• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De wezenselementen van de mens

Als een eenheid van lichaam en ziel verenigt de mens in zich, juist door zijn lichamelijkheid, de elementen van de stoffelijke wereld, zodat deze door hem hun hoogtepunt bereiken en hun stem verheffen om in vrijheid de Schepper te prijzen. Vgl. Dan. 3, 57-90 De mens mag dus zijn lichamelijk leven niet minachten, integendeel, hij moet zijn lichaam, als door God geschapen en bestemd voor de verrijzenis op de laatste dag, waarderen en eerbiedigen. Maar hij is door de zonde gewond en ondervindt daarom de opstandigheid van het lichaam. De waardigheid zelf van de mens eist derhalve, dat hij God in zijn lichaam verheerlijkt Vgl. 1 Kor. 6, 13-20 en het niet de slaaf laat worden van de slechte neigingen van zijn hart.

Terecht erkent de mens, dat hij verheven is boven de stoffelijke dingen en dat hij niet alleen maar een deeltje is van de natuur of een naamloos element van de menselijke gemeenschap. Want door zijn innerlijkheid gaat hij ver uit boven het geheel der dingen. Tot deze diepe kennis komt hij terug, als hij keert in zich zelf, waar God, die de harten doorvorst Vgl. 1 Kon. 16, 17 Vgl. Jer. 17, 10 , hem wacht, en waar hij persoonlijk onder het oog van God beslist over zijn bestemming. Door dus te erkennen, dat hij een geestelijke en onsterfelijke ziel bezit, is hij niet alleen het slachtoffer van een bedrieglijk verzinsel, dat slechts het gevolg zou zijn van fysieke en sociale omstandigheden, maar dringt hij veeleer door tot de diepste waarheid.

De waardigheid van het verstand; de waarheid en de wijsheid.
  1. Omdat de mens deel heeft aan het licht van Gods geest, is hij terecht van mening, dat hij door zijn verstand al het bestaande te boven gaat. Door onvermoeid te werken met zijn intellect door de eeuwen heen heeft hij ongetwijfeld vorderingen gemaakt in de empirische vakken, de techniek en de wetenschap. In onze tijd heeft hij schitterende successen behaald vooral in het doorvorsen en beheersen van de stoffelijke wereld. Toch heeft hij altijd een diepere waarheid gezocht en gevonden. Want het verstand is niet beperkt tot de uiterlijke verschijnselen alleen, maar het kan met echte zekerheid doordringen tot de begrijpelijke werkelijkheid, ook al is het ten gevolge van de zonde gedeeltelijk verduisterd en verzwakt.
  2. De met verstand begaafde natuur van de menselijke persoon bereikt tenslotte haar volmaaktheid en moet die bereiken door middel van de wijsheid. Deze zet de geest van de mens met zachte drang er toe aan, het ware en goede te zoeken en lief te hebben. En is de mens eenmaal vervuld van deze wijsheid, dan voert ze hem door het zichtbare tot het onzichtbare.
  3. Onze tijd heeft nog meer dan vroegere eeuwen behoefte aan deze wijsheid om aan alle nieuwe ontdekkingen van de mens een meer menselijk karakter te geven. Want de toekomst van de wereld zou in gevaar komen, als er geen wijze mensen zouden opstaan. Bovendien moet gezegd worden, dat vele volken, die economisch armer zijn, maar rijker aan wijsheid, aan de andere volken op dit punt grote steun kunnen bieden.
  4. Door de gave van de Heilige Geest kan de mens in het geloof komen tot het beschouwen en het aanvoelen van Gods plannen. Vgl. Sir. 17, 7-8

Document

Naam: GAUDIUM ET SPES
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Datum: 7 december 1965
Copyrights: © 1968, Ecclesia Docens 0724, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 12 november 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam