• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het vierde van de Tien Geboden heeft te maken met het gezin en de innerlijke eenheid daarvan - de solidariteit zouden we kunnen zeggen.

In de formulering van het gebod komt het gezin niet uitdrukkelijk voor. Toch is dit in feite waar het werkelijk om gaat. Om de gemeenschap tussen de generaties duidelijk te maken kon de goddelijke Wetgever geen toepasselijker woord vinden dan dit: "Eer ... " (Ex. 20, 12). Dit is een andere manier om uit te drukken wat het gezin is. Deze formulering hemelt het gezin niet "kunstmatig" op, maar beklemtoont de eigenheid ervan en de rechten die daaruit voortvloeien. Het gezin is een gemeenschap met bijzonder intense interpersoonlijke betrekkingen: tussen de echtgenoten, tussen ouders en kinderen, tussen generaties. Het is een gemeenschap die op een speciale wijze veilig gesteld moet worden. En God kan geen beter veiligstelling bedenken dan deze: "Eer".

"Eer uw vader en uw moeder. Dan zult gij lang leven op de grond die de Heer uw God u schenkt" (Ex. 20, 12).

Dit gebod komt onmiddellijk na de drie fundamentele geboden, die betrekking hebben op de verhouding van individuen en het volk van Israël met God: "Shema, Israël ... ", "Luister Israël, de Heer is onze God, de Heer alleen" (Deut. 6, 4). "Gij zult geen andere goden hebben ten koste van Mij" (Ex. 20, 3). Dit is het eerste en voornaamste gebod, God liefhebben "boven alles": gij moet God liefhebben "met heel uw hart, met heel uw ziel en met al uw krachten" (Deut. 6, 5). Vgl. Mt. 22, 37 Het is betekenisvol dat het vierde gebod juist in deze context is geplaatst. "Eer uw vader en uw moeder", omdat zij voor u in zekere zin de Heer vertegenwoordigen; zij zijn het die u het leven gegeven hebben, die u in het menselijk bestaan hebben binnen gevoerd in een bepaald gezin, een bepaald volk, een bepaalde cultuur. Na God zijn ze uw eerste weldoeners. Ofschoon God alleen goed is, de Goedheid zelf, delen ouders op een unieke wijze in deze verheven goedheid. Daarom dus, eer uw ouders! Er is hier een zekere analogie met de verering die men God verschuldigd is.

Het vierde gebod is sterk verbonden met het gebod van de liefde. De band tussen "eer" en "liefde" is zeer nauw. Eer is in de wezenlijke kern verbonden met de deugd van rechtvaardigheid, maar rechtvaardigheid kan niet volledig verklaard worden zonder een beroep te doen op de liefde: de liefde tot God en de naaste. En wie is er meer onze naaste dan de leden van ons eigen gezin, onze ouders en kinderen?

Is het systeem van interpersoonlijke relaties zoals het vierde gebod dat aangeeft niet eenzijdig? Verplicht het ons alleen onze ouders te eren? Letterlijk genomen is dat zo. Maar indirect kunnen we ook spreken van de "eer" die ouders hun kinderen verschuldigd zijn. "Eren" betekent erkennen. We zouden het zo kunnen formuleren:

"laat je leiden door de overtuigde erkenning van de persoon, in de eerste plaats van je vader en moeder, en daarna van de andere leden van je gezin".

Eren veronderstelt wezenlijk een houding van onzelfzuchtigheid. Men zou kunnen zeggen dat het "een oprechte gave van persoon aan persoon" is, en in die zin valt eer samen met liefde. Als het vierde gebod gebiedt dat we eer moeten bewijzen aan onze vader en moeder, dan wordt die eis ook gesteld met het oog op het welzijn van het gezin. Juist daarom echter stelt het eisen aan de ouders zelf. Dit goddelijk voorschrift lijkt te zeggen: "U, ouders, moet u zo gedragen dat u door uw levenswijze de eer (en de liefde) van uw kinderen verdient! Laat het goddelijk gebod dat u geëerd moet worden niet in een moreel vacuüm terecht komen! Uiteindelijk hebben we het dan over wederzijdse eer. Het gebod "eer uw vader en uw moeder" zegt indirect tot de ouders: Eer uw zonen en uw dochters. Ze verdienen het omdat ze leven, omdat ze zijn wie ze zijn, en dit geldt vanaf het eerste moment van hun conceptie. Door uitdrukking te geven aan de intieme banden die het gezin verenigen, benadrukt het vierde gebod de basis van de innerlijke eenheid.

Het vierde gebod vervolgt: "dan zult gij lang leven op de grond die de Heer uw God u schenkt". Het voegwoord "dan" zou de indruk kunnen wekken dat het om een bijna "utilitaristische" berekening gaat: eer hen, opdat je lang zult leven. Dit vermindert echter in geen geval de fundamentele betekenis van het gebod "eer", dat van nature een houding van onzelfzuchtigheid oproept. Eren betekent nooit: "de voordelen berekenen". Anderzijds kan moeilijk ontkend worden dat een houding van wederzijds eren onder de leden van de gezinsgemeenschap ook zekere voordelen met zich mee brengt. "Eren" is zeker iets nuttigs, zoals ieder waarachtig goed "nuttig" is.

Op de eerste plaats bereikt het gezin het goed van "samen zijn". Dit is het goed van het huwelijk (vandaar de onontbindbaarheid) en van de gezinsgemeenschap bij uitstek, en zou ook gedefinieerd kunnen worden als iets goeds voor het subject als zodanig. Evenals de persoon, is ook het gezin een subject, aangezien het is opgebouwd uit personen die, onderling verbonden door een sterke band van gemeenschap, een enkelvoudig collectief subject vormen. Het gezin is zeker in hogere mate een subject dan welke andere sociale instelling ook, in hogere mate dan het volk of de staat, de samenleving en internationale organisaties. Deze gemeenschappen, in het bijzonder de volken, bezitten een eigen subjectiviteit in de mate waarin ze die ontvangen door personen en hun gezinnen. Zijn dit allemaal puur "theoretische" beschouwingen, geformuleerd met de bedoeling het gezin "op te hemelen" ten overstaan van de publieke opinie? Dat niet, maar ze vormen een andere manier om tot uitdrukking te brengen wat het gezin is. En dat kan ook worden afgeleid uit het vierde gebod.

Deze waarheid dient beklemtoond te worden en beter begrepen: hierdoor wordt het belang van het vierde gebod voor het moderne systeem van de mensenrechten naar voren gehaald. Instellingen en wettelijke systemen bezigen juridische taal. Maar God zegt: "Eer". Alle "mensenrechten" zijn, als het erop aan komt, wankel en ondoeltreffend, als ze in hun grondslag het gebod te "eren" missen, met andere woorden, als er geen erkenning is van het individu om de eenvoudige reden dat hij een individu is, "dit" individu. Rechten zonder meer zijn niet voldoende.

Het is niet overdreven nog eens te herhalen dat het leven van volkeren, van staten en van internationale organisaties via het gezin loopt en gebaseerd is op het vierde van de Tien Geboden. De eeuw waarin wij leven wordt, ondanks de vele juridische Verklaringen die zijn opgesteld, nog steeds in hoge mate bedreigd door "vervreemding". Dit is het gevolg van de vooronderstelling van de "Verlichting", dat een mens "meer" menselijk is als hij "alleen maar" menselijk is. Het is niet moeilijk te zien hoe onze tijd bedreigd wordt door vervreemding van alles wat op verschillende wijzen tot de volle rijkdom van de mens bijdraagt. En dit heeft invloed op het gezin. De bevestiging van de persoon is zonder meer in hoge mate een aangelegenheid van het gezin, en daarmee van het vierde gebod. In Gods plan is het gezin op vele manieren de eerste school waar men leert menselijk te zijn. Wees menselijk! Dit gebod wordt in het gezin doorgegeven - menselijk als zoon of dochter van uw land, als staatsburger, en, zouden we vandaag zeggen, als wereldburger. God, die de mensheid het vierde gebod gaf, is "welwillend" ten opzichte van de mens (philantropos zoals de Grieken zeiden). De Schepper van het heelal is de God van liefde en leven: Hij wil dat de mens leven bezit en wel in overvloed, zoals Christus verkondigt Vgl. Joh. 10, 10 , dat hij leven bezit, in de eerste plaats dankzij het gezin.

Het lijkt nu wel duidelijk geworden dat de "beschaving van de liefde" nauw verbonden is met het gezin. Voor veel mensen is de beschaving van de liefde echter nog steeds een zuivere utopie. Er zijn zelfs mensen die denken dat liefde niet van iemand gevraagd kan worden en evenmin aan iemand opgelegd: liefde moet een vrije keuze zijn die mensen al dan niet kunnen maken.

Daar zit iets waars in. En toch is daar altijd het feit dat Jezus Christus ons het gebod van de liefde heeft nagelaten, net zoals God ons op de berg Sinaï beval: "Eer uw vader en uw moeder". Dan is liefde dus geen utopie; ze is aan de mensheid gegeven als een taak, die met behulp van de goddelijke genade moet worden uitgevoerd. De liefde wordt aan man en vrouw toevertrouwd in het sacrament van het huwelijk, als grondprincipe van hun "plicht" en vormt zo de grondslag voor hun wederzijdse verantwoordelijkheid: eerst als echtgenoten, daarna als vader en moeder. In de viering van het sacrament schenken bruid en bruidegom zich aan elkaar en ontvangt de een de ander ook, terwijl ze verklaren bereid te zijn kinderen te aanvaarden en op te voeden. Daarvan hangt de menselijke beschaving af, die alleen maar gedefinieerd kan worden als een "beschaving van de liefde".

Het gezin is uiting en bron van deze liefde. De primaire stroom van de beschaving van de liefde loopt via het gezin en vindt daar haar "sociale grondslag".

In de christelijke traditie hebben de Kerkvaders het gezin een "huiskerk" genoemd, een "kleine kerk". Zo hebben ze naar de beschaving van de liefde verwezen als een mogelijke vorm van menselijk leven en samen-leven: "samen zijn" als gezin, er voor elkaar zijn, ruimte scheppen in een gemeenschap om iedere persoon als zodanig te erkennen, om "deze" individuele persoon te erkennen. Soms gaat het om mensen met een lichamelijke of psychische handicap, waar de zogenaamde "progressieve" samenleving bij voorkeur van gevrijwaard wil zijn. Zelfs een gezin kan tenslotte op zo'n samenleving gaan lijken. Dat is het geval als een gezin zich haastig ontdoet van mensen die bejaard, invalide of ziek zijn. En dat gebeurt als men het geloof verloren heeft in God voor wie "allen levend zijn" Vgl. Lc. 20, 38 en door wie allen geroepen worden tot de volheid van leven.

Ja, de beschaving van de liefde is mogelijk; het is geen utopie. Maar ze is alleen mogelijk als we een voortdurend beroep doen op de "Vader naar wie alle vaderschap [en moederschap] op aarde is genoemd" Vgl. Ef. 3, 14-15 , van wie ieder menselijk gezin uitgaat.

Document

Naam: GRATISSIMAM SANE
Brief aan de Gezinnen - Bij gelegenheid van het Internationaal Jaar van het Gezin
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 2 februari 1994
Copyrights: © 1994, RK Voorlichting, Oegstgeest / 1994, SRKK, Utrecht
Bewerkt: 3 november 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam