• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
CATECHESI TRADENDAE
Catechese geven in onze tijd
HOOFDSTUK 4  -  Heel het Goede Nieuws aan de bronnen ontleend

HOOFDSTUK 4 - Heel het Goede Nieuws aan de bronnen ontleend

De inhoud van de Boodschap
Gezien de catechese een onderdeel of aspect is van de evangelisatie, zal haar inhoud geen andere zijn, dan de specifieke en integrale inhoud van de evangelisatie. Het gaat dus om dezelfde boodschap - de Goede Boodschap van het heil, - eenmaal, nee honderdmaal gehoord en diep in het hart opgenomen. Die boodschap wordt in de catechese voortdurend uitgediept door nadenken en systematische studie. Dat sluit in, dat men dieper bewust wordt van de impact daarvan op het persoonlijke leven van een ieder, zodat het de mens meer en meer in zijn greep krijgt, en gestalte aanneemt in het netwerk van relaties en bindingen binnen een tot harmonie gekomen christelijk leven in maatschappij en wereld.
De bron
De catechese zal altijd haar inhoud halen uit de levende bron van Gods woord, doorgegeven in Traditie en Schrift. Want “Traditie en Schrift vormen samen het ene pand van Gods woord, dat aan de Kerk werd toevertrouwd”, zoals het tweede Vaticaans Concilie in herinnering roept. Daar wordt ook de wens uitgesproken dat “de dienst aan het woord, namelijk de pastorale preek, de catechese en ieder christelijk onderricht... door datzelfde woord van de Schrift... heilzaam gevoed en verfrist wordt”. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 10.14 Vgl. Congregatie voor de Clerus, Algemeen directorium voor de catechese, Directorium Catechisticum Generale (11 apr 1971), 45. waar de voornaamste en bijkomende bronnen van de catechese worden gesitueerd

Spreken over Traditie en Schrift als bron van catechese betekent meteen bevestigen dat deze helemaal doordrongen en doortrokken moet zijn van een Bijbelse en evangelische denkwijze, geest en opvatting, dit dan aan de hand van een voortdurend contact met de teksten zelf. Maar het betekent ook in herinnering roepen dat de catechese des te rijker en geslaagder is, naarmate zij die teksten leert lezen met de geest en het hart van de Kerk, en zich laat leiden door de woorden en het werk van tweeduizend jaar kerkleven.

Het onderricht, de liturgie en het leven van de Kerk komen voort uit de overvloed van deze bron en wijzen weer naar haar terug. Dit alles staat onder de leiding van de Pastores, van het leergezag dat hun door de Heer werd toevertrouwd.

Het “Credo”: geprivilegieerde weergave van de leer

Een geprivilegieerde formulering van de levende erfenis, die zij onder hun hoede kregen, vindt men in het Credo, of, om het juister te zeggen, in de Symbola, die in crisismomenten teruggrepen naar het geloof van de Kerk aan de hand van uitstekende samenvattingen.

In de loop der eeuwen was de “overdracht van het Symbolum” (of van de geloofssamenvatting) een belangrijk onderdeel van de catechese, direct gevolgd door de overdracht van het Onze Vader. Deze zinvolle rite is in onze dagen weer ingevoerd in de catechumenale catechese. (58) Dient haar gebruik, aangepast aan onze tijden niet uitgebreid te worden? Zo kon een belangrijke stap onder vele andere in het volle licht geplaatst worden, een stap waarbij de nieuwe leerling van Christus met volle helderheid van geest en met heel de kracht van zijn hart die inhoud aanvaardt die later ernstig zal uitgediept worden.

Mijn voorganger Paulus VI heeft in het H. Paus Paulus VI - Motu Proprio
Solemni hac liturgia - Credo van het Volk van God
Sollemnis Professio Fidei - Ter afsluiting van het jaar van het geloof
(30 juni 1968)
, uitgegeven bij de afloop van het negentiende eeuwfeest van de marteldood van Petrus en Paulus, de voornaamste beginselen van het katholieke geloof bijeengebracht, vooral dan de gegevens die duidelijk een grotere moeilijkheid meebrachten of gevaar liepen verkeerd begrepen te worden. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de jongeren in Gniezno over "Bogurodzica", De christelijke inspiratie in de Poolse cultuur (3 juni 1979). Naast deze belangrijke geloofsbelijdenissen van het leergezang, kan men ook verwijzen naar het volksgeloof dat traditioneel ingeburgerd is in de christelijke cultuur van sommige landen, verg. wat wij op 3 juni 1979 gezegd hebben tot de jongeren van Gniezno over het leergezang, “Bogurodzica”: "Dit is niet alleen een gezang, maar ook een geloofsbelijdenis, een symbolum van het “Poolse Credo”. Het is catechese en ook een document van de christelijke traditie. Daar staan de geloofswaarheden en de beginselen van de moraal bijeen. Het is niet alleen een of ander historisch gegeven; het is een levensdocument. Dit lied wordt ook “de Poolse Catechismus” genoemd: verg. AAS 71 (1979) blz. 754. Hier vindt men zeker een aanwijzing voor de inhoud van de catechese.

Niet te verwaarlozen elementen

Door dezelfde Paus zijn in het derde deel van zijn apostolische aansporing H. Paus Paulus VI - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Evangelii Nuntiandi
Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld
(8 december 1975)
“de wezenlijke hoofdzaken of de levende substantie” van de evangelisatie vermeld. H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 25 De catechese moet elk van die elementen, evenals de vitale synthese waarin zij samengebracht werden, voor ogen blijven houden. H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 26.39 Vgl. Congregatie voor de Clerus, Algemeen directorium voor de catechese, Directorium Catechisticum Generale (11 apr 1971), 47-69. “de krachtlijnen van de christelijke boodschap” worden hier meer systematisch uiteengezet, waar men bovendien de norm vindt voor wat wezenlijk is in de inhoud van de catechese.

Ik kan me hier dus beperken tot het opfrissen van slechts enkele punten. Vgl. Congregatie voor de Clerus, Algemeen directorium voor de catechese, Directorium Catechisticum Generale (11 apr 1971), 37-46. Men houde ook rekening met dit hoofdstuk dat hierover gaat Iedereen begrijpt bijvoorbeeld hoe belangrijk het is aan een kind, een jongere of een volwassen gelovige uit te leggen “wat een mens van God kan weten”; (Rom. 1, 19) op een of andere wijze tot hem te kunnen zeggen: “wat gij vereert zonder het te kennen, dat kom ik U verkondigen” (Hand. 17, 23) Het is belangrijk hun in het kort Vgl. Ef. 3, 3 het mysterie van Gods Woord duidelijk te maken: dat Woord is mens geworden en heeft het heil der mensen hersteld door zijn Pascha, dat is door zijn dood en verrijzenis; eveneens door zijn prediking en door de tekens die Hij voltrok, alsook door de sacramenten van zijn blijvende tegenwoordigheid onder ons. De synodevaders waren goed geïnspireerd, toen zij vroegen ervoor te waken, dat Christus niet herleid werd tot zijn mensheid en zijn boodschap tot haar puur aardse dimensie, maar dat Hij erkend zou worden als Zoon van God de middelaar door wie wij in de H. Geest vrije toegang hebben tot de Vader. Vgl. Ef. 2, 18

Voor het oog van geest en hart moet de catecheet ook, in het heldere licht van het geloof, het sacrament ontvouwen van Gods tegenwoordigheid, het mysterie van de Kerk: weliswaar een vergadering van zondige mensen maar tegelijk ook van mensen die geheiligd zijn en Gods familie vormen, door de Heer bijeengebracht onder leiding van hen, die “de H. Geest tot leiders heeft aangesteld om Gods Kerk te hoeden.” (Hand. 20, 28)

Eveneens is het van belang te onderrichten, dat de geschiedenis van het menselijk geslacht met de eigen kenmerken van genade en zondigheid, van grootheid en ellende, door God is opgenomen in zijn Zoon Jezus Christus en “reeds een aanduiding geeft van de nieuwe tijd.” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 39

Men behoort tenslotte zonder enige dubbelzinnigheid de eisen duidelijk maken, die horen bij wat de Apostel graag noemde “de nieuwheid van leven” (Rom. 6, 4) “de nieuwe schepping “, (2 kor. 5,17) bestaan in Christus, Vgl. 2 Kor. 5, 17 “eeuwig leven in Christus Jezus” (Rom. 6, 23). Een dergelijk bestaan is niet alleen met offer maar ook met vreugde verweven, en betekent dan in feite niets anders dan een leven in deze wereld, maar in overeenstemming met de zaligsprekingen en bestemt tot voortzetting en omvorming in de hemel.

Vandaar het belang in de catechese om de persoonlijk morele eisen in overeenstemming te brengen met het Evangelie, het belang van christelijke houdingen ten opzichte van het leven en de wereld, of die nu heldhaftig zijn of heel eenvoudig. Wij spreken dan van christelijke en evangelische deugden. Vandaar ook de aandacht voor de inzet van de mens in dienst van zijn volledige bevrijding, Vgl. H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 30-38 voor het zoeken naar een meer solidaire en broederlijke maatschappij, voor de strijd om gerechtigheid en opbouwen van vrede. De catechese zal binnen haar opdracht om het geloof op te voeden niet voorbijgaan aan die realiteiten, maar ze integendeel zoals het hoort duidelijk toelichten.

Toch mag men van de andere kant niet menen dat deze doelstelling van de catechese volledig nieuw is. Want reeds in de tijd van de kerkvaders hebben de H. Ambrosius en de H. Johannes Chrysostomus - om slechts die twee te noemen - de sociale implicaties van de eisen van het Evangelie in het licht gezet. Dichter bij ons: de catechismus van de H. Pius X noemt met name als zonden die de wraak van God afroepen, de verdrukking van de armen en het onthouden van rechtvaardig loon aan de arbeiders. Vgl. H. Paus Pius X, Motu Proprio, Catechismus maior (1 jan 1908). deel V, c. 6, nrs. 965-966 Vooral na de encycliek Paus Leo XIII - Encycliek
Rerum Novarum
Over kapitaal en arbeid
(15 mei 1891)
wordt de zorg voor de sociale problematiek met gloed uiteengezet in het catechetisch onderricht van de Pausen en de bisschoppen. Meerdere synodevaders hebben terecht keer op keer gevraagd dat het sociale erfgoed, besloten in de documenten van de Kerk, op juiste en passende wijze zou worden aangewend in de algemene vorming van de gelovigen.

De integriteit van de inhoud
Wat betreft de inhoud van de catechese zijn er drie zaken, die op onze dagen een nauwgezette aandacht verdienen.

De eerste daarvan heeft betrekking op de integriteit van de inhoud. Met het oog op de volmaakte overgave Vgl. Fil. 2, 17 aan het geloof, heeft hij die leerling van Christus wordt, het recht “het woord van het geloof” (Rom. 10, 8) integraal te ontvangen: niet verminkt, niet vervalst en niet gebrekkig, maar volledig en ongerept, in heel zijn strengheid en kracht. In een of ander punt de integriteit van de boodschap geweld aandoen, betekent de catechese uithollen en de vruchten ervan in gevaar brengen die Christus en de kerkgemeenschap er terecht van mogen verwachten. Zonder twijfel is het geen toeval dat Jezus' opdracht in het Evangelie van Mattheus een totaliteit aanduidt: “Mij is alle macht gegeven... maakt alle volkeren tot mijn leerlingen... door hun te leren alles te onderhouden... Ik ben met u alle dagen.” Als een mens op zoek is naar “de verhevenheid van de kennis van Jezus Christus” (Fil. 3, 8) die hem in het geloof wordt aangeboden, en als in hem - misschien wel onbewust - het verlangen leeft Christus meer en beter te leren kennen volgens een onderricht “naar de waarheid die in Jezus is” (Ef. 4, 20-21) mag hem onder geen enkel voorwendsel enig deel van die kennis onthouden worden. Wat zal het voor een catechese zijn, waar geen plaats gegeven wordt aan de schepping van de mens en aan zijn zonde, aan het verlossingsplan van onze God, de lange en liefdevolle voorbereiding alsook de realisatie daarvan, aan de menswording van Gods Zoon, aan Maria - de onbevlekte maagd en Moeder Gods, die met lichaam en ziel opgenomen is in de hemelse glorie - en aan haar rol in het heilsmysterie, aan het geheim der goddeloosheid dat zijn werking doet voelen in ons leven, (2 Tess. 2, 7) de kracht van God die ons daarvan bevrijdt, aan de noodzaak van boete en ascese, aan de sacramentele en liturgische riten, aan de waarachtigheid van de eucharistische tegenwoordigheid, aan het deelhebben aan het goddelijk leven reeds hier op aarde en ook over de dood heen, enzovoorts? Een catecheet, die deze naam echt verdient, zal nooit naar eigen willekeur een selectie maken in de geloofsschat naargelang zaken die hij wel of niet belangrijk vindt, zodanig dat hij het ene in zijn onderricht opneemt en aan het andere voorbijgaat.

Door middel van aangepaste pedagogische methodes
Op de tweede plaats moet het volgende opgemerkt worden. Het kan gebeuren dat in de huidige omstandigheden van de catechese methodische of pedagogische overwegingen ervoor pleiten dat rijkdommen van de inhoud der catechese liever langs deze of gene weg over te dragen. Ook heft de zorg voor integriteit niet het minst de nood aan evenwichtig oordeel noch de aandacht voor het organisch en hiërarchisch karakter van de leer op. Dit betekent dat aan de afzonderlijke te onderwijzen waarheden, door te geven normen en aan te wijzen christelijke wegen het respectieve belang en betekenis moet gehecht worden dat hun binnen het geheel toekomt. Het kan ook gebeuren, dat voor sommige mensen of groepen van mensen de ene taal beter is om de inhoud over te dragen, dan de andere. Een keuze is echter slechts in zoverre toegestaan, als zij niet wordt ingegeven door min of meer subjectieve theorieën of vooroordelen en gekleurd door een bepaalde ideologie, maar integendeel geïnspireerd wordt door de nederige zorg om die leer, die intact moet blijven, beter bespreekbaar te maken. De leermethode en de taal moeten inderdaad ondergeschikt blijven: instrumenten, waarmee “woorden van eeuwig leven” (Joh. 6, 69) Vgl. Hand. 5, 20 Vgl. Hand. 7, 33 of “wegen van leven” Vgl. Hand. 2, 28. Waar de woorden van Ps. 16, 11 aangehaald worden in hun geheel en niet ten dele worden medegedeeld.
Oecumenische dimensie van de catechese
De grote beweging, op inspiratie ongetwijfeld van de Geest van Jezus, die sinds verscheidene jaren de katholieke Kerk aanzet om samen met andere christelijke Kerken of godsdiensten te zoeken naar een herstel van de door Jezus gewenste volmaakte eenheid, brengt ons ertoe het oecumenische karakter van de catechese te behandelen. Deze beweging heeft heel haar kracht geput uit het Tweede Vaticaans Concilie Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964) en heeft na dit concilie in de Kerk meer ruimte gekregen, hetgeen duidelijk wordt in een opvallend aantal feiten en initiatieven die reeds door allen gekend zijn.

Stellig kan de catechese niet vreemd blijven tegenover deze oecumenische dimensie, terwijl alle gelovigen, ieder naar eigen bekwaamheid en positie in de Kerk, worden uitgenodigd ook zelf deel te nemen aan die beweging naar eenheid. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 5 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 15 Vgl. Congregatie voor de Clerus, Algemeen directorium voor de catechese, Directorium Catechisticum Generale (11 apr 1971), 27

Hoe zal de catechese een oecumenische inslag hebben? Als zij, enerzijds niet ophoudt te verkondigen dat de volheid van de geopenbaarde waarheden en de door Christus ingestelde heilsmiddelen te vinden zijn in de katholieke Kerk, Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 3-4 maar dit anderzijds doet met oprechte eerbied door woord en daad voor de kerkelijke gemeenschappen die nog niet in volmaakte gemeenschap leven met de Kerk.

In die context is het van zeer groot belang, dat een juist en eerlijk beeld wordt gegeven van de andere kerken en kerkelijke gemeenschappen, van wier hulp de Geest van Christus zich wil bedienen bij het brengen van het heil. “Bovendien kunnen van de elementen of waarden die alle samen de Kerk opbouwen en met leven vervullen, er enige of zelfs zeer vele en uiterst belangrijke ook voorkomen buiten de zichtbare omheining van de katholieke Kerk.” 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 3 Een eerlijk beeld van die kerken zal enerzijds de katholieken helpen een dieper inzicht te krijgen in het eigen geloof, en anderzijds de christelijke broeders beter leren kennen en waarderen om zo gemakkelijker samen de weg te kunnen zoeken, die leidt naar de eenheid van de volledige waarheid. Natuurlijk zal de wederzijdse kennismaking ook aan niet-katholieken hulp bieden om de katholieke Kerk beter te begrijpen en te waarderen, met inbegrip van haar overtuiging dat zij “het algemene principe van heil” is.

De catechese vertoont bovendien een oecumenisch aspect, als zij een oprecht verlangen naar de eenheid zal oproepen en voeden, meer nog als zij aanzet tot ernstige inspanningen daarvoor. Daaronder valt ook de ijver om zichzelf nederig door het vuur van de H. Geest te laten reinigen. Zo worden de wegen naar de eenheid vrijgemaakt, niet naar een gemakkelijk irenisme, samengesteld uit weglatingen en leerstellige concessies, maar integendeel naar de volmaakte eenheid, op het ogenblik en volgens de wegen die de Heer kent. Tenslotte zal de catechese oecumenisch zijn, als zij kinderen, jonge mensen en katholieke volwassenen helpt omgaan met niet katholieken, hen leert daarbij de eigen katholieke identiteit te affirmeren en eerbied voor het geloof van anderen.

Oecumenische samenwerking op het gebied van catechese
Wanneer er meerdere godsdiensten samen voorkomen, kan het gebeuren dat de bisschoppen het gunstig of zelfs noodzakelijk achten op het gebied van de catechetische activiteit een samenwerking tot stand te brengen tussen katholieken en andere christenen, ter aanvulling van het gewone onderricht dat aan de katholieken in ieder geval moet worden gegeven.

Deze experimenten hebben een theologische grondslag in de elementen die gemeenschappelijk zijn aan alle christenen. (86) Maar die gemeenschap tussen katholieken en andere christenen is niet volledig en volmaakt. Er kunnen zelfs in bepaalde gevallen zeer grote meningsverschillen bestaan. Daarom is het logisch dat de samenwerking waarover wij het hadden krachtens haar eigen aard beperkt is. Op geen enkele wijze mag zij dan ook een reductie insluiten tot een gemeenschappelijk minimum. De catechese houdt bovendien niet alleen de overdracht van de leer in, maar eveneens de inwijding in het hele christelijke leven, met inbegrip van de volledige deelname aan de sacramenten van de Kerk. Daarom moet men, waar deze samenwerking in de catechese reeds in gebruik is, ervoor waken dat de vorming van de katholieken in de Kerk volledig veilig wordt gesteld wat betreft de leer en het christelijk leven.

Tijdens de Synode hebben enkele bisschoppen gewezen op gevallen, die naar hun zeggen steeds meer voorkomen. Door een beslissing van de burgerlijke autoriteiten of door andere omstandigheden wordt in de scholen van sommige landen onderricht gegeven betreffende de christelijke godsdienst waarbij zowel de gebruikte boeken, de lestijden en zo meer, gemeenschappelijk zijn voor katholieken en niet-katholieken. Het hoeft nauwelijks gezegd te worden dat dit geen echte catechese is. Maar een dergelijk onderwijs kan oecumenische waarde hebben, als de katholieke leer er maar getrouw in wordt weergegeven. Waar de omstandigheden dringend vragen om een dergelijke vorm van onderricht, moet men langs andere wegen en zeker met extra grote zorgvuldigheid zorgen voor een echte katholieke catechese.

Probleem van handboeken over de verschillende godsdiensten
In de lijn van het voorgaande, hoewel vanuit een andere optiek, moet nog een ander bedenking gemaakt worden. Het komt immers voor, dat scholen aan hun leerlingen boeken verstrekken, waarin ter bevordering van de menselijke cultuur - historisch, moreel of literair -, verschillende godsdiensten onder de aandacht worden gebracht waaronder de katholieke. Een objectieve uiteenzetting omtrent de geschiedkundige feiten van de verschillende godsdiensten en de diverse christelijke belijdenissen, kan in dit verband stellig bijdragen tot een betere wederzijdse verstandhouding. Men moet dan toch wel waakzaam zijn en zich alle moeite getroosten, opdat de voorstelling objectief zou gebeuren, beveiligd tegen ideologische en politieke systemen of tegen pseudowetenschappelijke vooroordelen, die gewoonlijk een juist begrip ervan verdraaien.

Hoe dan ook, deze handleidingen kunnen zeker niet beschouwd worden als catechetische werken. Men mist daarin immers het getuigenis van gelovigen die aan andere gelovigen onderricht willen geven in het geloof. Ook ontbreekt hier het begrip voor de christelijke mysteries en specificiteit van de katholieke godsdienst die begrepen wordt, vanuit de kern van het geloof.

Document

Naam: CATECHESI TRADENDAE
Catechese geven in onze tijd
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 16 oktober 1979
Copyrights: © 1980, Wereldkerkdocumenten nr. 7
Bewerkt: 3 november 2020

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam