• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
En waar komt Ons gemoed deze rustige zekerheid versterken en verstevigen? Bij het graf van Petrus, de eerste bisschop van Rome. Als wij, neergeknield vóór dit graf, Onze gedachten terugvoeren naar de eerste tijden van de Kerk, komt het ons voor als zagen Wij de eerste Paus, die door Christus zelf als hoeksteen voor Zijn Kerk werd uitgekozen, het roemvol hoofd verheffen en Ons zeggen: “Als oudere en getuige van Christus' lijden vermaan ik... weidt de kudde Gods onder u” (1 Pt. 5, 1). Dan schouwen Wij in de geest naar al Onze goede zonen van de ganse wereld, die rond Ons staan geschaard, ontelbaar als het zand van de zee; dan verruimt zich Ons hart en voelen Wij de diepe en innige behoefte de mond te openen en het hart van ieder van u te spijzen met het brood van dit vast betrouwen, dat ook het Onze geruststelt.
Het is Ons een bijzondere vreugde in deze dagen u, geliefde kinderen, van uit dit gewijde oord, het geestelijk centrum van de christelijke wereld en wel bepaaldelijk op dit uur, nu de Bruid van Christus op verscheidene plaatsen zware strijd te doorstaan heeft en haar trouwe kinderen veel kommer te verdragen hebben omdat zij hun christelijk geloof openbaar belijden en gehecht blijven aan de Kerk — ja, het is Ons een nieuwe vreugde u te openbaren en te doen beluisteren de betekenisvolle stemmen, die opstijgen uit de duisternis waarmee het graf van Petrus omhuld is. Zij weerklinken als een wekroep tot de hedendaagse Christenheid en voegen bij Onze stem, als een passend akkoord, hun herboren overtuigende kracht.
Ook de Vaticaanse ondergrond heeft zijn catacomben. De tot nog toe onvoltooide opdelvingen, die Wij in de Grotten van de Vaticaanse basiliek hebben laten ondernemen en uitvoeren en waarvan Wij reeds, meer dan een half jaar geleden, melding hebben gemaakt ter gelegenheid van de onthulling van het grafmonument van Onze onvergetelijke Voorganger, houden niet op nieuw en ruim licht te werpen op de eerste tijden van het Christendom, toen het Evangelie van het Kruis begon te weerklinken om zijn geestelijke aantrekkingskracht te doen wortel vatten in de Romeinse bodem, terwijl de jeugdige Kerk zich omgordde om het pijnlijke en bloedige pad te betreden van de eeuwenlange en smartelijke tocht, die onder Constantijn tot haar vreedzame overwinning moest leiden.
De werken van verleden jaar hadden reeds, met een tot dan ongekende zekerheid, aan het licht gebracht dat onder de middenbeuk van de basiliek, in rechte lijn naar de Confessie, een grote heidense begraafplaats lag. Haar karakteristieke monumenten die teruggaan tot de eerste eeuw, werden aangetroffen binnen de grenzen van een grond bestemd tot eeuwigdurende begraafplaats, die reeds vroeger in gebruik was. Deze voorchristelijke begraafplaats bewijst duidelijk de juistheid van de Romeinse overlevering, die juist op de plaats van een dergelijk heidens kerkhof het graf van de Prins der Apostelen gezocht had.
Naarmate de werken vorderden, kwamen de grondlijnen van de basiliek van Constantijn in al haar belangrijkste delen met groeiende duidelijkheid te voorschijn. Meteen werd het ook van stap tot stap klaarder welke ongemene moeilijkheden, zowel technische als psychologische, de keizerlijke bouwmeester te overwinnen gehad heeft om zijn groots opzet te ontwerpen en uit te voeren. Wanneer men op het terrein van opgravingen ter plaatse nagaat en bedenkt welke enorme hinderpalen op de hobbelige en onregelmatige grond van het Vaticaan moesten overwonnen worden om deze fundamenten te leggen, om een begraafplaats te slechten met haar talrijke en vereerde monumenten, waaraan ook het heidense Rome en veel families gehecht waren, dan vindt men in de prachtige tuinen, die nu vóór onze ogen oprijzen, op de meest doorslaande wijze bewezen dat de Keizer bij de keuze van de plaats zijner basiliek geen redenen van opportuniteit kan of mag gevolgd hebben, maar dat de plaats hem juist werd opgedrongen door de ligging van het graf van de Apostel.
Voortgaande op deze criteria en met behulp van een vergelijkende studie van de betreffende bronnen, is het vervolgens niet moeilijk geweest de oude, halfcirkelvormige Confessio terug te vinden. Ze dateert wellicht van de tijden van Sint-Gregorius de Groote. Op haar marmeren muren hebben ontelbare pelgrims vanaf het begin der Middeleeuwen, ter herinnering aan hun bezoek, het teken van het kruis gegrift.
Sedert de maand September laatstleden tot op heden zijn meer dan vijftienhonderd oude en middeleeuwse geldstukken teruggevonden. Zij bewijzen dat deze godvruchtige pelgrims niet alleen in groot getal uit Rome en Italië hierheen kwamen, maar omzeggens uit alle delen uit de toenmaals gekende wereld: eerst en vooral uit Frankrijk, vertegenwoordigd door geldstukken van zijn aartsbisschoppen, bisschoppen en abten, van zijn koningen, zijn hertogen, graven, burggraven, heren; vervolgens Duitsland, de Nederlanden, Zwitserland, Spanje, Engeland, Bohemen, Letland, Hongarije, Slavonië, het Latijnse Oosten.
Maar in het centraal gedeelte, waar boven elkaar drie altaren uit verschillende tijdstippen oprijzen, heeft de onvermoeibare ijver der opgravers nog een ander monument teruggevonden. Het is eenvoudig van vorm. Nochtans heeft de godsvrucht der gelovigen er lang vóór de tijd van Constantijn het karakter van een eerbiedwaardig heiligdom aan geschonken. Dat bewijzen de graffito's, de inschriften, die op een wand aan de binnenzijde van het monument zichtbaar zijn. Zij vertonen dezelfde vorm als deze die de grafsteden van de martelaars in de christelijke begraafplaatsen aanduiden. Deze graffito's, die ons terugbrengen tot de tijden van de vervolgingen, geven ons de historische zekerheid dat wij hier in het bezit zijn van de overblijfselen van het tropaeum, waarvan, rond het jaar 200 na Christus, de priester Caius spreekt in de jubelkreet, die Eusebius ons bewaard heeft: “Ik kan de grafsteden van de Apostelen aantonen. H. Eusebius van Caesarea, Geschiedenis van de Kerk, Historia Ecclesiastica. 1.II; Migne PL XX, col. 210 Bij deze woorden rijst ons thans het beeld vóór de ogen van Gaius alsof hij opnieuw aanwezig was in het mystieke duister van de Vaticaanse Grotten. Voegt hierbij de melding, die Eusebius zelf maakt van "de monumenten waarop de namen van Petrus en Paulus prijken, die thans nog in de begraafplaatsen van Rome bezocht worden” H. Eusebius van Caesarea, Geschiedenis van de Kerk, Historia Ecclesiastica. 1.II; Migne PL XX, col. 210; voegt er de driftige vraag aan toe die de Kerkleraar Hiëronymus richt tot den priester Vigilantius: “Handelt hij dan slecht, de Romeinse bisschop, die op de, volgens ons, eerbiedwaardige beenderen, volgens u, op het waardeloos hoopje stof van de aflijvige mensen Petrus en Paulus, aan den Heer offers opdraagt en hun graftomben aanziet als altaren van Christus”. H. Hieronymus, Contra Vigilantium. cap. VIII; Migne PL XXIII, col. 361-362 En ge zult begrijpen hoezeer deze en dergelijke getuigenissen nieuwe betekenis en kracht krijgen, dank zij de ontdekkingen en de vaststellingen die men tot hiertoe gedaan heeft. Alle zijn eensluidend en stemmen in harmonische eenheid overeen met de taal van de teruggevonden monumenten waarin de stenen spreken. Is het niet waar dat uit de harmonie van zulke belangrijke getuigenissen de machtige stem weerklinkt, van de zekerheid en het onverstoorbaar vertrouwen der primitieve Kerk, die opgegroeid is in lijden en strijden? Deze stem klinkt als een aansporing tot geloof en vertrouwen in de eindoverwinning voor hen die, op onze dagen welke zeker verward zijn, doch zwanger ook aan grote en beslissende gebeurtenissen, geroepen zijn én om de zegeningen van de Verlosser aan de dwalende en vredezoekende mensheid te bewaren of terug te schenken en om voor het kruis van Christus binnen de wallen van deze mensheid het altaar te verzekeren dat aan het kruis en aan het kruis alleen toekomt.

Document

Naam: CIRCONDATI
Bij gelegenheid van de 25e verjaardag van zijn Bisschopswijding
Soort: Paus Pius XII - Radiotoespraak
Auteur: Paus Pius XII
Datum: 13 mei 1942
Copyrights: © 1943, Akten van Z.H. Paus Pius XII,, Uitgeverij ’t Groeit, Antwerpen, pp. 125-156
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 19 november 2018

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam