• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De trouwbelofte bepaalt en bestendigt het welzijn dat gemeenschappelijk is aan huwelijk en gezin.

"Ik aanvaard je ... als mijn vrouw - als mijn man - en ik beloof je trouw te blijven, in goede en kwade dagen, in armoede en rijkdom, in ziekte en gezondheid. Ik wil je liefhebben en waarderen al de dagen van ons leven."

Het huwelijk is een bijzondere gemeenschap van personen. Op grond van deze gemeenschap is het gezin geroepen een gemeenschap van personen te worden. Het is een verplichting die de pas gehuwden op zich nemen "voor God en voor zijn kerk", zoals de celebrant hun in herinnering brengt op het ogenblik van het uitwisselen van de beloften. Allen die aan de ritus deelnemen, zijn getuigen van deze verplichting: in hen zijn in zekere zin de kerk en de maatschappij vertegenwoordigd, die beide omgevingen van vitaal belang zijn voor het nieuwe gezin.

De woorden van de huwelijksbeloften bepalen, wat het gemeenschappelijk welzijn inhoud van het echtpaar en het gezin. Allereerst het gemeenschappelijk welzijn van de gehuwden: de liefde, de trouw, de eer, de duur van hun verbintenis tot de dood: "al de dagen van het leven". Het welzijn van beiden, dat tegelijkertijd het welzijn van ieder afzonderlijk is, moet vervolgens het welzijn van de kinderen worden. Het gemeenschappelijk welzijn garandeert van nature het ware welzijn van ieder, omdat het de personen afzonderlijk verenigt. Als de kerk, evenals de staat overigens, de belofte van de gehuwden aanvaardt, zoals die tot uitdrukking komt in de hierboven aangehaalde woorden, dan doet zij dat, omdat deze "in hun hart geschreven staat" (Rom. 2, 15). Het zijn de gehuwden die elkaar de huwelijksbelofte geven door te zweren bij de waarheid van hun belofte, dat wil zeggen door deze te bevestigen ten overstaan van God. Als gedoopten zijn zij in de kerk de bedienaars van het sacrament van het huwelijk. Paulus leert dat deze wederzijdse verplichting een "geheim" is met een "diepe zin" (Ef. 5, 32).

De woorden van de belofte brengen dus tot uitdrukking wat het gemeenschappelijk welzijn van de gehuwden inhoudt en wijzen op hetgeen het gemeenschappelijk welzijn moet zijn van het toekomstig gezin. Om dit duidelijk naar voren te brengen, vraagt de kerk hen of zij bereid zijn de kinderen die God hun zal willen schenken te aanvaarden en christelijk op te voeden. De vraag heeft betrekking op het gemeenschappelijk welzijn van het toekomstig gezin, waarbij men de genealogie van de personen, die geschreven staat in het aangaan zelf van het huwelijk en het stichten zelf van het gezin, voor ogen dient te houden. De vraag aangaande kinderen en hun opvoeding is nauw verbonden met de huwelijksbelofte, met de eed van liefde, van respect van de gehuwden voor elkaar en trouw tot de dood. Het aanvaarden en de opvoeding van de kinderen - twee van de belangrijkste doelstellingen van het gezin - worden bepaald door de vervulling van deze taak. Het vaderschap en het moederschap vertegenwoordigen een opdracht die niet alleen van fysieke, maar ook van geestelijke aard is; via het vaderschap en het moederschap loopt immers de genealogie van de persoon, die haar eeuwig begin heeft in God en naar Hem dient te leiden.

Het Jaar van het Gezin, een jaar van bijzonder gebed van de gezinnen, zou ieder gezin hiervan op een nieuwe en diepe wijze bewust moeten maken. Welk een rijkdom aan Bijbelse gedachten zou aan dit gebed ten grondslag kunnen liggen! Het is dan wel noodzakelijk dat aan de woorden van de heilige Schrift altijd het persoonlijk gedenken van de echtgenoten-ouders en dat van de kinderen en kleinkinderen toegevoegd wordt. Door middel van de genealogie van de personen wordt de huwelijksgemeenschap een gemeenschap van generaties. De sacramentele gemeenschap van de twee, bezegeld in het voor God gesloten verbond, duurt voort en wordt geconsolideerd in de gemeenschap van de generaties. Zij moet een eenheid van gebed worden. Wil dit echter op betekenisvolle wijze in het Jaar van het Gezin blijken, dan is het noodzakelijk dat bidden een gewoonte wordt die in het dagelijks leven van ieder gezin wortelt. Het gebed is dankzegging, lof aan God, vragen om vergiffenis, smeekbede en aanroeping. In elk van deze vormen heeft het gebed van het gezin God veel te zeggen. Het heeft ook zeer veel te zeggen aan de mensen, te beginnen bij de wederzijdse gemeenschap van de personen die door de banden van het gezin verenigd worden.

"Wat is de mens dan, dat Gij naar hem omziet?" (Ps. 8, 5), vraagt de psalmist zich af. Het gebed is de plaats waar op de meest eenvoudige manier het scheppende en vaderlijke gedenken van God zich manifesteert, niet alleen en niet zozeer het gedenken van God door de mens, maar veeleer het gedenken van de mens door God. Daarom kan het gebed en de gemeenschap van het gezin een plaats worden van gemeenschappelijk en wederzijds gedenken: het gezin is immers een gemeenschap van generaties. In het gebed moeten allen tegenwoordig zijn: zij die leven en zij die al gestorven zijn, evenals ook degenen die nog ter wereld moeten komen. Het is noodzakelijk dat in het gezin voor ieder gebeden wordt in de mate van het welzijn, dat het gezin voor hem en het welzijn dat hij voor het gezin betekent. Het gebed versterkt dit welzijn nog meer, juist als het gemeenschappelijk welzijn van het gezin. Wat meer is, het gebed is de eerste aanzet tot dit welzijn op een steeds hernieuwde wijze. In het gebed vindt het gezin zich als het eerste 'wij', waarin ieder 'ik' een 'gij' is; ieder is voor de ander respectievelijk man of vrouw, vader of moeder, zoon of dochter, broer of zus, grootouder of kleinkind.

Zijn de gezinnen tot welke ik mij met deze brief richt, zo? Inderdaad zijn er nogal wat zo, maar de tijd waarin wij leven, laat de tendens zien, het gezin te beperken tot de sfeer van twee generaties. Dat gebeurt vaak door het beperkte aantal beschikbare woningen, vooral in de grote steden. Niet zelden is dit echter ook te wijten aan de overtuiging dat het samen leven van meer generaties intimiteit in de weg staat en het leven moeilijk maakt. Maar is dit nu juist niet het zwakste punt? Er is weinig menselijk leven in de gezinnen van onze dagen. Er is een gebrek aan mensen met wie het gemeenschappelijk welzijn verwezenlijkt en gedeeld kan worden; en toch eist het welzijn van nature dat het verwezenlijkt en met anderen gedeeld wordt: "bonum est diffusivum sui": "het welzijn heeft de neiging zichzelf te verspreiden". Hoe algemener het welzijn is, des te meer eigen is het ook: van mij - van jou - van ons. Dit is de innerlijke logica van het bestaan in welzijn, waarheid en liefde. Indien de mens deze logica weet te aanvaarden en te volgen, dan wordt zijn bestaan waarlijk een 'oprechte gave'.

Document

Naam: GRATISSIMAM SANE
Brief aan de Gezinnen - Bij gelegenheid van het Internationaal Jaar van het Gezin
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 2 februari 1994
Copyrights: © 1994, RK Voorlichting, Oegstgeest / 1994, SRKK, Utrecht
Bewerkt: 3 november 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam