• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Voor het voltrekken van dit grote werk is Christus altijd in Zijn Kerk aanwezig, vooral in de liturgische handelingen. Hij is aanwezig in het offer van de Mis, zowel in de persoon van de bedienaar, "dezelfde, die zich nu door de bediening van de priester offert, nadat Hij zich toen op het kruis geofferd heeft" Concilie van Trente, 22e Zitting - Over het allerheiligst Misoffer, Sessio XXII - Doctrina de sanctissimo Missae sacrificio (17 sept 1562), 6, als vooral onder de eucharistische gedaanten. Hij is door Zijn kracht aanwezig in de sacramenten, zodat, wanneer iemand doopt, het Christus Zelf is, die doopt. Vgl. H. Augustinus, In Iohannis Evangelium Tractatus. VI, cap. I, n.7: PL35,1428. Hij is aanwezig in Zijn woord, omdat Hij het is, die spreekt, wanneer in de Kerk de heilige Schrift wordt gelezen. Tenslotte is Hij aanwezig, wanneer de Kerk smeekt en lofzingt, Hij, die beloofd heeft: "Waar er twee of drie verenigd zijn in Mijn naam, daar ben Ik in hun midden." (Mt. 18, 20)

Inderdaad, bij dit grote werk, waardoor God op volmaakte wijze wordt verheerlijkt en de mensen worden geheiligd, maakt Christus de Kerk, Zijn beminde bruid, steeds tot Zijn deelgenote, de Kerk, die haar Heer aanroept en door Hem haar eredienst verricht voor de eeuwige Vader.

Terecht wordt dus de liturgie beschouwd als de uitoefening van het priesterlijk ambt van Jezus Christus, waarin de heiliging van de mens door uiterlijk waarneembare tekens wordt aangeduid en op de wijze, eigen aan ieder van deze tekens, wordt bewerkt, en waarin door het mystieke Lichaam van Jezus Christus, het Hoofd nl. en Zijn ledematen, de volledige publieke eredienst wordt uitgeoefend.

Daarom is alle liturgie, als zijnde het werk van Christus-Priester en van Zijn Lichaam, dat de Kerk is, bij uitstek heilige handeling; en geen enkele andere handeling van de Kerk evenaart de werkdadigheid ervan op gelijke titel en in gelijke mate.

Bij de viering van de liturgie is de heilige Schrift van zeer groot belang. Want uit de heilige Schrift worden de lezingen genomen die dan in de homilie verklaard worden; daaruit worden de psalmen genomen, die men zingt, en onder haar inspiratie en bezieling zijn de gebeden, oraties en liturgische gezangen ontstaan, en aan haar ontlenen ook de handelingen en tekens hun zin. Wil daarom de vernieuwing, vooruitgang en aanpassing van de liturgie een feit worden, dan moet de innige en levende liefde voor de heilige Schrift worden bevorderd, waarvan de eerbiedwaardige traditie van de oosterse en westerse ritussen getuigd.

Hoewel de heilige liturgie op de eerste plaats een eredienst is aan de majesteit Gods, bevat ze toch ook een belangrijk stuk onderricht voor het gelovige volk. Vgl. Concilie van Trente, 22e Zitting - Over het allerheiligst Misoffer, Sessio XXII - Doctrina de sanctissimo Missae sacrificio (17 sept 1562), 12 Want in de liturgie spreek God tot Zijn volk; Christus verkondigt er nog steeds Zijn evangelie. Het volk op zijn beurt antwoordt God met gezangen en gebed.

Meer nog, de gebeden, tot God gericht door de Priester, die de vergadering in de persoon van Christus voorzit, worden gezegd in naam van heel het heilig volk en van alle aanwezigen. En ook de zichtbare tekens, waarvan de heilige liturgie zich bedient om de onzichtbare goddelijke werkelijkheid aan te duiden, zijn door Christus of de Kerk uitgekozen. Daarom wordt niet alleen bij de lezing hetgeen "werd opgetekend tot onze lering" (Rom. 15, 4), maar ook wanneer de Kerk bidt, zingt of handelt, het geloof van de deelnemers gevoed en hun geest opgeheven tot God om Hem een geestelijke eredienst te brengen en Zijn genaden overvloediger te ontvangen.

Daarom moet men de het doorvoeren van de vernieuwing de volgende algemene normen in acht nemen.

Om duidelijk te laten uitkomen, dat er in de liturgie een nauw verband bestaat tussen de rite en het woord:

  1. moet in de heilige vieringen een ruimere meer gevarieerde en beter aangepaste lezingen van de Heilige Schrift worden ingevoerd.
  2. in de rubrieken moet de meest geschikte plaats worden aangeven voor de preek, als zijnde een onderdeel van de liturgische handeling, voor zover de riten deze toelaat, en de bediening van de prediking moet zo getrouw mogelijk en op passende wijze worden uitgeoefend. De stof voor de preek moet vooral worden ontleend aan de Heilige Schrift en de liturgie, zodat ze een verkondiging is van Gods wonderbare daden in de heilgeschiedenis en in het Christusmysterie dat altijd onder ons tegenwoordig en werkzaam is, vooral in de liturgische vieringen.
  3. ook op alle manieren aangedrongen worden op een catechese, die een meer rechtstreeks liturgisch karakter; die een meer rechtstreeks liturgisch karakter draagt; en de riten zelf moeten aanwijzingen bevatten voor korte verklaringen, waar deze nodig zijn, te geven door de priester of de bevoegde bedienaar, maar slechts op de momenten, die zich daarvoor het beste lenen, en met de voorgeschreven formules of soortgelijke.
  4. ook moet men de heilige viering bevorderen van het woord Gods op de vooravond van de grotere feesten, op sommige weekdagen van de Advent en van de Vastentijd, op zondagen en feestdagen, vooral op plaatsen, waar geen priester is; in dit geval moet een diaken of een ander, die daartoe door de bisschop gemachtigd is, de viering leiden.

Daarom geeft de Kerk zich alle zorg en moeite, dat de christengelovigen dit geheim van het geloof niet als buitenstaanders of als zwijgende toeschouwers bijwonen, maar dat zij het door de riten en gebeden goed leren begrijpen en daardoor bewust, godvruchtig en actief deelnemen aan de heilige handeling, dat zij door Gods woord onderwezen worden, zich voeden aan de tafel van 's Heren Lichaam en God dank brengen, dat zij het onbevlekt Offer opdragen niet alleen door de handen van de priester, maar ook tezamen met hem, en zo zich zelf leren offeren, dat zij eindelijk steeds meer door Christus de Middelaar Vgl. H. Cyrillus van Alexandrië, Commentaar op het Evangelie volgens Johannes, Commentarium in Joannis Evangelium. lib. XI, cap. XI-XII: PG 74, 557-564, vooral 564-565 uitgroeien tot een volmaakte eenheid met God en met elkaar, opdat tenslotte God alles in allen moge zijn.

Om het voedsel van Gods woord voor de gelovigen overvloediger te maken, moeten de schatten van de bijbel in ruimere maten worden geopend, en wel zó, dat binnen een bepaald aantal jaren de voornaamste delen van de heilige Schrift aan het volk worden voorgelezen.
De homilie, die aan de hand van de gewijde tekst in de loop van het liturgische jaar de mysteries van het geloof en de normen van het christelijk leven uiteenzet, wordt, als zijnde een deel van de liturgie, ten zeerste aanbevolen; ze mag zelfs in de Missen, die op zondagen en feestdagen in aanwezigheid van het volk worden gevierd, niet uitvallen, tenzij om een ernstige reden.
De twee delen, waaruit de Mis in zekere zin bestaat, nl. de liturgie van het woord en de eucharistische liturgie, zijn zo nauw met elkaar verbonden, dat zij één enkele akt van eredienst vormen. Daarom spoort het heilig Concilie de zielzorgers dringend aan om bij de catechese de gelovigen met zorg te leren dat zij aan heel de Mis moeten deelnemen, vooral op zondagen en geboden feestdagen.

Document

Naam: SACROSANCTUM CONCILIUM
Over de heilige liturgie
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Datum: 4 december 1963
Copyrights: © 1964, Ecclesia Docens 0707, Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam