• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Sint Paulus gebruikt een bondige uitdrukking als hij naar het gezinsleven verwijst: "dit geheim is groot" (Ef. 5, 32). Red.: Aldus de Petrus Canisiusvertaling. In de Willibrordvertaling staat: "Dit geheim heeft een diepe zin", wat een iets minder letterlijke weergave van het orgineel is. Wat hij schrijft in de brief aan de Christenen van Efeze over dit "grote geheim" is weliswaar diep geworteld in het boek Genesis en in de hele traditie van het Oude Testament, maar vormt niettemin een nieuwe benadering, die later weerklank zal vinden in het Leergezag van de Kerk.

De Kerk verkondigt dat het huwelijk, als sacrament van het verbond tussen man en vrouw, een "groot geheim" is, omdat het de echtelijke liefde van Christus voor Zijn Kerk uitbeeldt. Sint Paulus schrijft: "Mannen, hebt uw vrouw lief, zoals Christus de Kerk heeft liefgehad. Hij heeft zich voor haar overgeleverd om haar te heiligen, haar reinigend door het waterbad van het woord" (Ef. 5, 25-26). De apostel spreekt hier over het Doopsel, dat hij uitvoerig behandelt in de brief aan de Romeinen, waar hij dit Sacrament voorstelt als een delen in de dood van Christus, dat voert tot een delen in Zijn leven. Vgl. Rom. 6, 3-4 In dit sacrament wordt de gelovige herboren als een nieuwe mens, want de Doop heeft de kracht nieuw leven mee te delen, het leven van God zelf. Het mysterie van de Godmens wordt in zekere zin samengevat herhaald in het doopgebeuren. Zoals Sint Irenaeus, evenals trouwens vele Kerkvaders in het Oosten en in het Westen, later zou zeggen: "Christus Jezus, onze Heer, de Zoon van God, werd de Mensenzoon, opdat de mens een zoon van God zou kunnen worden".

De Bruidegom is dus dezelfde God die mens werd. In het Oude Verbond verschijnt de Heer als de Bruidegom van Israël, het uitverkoren volk - een Bruidegom die zowel liefdevol als veeleisend is, jaloers en trouw. Israëls momenten van verraad, afdwaling en afgoderij, die in zulke heftige en beeldende woorden door de profeten worden beschreven, kunnen nooit de liefde blussen waarmee God-de-Bruidegom "bemint tot het uiterste toe". Vgl. Joh. 13, 1

De bevestiging en de voltooiing van de echtelijke band tussen God en Zijn volk worden in het Nieuwe Verbond verwezenlijkt in Christus. Christus verzekert ons dat de Bruidegom bij ons is. Vgl. Mt. 9, 15 Hij is bij ieder van ons; Hij is met de Kerk. De Kerk wordt een Bruid, de Bruid van Christus. Deze Bruid, waarover gesproken wordt in de brief aan de Efeziërs, is in iedere gedoopte aanwezig en presenteert zich als het ware aan haar Bruidegom. "Christus heeft de Kerk liefgehad: Hij heeft zich voor haar overgeleverd Hij heeft de Kerk tot zich gevoerd als een heerlijke bruid, zonder vlek of rimpel of fout, heilig en onbesmet" (Ef. 5, 25-27). De liefde, waarmee de Bruidegom de Kerk "heeft bemind tot het uiterste toe", vernieuwt voortdurend haar heiligheid in haar Heiligen, ofschoon ze toch een Kerk van zondaars blijft. Zelfs zondaars, "tollenaars en ontuchtige vrouwen", worden tot heiligheid geroepen, zoals Jezus zelf zegt in het evangelie. (Mt. 21, 31) Allen worden opgeroepen een glorievolle Kerk te worden, heilig en onbesmet. "Wees heilig", zegt de Heer, "want Ik ben heilig" (Lev. 11, 44). Vgl. 1 Pt. 1, 16

Dit is de diepste zin van het "grote geheim", de wezenlijke betekenis van de sacramentele gave in de Kerk, de meest fundamentele betekenis van Doopsel en Eucharistie. Dit zijn de vruchten van de liefde waarmee de Bruidegom ons tot het uiterste toe heeft liefgehad, een liefde die voortdurend groeit en mensen steeds overvloediger doet delen in het bovennatuurlijke leven.

Nadat Sint Paulus gezegd heeft: "Mannen, hebt uw vrouw lief" (Ef. 5, 25), voegt hij er met klem aan toe: "Zo moeten ook de mannen hun vrouwen liefhebben, zoals ze hun eigen lichaam liefhebben. Wie zijn vrouw bemint, bemint zichzelf. Niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat; integendeel, hij voedt en koestert het. En zo doet Christus met de Kerk, omdat wij ledematen zijn van Zijn lichaam" (Ef. 5, 28-30). En hij moedigt de echtgenoten aan met de woorden: "Weest elkander onderdanig uit ontzag voor Christus" (Ef. 5, 21).

Dit is zonder enige twijfel een nieuwe presentatie van de eeuwige waarheid over huwelijk en gezin in het licht van het Nieuwe Verbond. Christus heeft deze waarheid in het evangelie geopenbaard door Zijn aanwezigheid te Kana in Galilea, door Zijn kruisoffer en door de sacramenten van Zijn Kerk. Zo ontdekken mannen en vrouwen in Christus het referentiekader voor hun echtelijke liefde. Sint Paulus gebruikt de analogie van de echtelijke liefde, terug verwijzend naar het boek Genesis: "Een man verlaat zijn vader en moeder en hecht zich zo aan zijn vrouw dat zij één vlees worden" (Gen. 2, 24). Dit is het "grote geheim" van die eeuwige liefde, die reeds aanwezig is in de schepping, geopenbaard in Christus en toevertrouwd aan de Kerk. "Dit geheim heeft een diepe zin", herhaalt Sint Paulus, "Ik voor mij betrek het op Christus en Zijn Kerk" (Ef. 5, 32). Daarom kan de Kerk alleen dan verstaan worden als het Mystieke Lichaam van Christus, als het teken van ons Verbond met God in Christus, of als het universele sacrament van de verlossing, wanneer we het "grote geheim" indachtig zijn, dat verbonden is met de schepping van de mens als man en vrouwen de roeping van beiden tot huwelijksliefde, en tot vaderschap en moederschap. Het "grote geheim" van de Kerk en de mensheid in Christus bestaat niet los van het "grote geheim" dat wordt uitgedrukt in "één vlees" Vgl. Gen. 2, 24 Vgl. Ef. 5, 31-32 , dat wil zeggen, in de werkelijkheid van huwelijk en gezin.

Het gezin is zelf het grote geheim van God. Als "huiskerk" is het de bruid van Christus. De universele Kerk, evenals iedere plaatselijke Kerk daarbinnen, wordt het meest direct als bruid van Christus geopenbaard in de "huiskerk" en haar liefdeservaring: echtelijke liefde, vaderlijke en moederlijke liefde, broederlijke en zusterlijke liefde, de liefde van een gemeenschap van personen en van generaties. Zouden we ons menselijke liefde wel voor kunnen stellen zonder de Bruidegom en de liefde waarmee Hij ons eerst bemind heeft tot het uiterste toe? Alleen als echtgenoten delen in die liefde en in dat "grote geheim", kunnen ze liefhebben "tot het uiterste toe". Als ze daar niet in delen, zullen ze niet ten diepste weten wat liefde werkelijk is en hoe onverbiddelijk haar eisen zijn. En dat is ongetwijfeld heel gevaarlijk voor hen.

De leer van de brief aan de Christenen van Efeze verbaast ons vanwege de diepgang en het gezag van die zedeleer. Door te verwijzen naar het huwelijk, en zijdelings naar het gezin, als het "grote geheim" dat slaat op Christus en Zijn Kerk, kan de apostel Paulus nogmaals benadrukken wat hij al eerder tot de mannen heeft gezegd: "Ieder van u moet zijn vrouw liefhebben als zichzelf". En verder zegt hij: "En de vrouw moet eerbied hebben voor haar man". Red: Ook hier is de Petrus Canisiusvertaling gevolgd. De Willibrordvertaling spreekt van "ontzag" in plaats van "eerbied". Eerbied, omdat zij liefheeft en weet dat zij op haar beurt wordt bemind. Dankzij deze liefde worden man en vrouw een wederzijds geschenk voor elkaar. Liefde houdt de erkenning in van de persoonlijke waardigheid van de ander, en van zijn of haar absolute uniek-zijn. Elk van de echtgenoten is immers, als menselijk wezen, onder alle schepselen op aarde om zichzelf door God gewild. Ieder van hen schenkt zichzelf echter, door een bewuste en verantwoorde daad, vrijwillig aan de ander en aan de kinderen die God geeft. Het zegt wel iets dat Sint Paulus zijn vermaning voortzet met een beroep op het vierde gebod: "Gij, kinderen, weest gehoorzaam aan uw ouders in de Heer, want dit is uw plicht. 'Eer uw vader en uw moeder' (dit is het eerste gebod waaraan een belofte verbonden is), 'opdat het u goed moge gaan en ge lang moogt leven op aarde'. En gij, vaders, verbitterd uw kinderen niet, maar voedt ze op in de tucht en de vermaning des Heren" (Ef. 6, 1-4). Ook dit citaat is ontleend aan de Petrus Canisiusvertaling, omdat deze op dit punt veel letterlijker is dan de Willibrordvertaling en derhalve het orginele citaat van de Brief beter weergeeft. De apostel ziet dus in het vierde gebod de impliciete verplichting besloten van wederzijds respect tussen man en vrouw, tussen ouders en kinderen, en hij erkent er het beginsel van de gezinsstabiliteit in.

Sint Paulus' prachtige synthese over het "grote geheim" lijkt wel een beknopte samenvatting, in zekere zin een summa, van de leer over God en de mens, die tot voltooiing is gebracht in Christus. Helaas is het Westerse denken, met de ontwikkeling van het moderne rationalisme, geleidelijk aan afgedwaald van deze leer. De filosoof die het principe formuleerde "Cogito, ergo sum", "Ik denk, dus ik ben", verbond ook aan het moderne mens-begrip het kenmerkende dualisme (tweedeling). Het is een typische trek van dit rationalisme om in de mens een radicaal verschil aan te brengen tussen geest en lichaam, tussen lichaam en geest. Maar de mens is een persoon in de eenheid van zijn lichaam en zijn geest. Het lichaam mag nooit herleid worden tot alleen maar materie: het is een bezield lichaam; zo is ook de geest van de mens zo nauw verbonden met het lichaam dat hij omschreven kan worden als een belichaamde geest. De rijkste bron voor kennis van het lichaam is het vlees geworden Woord. Christus openbaart de mens aan zichzelf. In zekere zin is deze uitspraak van het Tweede Vaticaans Concilie het zo lang verwachte antwoord van de Kerk op dit moderne rationalisme.

Dat antwoord is van fundamenteel belang voor het begrijpen van het gezin, vooral tegen de achtergrond van de hedendaagse beschaving, die - het is al eerder gezegd - in tal van gevallen niet langer probeert een "beschaving van de liefde" te zijn. De moderne tijd heeft grote vooruitgang geboekt in het begrijpen van zowel de stoffelijke wereld als de menselijke psychologie, maar met betrekking tot zijn diepste, metafysische dimensie, blijft de huidige mens in hoge mate een onbekend wezen voor zichzelf. Bijgevolg blijft het gezin ook een onbekende werkelijkheid. Dat is het gevolg van de vervreemding van dat "grote geheim" waarover de apostel spreekt.

De scheiding van geest en lichaam in de mens heeft geleid tot een groeiende tendens het menselijke lichaam niet te beschouwen vanuit de specifieke gelijkenis met God. Liever beziet men het op basis van zijn overeenkomst met alle andere lichamen die in de natuur aanwezig zijn, lichamen die de mens gebruikt als grondstof in zijn pogingen consumptiegoederen te produceren. Maar iedereen kan onmiddellijk beseffen welk een enorme gevaren er dreigen als zulke criteria worden toegepast op de mens.

Als het menselijk lichaam, los gezien van geest en gedachte, gebruikt gaat worden worden als grondstof op dezelfde wijze als dat het geval is bij dieren - en dit gebeurt feitelijk bijvoorbeeld bij experimenten met embryo's en foetussen - dan zullen we onvermijdelijk bij een vreselijk zedelijk debâcle uitkomen.

In een dergelijk antropologisch perspectief, wordt de mensheid geconfronteerd met de uitdaging van een Neo-Manichaeisme, waarin lichaam en ziel gezien worden als elkaars radicale tegenstelling; het lichaam leeft niet dankzij de ziel, en de ziel doet het lichaam niet leven. Zo leeft de mens dus niet langer als persoon en als subject. Ondanks alle goede bedoelingen en verklaringen die het tegendeel moeten aantonen, wordt hij slechts een object. Deze Neo-Manichaeaanse cultuur heeft er bijvoorbeeld toe geleid dat de menselijke seksualiteit meer beschouwd wordt als een terrein voor manipulatie en exploitatie, dan als de grondslag voor die allereerste verwondering die Adam op de ochtend van de schepping tegenover Eva deed uitroepen: "Eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees" (Gen. 2, 23). Deze zelfde verwondering weerklinkt in de woorden van het Hooglied: "Je hebt mij van mijn zinnen beroofd, mijn zuster, mijn bruid! Je hebt mij van mijn zinnen beroofd met één blik van je ogen, met één kraal van je snoer" (Hoogl. 4, 9). Wat liggen sommige moderne ideeën ver af van het diepgaande begrip van mannelijkheid en vrouwelijkheid dat we in de goddelijke openbaring aantreffen! De openbaring brengt ons ertoe in de menselijke seksualiteit een schat te ontdekken eigen aan de persoon, die waarachtige vervulling vindt in het gezin, maar die zijn diepste roeping ook tot uitdrukking kan brengen in maagdelijkheid en celibaat omwille van het koninkrijk van God.

Het moderne rationalisme duldt het mysterie niet. Het aanvaardt het mysterie dat de mens man en vrouw is niet, noch wil het toegeven dat de volledige waarheid omtrent de mens geopenbaard is in Jezus Christus. Het weigert met name het "grote geheim" te aanvaarden, dat verkondigd wordt in de brief aan de Efeziërs; daar verzet het zich zelfs radicaal tegen. In de context van een vaag deïsme, wil het de mogelijkheid en zelfs de noodzaak van een Opperwezen of een goddelijke Wezen nog wel erkennen, maar het verwerpt absoluut het idee van een God die mens werd om de mensen te verlossen. Voor dit rationalisme is het niet denkbaar dat God de Verlosser zou zijn, en nog minder dat Hij "de Bruidegom" zou zijn, de allereerste en enige bron van de menselijke liefde tussen echtgenoten. Het rationalisme verschaft ons een radicaal andere kijk op de schepping en de zin van het menselijk bestaan. Maar als de mens eenmaal het zicht verliest op een God die hem liefheeft, een God die hem door Christus roept in Hem en met Hem te leven, en als het gezin niet langer de mogelijkheid heeft te delen in het "grote geheim", wat schiet er dan over behalve slechts de tijdelijke dimensie van het leven? Dan wordt het aardse leven niets anders dan het draaiboek van een strijd om het bestaan, van wanhopig winstbejag en boven alles financieel gewin.

De diepe wortels van het "grote geheim", het sacrament van liefde en leven, dat begonnen is met de schepping en de verlossing en dat Christus de Bruidegom als hoogste zekerheid heeft, dat alles is verloren gegaan in de moderne kijk op de dingen. Het "grote geheim" wordt bedreigd in ons en in alle mensen om ons heen. Moge de kerkelijke viering van het Jaar van het Gezin een kostbare gelegenheid zijn voor echtparen om dit geheim te herontdekken en er zich weer voor in te zetten met kracht, moed en enthousiasme.

Document

Naam: GRATISSIMAM SANE
Brief aan de Gezinnen - Bij gelegenheid van het Internationaal Jaar van het Gezin
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 2 februari 1994
Copyrights: © 1994, RK Voorlichting, Oegstgeest / 1994, SRKK, Utrecht
Bewerkt: 3 november 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam