• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
SACROSANCTUM CONCILIUM
Over de heilige liturgie
HOOFDSTUK 2  -  Het hoogheilig mysterie van de Eucharistie

HOOFDSTUK 2 - Het hoogheilig mysterie van de Eucharistie

Onze Verlosser heeft bij het laatste avondmaal, in de nacht, waarin Hij werd verraden, het eucharistisch Offer van Zijn Lichaam en Bloed ingesteld, om hierdoor het kruisoffer door de eeuwen heen voort te zetten tot aan Zijn komst en zo aan Zijn geliefde bruid, de Kerk, het gedachtenisteken van Zijn dood en verrijzenis toe te vertrouwen: het sacrament van goedheid, teken van eenheid, band van liefde Vgl. H. Augustinus, In Iohannis Evangelium Tractatus. XXVI, cap.VI,n.13: PL35,613., het paasmaal, "waarin Christus wordt genuttigd, de ziel met genade wordt vervuld en ons een onderpand wordt geschonken van de toekomstige heerlijkheid." Romeins Brevier, in de tweede vespers van Sacramentsdag, antifoon bij het Magnificat.

Daarom geeft de Kerk zich alle zorg en moeite, dat de christengelovigen dit geheim van het geloof niet als buitenstaanders of als zwijgende toeschouwers bijwonen, maar dat zij het door de riten en gebeden goed leren begrijpen en daardoor bewust, godvruchtig en actief deelnemen aan de heilige handeling, dat zij door Gods woord onderwezen worden, zich voeden aan de tafel van 's Heren Lichaam en God dank brengen, dat zij het onbevlekt Offer opdragen niet alleen door de handen van de priester, maar ook tezamen met hem, en zo zich zelf leren offeren, dat zij eindelijk steeds meer door Christus de Middelaar Vgl. H. Cyrillus van Alexandrië, Commentaar op het Evangelie volgens Johannes, Commentarium in Joannis Evangelium. lib. XI, cap. XI-XII: PG 74, 557-564, vooral 564-565 uitgroeien tot een volmaakte eenheid met God en met elkaar, opdat tenslotte God alles in allen moge zijn.

Om nu het Misoffer, ook door de vorm der riten, zijn volle pastorale uitwerking te doen krijgen, bepaalt het heilig Concilie met het oog op de Missen, die in aanwezigheid van het volk worden gevierd, vooral op zondagen en geboden feestdagen, het volgende:

De ritus van de Mis moet zó worden herzien, dat de eigen zin van de afzonderlijke delen ook hun onderling verband duidelijker uitkomen, en een godvruchtige en actieve deelname van de gelovigen gemakkelijker wordt.

Daarom moeten de riten, met zorgvuldig behoud van het wezenlijke, eenvoudiger worden; duplicaten of minder nuttige toevoegingen, in de loop van de tijd ontstaan, moeten worden weggelaten; daarentegen moeten sommige elementen, die door ongunstige omstandigheden verloren zijn gegaan, overeenkomstig de oude traditie van de heilige Vaders worden hersteld, voorzover zulks wenselijk of noodzakelijk wordt geacht.

Om het voedsel van Gods woord voor de gelovigen overvloediger te maken, moeten de schatten van de bijbel in ruimere maten worden geopend, en wel zó, dat binnen een bepaald aantal jaren de voornaamste delen van de heilige Schrift aan het volk worden voorgelezen.
De homilie, die aan de hand van de gewijde tekst in de loop van het liturgische jaar de mysteries van het geloof en de normen van het christelijk leven uiteenzet, wordt, als zijnde een deel van de liturgie, ten zeerste aanbevolen; ze mag zelfs in de Missen, die op zondagen en feestdagen in aanwezigheid van het volk worden gevierd, niet uitvallen, tenzij om een ernstige reden.
Na het evangelie en de homilie moet, vooral op zondagen en geboden feestdagen, "het gemeenschappelijk gebed" of "of het gebed van de gelovigen" weer worden ingevoerd om, samen met het volk, smeekbeden te verrichten voor de heilige Kerk, voor hen, die ons besturen, voor hem, die onder allerlei noden gedrukt gaan, voor alle mensen en voor het heil van heel de wereld. Vgl. 1 Tim. 2, 1-2
In de Missen die gevierd worden met het volk, kan men de volkstaal een passende plaats inruimen, vooral bij de lezingen en "het gemeenschappelijk gebed" en, naargelang van de plaatselijke omstandigheden, ook in de delen, die betrekking hebben op het volk, overeenkomstig met artikel 36 van deze Constitutie.

Men zorge er echter voor, dat de gelovigen de vaste delen van de Mis, die op hen betrekking hebben, ook in het Latijn samen kunnen bidden of zingen.

Waar echter een ruimer gebruik van de volkstaal in de Mis gewenst lijkt, onderhoude men het voorschrift van artikel 40 van deze Constitutie.

Ten zeerste wordt aanbevolen die meer volmaakte deelname aan de Mis, waarbij de gelovigen na de communie van de priester het Lichaam des Heren nuttigen uit hetzelfde Offer.

De communie onder beide gedaanten kan, met handhaving van de dogmatische beginselen, door het Concilie van Trente Concilie van Trente, 21e Zitting - Leer over de communie onder beide gedaante en door kinderen, Sessio XXI - Doctrina de communione sub utraque specie et parvulorum (16 juli 1562), 2-5 vastgesteld, in gevallen, door de Heilige Stoel te bepalen, worden toegestaan zowel aan geestelijken en religieuzen als aan leken volgens het oordeel van de Bisschoppen, zoals bijv. aan de pasgewijden in de Mis van hun heilige wijding, aan de geprofesten in de Mis van hun religieuze professie, aan de pasgedoopten in de Mis, die volgt op het Doopsel.

De twee delen, waaruit de Mis in zekere zin bestaat, nl. de liturgie van het woord en de eucharistische liturgie, zijn zo nauw met elkaar verbonden, dat zij één enkele akt van eredienst vormen. Daarom spoort het heilig Concilie de zielzorgers dringend aan om bij de catechese de gelovigen met zorg te leren dat zij aan heel de Mis moeten deelnemen, vooral op zondagen en geboden feestdagen.
  1. De concelebratie, die de eenheid van het priesterschap zo goed laat uitkomen, is tot nu toe in de Kerk in gebruik gebleven zowel in het Oosten als in het Westen. Daarom heeft het Concilie de faculteit om te concelebreren tot de volgende gevallen willen uitbreiden:
      1. op Witte Donderdag, tot de Mis van het chrisma zowel als tot de Avondmis;
      2. tot de Missen bij Concilies, bisschoppen- bijeenkomsten en synoden;
      3. tot de Mis bij de ambtswijding
    1. Bovendien met verlof van de ordinarius, die moet oordelen over de wenselijkheid van concelebratie:
      1. tot de conventuele Mis en tot de voornaamste Mis in de kerken waar het belang van de gelovigen niet vereist, dat alle aanwezige priesters afzonderlijk celebreren;
      2. tot de Missen bij alle soort bijeenkomsten van priesters, seculieren zowel als religieuzen.
    1. Het komt aan de bisschop toe, de praktijk van de concelebratie in zijn diocees te regelen.
    2. Iedere priester behoudt echter altijd de vrijheid, de Mis afzonderlijk te vieren, maar niet op dezelfde tijd in dezelfde kerk en ook niet op Witte Donderdag.
Er moet een nieuwe ritus worden opgesteld voor de concelebratie, die moet worden opgenomen in het Pontificale Romanum en in het Romeins missaal.

Document

Naam: SACROSANCTUM CONCILIUM
Over de heilige liturgie
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Datum: 4 december 1963
Copyrights: © 1964, Ecclesia Docens 0707, Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 2 september 2017

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2017, Stg. InterKerk, Schiedam