• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
CATECHESI TRADENDAE
Catechese geven in onze tijd
HOOFDSTUK 1  -  Wij hebben slechts één meester, Jezus Christus

HOOFDSTUK 1 - Wij hebben slechts één meester, Jezus Christus

In contact brengen met de persoon Christus
De vierde algemene vergadering van de bisschoppensynode heeft bij herhaling in het licht geplaatst, dat iedere authentieke catechese christocentrisch is. Wij kunnen vasthouden aan de twee betekenissen van dit woord, die niet tegengesteld zijn of elkaar uitsluiten maar veeleer elkaar oproepen en aanvullen. Men moet allereerst met nadruk verklaren dat in het centrum van de catechese een persoon staat: Jezus van Nazareth, "de Eniggeborene van de Vader, vol genade en waarheid" Vgl. Joh. 1, 14 ; die geleden heeft en voor ons gestorven is; en die nu, als verrezene altijd met ons leeft. Hij is “de weg, de waarheid en het leven”. (Joh. 14, 6) Christelijk leven betekent dan ook in wezen Hem volgen, “navolging van Christus”. Het wezenlijke en allereerste onderwerp van de catechese is - om een woord te gebruiken dat dierbaar is aan de H. Paulus en de theologen van deze tijd - "het mysterie van Christus". Catechese geven betekent iemand op een of andere wijze er toe brengen, dat hij met dit mysterie in al zijn dimensies geconfronteerd wordt. Het betekent “de volvoering van het geheim in het licht stellen,... om met alle heiligen te vatten, wat de breedte en lengte en hoogte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus die alle kennis te boven gaat, de volheid bereiken die de volheid van God zelf is”. (Ef. 3, 9. 18-19) De catechese zal in de persoon van Christus heel Gods eeuwig raadsbesluit open leggen, dat in die persoon in vervulling is gegaan. Zij zal er naar streven de betekenis te begrijpen van de gebaren en woorden van Christus, alsook van de tekenen die Hij heeft verricht, aangezien deze zijn mysterie tegelijk versluieren en openbaren. Als catechese zo wordt opgevat, is haar uiteindelijke doelstelling, dat iemand niet alleen in aanraking komt met Jezus Christus maar tenslotte ook komt tot gemeenschap met Hem, ja tot intieme omgang. Want Hij alleen kan iemand leiden naar de liefde van de Vader in de Geest en ons laten deelnemen aan het leven van de Allerheiligste Drie-enheid.
De leer van Christus doorgeven
Dat christocentrisme betekent echter ook, dat elkeen in de catechese niet zijn eigen leer of die van een andere leraar wil overdragen, maar de leer van Jezus Christus, de waarheid die Hij ons meedeelt of - nauwkeuriger gezegd - de waarheid die Hij zelf is. Vgl. Joh. 14, 6 In de catechese wordt Christus onderwezen, het vleesgeworden Woord en de Zoon van God, en al het andere slechts voor zover het op Hem betrekking heeft; alleen Christus is de leraar en iemand anders slechts in zover hij zijn bode of tolk is, door wiens mond Christus spreekt. Iedere catecheet dus, welk ambt hij ook in de Kerk bekleedt, moet er met zorg naar streven, dat hij door zijn onderricht en door zijn manier van optreden de leer en het leven van Jezus overdraagt. Hij mag de aandacht en ook de volgzaamheid van geest en hart van zijn leerling niet binden aan zijn eigen persoon of aan zijn persoonlijke meningen en houdingen; vooral mag hij zijn persoonlijke meningen of voorkeuren niet aan anderen opleggen als weergave van de leer van Christus en van zijn levenslessen. Iedere catecheet moest deze diepzinnige woorden van Christus op zichzelf toepassen: “Mijn leer is niet van Mij maar van Hem, die Mij gezonden heeft”. (Joh. 7, 16). Vgl. Joh. 3, 34 Vgl. Joh. 8, 28 Vgl. Joh. 12, 49-50 Vgl. Joh. 14, 24 Vgl. Joh. 17, 8.14 Ditzelfde deed de H. Paulus, toen hij een uiterst belangrijke vraag behandelde: “zelf heb ik immers van de Heer de overlevering ontvangen, die ik U op mijn beurt heb doorgegeven.” (1 Kor. 11, 23) H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 4.15.78.79. het woord "tradendi", dat de H. Paulus op deze plaats gebruikt, wordt in de Apostolische Aansporing Evangelii Nuntiandi vaker gebruikt om de activiteit van de evangeliserende Kerk aan te duiden Welk een liefdevol contact met Gods woord, bemiddeld door het leergezag van de Kerk, is er niet nodig, welk een intiem omgaan met Christus en de Vader, wat een volgehouden gebedspraktijk, welke onthechting aan zichzelf is er niet nodig opdat de catecheet zou kunnen zeggen: “Mijn leer is niet van mij”!
Christus als leraar

Deze leer is geen verzameling van abstracte waarheden, maar mededeling van het levende mysterie van God. Zowel de verhevenheid van de persoon die hiervan de leraar is in het Evangelie, alsook de aard van zijn leer overtroffen verre die van de “leraren” in Israël, want bij Jezus bestaat er een uitzonderlijke band tussen wat Hij zegt, wat Hij doet en wat Hij is. Ondanks de band blijkt uit het Evangelie meermalen duidelijk, dat Jezus “als leraar is opgetreden”. “Jezus heeft gedaan en geleerd”. (Hand. 1, 1) Juist door deze twee woorden ter inleiding van de Handelingen der apostelen, verbindt en onderscheidt de H. Lucas twee elementen, die op de voorgrond treden in Christus' zending.

Ongetwijfeld trad Christus als leraar op. Dit is het getuigenis dat Hij over zichzelf aflegde: “Dagelijks zat ik in de tempel te onderrichten.” (Mt. 26, 55) Vgl. Joh. 18, 20 Dit nemen de evangelisten zeker met bewondering waar, aangezien juist zij vol verbazing hem op iedere tijd en plaats onderricht zien geven, en dat nog wel met een tot dan toe ongekend gezag: “Ook daar kwamen de mensen van alle kanten naar Hem toe en als naar gewoonte onderrichtte Hij hen;” (Mc. 10, 1) “de mensen waren buiten zichzelf van verbazing over zijn leer, want Hij onderrichtte hen als iemand die gezag bezit.” (Mc. 1, 22) Vgl. Mt. 11, 1 Vgl. Mt. 13, 54 Vgl. Mt. 22, 16 Vgl. Mc. 2, 13 Vgl. Mc. 4, 1 Vgl. Mc. 6, 2.6 Vgl. Lc. 5, 3.17 Vgl. Joh. 7, 14 Vgl. Joh. 8, 2 Ditzelfde begrijpen ook zijn vijanden, hoewel zij het als motief aangrijpen om Hem aan te klagen en te veroordelen: “Door zijn prediking in heel het Joodse land, waar Hij in Galilea mee begonnen is en die Hij tot hier heeft voortgezet, zaait Hij onrust onder het volk.”. (Lc. 23, 5)

De enige “meester”
Aan wie zo onderricht geeft, komt de naam “meester” bij uitnemendheid toe. Hoe vaak wordt deze naam Hem in het Nieuwe Testament toegekend, vooral in het Evangelie! Er zijn ongeveer vijftig plaatsen in de vier evangeliën, waar deze naam, die door de hele joodse traditie is aanvaard maar hier een nieuwe betekenis kreeg, wordt toegekend aan Jezus Christus, die zelf dit bij herhaling heeft duidelijk gemaakt. De twaalf immers, de overige leerlingen, een menigte van toehoorders noemen Hem met een stem vol bewondering, vertrouwen en tedere genegenheid: “meester”. Vgl. Mt. 8, 19 Vgl. Mc. 4, 38 Vgl. Mc. 9, 38 Vgl. Mc. 10, 35 Vgl. Mc. 13, 1 Vgl. Joh. 11, 28 Zelfs ook de Farizeeën, de Sadduceeën, de wetgeleerden, de Joden in het algemeen ontzeggen Hem deze naam niet: “Meester, wij willen een teken van U zien” (Mt. 12, 38); “Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?” (Lc. 10, 25) Vgl. Mt. 22, 16 Maar bovenal noemt Jezus Christus zelf zich meester op bijzonder verheven en betekenisvolle ogenblikken: “Gij spreekt Mij aan als Leraar en Heer, en dat doet gij terecht, want dat ben Ik”. (Joh. 13, 13-14) Vgl. Mt. 10, 25. en andere Vgl. Mt. 26, 18. en andere Ook de eigenheid, het unieke karakter van zijn Meester - zijn spreekt Hij uit: “Gij hebt maar één Meester, de Christus.” (Mt. 23, 3) H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Magnesiërs, Epistula ad Magnesios. IX, 1: FUNK 1, blz. 239: De H. Ignatius van Antiochië verklaart deze uitspraak aldus: "door welk mysterie (n.l. het mysterie van de dood van Christus) wij het geloof ontvangen hebben, en wegens welk wij stand houden, opdat wij leerlingen bevonden worden van Jezus Christus, onze enige leraar." Daarom begrijpt men dat mensen van iedere stand, stam en volk gedurende tweeduizend jaren in alle talen Hem eerbiedig met deze naam genoemd hebben, waar bij zij - ieder op eigen wijze - de woorden van Nicodemus herhaalden: “Wij weten dat Gij van Godswege als leraar gekomen zijt.” (Joh. 3, 2) Ik hou eraan dit beeld van Christus als leraar in herinnering te roepen. Dit beeld is tegelijk vol majesteit en zeer vertrouwd, tegelijk ontroert het de ziel en sterkt haar. Het werd door de pen van de evangelisten geschetst, en later vanaf de eerste eeuwen van de christenheid bij herhaling in de iconografie uitgebeeld. De afbeelding van Christus Leraar, Hem n,l. uitbeeldend terwijl Hij onderricht, wordt al gevonden in de Romeinse catacomben. Veel komt zij echter voor op romeins-byzanthijnse mozaïeken uit de derde en vierde eeuw. Daarna was het een beeld, dat kunstenaars in de middeleeuwen graag maakten in de grote romaanse of gotische kathedralen. Met dat beeld, dat zozeer de geestdrift wekt, begin ik ook deze beschouwingen over de catechese in de wereld van onze tijd.
Onderrichtend door heel zijn leven
Stellig vergeet ik daarbij niet, dat de majesteit van de leraar Christus, de samenhang en de overtuigingskracht van zijn leer voortvloeien uit het feit dat zijn woorden, zijn parabels en zijn twistgesprekken niet te scheiden zijn van zijn leven en van zijn persoon. In die zin is heel het leven van Christus een voortdurend onderricht: zijn stilzwijgen, zijn wonderen, zijn gebaren, zijn gebeden, zijn liefde voor de mensen, zijn bijzondere toewijding voor de kleinen en de armen, zijn kruisoffer - volledig aanvaard voor de verlossing der mensen -, en tenslotte ook zijn verrijzenis. Dit alles betekent het realiseren van zijn woord en het voltooien van zijn openbaring. Daarom werd het kruisbeeld voor de christen het mooiste en meest bekende beeld van de leraar Christus. Al deze overwegingen nu - zij maken deel uit van de roemrijke traditie van de Kerk -, vermeerderen in ons de vurige ijver voor Christus, voor de Meester, waardoor God aan de mensen wordt geopenbaard en de mens aan zichzelf. Die leraar bewaart, heiligt en leidt: Hij leeft, spreekt, prikkelt, ontroert, wijst terecht, oordeelt en vergeeft. Dagelijks wandelt hij met ons mee over de weg van de geschiedenis, Hij is de Meester, die gekomen is en die komen zal in glorie. Alleen in nauwe verbondenheid met Hem zullen de catecheten, licht en kracht vinden om de catechese op een authentieke en gewenste wijze te vernieuwen.

Document

Naam: CATECHESI TRADENDAE
Catechese geven in onze tijd
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 16 oktober 1979
Copyrights: © 1980, Wereldkerkdocumenten nr. 7
Bewerkt: 3 november 2020

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam