• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Bemoediging voor alle verantwoordelijken
En nu, geliefde Broeders en Zonen, richt ik tot U allen een ernstige en vurige aansporing uit kracht van mijn ambt als Herder van de universele Kerk. Mochten mijn woorden uw hart in vlam zetten, zoals eertijds de brieven van de H. Paulus aan Titus en Timotheus, zijn deelgenoten aan het Evangelie, of zoals de H. Augustinus, die aan de diaken Deogratias, ontmoedigd t.o.v. zijn catechetische taak, een merkwaardig traktaatje zond over de vreugde van het catechiseren. H. Augustinus, De catechizandis rudibus. PL 40, 310-347 Ik wens inderdaad in de harten van allen die zich inzetten voor het godsdienstonderricht en de evangelische opvoeding - zo talrijk en zo verschillend als ze zijn - moed, hoop en enthousiasme te zaaien!
De bisschoppen

Ik richt mij allereerst tot u, broeders in het bisschopsambt. Het tweede Vaticaans Concilie heeft al nadrukkelijk gewezen op uw taak ten opzichte van de catechese. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk, Christus Dominus (28 okt 1965), 13 De vaders van de vierde algemene vergadering van de synode hebben die opdracht met krachtige stem bevestigd.

Op dit vlak, zeergeliefde broeders, is aan u een bijzondere zending in uw Kerken toevertrouwd. Daar zijt gij de eerste verantwoordelijke voor de catechese, en catecheten bij uitnemendheid. Bovendien draagt gij samen met de Paus in een geest van bisschoppelijke collegialiteit de zorg voor de catechese in de gehele Kerk. Sta mij dus toe tot u te spreken in volle oprechtheid.

Ik weet dat u geconfronteerd bent met een bisschopsambt, dat met de dag meer ingewikkeld is en zwaarder om te dragen. Talloze taken eisen voortdurend uw aandacht op: van de zorg om nieuwe priesters op te leiden tot de actieve aanwezigheid binnen de gelovige gemeenschappen, van de levende en waardige viering van eredienst en sacramenten tot de ijver voor menselijke promotie en verdediging van de mensenrechten. Maar de zorg om een actieve en efficiënte catechese vooruit te helpen mag voor geen enkele andere bekommernis wijken, welke die ook is! Die zorg zal u ertoe aanzetten om zelf de levensleer aan uw gelovigen door te geven. Bovendien zult gij, in overeenstemming met de bepalingen van de bisschoppenconferentie waartoe u behoort in uw bisdommen de hoogste leiding geven aan de catechese in samenwerking met ervaren en betrouwbare medewerkers.

Uw voornaamste taak is het in uw diocesen een reële ijver voor de catechese op te roepen en te onderhouden. De ijver incarneert zich in een aangepaste en doeltreffende organisatie die niets onverlet laat: mensen, middelen en instrumenten, evenals de noodzakelijke infrastructuur. Wees ervan overtuigd dat al de rest gemakkelijker zal gaan, als de catechese in de lokale Kerken maar goed gebeurt. En ook als uw toewijding u soms de onaangename plicht oplegt op dwalingen te wijzen en fouten te corrigeren - moet ik dat wel zeggen? - toch zult gij er vaker vreugde aan beleven te zien dat uw Kerken bloeien omdat de catechese er wordt gegeven zoals God het wil.

De priesters

En U, priesters, bent op dit terrein de naaste medewerkers van uw bisschoppen. Het concilie heeft u “opvoeders in het geloof genoemd”. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 6 Zult gij dit niet het meest zijn, als gij u een uiterste inspanning getroost, om uw gemeenschappen te laten groeien in het geloof? Of u nu werkzaam bent in een parochie of als geestelijke animator in het onderwijs van het basis -, secundair of universitair niveau, of de pastorale verantwoordelijkheid draagt op eender welke trap, of bezielers bent van kleine of grote gemeenschappen, en vooral van jonge mensen: de Kerk wenst vurig dat gij niets nalaat van al wat leiden kan tot een goede organisatie en oriëntatie van het catechetisch werk. De diakens en andere bedienaren, als gij het geluk hebt daarover te beschikken, zijn in die aangelegenheid van nature uw medewerkers. Alle gelovigen genieten het recht catechese te ontvangen. Alle pastores dragen de verantwoordelijkheid hiervoor te zorgen. Van de burgerlijke overheden zal ik altijd blijven vragen, dat zij waken over de vrijheid om catechese te kunnen geven. En u, dienaren van Christus, smeek ik met aandrang: sta nooit toe dat door gebrek aan inzet of ten gevolge van een onzalig vooroordeel de gelovigen verstoken blijven van catechese. Dat men nooit kan zeggen: “De kleinen vroegen om brood, en er was niemand die het voor hen brak”. (Klaagl. 4, 4)

De religieuzen

Niet weinig mannelijke en vrouwelijke religieuze orden en congregaties zijn ontstaan met de bedoeling zich toe te leggen op de christelijke vorming van kinderen en jonge mensen, en wel heel bijzonder van de verwaarloosden. In de loop der tijden hebben mannelijke en vrouwelijke religieuzen zich intens bezig gehouden met de catechetische activiteit van de Kerk, waarbij zij stellig aangepast en doeltreffend werk verrichtten. Heden ten dage worden de banden van de religieuzen met de pastores verstevigd en komt de actieve aanwezigheid van religieuze gemeenschappen en hun leden in de pastorale projecten van de plaatselijke Kerken, sterker naar voren. Juist te midden van een dergelijke situatie richt ik een dringende oproep tot u, die door de religieuze toewijding bijzonder bereid moet zijn om in dienst te staan van de Kerk. Bereid u zo nauwgezet als maar kan voor op uw catechetische taak: naargelang van de onderscheiden roepingen van uw instituten en van de taken die u zijn toevertrouwd, maar steeds met een grote bekommernis. Mochten de communiteiten het uiterste van hun capaciteiten en mogelijkheden besteden aan het bijzondere werk van de catechese!

De lekencatecheten

In naam van heel de Kerk dank ik u, lekencatecheten, u mannen en u - nog sterker in aantal - vrouwen, die over heel de wereld u hebt gewijd aan de godsdienstige vorming van vele generaties. Uw activiteit, vaak nederig en verborgen, maar met vurige en grootmoedige inzet volbracht, is een prachtige vorm van lekenapostolaat. Deze inzet is van bijzonder belang, in situaties waarbij, om allerlei redenen, kinderen en jonge mensen in eigen familieverband geen passende godsdienstige vorming ontvangen. Hoe velen van ons zijn door mensen als u onderwezen in de beginselen van de catechese en voorbereid op het ontvangen van het boetesacrament, de eerste H. Communie en het Vormsel? De vierde algemene vergadering van de bisschoppensynode is u niet vergeten. Aansluitend daarbij spoor ik u dringend aan door te gaan met uw medewerking voor het leden van de Kerk.

De catecheten echter, die in de missiegebieden verblijven, worden bij uitstek met de titel “catechisten” bedacht. Geboren uit reeds christelijke families of al vroeg tot het christelijk geloof bekeerd en door missionarissen of andere catechisten opgeleid, besteden zij vervolgens hun leven vele jaren na elkaar aan de catechese van kinderen en volwassenen in hun landen. Zonder hen zouden er zeker nu geen bloeiende Kerken opgebouwd zijn. Ik ben blij dat de H. Congregatie voor de Evangelisatie der Volkeren zich altijd weer inspant om de vorming van deze catechisten voortdurend te verbeteren. Dankbaar roep ik de gedachtenis op van hen die God reeds van deze aarde tot zich riep. En ik bid om de voorspraak van hen, die mijn voorgangers tot de eer van de altaren hebben verheven. Allen die momenteel catechetisch werkzaam zijn bemoedig ik van ganser harte. En ik wens dat vele anderen in hun spoor mogen komen en dat hun aantal, zo noodzakelijk voor het missiewerk, mag toenemen.

In de parochie

Nu wil ik graag het concrete kader oproepen waarin al die catecheten plegen te werken, en meer synthetisch de “plaatsen” van de catechese behandelen, waarvan enkele al zijn vermeld in hoofdstuk VI: de parochie, het gezin, de school en de vereniging.

Ook al is het waar dat men overal catechese kan geven, toch wijs ik er op - gevolg gevend aan de wensen van zeer veel bisschoppen - dat de parochiegemeenschap een bijzondere plaats inneemt, en de bezielende kracht van de catechese moet blijven. Natuurlijk is in niet weinig landen de parochie als het ware onder de voet gelopen door het fenomeen van de urbanisatie. Maar misschien hebben sommigen al te snel gedacht dat zij uit de tijd was en zelfs bestemd om te verdwijnen, ten gunste van kleine, meer aangepaste en beter te bewerken gemeenschappen. Maar of zij dit nu willen of niet, de parochie blijft de bijzonderste referentieplaats voor het christenvolk, ook voor hen die niet praktiseren. Wijsheid en realiteitszin vragen dan ook vast te houden aan de parochie. Wel moet zij zo nodig betere structuren krijgen en vooral een nieuw impuls, dank zij een grotere inschakeling van gelovigen met bijzondere aanleg en ervaring, plichtsbewuste en edelmoedige mensen. Binnen in de parochie zelf zal men rekening houden met de noodzakelijke verscheidenheid van de “plaatsen” waar catechese wordt gegeven: in de gezinnen die kinderen en volwassenen ontvangen, in centra voor pastorale begeleiding van leerlingen uit het officieel onderwijs, in katholieke onderwijsinstituten, in apostolaatverenigingen die tijd voor catechese uittrekken, in centra die open staan voor allerhande jonge mensen, of wanneer men samen ergens heen trekt voor een weekend ter bevordering van de spiritualiteit enz. Maar al dergelijke activiteiten moeten leiden naar één en dezelfde geloofsbelijdenis, naar eenzelfde toebehoren tot de Kerk, naar de ene evangelische inspiratie bij de inzet voor de gemeenschap: “één Heer, één geloof, één doop, één God en Vader van allen”. (Ef. 4, 5-6) Tegen die achtergrond moet iedere parochie die groot genoeg is of iedere conglomeratie van kleinere parochies ernst maken met het vormen van - priesters, van mannelijke en vrouwelijke religieuzen - en van leken, die zich helemaal wijden aan de opbouw van de catechese Een inspanning is noodzakelijk om de uitrusting aan te schaffen die nodig is voor de catechese, onder al haar aspecten Voor zover dat mogelijk en nuttig is dienen de “plaatsen” van catechese vermeerderd of aangepast te worden. Men moet erover waken dat de godsdienstige vorming uitmunt door beproefde kwaliteit en dat de verschillende groepen hun plaats vinden in het kerkelijk corps.

Om kort te gaan, zonder te willen monopoliseren of uniformiseren moet de parochie, zoals gezegd, een gepriviligieerde “plaats” van catechese blijven Zij dient haar eigen opdracht te hervinden: één broederlijke en gastvrije thuis, waar gedoopten en gevormden zich bewust worden dat zij Gods volk zijn. Daar wordt voor hen het brood van de gezonde leer en het eucharistisch brood in overvloed gebroken in één gebaar van goddelijke eredienst. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 35.52 Van daar uit worden zij dagelijks uitgezonden om hun apostolische taken te vervullen overal waar het leven van de wereld bruist.

In het gezin

De catechese die in het gezin plaats vindt, vertoont een heel eigen karakter en is in zekere zin onvervangbaar zoals de Kerk met name in het Tweede Vaticaans Concilie, terecht onderstreepte. Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over de christelijke opvoeding, Divini illius Magistri (31 dec 1929) Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 11.35 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het lekenapostolaat, Apostolicam Actuositatem (18 nov 1965), 11.30 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 52 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de Christelijke opvoeding, Gravissimum Educationis (28 okt 1965), 3 Deze geloofsopvoeding door de ouders, - die reeds in de prille kinderjaren moet beginnen – Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de Christelijke opvoeding, Gravissimum Educationis (28 okt 1965), 3 is al aanwezig daar waar de gezinsleden elkaar helpen om te groeien in het geloof, aan de hand van een levensgetuigenis, doordat zij namelijk, vaak in stilte maar met volharding, dagelijks samen leven in overeenstemming met het Evangelie. Een dergelijke christelijke opvoeding krijgt reliëf als men bij gelegenheid van familiegebeurtenissen zoals het ontvangen van de sacramenten, de viering van liturgische plechtigheden, bij geboorte en bij rouw, ervoor zorgt, dat de christelijke of godsdienstige betekenis van deze gebeurtenissen geëxploiteerd wordt. Maar het is belangrijk verder te gaan: de christelijke ouders zullen er naar streven de christelijke opvoeding, die hun kinderen elders meer systematisch ontvangen, in familiaal verband te volgen en weer op te nemen. Door het feit dat de bijzonderste waarheden omtrent geloof en christelijk leven opnieuw aandacht krijgen in de context van een gezinsleven dat doordrongen is van warmte en eerbied, worden jongens en meisjes vaak op een beslissende wijze en voor heel hun leven gemerkt. Ook de ouders zelf ondervinden voordeel van de inspanning die zoiets vraagt. Want bij een dergelijk catechetisch gesprek ontvangt iedereen en geeft iedereen.

Gezinscatechese gaat aldus vooraf aan iedere andere vorm van catechese maar begeleid en verrijkt haar tevens. Door godsdienstvijandige wetten kunnen andere vormen van geloofsopvoeding belemmerd worden. Ofwel is er door een wijdverbreid ongelovig milieu of door een voortschrijdend “secularisme” soms haast geen gelegenheid meer om werkelijk te groeien in het geloof. Dan blijft de “huiskerk” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 11 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het lekenapostolaat, Apostolicam Actuositatem (18 nov 1965), 11 die het gezin is, de enige plaats, waar kinderen en jonge mensen authentieke catechese kunnen ontvangen. De christelijke ouders zullen zich dus nooit voldoende inspannen om zich voor te bereiden op hun taak als catecheten voor hun kinderen, en om die taak met onvermoeide ijver te behartigen. De personen of instituten die ouders helpen om die taak te vervullen, hetzij door individuele contacten hetzij door congressen of bijeenkomsten of door allerhande pedagogische hulpmiddelen moeten aangemoedigd worden: zij bewijzen de catechese een onschatbare dienst.

Op school
Naast het gezin en hiermee verbonden biedt de school niet te verwaarlozen mogelijkheden aan de catechese. In de jammer genoeg steeds zeldzamer wordende landen waar de geloofsopvoeding kan worden gegeven binnen het schoolgebeuren, behoort de Kerk daartoe alles te doen wat in haar vermogen ligt. Dit geldt natuurlijk allereerst voor de katholieke school. Zou zij nog langer haar naam verdienen, als men haar, hoe uitmuntend ook door haar hoog niveau aan onderricht op het vlak van de profane wetenschappen, terecht het verwijt zou maken dat zij de strikt godsdienstige vorming verwaarloost of laat ontsporen? En laat niemand zeggen dat deze altijd impliciet of indirect wordt meegegeven! De eigen aard en het hoogste bestaansrecht van de katholieke school de reden - waarom katholieke ouders haar verkiezen boven andere -, ligt volstrekt zeker in de kwaliteit van de godsdienstige opvoeding, die ingebed ligt in heel de opleiding van de leerlingen. De katholieke instituten moeten zeker de gewetensvrijheid in acht nemen, - d.w.z. weigeren op het geweten te drukken van buitenaf door fysiek of moreel geweld, vooral waar het gaat om godsdienstige praktijken van kinderen of adolescenten. Maar niettemin hebben zij toch de zware plicht de religieuze vorming te ondersteunen, aangepast aan de vaak zeer uiteenlopende omstandigheden van de leerlingen. Het moet in die leerlingen binnendringen dat God, die hen roept om Hem te dienen in geest en waarheid overeenkomstig zijn geboden en de voorschriften van de Kerk, de mens niet dwingt maar hem niettemin in geweten voor verplichtingen stelt.

Maar ik denk ook aan de niet-confessionele school en de staatsschool. Vurig wens ik dat het duidelijke recht van de menselijke persoon en van de gezinnen erkend wordt en dat ieders godsdienstige vrijheid geëerbiedigd worden. Dat zal ertoe leiden om aan alle katholieke leerlingen toe te staan voortgang te maken in hun geestelijke opvoeding dank zij een godsdienstige vorming, waarvoor de Kerk weliswaar de verantwoordelijkheid draagt maar die naar gelang van de diverse landen telkens anders georganiseerd wordt: door de school zelf of binnen het schoolkader ingericht, of mogelijk gemaakt door een goede verstandhouding met de publieke autoriteiten voor wat de schooltijden betreft, indien de catechese alleen plaats kan vinden in de parochie of in een ander pastoraal centrum. Het is inderdaad billijk, ook daar waar objectieve moeilijkheden bestaan, bv. wanneer de leerlingen tot verschillende godsdiensten behoren, de schooltijden zo te regelen, dat de katholieken hun eigen geloof en hun religieuze ervaring mogen verdiepen met de hulp van geschikte leermeesters, priesters of leken.

Buiten de school om dragen natuurlijk vele andere elementen van het leven er toe bij de jonge mensen te beïnvloeden: de vrije tijd, het sociale klimaat en het werkmilieu. Maar zij die studeren dragen duidelijk de stempel van het schoolmilieu. Zij worden daar ingeleid in culturele en zedelijke waarden op een wijze die samenhangt met het eigen karakter van een schoolsituatie en hun ervaringen worden gestructureerd door de veelsoortige denkstructuren die zij op school opdoen.

De schoolcatechese moet dan ook ruimschoots rekening houden met de “scolarisatie”, met dit “schools” karakter. Zij moet aansluiten bij de andere elementen van wetenschap en opvoeding, zodat het Evangelie werkelijk binnen dringt in de mentaliteit die deze leerlingen kenmerkt op het vlak van hun vorming op school. Aldus kan heel hun menselijke cultuur harmonieus tot eenheid komen onder het stralende licht van het geloof. Ik moedig dus met deze aansporing de priesters aan, de mannelijke en vrouwelijke religieuzen en de leken, die zich alle moeite geven om het geloof van hun leerlingen te ondersteunen. Dit is trouwens een gelegenheid om nogmaals de volgende vaste overtuiging uit te spreken ten opzichte van iedere wereldlijke beleidsinstantie: de eerbied voor het katholieke geloof van de jongeren, een beleid dus dat kansen biedt voor het opvoeden, het wortel schieten en het verstevigen van dit geloven, evenals voor een vrij belijden en in de praktijk brengen ervan, strekt tot eer van elk bestuur door welk beleidssysteem of ideologie het ook geleid mag worden.

In de bewegingen
Ik wil tenslotte de vele verenigingen, bewegingen en groeperingen van gelovigen aanmoedigen, of zij zich nu richten op de praktijk van de vroomheid, of op het directe apostolaat, of op taken van naastenliefde en onderlinge bijstand, of op de christelijke aanwezigheid te midden van menselijke realiteiten. Zij allen zullen hun doelstellingen beter kunnen bereiken, als zij erin slagen zowel in hun innerlijke organisatie als in hun werkmethode een bijzondere plaats te geven aan ernstige godsdienstige vorming van hun leden. In deze zin moet iedere vereniging van gelovigen in de Kerk bij definitie een opvoedster in het geloof zijn.

Zo blijkt duidelijker het aandeel van de leken in de catechese van deze tijd, altijd onder de pastorale leiding van hun eigen bisschoppen, zoals overigens de aanbevelingen van de synode dat meer dan eens hebben onderstreept.

De vormingsinstituten
Deze verenigde krachtinspanning van de leken, waarvoor wij God dankbaar moeten zijn, daagt tegelijkertijd de pastores uit om bepaalde verplichtingen na te komen. Want de lekencatecheten moeten zorgvuldig opgeleid worden voor hun taak, die wel geen officieel ingestelde bediening uitmaakt, maar niettemin in de Kerk van zeer groot belang is. Een dergelijke opvoeding vereist de oprichting van aangepaste centra en instituten, waarvoor de bisschoppen ijverig en nauwgezette zorg zullen dragen. Dit is zeker een terrein waar de diocesane, interdiocesane, ja nationale samenwerking bevruchtend en vruchtdragend zal blijken. De materiële hulp en bijstand van de rijkere Kerken voor hun armere zusters zal op dat terrein eveneens van grote betekenis zijn. Want wat kan de ene Kerk de andere beter aanreiken dan de hulp om zichzelf juist als Kerk uit te bouwen?

Voor ieder, die zich edelmoedig aan de dienst van het Evangelie wijdt en voor wie ik hier reeds een vurige bemoediging formuleerde, wil ik nog de raad of de opdracht in herinnering brengen, die onze voorganger Paulus VI zeer dierbaar was: “Omdat wij verkondigers van het evangelie zijn, moeten wij aan Christus, gelovigen... het beeld bieden van mensen die rijp zijn in het geloof en in staat om buiten de werkelijke spanningen een ontmoetingspunt te vinden, dank zij een gemeenschappelijk, ernstig en onbevooroordeeld zoeken naar de waarheid. Ja, het lot van de evangelisatie is zeker verbonden met het getuigenis van eenheid die de Kerk geeft. Dit is een bron van verantwoordelijkheid en ook van aanmoediging”. H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 77

Document

Naam: CATECHESI TRADENDAE
Catechese geven in onze tijd
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 16 oktober 1979
Copyrights: © 1980, Wereldkerkdocumenten nr. 7
Bewerkt: 3 november 2020

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam