• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De zending van de apostelen
Het beeld van de onderwijzende Christus, stond onuitwisbaar gegrift in de geest van de twaalf apostelen en de eerste leerlingen. De opdracht: “Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen” (Mt. 28, 19) gaf richting aan heel hun leven. Hiervan getuigt de H. Johannes in zijn Evangelie, wanneer hij de woorden van Jezus weergeeft: “Ik noem U geen dienaars meer, want de dienaar weet niet wat zijn heer doet, maar u heb ik vrienden genoemd, want Ik heb U alles meegedeeld wat Ik van de Vader heb gehoord.” (Joh. 15, 15) Zij kozen niet zelf Jezus te volgen, maar Jezus koos hen uit, hield hen met zich verbonden, en gaf hen reeds voor Pasen de taak om op tocht te gaan en vruchten voort te brengen, die blijvend zijn. Vgl. Joh. 15, 16 Na de verrijzenis zond Hij hen openlijk uit om onder alle volkeren leerlingen voor Hem te werven. Heel het boek van de Handelingen der Apostelen getuigt, dat zij trouw zijn geweest aan de ontvangen roeping en zending. De leden van de eerste christelijke gemeenschap “legden zich ernstig toe op de leer van de apostelen, bleven trouw aan het gemeenschappelijk leven en ijverig in het breken van het brood en het gebed.” (Hand. 2, 42) Men vindt hier ongetwijfeld reeds het duurzame beeld van de Kerk: puttend uit de bron van het onderricht der apostelen, vindt zij in Gods woord leven en groei; dit woord viert zij in het eucharistisch offer; en hiervan legt zij getuigenis af in de wereld door daadwerkelijke liefde. De bedrijvige inspanning van de apostelen kwam hun tegenstanders verdacht voor. Zij waren er verontwaardigd over “dat zij het volk onderricht gaven” (Hand. 4, 2) en verboden hen nog ooit iets te zeggen of te leren met een beroep op Jezus' naam. Vgl. Hand. 4, 18 Vgl. Hand. 5, 28 Wij weten echter dat de apostelen van mening waren, dat het juist op dit terrein meer gerechtvaardigd was naar God dan naar mensen te luisteren. Vgl. Hand. 4, 19
De catechese in de apostolische tijd

De apostelen aarzelen niet tijdig anderen te laten deelnemen aan het dienstbetoon van het apostolaat. Vgl. Hand. 1, 25 Zij dragen aan hun opvolgers de taak van het onderricht over. Ook vertrouwen zij haar toe aan de diakens, vanaf hun aanstelling: Stefanus “vol genade en kracht” treedt voortdurend als leraar op, gedreven door de wijsheid van de Geest. Vgl. Hand. 6, 8 e.v. Vgl. Hand. Hand. 8, 26; het verhaal over Filippus, die onderricht gaf aan de dienaar van de koningin der Ethiopiërs: Hand. 8, 26, e.v. Bovendien maken de apostelen “ vele anderen “ Vgl. Hand. 15, 35 tot deelgenoten aan hun leraarsambt. En zelfs eenvoudige christenen, door de storm van de vervolging verspreid, “trokken rond en verkondigden het woord van de blijde boodschap”. (Hand. 8, 4) De H. Paulus echter is veruit de voornaamste heraut van deze boodschap, vanaf de stad Antiochië tot in Rome. Het laatste beeld, dat de Handelingen van de Apostelen van hem schilderen tijdens zijn verblijf in Rome, toont hem terwijl hij het Rijk Gods predikt en onderricht geeft in de leer over de Heer Jezus Christus in alle vrijmoedigheid.” Vgl. Hand. 28, 31 Zijn vele brieven zijn bovendien een voortzetting en heldere uitleg van zijn leer. Ook de brieven van Petrus, Johannes, Jacobus en Judas zijn getuigenissen van de catechese in de apostolische tijd.

De Evangeliën die, voordat zij opgeschreven werden, reeds een samenhangend geheel vormden van de mondelinge leer, voor de christelijke communiteiten, vertonen zelf min of meer duidelijke een zekere catechetische structuur. Werd het verhaal van Mattheus niet het evangelie van de catecheet genoemd en dat van Marcus het evangelie van de catechumeen?

Bij de kerkvaders
De Kerk zet de leeropdracht van de apostelen en hun eerste medewerkers voort. Zelf in de leer bij de Heer, wordt zij dan ook terecht "Moeder en Lerares" [[[90|1|De Kerk is "Moeder", omdat zij door het doopsel onophoudelijk nieuwe kinderen voortbrengt en bewerkt dat Gods familie groeit; zij is echter "lerares", omdat zij zorgt dat de kinderen door de genade van het doopsel groeien, doordat zij hun geloofszin voedt met de waarheden van het geloof]]] genoemd. Het tijdvak na de apostelen heeft, van Clemens van Rome tot Origines, uitstekende werken laten ontstaan. Daarna gebeurt er iets merkwaardigs: invloedrijke bisschoppen en pastores, vooral in de derde en vierde eeuw, beschouwen het als een voornaam onderdeel van hun bisschopstaak instructies te geven of catechetische verhandelingen te schrijven. Het is de tijd van Cyrillus van Jeruzalem, Johannes Chrysostomus, Ambrosius en Augustinus. Toen ontstonden uit de pen van zoveel kerkvaders de geschriften, die wij nu nog bewonderen als voortreffelijke voorbeelden.

Het is onmogelijk hier zelfs maar in het kort in herinnering te roepen, hoe de catechese een steun is geweest voor de verspreiding en verbreiding van de Kerk, in wisselende tijden, in alle landen en omstandigheden, en in een grote verscheidenheid van menselijke culturen. Zeker, moeilijkheden ontbraken nooit. Maar het woord des Heren volbracht door de eeuwen heen zijn luisterrijke loop, zoals de apostel Paulus het uitdrukt. Vgl. 2 Tim. 3, 1

De Concilies en de missionaire activiteit

Het dienstbetoon van de catechese putte steeds nieuwe kracht uit de concilies. Het Concilie van Trente is hierbij een lichtend voorbeeld. In constituties en decreten verleende het aan de catechese de eerste plaats. Het was bron en oorsprong van de “Catechismus-Compendium
Catechismus Romanus Concilii Tridentini
Catechismus van het Concilie van Trente ()
”, een belangrijk werk dat naar dit concilie genoemd wordt en ten behoeve van de priesters een samenvatting geeft van de christelijke leer en van de traditionele theologie. Het heeft in de Kerk gezorgd voor een uitstekende organisatie van de catechese. De priesters stimuleerde het om hun catechetische taak te behartigen. Het leidde dank zij de inzet van heilige theologen als Carolus Borromeo, Robertus Bellarmino en Petrus Canisius tot de uitgave van catechismussen, die voor hun tijd echte modellen waren. Moge het Tweede Vaticaans Concilie in staat zijn een gelijkaardige inspanning en arbeid op te roepen in deze tijd!

De missionering vormt evenzeer een uitmuntend terrein om de catechese tot haar recht te laten komen. Zo heeft het volk van God bijna tweeduizend jaar lang niet opgehouden zichzelf op te voeden in het geloof, volgens vormen die aangepast zijn aan de verschillende omstandigheden van de gelovigen en aan de veelvoudige kerkelijke mogelijkheden.

Het is aldus duidelijk dat de catechese nauw verbonden en verweven is met heel het leven van de Kerk. Van haar vooral immers hangt niet alleen de plaatselijke verbreiding van de Kerk af en haar groei in aantal, maar veel meer nog haar innerlijke groei en haar overeenstemming met Gods plan. Uit de vele lessen die te trekken zijn uit de ervaringsgegevens van de kerkgeschiedenis, verdienen er ongetwijfeld enkele nader belicht te worden.

Catechese: recht en plicht van de Kerk
Voor alles is het duidelijk dat de catechese steeds een heilige plicht van de Kerk is geweest en ook een blijvend recht, waarvan zij geen afstand kan doen. Van de ene kant geldt het zeker als een plicht. Die plicht hangt samen met Gods opdracht en verplicht vooral wie in het Nieuwe Verbond de roeping hebben aanvaard van het pastorale ambt. Van de andere kant mag men ook spreken van een recht. Want van theologisch standpunt uit, heeft iedere gedoopte - juist op grond van zijn doopsel - in gelijke mate het recht om van de Kerk dat onderricht en die opvoeding te ontvangen, die hem zal helpen tot een echt christelijk leven te komen. Gelet op de rechten van de mens heeft iedere menselijke persoon het recht de godsdienstige waarheid te zoeken en haar vrij te aanvaarden - dat wil zeggen: “alle mensen moeten vrij zijn van dwang van de zijde van afzonderlijke personen of sociale groeperingen en van welke menselijke macht ook, en wel zo dat in zake van godsdienst niemand gedwongen wordt tegen zijn geweten in te handelen en ook niemand belemmerd wordt overeenkomstig zijn geweten te handelen.” 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de godsdienstvrijheid - Het recht van de persoon en van de gemeenschappen op sociale en burgerlijke vrijheid in godsdienstige aangelegenheden, Dignitatis Humanae (7 dec 1965), 2

De catechetische activiteit moet zich dus kunnen ontwikkelen onder gunstige omstandigheden van tijd en plaats, met gebruik van de algemene communicatiemiddelen en van aangepaste hulpmiddelen, en zonder enige discriminatie ten aanzien van de ouders, en van hen die catechese ontvangen of ze geven. Tegenwoordig wordt dit recht ongetwijfeld meer en meer erkend, althans naar zijn voornaamste principes, zoals internationale verklaringen en afspraken getuigen. In die teksten kan men - ongeacht eventuele grenzen van interpretatie - het geweten beluisteren van een groot deel van de hedendaagse mensheid. (44) Toch wordt ditzelfde recht in veel staten zo geschonden, dat catechese geven of ontvangen er een strafbaar vergrijp wordt. Met kracht verhef ik dus mijn stem, samen met de vaders van de synode, tegen iedere onrechtvaardige discriminatie op het vlak van de catechese. En ik richt opnieuw een dringende oproep tot alle verantwoordelijken om volledig afstand te nemen van alle dwangmaatregelen, die in het algemeen de menselijke vrijheid en in het bijzonder de godsdienstige vrijheid onderdrukken.

Taak met voorrang

De tweede les betreft de plaats zelf die de catechese inneemt te midden de vele pastorale projecten en inspanningen. Zowel de lokale als de universele Kerk moet aan de catechese prioriteit verlenen boven andere werken en initiatieven, ook die met schijnbaar meer zichtbare resultaten. Hoe meer zij dit doet, des te meer ontdekt zij in de catechese een versteviging van haar innerlijk leven als gelovige gemeenschap, en van haar activiteiten naar buiten toe, waaronder haar missionair elan. Nu deze twintigste eeuw ten einde gaat, wordt de Kerk uitgenodigd door God en door de loop der gebeurtenissen - die even zovele oproepen van Zijn kant betekenen - om het vertrouwen in de catechetische activiteit te hernieuwen als in haar aller voornaamste opdracht. De Kerk wordt er toe aangezet haar beste krachten aan mensen en energie te reserveren voor de catechese, zonder daarbij initiatief, arbeid en kosten te sparen bij de begeleiding en opleiding van het catechetisch personeel. Die uitspraak berust niet op menselijke berekening. Zij spreekt een geloofshouding uit. En een geloofshouding refereert naar de trouw van God zelf, die nooit nalaat zijn antwoord te geven.

Gemeenschappelijke en gedifferentieerde verantwoordelijkheid

Derde les- steeds was de catechese - en zij zal dat ook blijven - een werk waarvoor heel de Kerk van harte verantwoordelijkheid draagt. Maar de afzonderlijke leden hebben onderscheiden taken naar gelang van ieders roeping. Juist vanwege hun ambt oefenen de Pastores op verschillende niveaus het hoogste gezag uit bij het promoveren, oriënteren en coördineren van de catechese. De paus van zijn kant is er zich heel goed bewust van, dat het belangrijkste aandeel in materie voor hem is weggelegd: het bezorgd hem zorgen en onrust, maar hij vindt er ook een bron in van vreugde en hoop. Verder hebben de priesters, de mannelijke en vrouwelijke religieuzen in de catechese heel zeker een vruchtbaar apostolaatsveld. Vanuit een andere levensstaat vervullen de ouders een onvervangbare catechetische rol. Ik vermeld verder de leraars, de verschillende bedieningen in de Kerk, de catecheten en allerlei sociale werkers. Iedereen op zijn eigen niveau heeft een welomschreven opdracht bij de vorming van het gelovig bewustzijn, wat de vitaliteit van de Kerk zal bevorderen om nog niet te spreken van de weerslag op het leven van de maatschappij zelf. Een van de beste vruchten van de algemene vergadering van de synode, geheel gewijd aan catechese, zou ongetwijfeld zijn: in heel de Kerk en in elk van haar sectoren een levend en actief bewustzijn wakker roepen ten aanzien van die gedifferentieerde maar samen gedragen verantwoordelijkheid.

Voortdurende en evenwichtige vernieuwing

Tenslotte heeft de catechese nood aan voortdurende vernieuwing. Die vernieuwing staat op de verbreding van de opvatting omtrent catechese zelf, op haar pedagogische methodes, op het zoeken naar een aangepaste taal en op het gebruik van nieuwe middelen voor de overdracht van haar boodschap. Die vernieuwing is echter niet steeds even waardevol. De synodevaders onderkenden dan ook met de nodige realiteitszin niet alleen een onloochenbare vooruitgang in de vitaliteit van het catechiseren, gepaard aan veelbelovende initiatieven, maar eveneens beperkingen en zelfs 'tekosrtkomingen' in wat tot nu toe tot stand kwam. Bisschoppensynodes, Naar aanleiding van de Bisschoppensynode over Catechese in onze tijd, Boodschap aan het Volk van God over de catechese (28 okt 1977), 1.4 Die beperkingen kunnen zeer ernstig genoemd worden, wanneer zij de integriteit van de leer in gevaar brengen. De Bisschoppensynodes
Boodschap aan het Volk van God over de catechese
Naar aanleiding van de Bisschoppensynode over Catechese in onze tijd
(28 oktober 1977)
noemt bepaalde zaken bij hun naam: "Een tot sleur geworden herhaling die zich tegen iedere verandering verzet, en een ondoordachte improvisatie, die er roekeloos op los gaat, zijn beide even gevaarlijk." Bisschoppensynodes, Naar aanleiding van de Bisschoppensynode over Catechese in onze tijd, Boodschap aan het Volk van God over de catechese (28 okt 1977), 6 Vastgeroeste sleur op platgetreden wegen bewerkt loomheid en verlamming, en tenslotte volslagen blokkering. Maar geïmproviseerd en ondoordacht optreden brengt verwarring teweeg bij de mensen die catechese volgen - en bij hun ouders, als het om kinderen gaat veroorzaakt allerlei dwalingen en leidt tot het verbrokkelen en tenslotte tot het totaal verloren gaan van de eenheid. Daarom is het van belang dat de Kerk ook nu zoals op andere momenten van haar geschiedenis, getuigt van wijsheid, sterkte en evangelische trouw, wanneer zij nieuwe wegen en methodes van catechetisch onderricht zoekt en ontwerpt.

Document

Naam: CATECHESI TRADENDAE
Catechese geven in onze tijd
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 16 oktober 1979
Copyrights: © 1980, Wereldkerkdocumenten nr. 7
Bewerkt: 30 april 2020

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam