• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Wat verwacht ik in het bijzonder van dit Jaar van genade voor het Godgewijd leven?

II.1

Dat het altijd waar mag zijn wat ik vroeger al eens gezegd heb: “Waar religieuzen zijn, is er vreugde”. Wij zijn geroepen om te ervaren en er voor uit te komen dat God in staat is om ons hart te vervullen met immens geluk, zonder dat we de behoefte voelen om elders ons geluk te gaan zoeken. Daarom durf ik verwachten dat de beleving van waarachtige broederlijkheid in onze gemeenschappen onze vreugde moge voeden; dat onze totale zelfgave in dienst van de Kerk, de families, de jongeren, de senioren en de armen onze zelfontplooiing ten goede moge komen ons leven tot volheid brengen.

Dat er onder ons geen triestige gezichten te zien zijn, ontevreden en onvoldane mensen, want “volgelingen met een lang gezicht vormen een triestig gevolg”. Zoals alle mensen, ondervinden ook wij moeilijkheden: geestesverduistering, ontgoocheling, ziekte, afnemende krachten door het ouder worden. Juist hierin moeten we de “volmaakte vreugde” vinden. Laten we leren het gelaat van Christus te herkennen die in alles aan ons gelijk geworden is en vreugde putten uit de wetenschap dat we gelijk zijn aan Hem die het kruis niet geweigerd heeft.

In een maatschappij die de cultus van de efficiëntie tentoonspreidt, overbezorgd is om de eigen gezondheid, het succes najaagt, de armen marginaliseert en de “verliezers” uitsluit, kunnen wij met ons leven getuigen over de waarheid van de woorden uit de Schrift: “Als ik zwak ben, dan ben ik sterk” (2 Kor. 12,10).

Wat ik geschreven heb in de apostolische exhortatie Paus Franciscus - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Evangelii Gaudium
Over de verkondiging van het Evangelie in de wereld van vandaag - Naar aanleiding van de Bisschoppensynode 2012 over de nieuwe evangelisatie
(24 november 2013)
, mij beroepend op een homilie van Benedictus XVI, is goed toepasselijk op het godgewijde leven: “De Kerk groeit niet door proberen te bekeren, maar door aantrekking”. Paus Franciscus, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de verkondiging van het Evangelie in de wereld van vandaag - Naar aanleiding van de Bisschoppensynode 2012 over de nieuwe evangelisatie, Evangelii Gaudium (24 nov 2013), 14 Laat dit duidelijk zijn: mooie roepingencampagnes zorgen niet voor de groei van het godgewijde leven. We mogen echter groei verwachten wanneer de jongeren die wij ontmoeten zich door ons aangetrokken voelen, wanneer ze in ons gelukkige mannen en vrouwen zien! Onze apostolische doeltreffendheid hangt evenmin af van de efficientie van onze middelen, noch van de invloed die ervan uitgaat. Jullie leven is het, dat moet spreken, een leven dat de vreugde en de schoonheid uitstraalt van de beleving van het Evangelie en van de navolging van Christus.

Ik herhaal ook aan jullie wat ik tijdens de vorige Pinksterwake gezegd heb aan de kerkelijke bewegingen: “De fundamentele waarde van de Kerk is de beleving va het Evangelie en het getuigenis van ons geloof. De kerk is het zout van de aarde, is het licht van de wereld, is geroepen om de gist van het Rijk van God in de maatschappij te brengen en dat doet zij vooral met haar getuigenis, een getuigenis van broederliefde, van solidariteit, van samen delen”. Paus Franciscus, Toespraak, Sint Pietersplein, Bij de Pinksterwake met bewegingen, nieuwe gemeenschappen en lekenbewegingen (18 mei 2013), 8

II.2

Ik verwacht dat jullie “de wereld wakker schudden”, want de profetie is het waarmerk van het godgewijde leven. Zoals ik al zei aan de Algemeen Oversten “de radicaliteit van het Evangelie is niet alleen iets van de religieuzen. Aan alle Christenen wordt gevraagd het Evangelie radicaal te beleven. Maar de religieuzen volgen de Heer op een speciale wijze, als profeten.” Dit moet vandaag een prioriteit zijn: “getuigen als profeten hoe Jezus op aarde geleefd heeft (...). Een religieus mag nooit aan de profetie verzaken” (29 november 2013).

God schenkt aan de profeet de gave om het eigen tijdsgewricht te doorgronden en de diepere betekenis van de gebeurtenissen te achterhalen: hij is als een wachter die waakt tijdens de nacht en dan ook weet wanneer de morgen aanbreekt. Vgl. Jes. 21, 11-12 Hij kent God en de mensen, zijn broers en zussen. Bekwaam om te onderscheiden, kan hij ook het kwaad van zonde en onrechtvaardigheid aanklagen. Hij is immers vrij en hoeft geen rekenschap af te leggen aan andere bazen dan God. Hij heeft geen andere belangen dan deze van God. De profeet neemt het gewoonlijk op voor de armen en weerlozen, omdat hij weet dat God zelf aan hun kant staat.

Ik verwacht dus niet dat jullie utopieën in leven zouden houden, maar dat jullie ruimte weten te creëren voor een leven volgens de evangelische logica. Het gaat hier om de bereidheid van anderen te ontvangen, broederlijk in gemeenschap samen te leven met respect voor de diversiteit en in wederzijdse liefde. Ik denk hierbij aan abdijen, religieuze communauteiten, centra voor spiritualiteit, opvanghuizen, scholen, hospitalen, tehuizen… Al deze instellingen die ontstaan zijn uit caritatief werk en andere vormen van charismatische creativiteit – we mogen aannemen dat er nog nieuwe zullen bijkomen – moeten meer en meer de gist worden van een maatschappij geïnspireerd door het Evangelie, “de stad op de berg” die de waarheid spreekt en mensen de kracht van de woorden van Jezus laat ervaren.

Zoals vroeger gebeurde met Elia en Jona, kunnen ook wij verleid worden om te vluchten, ons aan de profetie te onttrekken. We vinden de profetie te veeleisend, we voelen ons moe en zijn ontgoocheld over de resultaten. Maar de profeet weet dat hij nooit alleen is. God stelt ons gerust, zoals Hij Jeremia al moed insprak: “Wees niet bang (...) want Ik ben bij jou om je te redden” (Jer. 1,8).

II.3

De religieuzen, zoals alle andere godgewijde personen, zijn geroepen om “deskundigen in gemeenschapsopbouw” te zijn. Daarom verwacht ik dat de “spiritualiteit van de communio”, waar de heilige Johannes Paulus II al over sprak, realiteit mag worden en dat jullie op de voorlinie zullen staan om “de grote uitdagingen die op ons afkomen” in dit nieuwe millennium aan te gaan en “van de Kerk het huis en de school van communio (te) maken”. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Een nieuw millennium, Novo millennio ineunte (6 jan 2001), 43 Ik ben er zeker van dat jullie gedurende dit jaar er alles aan zullen doen om het ideaal van broederlijkheid, dat de stichters en stichteressen al probeerden concreet gestalte te geven, op alle vlakken, als het ware in concentrische cirkels, meer en meer werkelijkheid te doen worden.

De communio wordt vooral in de communauteiten beleefd. Ik nodig jullie uit om in dit verband mijn veelvuldige tussenkomsten te herlezen waarin ik niet aflaat te herhalen dat kritiek, roddelpraat, onverzadigbaarheid, jaloersheid en rivaliteit niet thuishoren in onze gemeenschappen. Dit gezegd zijnde, wens ik te onderstrepen dat de weg van de caritas die zich voor ons opent omzeggens oneindig is. Het gaat immers over de manier waarop we elkaar aanvaarden en de nodige aandacht geven. Daarom leven we in gemeenschap van materiële en geestelijke goederen, nemen we de broederlijke vermaning ter harte en waken we over het respect voor de zwakste personen… Dit is “de ‘mystiek’ van het samen leven”, die van ons bestaan een “heilige pelgrimstocht” maakt. Paus Franciscus, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de verkondiging van het Evangelie in de wereld van vandaag - Naar aanleiding van de Bisschoppensynode 2012 over de nieuwe evangelisatie, Evangelii Gaudium (24 nov 2013), 87 Onze gemeenschappen worden meer en meer internationaal, we moeten ons dan ook afvragen hoe we de broeders en zusters van andere culturen benaderen. Laten we iedereen vrijuit spreken? Aanvaarden we dankbaar de specifieke gaven van elkeen? Hoe kunnen we de medeverantwoordelijkheid ten volle laten spelen?

Ik verwacht daarbij dat de communio tussen de leden van de verschillende instituten mag toenemen. Zou dit jaar niet de gelegenheid kunnen zijn om, met meer durf dan tot nu het geval was, de grenzen van het eigen instituut te overschrijden? We zouden samen, op lokaal vlak en over het algemeen genomen, gemeenschappelijke projecten kunnen uitwerken voor vorming, evangelisatie en sociale initiatieven. Dit zou kunnen bijdragen tot een meer doeltreffend profetisch getuigenis. De ontmoeting tussen verschillende charismata en roepingen die in opbouwende samenwerking uitmondt, kan als een hoopvolle weg bestempeld worden. Wie zich van de ander afsluit en uitsluitend op de eigen krachten vertrouwt, kan onmogelijk aan de toekomst bouwen. Wie de communio naar waarde schat en beseft dat ze altijd open staat voor ontmoeting, dialoog en wederzijdse hulp in onderling overleg, bouwt een immuniteit op tegen de ziekte van de zelfgenoegzaamheid.

Het godgewijde leven is tezelfdertijd geroepen een ernstige poging te ondernemen om de verschillende roepingen in de Kerk op elkaar af te stemmen, beginnend bij de priesters en de leken, om zodoende “de spiritualiteit van de communio te versterken, allereerst binnen de eigen gemeenschap, en verder in de gemeenschap van de Kerk en daarbuiten”. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over het gewijde leven en zijn zending in de Kerk en de wereld, Vita Consecrata (25 mrt 1996), 51

II.4

Ik verwacht van jullie ook nog wat ik aan alle leden van de Kerk vraag: hou je niet langer met jezelf bezig, maar ga naar de mensen toe die het gevoel hebben dat ze er niet meer bijhoren. “Trekt heel de wereld door”, dit waren de laatste woorden die Jezus tot zijn leerlingen richtte en die ons vandaag nog altijd interpelleren. Vgl. Mc.16, 15 Een hele mensheid staat te wachten: mensen die alle hoop verloren hebben, families in moeilijkheden, verwaarloosde kinderen, jongeren aan wie men elke vorm van toekomst ontzegt, zieken en bejaarden waar niemand naar omziet, rijke mensen die verzadigd zijn met goederen en met een leegte in het hart achterblijven, mannen en vrouwen op zoek naar zin in hun leven, dorstend naar het goddelijke...

Plooi niet op jezelf terug, laat je niet verlammen door het gekibbel onder huisgenoten, blijf niet de gevangene van je eigen problemen. Dit soort moeilijkheden vindt makkelijk een oplossing wanneer je naar buiten treedt om anderen te helpen bij het oplossen van hun problemen en zo goed nieuws brengt. Leven zal je vinden door leven te geven, hoop door hoop aan te reiken, liefde door te beminnen.

Van jullie verwacht ik concrete gebaren: onthaal van vluchtelingen; nauwe verbondenheid met de armen; creativiteit in de catechese, de verkondiging van het Evangelie, de inwijding in het gebedsleven. Ik zie daarom uit naar flexibeler structuren, naar een herbestemming van grote gebouwen ten gunste van werken die beter beantwoorden aan de actuele eisen van de evangelisatie en de caritas, werken aangepast aan de nieuwe noden.

II.5
Ik verwacht dat iedereen zich afvraagt wat God en de mensheid van hem of haar vragen, tot welke type van godgewijd leven hij of zij ook mag behoren.

Monastieke en contemplatieve gemeenschappen kunnen ontmoetingen organiseren of de meest verscheiden netwerken opzetten om met elkaar ervaringen uit te wisselen over het gebed, de manier waarop ze een grotere communio met heel de Kerk tot stand kunnen brengen; er is eveneens de mogelijkheid om samen na te gaan hoe ze best de vervolgde christenen kunnen ondersteunen, hoe ze mensen kunnen verwelkomen en begeleiden die op zoek zijn naar een intenser geestelijk leven, of die eenvoudig morele of materiële steun zoeken.

Anderen kunnen iets gelijkaardigs ondernemen. Ik denk hier aan de instituten die zich wijden aan de caritas, het onderwijs, de promotie van de cultuur, de verkondiging van het Evangelie, bijzondere pastorale opdrachten. Dan zijn er nog de seculiere instituten die alomtegenwoordig zijn in de sociale structuren. De fantasie van de Geest heeft zoveel verschillende levensvormen en werken in het leven geroepen dat ze moeilijk onder te brengen zijn in lijsten of vooraf bepaalde schema’s. Ik kan hier dus onmogelijk naar elk afzonderlijk charisma verwijzen. Hoe dan ook, niemand mag zich gedurende dit jaar onttrekken aan een ernstig onderzoek over zijn of haar aanwezigheid in het leven van de Kerk. Allen moeten nadenken over de manier waarop ze een antwoord kunnen formuleren op de vragen van alle tijden en op de nieuwe uitdagingen die er voortdurend bijkomen, vooral op het hulpgeroep van de armen.

Enkel wanneer onze aandacht uitgaat naar de noden van de wereld en we ons gewillig laten leiden door de Geest, zal dit jaar van het Godgewijde leven een authentieke kairòs zijn, een tijd van God, rijk aan genade en aan transformatie.

Document

Naam: AAN DE GODGEWIJDEN
Bij gelegenheid van het Jaar van het Godgewijde Leven
Soort: Paus Franciscus - Apostolische Brief
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 21 november 2014
Copyrights: © 2014, Libreria Editrice Vaticana / religieuzen.be (2e gewijzigde versie)
Bewerkt: 29 augustus 2016

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam