• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De H. Geest, inwendige Meester
Op het einde van deze Apostolische aansporing keert onze innerlijke blik zich naar Hem, die de eerste inspirator is van het hele catechetische werk, evenals de leraar van allen die dit werk op zich nemen, de Geest namelijk van de Vader en de Zoon, de Heilige Geest.

Als Christus de taak omschrijft die de H. Geest in de Kerk zou vervullen, gebruikt Hij de volgende betekenisvolle woorden:”Hij zal u alles leren en u alles in herinnering brengen, wat Ik u gezegd heb”. (Joh. 14, 26) En Hij voegt daar aan toe: “Wanneer Hij echter komt, de Geest der waarheid, zal Hij u tot de volle waarheid brengen... en u de komende dingen aankondigen”. (Joh. 16, 13)

De Geest wordt dus aan de Kerk en aan iedere gelovige beloofd als een inwendige leraar, die diep in het geweten en in het hart bewerkt dat begrepen wordt hetgeen weliswaar gehoord was maar nog niet kon worden doorzien. Over Hem zegt de H. Augustinus:”De H. Geest zelf... onderwijst ook nu de gelovigen, in de mate waarin een ieder de geestelijke zaken kan vatten. En hun harten ontvlamt Hij met groter verlangen, in de mate dat iemand voortgang maakt, in deze liefde. Zo bemint hij wat hij kent en verlangt hij naar wat hij nog kan leren kennen”. H. Augustinus, In Iohannis Evangelium Tractatus. 97,1: PL 35, 1877

Bovendien is het de taak van de H. Geest de leerlingen om te vormen tot getuigen van Christus: “Hij zal over Mij getuigenis afleggen; maar ook gij moet getuigen”. (Joh. 15, 26-27) Maar er blijft nog méér. Volgens de H. Paulus, die omtrent dit onderwerp een theologie naar voren bracht die latent in het hele Nieuwe Testament aanwezig is, is de betekenis van het “Christen zijn”, van het hele christelijke leven, van het nieuwe leven van de kinderen Gods, een leven volgens de H. Geest. Vgl. Rom. 8, 14-17 Vgl. Gal. 4, 6 Alleen de H. Geest staat ons toe tot God te zeggen: “Abba, Vader”. (Rom. 8, 15) Zonder de Geest vermogen wij niet te zeggen: “Heer Jezus”. (1 Kor. 12, 3) Van de H. Geest tenslotte komen alle genadegaven of charisma's, die de Kerk opbouwen, d.w.z. de gemeenschap van de christenen. Vgl. 1 Kor. 12, 4-11

In deze zin geeft de H. Paulus het volgend gebod aan alle leerlingen van Christus, “Laat u bezielen door de Geest”. (Ef. 5, 18)

De H. Augustinus zegt het expliciet: “Zowel het geloven als het goede handelen zijn van ons door een vrije beslissing van onze wil, en toch werden beide ons gegeven door de Geest van geloof en liefde”. H. Augustinus, Nalezingen, Retractationes. liber I, 23,2: PL 32,621

De catechese, die de groei in het geloof en in het christelijk leven betekent, alsmede het rijpen naar zijn volheid, is dan ook het werk van de H. Geest, een werk dat Hij alleen in de Kerk kan opwekken en ondersteunen.

Die vaststelling, gesteund op de lezing van de bovenvermelde teksten en nog van veel andere plaatsen uit het Nieuwe Testament, leidt tot twee vaste overtuigingen.

Op de eerste plaats is het duidelijk dat de Kerk, bij het vervullen van haar catechetisch taak – evenals trouwens iedere individuele christen die zich daar op toelegt binnen de Kerk en in naam van de Kerk – zich heel goed bewust moet zijn dat zij handelt als levend en leerzaam instrument van de H. Geest. Voortdurend de H. Geest aanroepen, altijd met Hem in gemeenschap blijven en proberen gevoelig te zijn voor zijn authentieke inspiratie, moet een houding zijn van de lerarende Kerk als geheel en van iedere catecheet in het bijzonder.

Vervolgens moe heel dit grote verlangen om de H. Geest beter te begrijpen en zich vollediger aan Hem over te geven – onze voorganger Paulus VI sprak in zijn apostolische aansporing H. Paus Paulus VI - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Evangelii Nuntiandi
Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld
(8 december 1975)
: van “een bijzonder tijdvak van de H. Geest” - leiden tot een nieuwe bloei van de catechese. Inderdaad “de vernieuwing in de Geest” zal authentiek zijn en aan de Kerk een waarachtige vruchtbaarheid verlenen niet zozeer in de mate dat zij wonderbare gaven en charisma’s oproept, maar wel in de mate dat zij veel gelovigen in hun dagelijkse levenswandel brengt tot een geduldige, nederige en volhardende inspanning om het mysterie van Christus steeds dieper te leren kennen en er steeds beter van te getuigen.

Ik roep dus over de catechetiserende Kerk deze Geest van de Vader en de Zoon aan. En ik bid Hem in deze Kerk het catechetisch dynamisme te hernieuwen.

Maria, moeder en voorbeeld van de catechese

Moge de Maagd van Pinksteren dit door haar gebed voor ons verkrijgen! Door haar bijzondere uitverkiezing mocht zij het beleven hoe haar zoon “Jezus toenam in wijsheid en welgevalligheid”. Vgl. Lc. 2, 52 Op haar knieën gezeten en later gedurende vele jaren van het verborgen leven in het gehucht Nazareth, werd de Zoon, de “Eengeborene van de Vader, vol genade en waarheid”, door haar onderricht in de menselijke kennis van de Schriften, in de geschiedenis van Gods plan met zijn volk, en in de aanbidding van de Vader. Vgl. Joh. 1, 14 Vgl. Heb. 10, 5 Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. IIIa, Q. 12, a. 2; a. 3, ad 3 Zij was verder de eerste van zijn leerlingen: de eerste in de tijd, want toen zij haar Zoon als kind terug vond in de tempel ontving zij van hem lessen, die zij in haar hart bewaarde; Vgl. Lc.2, 51 de eerste vooral omdat niemand in zo’n diepe zin als zij “door God onderricht” Vgl. Joh. 6, 45 werd. “Moeder en leerlinge tegelijk”, zegt de H. Augustinus over haar. En hij voegt daar stoutmoedig aan toe dat leerling-zijn voor Maria méér betekende dan moeder-zijn van Christus. Vgl. H. Augustinus, Sermones. 25,7: PL 46, 937-938 Niet zonder reden heeft men van Maria in de aula van de synode gezegd dat zij een “levende catechismus” is, “moeder en voorbeeld van de catecheten”.

Moge dus op voorspraak van Maria de Heilige Geest aan de Kerk een nooit geëvenaarde geestdrift voor de catechese gunnen. De Kerk heeft dat heel hard nodig! Dan zal Zij met goed gevolg in deze tijd van genade het onherroepelijke en universele gebod volbrengen dat zij van de Meester heeft ontvangen: “Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen”. (Mt. 28, 19)

Met onze Apostolische Zegen, gegeven te Rome bij Sint Pieter,
op 16 oktober 1979, in het tweede jaar van ons Pontificaat.

Johannes Paulus PP.II.

Document

Naam: CATECHESI TRADENDAE
Catechese geven in onze tijd
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 16 oktober 1979
Copyrights: © 1980, Wereldkerkdocumenten nr. 7
Bewerkt: 30 april 2020

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam