• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

DE KERK INCARNEERT ZICH IN DE ZENDING EN VORMT DE NIEUWE MENS
Voor Wereldmissiedag 1980

Eerbiedwaardige broeders en zeergeliefde kinderen van de Kerk!

Mijn recente reis op het Afrikaanse continent heeft me een keer te meer de behoefte en dringende noodzaak doen blijken van de missieactiviteit welke wezenlijk wordt bepaald als de verplichting om aan heel de wereld het heil van de mens te verkondigen in Christus Jezus die gestorven en verrezen is om de Heer van levenden en doden te zijn. Vgl. Rom. 14, 9 Op grond van deze onmiddellijke ervaring wil ik daarom de gebruikelijke boodschap voor de jaarlijkse missiedag wijden aan een hernieuwde bezinning op de voortdurende eis van een dergelijke werkzaamheid. Welke is momenteel - moet men zich afvragen - de situatie van de kerk in de wereld? Wanneer wij de werkelijkheid van het Westen ter zijde laten, waar meer dan ergens anders - zoals ik opmerkte in de homilie van verleden jaar bij genoemde gelegenheid - 'verschillende vormen van anti-evangelisatie gaande zijn', en het terrein beperken tot de gewoonlijk bedoelde missiewereld, blijkt duidelijk, dat het evangelie van de Heer na tweeduizend jaar christendom nog lang niet in zijn geheel bekend en verbreid is bij alle mensen. Ongetwijfeld hangt een dergelijke situatie van oorzaken van verschillende aard af die soms verbonden zijn met de sociaalpolitieke omstandigheden van de verschillende naties. Maar men mag daarbij niet de geringheid vergeten van het aantal van hen die in het evangelisatiewerk zijn betrokken. Helaas blijft ook voor onze dagen het oordeel waar dat de 'prins van de missionarissen', de heilige Franciscus Xaverius, in zijn tijd gaf: 'Velen zullen geen christenen worden, alleen omdat degenen ontbreken die hen christenen moeten maken'. H. Franciscus Xaverius, Brieven, Epistulae. I, Roma 1944, blz. 166

De Kerk als 'geïncarneerde zending' staat dynamisch open voor de wereld
Tegenover dit objectieve gebrek kan de Kerk niet zwijgen noch rustig blijven en de noden van zovele miljoenen broèders vergeten die op de verkondiging van de heilsboodschap wachten: 'God wil - roept de heilige Paulus ons in herinnering - dat alle mensen gered worden en tot de kennis van de waarheid komen' (1 Tim. 2, 4). En de waarheid is Christus, de Verlosser van de wereld, degene die 'op een unieke en onherhaalbare wijze in het mysterie van de mens is doorgedrongen', en Hij moet 'de enige oriëntatie voor geest en verstand, voor wil en hart' worden, omdat Hij voor alle mensen zijn bloed heeft vergoten op het kruis, 'daar iedereen door het verlossingsmysterie wordt omvat'. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De Verlosser van de mensen, Redemptor Hominis (4 mrt 1979), 7.8.13 Een afstandelijke houding van de kant van de Kerk zou daarom in strijd zijn met de haar toevertrouwde zending om Christus aan de wereld te openbaren en het geweten van de hele mensheid te richten op zijn mysterie, 'de mensen te helpen om ... vertrouwd te raken met die diepste inhoud van de verlossing'. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De Verlosser van de mensen, Redemptor Hominis (4 mrt 1979), 10 Het gebod dat de verrezen Christus tot zijn leerlingen richtte: 'Gaat, verkondigt .. .' Vgl. Mc. 16, 15 Vgl. Mt. 28, 19 , dat doeltreffend het beeld en de taak van de pelgrimerende Kerk vaststelt, drukt het missionaire dynamisme uit dat aan haar aard intrinsiek is. Voortdurend bewogen door de Geest is zij eeuwigdurend 'gezonden' tot alle volkeren om hen de onuitsprekelijke bron over te dragen van het levende water dat ontspringt aan het woord en het werk van de Heer. Het woord 'missie' zelf - mijn eerbiedwaardige voorganger Paulus VI benadrukte het reeds, in zijn H. Franciscus Xaverius
Epistulae
Brieven ()
- 'roept de bewegingsvorm voor de geest welke het leven van de Kerk kenmerkt: zij gaat uit van Christus, zij wordt door Hem voortgedreven, gestuwd en voortgezet; zij draagt Hem met zich, predikt Hem, deelt Hem mee, draagt Hem over; door haar komt Christus tot de mensen, overschrijdt de grenzen van de naties, doorschrijdt de eeuwen'.

De evangelisatie, ofwel de missiewerkzaamheid, komt dus overeen met de bijzondere roeping van de Kerk welke, altijd met respect voor de vrijheid, de mensen van onze tijd tegemoet treedt die nog 'in de schaduw van de dood gezeten zijn' (Lc. 1, 73); men kan zelfs zeggen dat de Kerk de geïncarneerde zending is. Het concilie heeft niet voor niets uitdrukkelijk verklaard: 'De pelgrimerende Kerk is krachtens haar natuur op zending gericht, omdat zij volgens het plan van God, de Vader, haar oorsprong vindt in de zending van de Zoon en de zending van de Heilige Geest'. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 2

Daar de Kerk als bewaarster van de blijde boodschap, niet kan nalaten te spreken, moet zij dus vandaag niet minder dan in andere tijden nog noodzakelijk apostelen en missionarissen zenden, die tot de mensen weten te spreken over het transcendente en bevrijdende heil, om hen - in volledige trouw aan de Geest - tot de kennis van de waarheid te brengen; die hen met de sacramenten, te beginnen met de 'poort' van het doopsel, inlijven bij Christus in de levende gemeenschap van zijn mystiek lichaam; die hen tenslotte de authentieke betekenis van hun waardigheid als schepselen, gevormd naar het beeld van God, bekend maken en hen daarom onderrichten over de ware betekenis van hun bestaan in de wereld. Zo werkt de Kerk metterdaad opdat het heilsplan van God zou worden verwezenlijkt.

De missies als middelen van evangelisatie en centra van menselijke ontwikkeling
In het licht van deze beschouwingen blijken de missies nog altijd dermate noodzakelijk en onvervangbaar, dat de verwerkelijking van dit plan en de verbreiding van het rijk tot aan de grenzen van de aarde zonder hen niet eens denkbaar zou zijn; zonder hen zou de nieuwe beschaving welke - in het teken van Christus - gebaseerd is op rechtvaardigheid, vrede en liefde, niet kunnen ontstaan en zich ontwikkelen, omdat in de missie de nieuwe mens wordt gevormd, die zich bewust is van zijn waardigheid en van zijn transcendente bestemming als verlost schepsel.

In de missies, kweekplaatsen van evangelisch zuurdeeg, klopt het hart van de universele Kerk met al haar ijver welke gericht is op het authentieke en algehele welzijn van de mens. Maar zij zijn tegelijk centra van menselijke ontwikkeling, daar de Kerk enerzijds krachtens het beginsel van de liefde welke haar bezielt, niet ongevoelig kan blijven voor de materiële noden van de broeders, en anderzijds door de mens te evangeliseren en te helpen zichzelf in Christus te begrijpen, en op die manier in hen ook het burgerlijk bewustzijn en de sociale vooruitgang bevordert. Zeer nauwkeurig blijkt wat dit betreft hetgeen het slotdocument van de conferentie van Puebla verklaart: 'De beste dienst aan onze broeder is de evangelisatie, die hem in staat stelt zichzelf te verwezenlijken als kind van God, hem bevrijdt van de onrechtvaardigheden en hem integraal verheft'. Latijns-Amerika (CELAM), 3de Algemene Vergadering van Latijns-Amerikaanse bisschoppen Puebla (13 feb 1979), 1145

Ook waar de prediking van het woord wordt verhinderd, vormt de loutere aanwezigheid van de missionaris met zijn getuigenis van armoede, liefde en heiligheid reeds een doeltreffende vorm van evangelisatie en schept dikwijls de voorwaarden voor een opbouwende dialoog. Daarom doet het me genoegen nogmaals de gelegenheid aan te grijpen om de missionarissen te prijzen en hartelijk te danken, dat zij met onmetelijke offers soms en te midden van allerlei soort moeilijkheden het zaad van het woord uitzaaien waardoor de Kerk zich ontwikkelt en wortelschiet in de wereld. De meest verheugende vrucht van hun heldhaftige en onvermoeide werk is het prachtige opbloeien van jonge en vurige christelijke gemeenschappen, uit de teelaarde waarvan priesterroepingen en religieuze roepingen ontspruiten die de hoop voor de Kerk van vandaag zijn.

Ja, de missionarissen zijn onontbeerlijke werkers voor de wijngaard van de Heer, en de plaatselijke Kerken zelf, zowel die pas gesticht zijn alsook die -hun eigen autochtone geestelijkheid hebben ontwikkeld, voelen nog de behoefte aan hun aanwezigheid en hun krachten, en ook om zich de rijkdom van de vele eeuwenoude tradities ten nutte te maken en van de rijpheid van de oude Kerken die zij met zich dragen. Zo wordt tussen de beiderlei plaatselijke Kerken een vruchtbare uitwisseling van denkbeelden, initiatieven en werkzaamheden waar, welke als een vruchtbare osmose is voor de universele Kerk.

De samenwerking en de pauselijke missiewerken

Om deze redenen wil ik mijn voldoening uitspreken over iedere vorm van missionaire samenwerking welke de Kerkelijke gemeenschappen weten uit te denken en met een edelmoedige apostolische geest weten te bestendigen. Ik weet wel, dat in vele bisdommen deze vormen van samenwerking actief worden bevorderd, hetgeen zozeer is aanbevolen door mijn voorganger zaliger gedachtenis Pius XII in zijn encycliek 'Paus Pius XII - Encycliek
Fidei Donum
Over de toestand van de Afrikaanse missie
(21 april 1957)
'. Het voordeel van een dergelijke betrokkenheid van de bediening 'ad tempus' is namelijk dubbel: de priesters die er zich aan wijden en een duidelijke dienst aan de missiekerken bieden berichten, wanneer zij terugkeren naar de bisdommen van herkomst, daar over de schat van hun ervaringen en dragen op die manier bij aan het werk van de bezieling dat van zoveel nut is geweest om de gelovigen het missionaire bewustzijn en de wil om de zaak van de evangelisatie te ondersteunen, op te wekken.

Nog altijd met betrekking tot samenwerking is het niet nodig te herhalen, dat het een ernstige dwaling zou zijn haar uitsluitend met economische hulp te vereenzelvigen, zo noodzakelijk om de grote en soms onzegbare ellende van zovele van onze broeders te verhelpen. Met de financiële hulp moet als onontbeerlijke voorwaarde die van het gebed worden verenigd: men moet bidden voor de roepingen, voor de missionarissen, voor de te evangeliseren broeders; men moet bovendien bidden, opdat de naties van de wereld die van een hoge graad van beschaving en welzijn genieten hun harten openen voor de onmetelijke noden van de minder bevoorrechte naties en dat zij vanuit een gezamenlijke overeenstemming volgens de grondrichting van de universele solidariteit een verstandige programmering en planning verwezenlijken van hulp die in staat is de ernstige discriminaties, ongelijke verdelingen en onrechtvaardigheden te bestrijden die een van de grote schandalen van onze tijd vormen. Met het gebed moet het voortreffelijke en doeltreffende element worden verbonden om tot het hart van God door te dringen, het spontane offer van het eigen lijden in vereniging met Christus voor het welzijn van de broeders. Tenslotte wil ik aan het belang herinneren welke de pauselijke missiewerken voor de doeleinden van de samenwerking hebben. Voor de aanstaande dag worden allen uitgenodigd zich te bezinnen op de rol welke deze vervullen binnen de hele Kerkelijke gemeenschap, deze geschikte middelen voor de bezieling en missionaire gevoeligheid van het volk van God. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 38

Aan alle missionarissen en aan al degenen die in verschillende vormen en op verschillende manieren hun krachten gebruiken voor de verbreiding van het Evangelie, verleen ik met diepe en zeer hartelijke dankbaarheid de bemoedigende apostolische zegen.

Vanuit het Vaticaan, 25 mei, hoogfeest van Pinksteren 1980, het tweede van mijn pontificaat.

PAUS JOHANNES PAULUS II

Document

Naam: DE KERK INCARNEERT ZICH IN DE ZENDING EN VORMT DE NIEUWE MENS
Voor Wereldmissiedag 1980
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Boodschap
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 mei 1980
Copyrights: © 1980, Archief van Kerken 35e jrg. p. 1055-1058
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam