• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het ambtelijk priesterschap kan volstrekt niet worden vervangen. Als er immers in een gemeenschap een priester ontbreekt, dan mist deze gemeenschap de uitoefening van de sacramentele taak van Christus, het Hoofd en de Herder, hetgeen behoort tot het wezen zelf van het leven van de gemeenschap. Vgl. Congregatie voor de Clerus, Interdicasteriële Instructie over enige vragen betreffende de medewerking van lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters, Ecclesiae de mysterio (15 aug 1997), 3 Immers, "de bedienaar die in persona Christi (in de persoon van Christus) het Sacrament van de Eucharistie kan voltrekken, is alleen de geldig gewijde priester". Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 900. § 1 Vgl. 4e Concilie van Lateranen, Hfd 1. Over het Katholieke geloof, Caput 1: De fide catholica (11 nov 1215), 3 Vgl. Paus Clemens VI, Brief, Aan Mekhitar (=Consolator), de Katholikos van de Armeniërs, Super quibusdam (29 sept 1351), 36. DH 1084 Vgl. Concilie van Trente, 23e Zitting - Leer over de heilige Wijding, Sessio XXIII - Doctrina de sacramento ordinis (15 juli 1563), 5-8 Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de Heilige Liturgie, Mediator Dei et hominum (20 nov 1947), 83

Waar de nood van de Kerk zulks evenwel wenselijk maakt, kunnen bij gebrek aan gewijde bedienaren christengelovige leken volgens het recht enkele liturgische taken vervullen. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 230. § 3 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de deelnemers aan het Symposium (fragmenten), De medewerking van leken aan de pastorale dienstwerk van de priester (22 apr 1994), 2 Vgl. Congregatie voor de Clerus, Interdicasteriële Instructie over enige vragen betreffende de medewerking van lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters, Ecclesiae de mysterio (15 aug 1997) Dergelijke gelovigen worden geroepen en bestemd om, gesteund door de genade des Heren, bepaalde zwaardere of lichtere taken op zich te nemen. Zeer vele christengelovige leken hebben zich vol vreugde reeds aan dit dienstwerk gegeven en doen dit nog, vooral in de missiegebieden, waar de Kerk nog klein van omvang is of verkeert in omstandigheden van vervolging, Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht, Redemptoris Missio (7 dec 1990), 53-54 Vgl. Congregatie voor de Clerus, Interdicasteriële Instructie over enige vragen betreffende de medewerking van lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters, Ecclesiae de mysterio (15 aug 1997) maar ook in andere streken die lijden onder een gebrek aan priesters en diakens.

Vooral groot belang dient te worden gehecht aan de vorming van catechisten, die onder veel inspanningen een bijzondere en volstrekt noodzakelijke bijdrage hebben geleverd en nog leveren aan de verspreiding van het geloof en van de Kerk. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 7 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht, Redemptoris Missio (7 dec 1990), 73

In sommige bisdommen die al langer zijn geëvangeliseerd, zijn vrij recent christengelovige leken als zogenoemde 'pastorale werk(st)ers/assistenten' aangesteld, van wie zeer velen ongetwijfeld het welzijn van de Kerk hebben bevorderd door het pastorale handelen van de bisschop, de priesters en de diakens te vergemakkelijken. Toch dient ervoor te worden gewaakt dat het profiel van deze taak te zeer wordt gelijkgesteld aan dat van het pastorale ambt van de clerici. Er dient namelijk voor te worden gezorgd dat 'pastorale werk(st)ers/assistenten' zich geen taken toe-eigenen die eigenlijk behoren tot het ambt van de gewijde bedienaren.

De pastorale werk(st)er/assistent dient zijn werkzaamheid erop te richten dat het dienstwerk van priesters en diakens wordt vergemakkelijkt, roepingen tot het priesterschap en diaconaat worden opgewekt en in iedere gemeenschap christengelovige leken volgens het recht zorgvuldig worden voorbereid op de verschillende liturgische taken naar de verscheidenheid van de genadegaven (charismata).

Alleen wanneer het werkelijk noodzakelijk is, dient men bij de viering van de liturgie zijn toevlucht te nemen tot de hulp van buitengewone bedienaren. Deze hulp is er immers volstrekt niet op gericht om een meer volledige deelname van de leken te bewerkstelligen, maar zij is van nature aanvullend en voorlopig. Vgl. Congregatie voor de Clerus, Interdicasteriële Instructie over enige vragen betreffende de medewerking van lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters, Ecclesiae de mysterio (15 aug 1997), 12. art. 8 § 2 Waar men bovendien uit noodzaak zijn toevlucht neemt tot taken van buitengewone bedienaren, dienen de bijzondere en dringende voorbeden te worden vermeerderd dat de Heer spoedig een priester zendt voor de dienst in de gemeenschap en overvloedig roepingen wekt voor de heilige wijdingen. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De Kerk leeft van de Eucharistie, Ecclesia de Eucharistia (17 apr 2003), 32

Deze louter supplementaire taken mogen echter niet een aanleiding zijn om het ambt zelf van de priesters te vervormen, zodat er door deze laatsten een verwaarlozing plaats vindt van de viering van de heilige Mis voor het aan hen toevertrouwde volk, of van de persoonlijke zorg voor de zieken of van het dopen van kinderen of het assisteren bij huwelijken of het vieren van een christelijke uitvaart, hetgeen op de eerste plaats aan de priesters toekomt, daarin geholpen door de diakens. Derhalve mag het nooit gebeuren dat in parochies priesters de beurt van de pastorale dienst zonder onderscheid afwisselen met diakens of leken, want zo ontstaat er verwarring over het specifieke van eenieder.

Bovendien is het leken nooit geoorloofd zich de taak of de kleding van een diaken of priester toe te eigenen of andere gelijkaardige kleding.

Zoals reeds is vermeld, is "de bedienaar, die in de persoon van Christus het Sacrament van de Eucharistie kan voltrekken, alleen de geldig gewijde priester". Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 900. § 1 Derhalve heeft de uitdrukking 'bedienaar van de Eucharistie' nu juist alleen betrekking op de priester. Eveneens op grond van hun heilige wijding zijn de bisschop, de priester en de diaken de gewone bedienaren van de heilige Communie: Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 910. § 1 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Brief, Het Mysterie en de Eredienst van de Heilige Eucharistie - Brief aan de Bisschoppen bij gelegenheid van Witte Donderdag 1980, Dominicae Cenae (24 feb 1980), 11 Vgl. Congregatie voor de Clerus, Interdicasteriële Instructie over enige vragen betreffende de medewerking van lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters, Ecclesiae de mysterio (15 aug 1997), 12. art. 8 § 1 hun komt het derhalve toe in de viering van de heilige Mis de heilige Communie te geven aan de christengelovige leken. Zo moet op de juiste wijze en ten volle hun ambtelijk dienstwerk in de Kerk duidelijk worden en moet het teken van het Sacrament zijn vervulling krijgen.

Behalve de gewone bedienaren bestaat er ook nog de officieel aangestelde acoliet, die wat instelling betreft, een buitengewone bedienaar is van de heilige Communie, ook buiten de viering van de Mis. Als bovendien werkelijk noodzakelijke redenen dit wenselijk maken, kan hiervoor door de diocesane bisschop volgens het recht ook een andere christengelovige leek als buitengewone bedienaar worden aangewezen 'ad actum' (voor de gelegenheid) of tijdelijk, Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 230. § 3 waarbij de betreffende zegeningsformule wordt gebruikt. Deze handeling van aanwijzing hoeft echter niet noodzakelijkerwijs een liturgische vorm te hebben en, als zij deze heeft, dan mag zij op geen enkele wijze gelijken op de heilige wijding. Tenslotte kan in bijzondere en onverwachte gevallen 'ad actum' verlof worden gegeven door de priester die aan het hoofd staat van de Eucharistieviering. Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Instructie over de ontvangst van de Communie onder bepaalde omstandigheden, Immensae caritatis (29 jan 1973) Vgl. H. Paus Paulus VI, Apostolische Brief, Ordening met betrekking tot de eerste tonsuur, de lagere wijdingen en het subdiaconaat in de Latijnse Kerk wordt vernieuwd, Ministeria quaedam (15 aug 1972) Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Editio typica tertio emendata 2002/2008, Missale Romanum (6 okt 2008). Appendix III: Ritus ad deputandum ministrum sacrae Communionis ad actum distribuendae, p. 1253 Vgl. Congregatie voor de Clerus, Interdicasteriële Instructie over enige vragen betreffende de medewerking van lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters, Ecclesiae de mysterio (15 aug 1997), 12. art. 8 § 1

Document

Naam: REDEMPTIONIS SACRAMENTUM
Het Sacrament van de verlossing - Wat nageleefd en vermeden dient te worden met betrekking tot de allerheiligste Eucharistie
Soort: Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Auteur: Francis Kardinaal Arinze
Datum: 25 maart 2004
Copyrights: © 2004, Beleidssector Liturgie van de Nederlandse Bisschoppenconferentie / NRL
Liturgische Documentatie, dl. 3
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam