• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De diepste vragen van de mensheid

Inderdaad, de verschillende spanningen, die op de moderne wereld drukken houden verband met de diepere disharmonie, die wortelt in het hart van de mens. Want juist in de mens zelf woelen er allerlei tegenstrijdige elementen Van ene kant immer ervaart hij als schepsel op allerlei wijze zijn beperktheid: van de andere kan voelt hij zich onbeperkt in zijn verlangens en groepen tot een hoger leven. Aangetrokken door talrijke begerenswaardige dingen, is hij steeds gedwongen een keuze te doen en aan sommige daarvan te verzaken. Bovendien zwak en zondig als hij is, doet hij niet zeiden datgene, wat hij niet wil, en datgene, wat hij zou willen, doet hij niet. Vgl. Rom. 7, 14 vv. Vandaar lijdt hij aan een innerlijke verdeeldheid, die ook de bron is van zoveel ernstige onenigheden in de maatschappij. Zeker, zeer velen, die in hun leven een praktisch materialisme huldigen, hebben geen duidelijk besef van deze tragische toestand, of komen minstens, ten gevolge van hun ellende, er niet toe, daarover na te denken. Velen menen rust te kunnen vinden in allerlei interpretaties van de werkelijkheid. Sommigen verwachten de ware en volledige vrijwording van de mensheid alleen van de menselijke inspanning, in de overtuiging, dat de toekomstige heerschappij van de mens over de aarde de vervulling zal brengen van al zijn hartenwensen. Er zijn er ook, die aan het leven geen enkele zin meer kunnen geven en het als een daad van moed beschouwen, wanneer men door zijn eigen denken alleen heel de zin van het menselijk bestaan tracht te bepalen, omdat men meent, dat dit bestaan in zich zelf geen enkele zin heeft. Toch groeit, bij het zien van de huidige ontwikkeling van de wereld, met de dag het aantal van hen, die zich de meest fundamentele vragen stellen of deze met nieuwe kracht bij zich voelen opkomen: Wat is de mens? Wat is de zin van het lijden, van het kwaad, van de dood, die ondanks alle vooruitgang toch maar blijven bestaan? Wat zijn al die veroveringen waard, die tegen zulk een hoge prijs zijn verkregen? Wat heeft de mens aan de samenleving te bieden en wat mag hij van haar verwachten? Wat komt er na dit aardse leven?

Welnu, de Kerk gelooft, dat Christus, die voor allen is gestorven en verrezen Vgl. 2 Kor. 5, 15 , door zijn Geest aan de mens het licht en de kracht schenkt om aan zijn verheven roeping te kunnen beantwoorden; en dat er geen andere naam onder de hemel aan de mensen is gegeven, waarin zij gered moeten worden. Vgl. Hand. 4, 12 De Kerk gelooft eveneens, dat in haar Heer en Meester de sleutel, het middelpunt en het einddoel zijn gelegen van de gehele geschiedenis der mensheid. De Kerk verklaart verder, dat er onder alle veranderingen vele elementen liggen, die niet veranderen en hun diepste fundament hebben in Christus, die dezelfde is, gisteren, heden en in eeuwigheid. Vgl. Hebr. 13, 8 In het licht van Christus dus, het beeld van de onzichtbare God, de Eerstgeborene van heel de schepping Vgl. Kol. 1, 15 , wil het Concilie zich richten tot allen om het mysterie van de mens te belichten en om mee te werken aan de oplossing van de voornaamste problemen van onze tijd.

De hulp, die de Kerk wil bieden aan iedere mens

De moderne mens is op weg naar een vollediger ontwikkeling van zijn persoonlijkheid en naar een steeds meer ontdekken en beklemtonen van zijn rechten. Waar het nu de taak is van de Kerk, het mysterie van God bekend te maken, die het laatste doel is van de mens, onthult zij aan de mens tevens de zin van zijn eigen bestaan, nl. de wezenlijke waarheid omtrent de mens. De Kerk weet heel goed, dat alleen God, wiens dienares zij is, antwoord geeft op de diepste verlangens van het menselijk hart, dat nooit volledig rust vindt in de aardse goederen. Zij weet ook, dat de mens, als gevolg van de voortdurende werking van Gods Geest, nooit geheel onverschillig kan blijven voor het probleem van de godsdienst, zoals blijkt uit de ervaring van vroegere eeuwen en ook uit allerlei gegevens van onze tijd. Want de mens zal altijd het verlangen hebben naar een, althans vage, kennis van de betekenis van zijn leven, zijn arbeid en zijn dood. Het aanwezig-zijn zelf van de Kerk roept deze problemen bij hem op. Maar alleen God, die de mens naar zijn beeld heeft geschapen en hem van de zonde heeft verlost, kan op deze vragen een afdoend antwoord geven, en Hij doet dit door de Openbaring in Christus, zijn Zoon, die is mens geworden. Al wie Christus, de volmaakte mens, volgt, wordt zelf ook meer mens.

Op grond van dit geloof kan de Kerk de waardigheid van de menselijke natuur beschermen tegen al die wisselende opvattingen, waarvan sommigen bijv. het menselijk lichaam neerhalen of het op overdreven wijze verheffen. Geen enkele menselijke wet stelt de persoonlijke waardigheid en de vrijheid zo veilig als het Evangelie van Christus, dat aan de Kerk is toevertrouwd. Want dit Evangelie verkondigt met alle nadruk de vrijheid van de kinderen Gods en verwerpt elke vorm van slavernij die in laatste instantie een gevolg is van de zonde. Vgl. Rom. 8, 14-17 Zij eerbiedigt nauwgezet de waardigheid van het geweten en zijn vrije beslissing, leert onophoudelijk, dat de menselijke talenten veelvoudige vruchten moeten dragen voor de dienst van God en voor het welzijn van de mensen en zij beveelt tenslotte allen aan in de liefde van allen. Vgl. Mt. 22, 39 Dit alles in overeenstemming met de fundamentele wet van de christelijke heilsorde. Want ofschoon dezelfde God tegelijk Schepper is en Verlosser, de Heer van de menselijke geschiedenis en van de heilsgeschiedenis, toch heeft deze goddelijke orde de rechtmatige autonomie van het schepsel en met name van de mens niet op, maar herstelt en versterkt deze veeleer in haar waardigheid.

Krachtens het Evangelie, dat aan haar is toevertrouwd, verkondigt de Kerk derhalve de rechten van de mens, en zij erkent en waardeert ten zeerste het dynamische van de moderne tijd, dat deze rechten overal bevordert. Deze beweging moet echter doortrokken worden van de geest van het Evangelie en gevrijwaard voor iedere vorm van valse autonomie.

Want gemakkelijk komen wij er toe te menen, dat onze persoonlijke rechten slechts dán ten volle veilig zijn, als wij ons bevrijd zien van elke norm van de goddelijke wet. Maar op deze manier wordt de waardigheid van de menselijke persoon niet gesauveerd, maar veeleer vernietigd.

Document

Naam: GAUDIUM ET SPES
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Datum: 7 december 1965
Copyrights: © 1968, Ecclesia Docens 0724, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 30 september 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam