• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
I.2

Gedurende dit jaar worden wij bovendien opgeroepen om het heden met passie te beleven. De dankbare herinnering aan het verleden spoort ons aan om, aandachtig luisterend naar wat de Geest vandaag tot de Kerk zegt, op een nog intensere manier de essentiële aspecten van ons godgewijde leven concreet gestalte te geven.

Vanaf het ontstaan van de eerste vormen van monnikendom tot het opkomen van de hedendaagse “nieuwe gemeenschappen”, is iedere vorm van godgewijd leven geboren uit de oproep van de Geest om Christus te volgen zoals het Evangelie ons dat leert. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de vernieuwing en aanpassing van het religieuze leven, Perfectae Caritatis (28 okt 1965), 2 Voor de stichters en stichteressen is het Evangelie altijd de absolute norm geweest. Iedere andere regel wilde enkel uitdrukking geven aan het Evangelie en een hulp zijn om het ten volle te beleven. Christus was hun ideaal, ze wilden zo innig met hem verbonden leven dat ze met Paulus konden zeggen: “Voor mij is leven Christus” (Fil. 1, 21). De geloften hadden slechts zin wanneer ze hen hielpen om hun gepassioneerde liefde waar te maken.

Wij moeten gedurende dit jaar enkele vragen eerlijk beantwoorden. Laten wij ons interpelleren door het Evangelie? Hoe gebeurt dat? Is het Evangelie echt het “vademecum” voor ons leven van elke dag en voor de keuzes die wij vanuit onze roeping moeten maken? Het Evangelie is veeleisend en vraagt om een radicale en oprechte beleving. Het volstaat niet om het te lezen (ook al blijven lectuur en studie van kapitaal belang), het is evenmin voldoende om erover te mediteren (we doen dit iedere dag met vreugde). Jezus vraagt ons actie. Wij moeten zijn woorden beleven.

We moeten ons eveneens afvragen of Jezus werkelijk de eerste en de enige liefde in ons leven is zoals we het bij onze professie gesteld hebben. Enkel wanneer dit het geval is, kunnen en moeten we in waarheid en met mededogen iedere mens beminnen die we op onze weg ontmoeten. We hebben immers van Christus geleerd wat liefde is en hoe wij kunnen beminnen. We zullen dan in staat zijn te beminnen omdat we een hart hebben voor de ander zoals het zijne.

Onze stichters en stichteressen voelden hetzelfde medelijden als Jezus wanneer hij de menigte zag als uiteengedreven schapen zonder herder. Geraakt door dit medelijden, heeft Jezus tot hen gesproken, de zieken genezen, brood te eten gegeven, zijn eigen leven geofferd. De stichters en stichteressen hebben zich, in navolging van Jezus, eveneens ten dienste gesteld van de evenmens tot wie de Geest hen zond. Dit gebeurde op de meest uiteenlopende wijzen: voorspraak, verkondiging van het Evangelie, catechese, onderwijs, dienst aan armen en zieken... De vindingrijkheid van de caritas kende geen grenzen en slaagde erin ontelbare wegen te openen om de inspiratie van het Evangelie ingang te doen vinden in de meest verscheiden culturele en sociale middens.

Gedurende dit jaar van het Godgewijde leven moeten we ons afvragen of we trouw zijn aan de ons toevertrouwde zending. Beantwoorden onze ministeries, werken en aanwezigheid aan wat de Geest aan onze stichters en stichteressen gevraagd heeft? Laten ze ons toe om de beoogde doelstellingen in de hedendaagse maatschappij en Kerk na te streven? Moeten we een en ander bijsturen? Hebben wij dezelfde passie voor onze mensen? Zijn we hen voldoende nabij om hun vreugde en verdriet te kunnen delen, om hun noden werkelijk te kunnen begrijpen zodat we in staat zijn een bijdrage te leveren om in deze noden te voorzien? De heilige Johannes Paulus II schreef ons al:

“Dezelfde edelmoedigheid en zelfverloochening die de stichters bezielde moeten ook jullie, hun geestelijke zonen en dochters, in beweging zetten. Jullie moeten de charismata levendig houden met dezelfde kracht van de Geest die ze tot stand gebracht heeft. Deze charismata verrijken zich en passen zich voortdurend aan, zonder hun eigenheid te verliezen, om de Kerk dienstbaar te zijn en de komst van Gods rijk tot volheid te laten komen”. H. Paus Johannes Paulus II, Brief, Aan de mannelijke en vrouwelijke religieuzen van Latijns Amerika ter gelegenheid van het 500-jarig bestaan van de evangelisering van de Nieuwe Wereld, Los caminos del Evangelio (29 juni 1990), 26

Wanneer we het prille begin van onze instituten in herinnering brengen, komt er nog een aspect van het project van het godgewijde leven aan het licht. Stichters en stichteressen waren gefascineerd door de eenheid van de Twaalf rond Jezus, door de nauwe band tussen de eerste leerlingen in Jeruzalem die in schril contrast stond met de maatschappij van toen. Toen zij hun eerste communauteit in het leven riepen, had ieder van hen de bedoeling om deze evangelische modellen te reproduceren: één van hart en één van geest… vreugde belevend aan de aanwezigheid van de Heer. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de vernieuwing en aanpassing van het religieuze leven, Perfectae Caritatis (28 okt 1965), 15

Zij die de huidige tijd met passie willen beleven, moeten “deskundigen in communio” worden, “getuigen en actoren van dit ‘project van onderlinge verbondenheid’, in Gods ogen het hoogste dat een mens in de geschiedenis kan bereiken”. Congregatie voor de Religieuzen en Seculiere Instituten, Religieuzen en menselijke ontwikkeling (12 aug 1980), 24 In een maatschappij van confrontatie, moeilijke omgang tussen verschillende culturen, onderdrukking van zwakke mensen en ongelijkheid, zijn wij geroepen om een concreet model van samenleven te bieden. Een model dat aantoont dat het mogelijk is om als broeders en zusters samen te leven wanneer men de waardigheid van elkeen erkent en iedereen toelaat om de gaven waarvan hij de drager is met anderen te delen.

Vrouwen en mannen van communio moeten jullie zijn. Brengt dus de moed op om aanwezig te zijn waar verschillen en spanningen heersen. Jullie aanwezigheid moet een geloofwaardig teken van de Geest zijn die de harten doet ontvlammen in een passie voor samenhorigheid. Vgl. Joh. 17, 21 Beleeft de mystiek van de ontmoeting, “in staat om de ander goed aan te voelen, naar hem of haar te luisteren en gedreven om samen naar de meest aangewezen weg en werkwijze te zoeken”. Paus Franciscus, Toespraak, Aula Paulus VI, Tot de rectoren en studenten aan de Pauselijke hogescholen en convicten te Rome (12 mei 2014) Laat jullie daarbij leiden door de liefdesverhouding tussen de Goddelijke Personen [[:1 Joh. 4, 8]], het model bij uitstek voor iedere inter-persoonlijke relatie.

Document

Naam: AAN DE GODGEWIJDEN
Bij gelegenheid van het Jaar van het Godgewijde Leven
Soort: Paus Franciscus - Apostolische Brief
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 21 november 2014
Copyrights: © 2014, Libreria Editrice Vaticana / religieuzen.be (2e gewijzigde versie)
Bewerkt: 29 augustus 2016

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam