• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De arbeid

De Kerk staat niet alleen gericht op de problemen die de continenten en volkeren betreffen; zij keert zich vooral tot de mens die het scheppingsbeeld van God in zich gedrukt kreeg en verlost is door het offer van Christus. Voor de Kerk bestaat er geen kleurloze massa of een naamloze collectiviteit: zij weet dat iedere sociale en politieke werkelijkheid wordt gevormd door afzonderlijke mensen, ieder met de problemen die eigen zijn aan zijn eigen identiteit in het werk, in het beroep, in het gezinsleven en het sociale leven, alsook in de verscheidenheid van geografische herkomsten of ideologische standpunten. De Kerk heeft haar woord te zeggen voor deze afzonderlijke mensen. De Paus treedt deze mens met eenvoud en hartelijkheid tegemoet, met volledige 'sympathie', dat wil zeggen, door te trachten in zijn concrete situaties te delen overal waar zij zich voordoen en zich ontwikkelen.

En voor alles de mens die werkt: in mijn hart zijn de ontmoetingen gegrift, hier in Rome en tijdens de reizen, met de marmerhouwers, de mijnwerkers, de industriearbeiders en de arbeiders op het land, met degenen die naar andere landen zijn geëmigreerd en met hen uit andere landen: allen doen uit de materie de bestaansmiddelen ontstaan voor de hele samenleving en worden zo de medewerkers van God, die de mens nodig heeft om de innerlijke rijkdommen van zijn schepping te blijven ontvouwen. Mogen de arbeiders van de hele wereld weten, dat de Kerk hen nabij is, dat zij hen hoogacht en liefheeft voor de onvervangbare bijdrage waarvan wij allen de schuldenaars zijn; het is een bijdrage geleverd met de inspanning van een heel leven en daarom onvergelijkelijk groter en onaantastbaarder dan ook het meer rechtvaardige loon dat zij ervoor ontvangen; mogen zij weten dat hun werk zoals ik onlangs heb gezegd 'de mens helpt meer mens te zijn, zijn persoonlijkheid doet rijpen, zijn mogelijkheden ontwikkelt en verheft en hem aldus ontvankelijk maakt voor dienstbaarheid, edelmoedigheid, betrokkenheid op anderen, in één woord voor de liefde'. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de christelijke arbeidersbeweging (6 dec 1980) De liefde! Dit is de grote werkelijkheid welke de samenleving vandaag evenals gisteren moet bewegen, indien zij niet volledig wil verdorren in een dialectisch verzet van uitbuiting en opstand, in een zuivere en loutere betrekking van geven en hebben, in een egoïsme van monaden die uiteenvallen zonder elkaar ooit te ontmoeten, tenzij in wantrouwen en verachting. Alleen in de liefde ligt het geheim van het overleven. 

De cultuur

Er is vervolgens de mens die zijn innerlijke rijkdommen ter beschikking stelt van ook de kwalitatieve verheffing van zijn broeders: dat is de grote wereld van de cultuur in haar verschillende facetten welke op het ogenblik buitengewone verhoudingen heeft aangenomen in diepte en breedte door de huidige specialisaties in alle sectoren van het intellectuele leven. De Kerk kijkt naar deze wereld met een onmetelijk vertrouwen, en zij heeft dit jaar een bijzondere aandacht aan haar gewijd na de plechtige verplichting welke zij op zich heeft genomen gedurende de bijeenkomst van het heilig college in november vorig jaar Archief van de Kerken 35 (1980), 420 en bij gelegenheid van de H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
De diepe overeenstemming welke de waarheid van de wetenschap en de waarheid van het geloof verbindt
Tot de Pauselijke Academie van Wetenschappen tijdens de herdenking van Albert Einstein
(10 november 1979)
in diezelfde dagen.

Ik zou een voor een de audiënties willen vermelden met de mensen van de wetenschap en de cultuur die elkaar in dit huis afwisselden in de loop van het jaar dat ten einde loopt, en er de weerklank en gloed hebben gebracht van hun studies in alle sectoren van de kennis: historici, economisten, filosofen, geleerden, juristen, latinisten en muziekbeoefenaars. Maar de tijd staat het me niet toe. Drie gelegenheden houden evenwel mijn aandacht op bijzondere wijze vast: het bezoek aan de H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
De algehele menselijkheid van de mens komt tot uitdrukking in de cultuur
Tot de United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization (UNESCO), Parijs
(2 juni 1980)
; de ontmoeting met de mensen van de cultuur in Rio de Janeiro op 1 juli; en de ontmoeting zowel met de geleerden en studenten als met de kunstenaars en journalisten, respectievelijk in H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Tijdens de ontmoeting met wetenschappers en studenten
In de Dom van Keulen
(15 november 1980)
Archief van de Kerken 36 (1981), 263-270 en in München op 15 en 19 november op mijn reis in Duitsland in het kader van de gedachtenisviering van het eeuwfeest van de grote man van cultuur en vroomheid, die de heilige Albertus de Grote was. De mensen van de cultuur zijn de bewakers van het meest authentieke erfgoed van de mensheid en de bewerkers van de toekomst van de naties: in hun handen ligt de beschaving, maar hangt ook, wat God verhoede, de onbeschaafdheid van morgen af: 'de ware cultuur is de vermenselijking, terwijl de niet-cultuur en de valse cultuur verontmenselijkend zijn. Daarom speelt de mens in de keuze van de cultuur met zijn lot', heb ik in Rio de Janeiro gezegd. Daarom verwacht de Kerk zoveel van de mensen van de cultuur waarvan werkelijk de toekomst van de mensheid in zijn diepste wortels afhangt. Het is eveneens waar, zoals ik er in München aan heb herinnerd, dat 'in de laatste eeuwen, vooral vanaf 1800 de banden tussen de Kerk en de cultuur, en daarom tussen de Kerk en de kunst, los zijn geworden': de redenen zijn veelvuldig door een wederzijdse houding van wantrouwen. Maar deze stand van zaken heeft geen reden van bestaan meer: 'Het Tweede Vaticaans Concilie heeft de grondslagen gelegd van een wezenlijk nieuwe verhouding tussen de Kerk en de wereld, tussen de Kerk en de moderne cultuur' Archief van de Kerken 36 (1981), 263-270; en het moment is derhalve.gekomen om opnieuw te verkondigen, zoals ik nederig heb proberen te doen voor de aanzienlijke vergadering van de UNESCO, dat 'de fundamentele band van het evangelie, dat wil zeggen van de boodschap van Christus en de Kerk met de mens in zijn menszijn zelf ... in de grond zelf schepper van de cultuur is. Om cultuur te scheppen moet men de mens tot zijn laatste consequenties en algeheel beschouwen als een bijzondere en autonome waarde, als subject, drager van de transcendentie van de persoon. Men moet de mens om zichzelf verklaren, en niet om enig ander motief of reden: .alleen om zichzelf! Men moet de mens veeleer beminnen omdat hij mens is, men moet de liefde voor de mens eisen wegens de bijzondere waardigheid die hij bezit'. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de 'United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization' (UNESCO), Parijs, De algehele menselijkheid van de mens komt tot uitdrukking in de cultuur (2 juni 1980), 10 Alleen de Kerk die het Evangelie van Christus ongeschonden bewaart, kan de mens waarborgen tegen elke manipulatie van een ander mens: in een hervonden samenwerking tussen de Kerk en de cultuur, in de respectieve en autonome actiesferen, kan deze hogere harmonie worden waargenomen welke de waarborg van de vrede is en welke als zodanig zozeer wordt verlangd door mensen die nadenken over het lot van de mensheid.

Document

Naam: TOT DE KARDINALEN BIJ GELEGENHEID VAN HET UITWISSELEN VAN KERSTWENSEN
Zaal van het Consistorie
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 22 december 1980
Copyrights: © 1981, Archief van Kerken p. 411-428
Indeling en tussentitels: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2022, Stg. InterKerk, Schiedam