, 14 , meent daarom zijn aardse taken te mogen verwaarlozen, zonder er aan te denken, dat het geloof zelf ons, ieder volgens zijn eigen roeping, daartoe nog meer verplicht. Vgl. 2 Tess. 3, 6-13 Vgl. Ef. 4, 28 Maar niet minder onjuist is de tegenovergestelde mening, dat men zó mag opgaan in aardse zaken, alsof deze niets te maken zouden hebben met het godsdienstig leven en alsof dit laatste zich slechts zou beperken tot akten van eredienst en tot enkele morele verplichtingen. De scheiding, die bij velen aanwezig is, tussen het geloof, dat zij belijden, en hun dagelijks leven behoort tot de ergste dwalingen van onze tijd.

Deze wantoestand werd reeds in het Oude Testament heftig gehekeld door de profeten Vgl. Jes. 58, 1-12 , en veel meer nog heeft in het Nieuwe Testament Jezus Christus zelf daartegen gewaarschuwd onder bedreiging met de zwaarste straffen. Vgl. Mt. 23, 2-23 Vgl. Mc. 7, 10-13 Laat men dus geen kunstmatige tegenstelling construeren tussen de beroepswerkzaamheden en sociale activiteiten enerzijds en het godsdienstig leven anderzijds. De christen, die zijn aardse taken verwaarloost, verwaarloost zijn plichten jegens de naaste en jegens God zelf en brengt zijn eeuwig heil in gevaar. Laten de christenen het voorbeeld volgen van Christus, die een ambacht uitoefende, en blij zijn, al hun aardse activiteiten zó te mogen verrichten, dat zij hun menselijke inspanning in het gezin, in hun beroep, in de wetenschap en de techniek in één vitale synthese kunnen verbinden met de religieuze waarden, die door hun verheven oriëntering alles tezamen richten op de eer van God.

De wereldlijke taken en activiteiten vormen het eigen, hoewel niet uitsluitende terrein van de leken.

Wanneer zij dus, individueel of collectief, optreden als burgers van de wereld, moeten zij niet alleen de eigen wetten van iedere wetenschap in acht nemen, maar daarin ook een echte bekwaamheid trachten op te doen.

Zij zullen graag samenwerken met hen, die dezelfde doelstellingen nastreven. Vol eerbied voor de eisen van het geloof en gesterkt door zijn kracht, moeten zij, waar het nodig is, voortdurend bedacht zijn op nieuwe initiatieven en deze trachten te verwezenlijken. Het is hun taak om van uit een goed gevormd geweten er voor te zorgen, dat de goddelijke wet haar stempel drukt op het leven van de aardse Stad. De leken moeten van de priesters licht en kracht verwachten in geestelijk opzicht. Maar laten zij niet menen, dat hun herders altijd de nodige bekwaamheid bezitten om een concrete oplossing bij de hand te hebben voor ieder, ook ernstig probleem, dat zich voordoet, en dat dit tot hun zending behoort. Zij moeten veeleer hun eigen verantwoordelijkheid aandurven in het licht van christelijke wijsheid en met eerbiediging van wat het leerambt voorhoudt. Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Moderne ontwikkeling van het sociale leven en de christelijke beginselen, Mater et Magistra (15 mei 1961), 240-241 Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Moderne ontwikkeling van het sociale leven en de christelijke beginselen, Mater et Magistra (15 mei 1961), 25.41-42

Dikwijls zal hun christelijke visie op de werkelijkheid hen in bepaalde omstandigheden doen denken aan die of die oplossing. Andere gelovigen daarentegen zullen even oprecht anders over dezelfde zaak oordelen, gelijk dikwijls voorkomt en met alle recht.

Wanneer de oplossingen, die van verschillende zijden worden voorgesteld, door velen gemakkelijk in verband worden gebracht met de boodschap van het Evangelie, ook buiten de bedoelingen van de betrokkenen, dan moeten zij er aan denken, dat in dergelijke gevallen niemand zich alleen voor zijn opvatting op het gezag van de Kerk mag beroepen. Altijd moeten zij trachten elkaars opvattingen te verhelderen door een eerlijk gesprek, met behoud van de onderlinge liefde en vóór alles bezorgd voor het algemeen welzijn.

De leken, die een actieve rol dienen te spelen in heel het leven van de Kerk, hebben niet alleen de plicht de wereld te bezielen met een christelijke geest, maar zijn ook geroepen om in alle omstandigheden, midden in de menselijke samenleving, getuigen van Christus te zijn.

Wat de bisschoppen betreft, die tot taak hebben de Kerk Gods besturen, zij moeten met hun priesters de boodschap van Christus zo verkondigen, dat alle aardse activiteiten van de gelovigen worden doortrokken van het licht van het Evangelie. Bovendien moeten alle herders er aan denken, dat zij door hun dagelijks gedrag en hun dagelijkse zorg 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 28 aan de wereld het gelaat tonen van de Kerk, waarnaar de mensen de kracht en de waarheid van de christelijke boodschap beoordelen. Door hun leven en hun woord moeten zij, samen met de religieuzen en hun gelovigen, het bewijs leveren, dat de Kerk, alleen reeds door haar aanwezigheid met alle gaven, die zij te bieden heeft, de onuitputtelijke bron is van de energie, waaraan de moderne wereld zoveel behoefte heeft. Laten zij voortdurend studeren om zo in staat te zijn, een actief aandeel te hebben in de dialoog met de wereld en met de mensen van iedere geestesrichting. Laten zij vooral de woorden ter harte nemen van dit Concilie:

"Naar mate de mensheid tegenwoordig steeds meer een eenheid wordt op burgerlijk, economisch en sociaal gebied, des te meer moeten de priesters, in een eendrachtig streven en met bundeling van hun krachten onder de leiding van de bisschoppen en van de paus, alles uitbannen, wat hun arbeid kan versnipperen, opdat heel de mensheid moge komen tot de eenheid van het volk Gods.” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 28

Ofschoon de Kerk, dank zij de kracht van de Heilige Geest, zich altijd de getrouwe bruid van haar Heer heeft getoond en nooit opgehouden heeft een teken van heil te zijn in de wereld, is zij er zich ook terdege van bewust, dat er in de loop van zoveel eeuwen sommige van haar leden Vgl. H. Ambrosius van Milaan, Over de maagdelijkheid, De virginitate. Cap. VIII, n. 48: P.L. 16, 278, geestelijken zowel als leken, ontrouw zijn geweest aan de Geest van God. Ook in onze tijd beseft de Kerk volledig welk een discrepantie er bestaat tussen de boodschap, die zij brengt, en de menselijke zwakheid van hen, aan wie het Evangelie wordt toevertrouwd. Hoe ook het oordeel van de geschiedenis over dergelijke tekorten mag luiden, wij moeten ons van deze tekorten bewust zijn en ze met kracht bestrijden, opdat ze geen schade opleveren voor de verbreiding van het Evangelie. Ook vergeet de Kerk niet, hoe zij uit eeuwenlange ervaring een steeds grotere rijpheid moet opdoen voor het uitbouwen van haar betrekkingen met de wereld. Onder de leiding van de Heilige Geest "spoort onze Moeder, de Kerk, voortdurend haar kinderen aan tot zuivering en vernieuwing om het teken van Christus duidelijker te doen stralen op het gelaat van de Kerk”. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 15

Document

Naam: GAUDIUM ET SPES
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Datum: 7 december 1965
Copyrights: © 1968, Ecclesia Docens 0724, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam