• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

OVER CHINA
Op het Hoogfeest van de Openbaring des Heren

Heren kardinalen,
eerbiedwaardige medebroeders,
dierbare kinderen!

Weet gij, welk motief ons ertoe gebracht heeft om te zamen met u, oversten en leerlingen van ons college van de 'Propaganda Fide', en met u, katholieke zonen van het verre China, deze feestdag van de openbaring des Heren te vieren, in deze basiliek van de heilige Petrus, op het graf van de eerste onder de apostelen, het symbolisch maar ook daadwerkelijk middelpunt van de eenheid van de Kerk, ja, van het gehele mensengeslacht?

Ja, gij weet het. Wij hebben dit ogenblik, deze plaats, dit gezelschap en dit feest gekozen om dankbaar en met vertrouwen vervuld op plechtige wijze twee vreugdevolle gebeurtenissen te herdenken: de Paus Pius XI - Encycliek
Rerum Ecclesiae
Over de Katholieke Missie (28 februari 1926)
, in deze zelfde basiliek, door onze vereerde voorganger Pius XI z.g., en de canonieke instelling van de normale hiërarchie in China, hetgeen 20 jaar geleden geschiedde, nl. in 1946, door onze andere, niet minder vereerde voorganger, Pius XII.

Waarom willen wij deze herdenkingsdagen op plechtige wijze vieren? Omdat de beide gebeurtenissen historische feiten van grote geestelijke en menselijk waarde zijn die gelukkige toekomstverwachtingen in zich bergen. Helaas echter doen zich, wat dit tweede punt betreft, in de laatste jaren ernstige en smartelijke moeilijkheden voor. De feiten zijn u bekend. De godsdienstvrijheid in China op het vasteland wordt in ernstige mate belemmerd; onze contacten zijn totaal verbroken; op het oecumenisch concilie kon geen enkel lid van de Chinese hiërarchie aanwezig zijn alle missionarissen zijn uitgewezen; aan de katholieke Kerk, aan de Apostolische Stoel, verwijt men, dat zij tegen het Chinese volk zijn. Dit alles is volkomen ongegrond; wij kunnen dit met vele argumenten bewijzen. Iedereen weet, dat de katholieke Kerk altijd een bijzondere sympathie voor China gevoeld heeft. De lange en dramatische geschiedenis van haar betrekkingen met het Chinese volk spreekt van de achting en de toewijding waarmee zij ernaar gestreefd heeft het Chinese volk te Ieren kennen, zonder daarbij ook maar enig tijdelijk belang na te streven. Zij' heeft het willen dienen, zij heeft getracht het te helpen om zijn intrinsieke zedelijke rijkdommen tot ontwikkeling te brengen. Zij heeft het beste wat zij bezit, willen bijdragen voor de onderrichting, de ondersteuning en de verheffing van het Chinese volk. Het is bekend, dat in dit herrijzend land het katholicisme - vooral dank zij de feiten die wij vandaag herdenken - niet langer meer is of beschouwd wordt als een parakoloniaal verschijnsel, maar dat het wil zijn en ook is een authentieke expressie van de Chinese ziel, die in het katholieke geloof het respect voor zijn nobele traditie en de bevrediging van zijn diepe geestelijke aspiraties terugvindt. De katholieke Kerk, en de Heilige Stoel in het bijzonder, is China nooit vijandig gezind geweest. Zij heeft altijd vriendschappelijke gevoelens gekoesterd voor dit land, dat zó groot is vanwege de uitgestrektheid van zijn gebied en het getal van zijn inwoners, maar vooral vanwege zijn natuurlijke deugden en vanwege de grote mogelijkheden die het Chinese volk in zich heeft. Zij heeft het altijd bewonderd en liefgehad en is ook vandaag nog in staat om de huidige zeer kommervolle fase in haar geschiedenis te begrijpen. Wanneer het Chinese volk op de juiste wijze gestalte weet te geven aan haar moeilijke overgang van de oude, statische, traditionele cultuur naar de nieuwe vormen die onvermijdelijk voortvloeien uit de industriële en maatschappelijke structuur van het moderne leven, dan kunnen wij daar zelfs ten volle mee instemmen; de sociale leer van de Kerk is daarvan wel het bewijs.
Wat willen wij dus? Wij kunnen het heel eenvoudig onder woorden brengen: de contacten hervatten, zoals wij die nog altijd bewaard hebben met dat deel van het Chinese volk waarmee wij vriendschappelijke betrekkingen onderhouden. Tot onze vreugde kunnen wij verklaren, dat de katholieke Kerk onder de chinezen die buiten het vasteland van China wonen, bijvoorbeeld in het Verre Oosten en in alle andere delen van de wereld, vele goede en getrouwe kinderen telt en talrijke bloeiende gemeenten die uitstekend geleid worden door ijverige Chinese bisschoppen en geestelijken. De Chinese studenten die vandaag bij deze plechtigheid aanwezig zijn, evenals de andere katholieke chinezen die wij hier mogen begroeten, zijn voor ons een dierbaar teken van de standvastige vitaliteit van de Chinese kerk, zij zijn een bron van vreugde en vast vertrouwen.
Van ganser harte zouden wij de contacten met het Chinese volk van het vasteland, die door ons nooit vrijwillig zijn afgebroken, wederom willen opnemen, om al de katholieke chinezen die de Kerk trouw gebleven zijn te zeggen, dat wij hen nooit vergeten hebben en dat wij de hoop op herleving, ja, op een gunstige ontwikkeling van het katholieke geloof in dat land nooit opgeven. Wij zouden aan de Chinese jeugd willen laten weten met hoeveel meelevende bezorgdheid en genegenheid wij hun strijd op weg naar de nieuwe levensidealen, naar welvaart en eensgezindheid volgen. En wij zouden met hen die op dit ogenblik de leiders zijn van het Chinese volk willen praten over vrede, omdat wij weten, dat dit hoogste menselijke en maatschappelijke ideaal van nature innig verbonden is met de spiritualiteit van het Chinese volk.
Dit is onze vurige wens. Maar wij kennen de moeilijkheden van het ogenblik. Zij verhinderen ons evenwel niet om vol liefde, aandacht en bezorgdheid onze gedachten op China te richten. En dat doen wij dan ook. Wanneer het ons niet gegeven is om op dit ogenblik iets in praktische zin te ondernemen, dan voelen wij het niet alleen als enige mogelijkheid maar dan achten wij het onze ernstige plicht om aan China te denken en ervoor te bidden. Daarom zijn wij hier vandaag bijeen: om te bidden en om de twee grote feiten uit de godsdienstige geschiedenis van China te herdenken, feiten van een beslissende en, in ons oog, symbolische betekenis. Allen die in gedachte met ons verenigd zijn, wekken wij op tot herdenking en tot gebed.

En juist vandaag, mijn geliefde kinderen, vandaag op het feest van Epifanie, d.w.z. de openbaring van Christus aan de mensheid. Welk een licht straalt er uit van dit mysterie! Onze toespraak zou eindeloos worden, wanneer wij de draad zouden volgen die onze gedachten spinnen op deze feestdag van de openbaring des Heren. Een enkele van die gedachten willen wij u toevertrouwen en wij vertellen ze u niet met onze eigen woorden maar met die van het concilie dat wij zojuist gevierd hebben. Wij stellen u voor het feest van Epifanie te beschouwen als het feest van het geroepen worden van de volken, van alle volken zonder uitzondering, tot hetzelfde heil, tot hetzelfde geluk. En het komt ons voor, dat gij, dierbare kinderen van de landen waar de verkondiging van Christus nog verkeert in de beginfase van de oprichting van de Kerk, dat gij op dit ogenblik de vertegenwoordigers - de wijzen - zijt van uw respectieve naties en aldus een kenmerkend facet van het mysterie van Epifanie tot werkelijkheid maakt, namelijk de ontdekking dat de komst van God in de wereld juist bestemd is voor een ieder van u, voor uw land. En dit betekent niet, dat gij zult moeten verloochenen, wat gij zijt en wat gij vertegenwoordigt, maar het wil zeggen, dat gij uw eigen ziel en uw nationale persoonlijkheid zult kunnen verheffen tot een ongekende hoogte van openheid, van kennis, van nieuwe levensinhoud, van nieuwe hoop. Want dit is het wat de verlossing van Christus ons schenkt. Luistert naar het Concilie:

'Reeds vanaf de oudheid tot op de dag van vandaag wordt bij de verschillende volkeren een zeker besef gevonden van die geheime kracht die aanwezig is in de loop der dingen en in de gebeurtenissen van het menselijk leven, soms zelfs een erkenning van een hoogste Macht of ook van een Vader. Dit besef en deze erkenning doordringen hun leven met een diepe religieuze zin ... De katholieke Kerk verwerpt niets van datgene wat in deze godsdiensten waar en heilig is. Met oprechte eerbied beschouwt zij die gedrags- en leefregels, die voorschriften en leerstellingen, die - hoewel zij, in veel opzichten verschillen, van hetgeen zijzelf houdt en leert - toch niet zelden een straal weerspiegelen van die Waarheid welke alle mensen verlicht.' 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten, Nostra Aetate (28 okt 1965), 2

Bedenkt de verheven betekenis van wat gij zijt: een geroepene, iemand die bestemd is voor Christus. Hoe groot moet uw vreugde zijn, wanneer gij beseft, dat zich in deze uitnodiging tot het geloof Gods onmetelijke goedheid openbaart, dat hiermee een groot geschenk, een groot geluk voor u is bereid. Niets van wat wezenlijk menselijk is, wordt door deze uitnodiging van uw weggenomen, alles wordt erdoor opgeheven en bevrijd.
Voor u, leerlingen van de 'Propaganda', in het bijzonder zijn deze gedachten over de verspreiding van het geloof over de gehele wereld niet onbekend en gij zijt vertrouwd met de grootse en moderne perspectieven op het gebied van de missionering in uw eigen landen en, wij mogen wel zeggen, in alle landen van de wereld. En het is met dit visioen van de christelijke mogelijkheden van ieder volk en elke ziel, met het beeld van de potentiële universaliteit van het katholieke geloof om het erfdeel te zijn van iedereen en van allen voor ogen, dat wij onze oprechte goede wensen zenden naar China, dat aardrijkskundig zo ver van ons verwijderd ligt, maar dat ons geestelijk zo nabij is; naar China en naar alle volken van de aarde, naar alle boodschappers van het evangelie over de gehele wereld, naar alle katholieke missiestaties, opdat het feest van Epifanie, van de openbaring des Heren, hen allen mogen verlichten en leiden op de wegen van de waarheid, rechtvaardigheid, broederlijkheid en vrede; en ons allen moge voeren tot het heil.

Document

Naam: OVER CHINA
Op het Hoogfeest van de Openbaring des Heren
Soort: H. Paus Paulus VI - Homilie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 6 januari 1967
Copyrights: © 1967, Katholiek Archief, jrg. 22, nr. 10, p. 250-253
Bewerkt: 12 november 2018

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam