• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

OVER HET NIETIGVERKLAREN VAN HUWELIJKEN - DE VERHOUDING TUSSEN HET RECHT EN DE PASTORALE ZORG
Tot de leden van de Rechtbank van de Romeinse Rota ter gelegenheid van de opening van het gerechtelijk jaar - Sala Clementina

Dierbare leden van de Rechtbank van de Romeinse Rota!

Ik ben blij u te ontmoeten bij deze jaarlijkse afspraak ter gelegenheid van de opening van het gerechtelijk jaar. Ik richt een hartelijke groet aan het College van Prelaten-Auditoren, te beginnen met de dekaan, Mgr. Antoni Stankiewicz, die ik dank voor de vriendelijke woorden. Ik groet de officialen, de advocaten en de andere medewerkers van dit gerechtshof, alsook alle aanwezigen. Dit moment geeft me de gelegenheid mijn achting voor het werk dat u ten dienste van de Kerk verricht te vernieuwen en u te bemoedigen tot een steeds grotere inzet op een zo’n delicaat en belangrijk terrein voor de pastoraal en voor het salus animarum - het heil van de zielen.

De verhouding tussen het recht en de pastoraal stond in het centrum van het post-conciliaire debat over het canonieke recht. De welbekende bevestiging van de Eerbiedwaardige Dienaar Gods Johannes Paulus II, volgens wie “het niet waar is dat het recht minder juridisch zou moeten worden om pastoraal te zijn”, H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de Romeinse Rota (18 jan 1990), 4 brengt de radicale overwinning over een schijnbare tegenstelling tot uitdrukking. “De juridische en de pastorale dimensie – zei hij – zijn onlosmakelijk verenigd in de hier op aarde pelgrimerende Kerk. Voor alles hebben ze een harmonie die voortkomt uit hun gemeenschappelijk doel: de redding van de zielen”. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de Romeinse Rota (18 jan 1990), 4 In mijn eerste ontmoeting met u in 2006 heb ik geprobeerd de authentieke pastorale bedoeling van de processen van nietigheid van het huwelijk naar voren te brengen, die gebaseerd is op de liefde voor de waarheid. Vgl. Paus Benedictus XVI, Toespraak, Tot de Rechtbank van de Romeinse Rota bij gelegenheid van het begin van het rechtsjaar (28 jan 2006) Vandaag zou ik stil willen blijven staan bij de beschouwing van de juridische dimensie die noodzakelijkerwijs verbonden is met de pastorale activiteit van voorbereiding en toelating tot het huwelijk, om te proberen het intrinsieke verband tussen deze activiteit en de gerechtelijke huwelijksprocessen duidelijk te maken.

De kerkrechtelijke dimensie van de voorbereiding op het huwelijk is misschien niet een element dat onmiddellijk in het oog springt. Enerzijds ziet men namelijk dat in de huwelijksvoorbereidingscursussen de kerkrechtelijke vragen een zeer bescheiden, zo niet onbeduidende plaats innemen, omdat men geneigd is te denken dat de toekomstige echtgenoten een zeer geringe interesse hebben voor problematieken die bestemd zijn voor deskundigen. Hoewel niemand de noodzaak tot juridische activiteiten ontgaat die aan het huwelijk vooraf gaan en die zich richten op het zeker stellen dat “niets de geldige en geoorloofde viering ervan in de weg staat”, Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1066 is anderzijds de mentaliteit wijdverbreid volgens welke het onderzoek van de bruid en bruidegom, de huwelijksafkondiging en de andere passende middelen om de noodzakelijke voorhuwelijkse onderzoeken te verrichten, Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1067 waartoe ook de huwelijksvoorbereidingscursussen behoren, van nature uitsluitend formele plichtsvervullingen zijn. In feite meent men vaak dat pastoors bij het toelaten van koppels tot het huwelijk ruimhartig te werk zouden moeten gaan, omdat het natuurlijk recht van mensen om te trouwen op het spel staat.

Het is goed om in dit verband de juridische dimensie van het huwelijk zelf te beschouwen. Het is een argument waarnaar ik heb verwezen in de context van een overweging over de waarheid van het huwelijk, waarin ik onder andere bevestigde: “Met het oog op de subjectivistische en anarchistische relativering van de seksuele ervaring, bevestigt de traditie van de Kerk duidelijk de natuurlijke juridische aard van het huwelijk, dat wil zeggen dat zij van nature behoort tot het terrein van de gerechtigheid in de interpersoonlijke relaties. In dit opzicht is het recht werkelijk met het leven en met de liefde verstrengeld, als een haar intrinsiek ‘moeten’”. Vgl. Paus Benedictus XVI, Toespraak, Tot de Romeinse Rota (27 jan 2007) Er bestaat dus niet een huwelijk van het leven en een ander huwelijk van het recht: er is maar één enkel huwelijk, datgene dat bestaat uit een echte juridische band tussen de man en de vrouw, een band waarop de authentieke huwelijksdynamiek van leven en liefde berust. Het huwelijk dat gevierd is door de echtgenoten, dat waarmee de pastorale zorg zich bezig houdt en dat waar de kerkrechtelijke leer zich op richt, zijn één enkele natuurlijke en heilbrengende werkelijkheid, waarvan de rijkdom zeker plaats biedt aan een variëteit van benaderingen, zonder echter iets van haar wezenlijke identiteit te verliezen. Het juridische aspect is intrinsiek verbonden met de essentie van het huwelijk. Dit wordt begrepen in het licht van een niet-positivistische opvatting van het recht, dat echter beschouwd wordt vanuit de relationaliteit in overeenstemming met de gerechtigheid.

Het recht om te trouwen, oftewel het ius connubii, moet in dit perspectief gezien worden. Het gaat dus niet om een subjectieve eis die door de pastoors zou moeten worden ingewilligd door middel van een louter formele erkenning, onafhankelijk van de daadwerkelijke inhoud van de verbintenis. Het recht een huwelijk te sluiten veronderstelt dat men het werkelijk kan en wil vieren, dus in de waarheid van haar essentie zoals die door de Kerk wordt onderwezen. Niemand kan aanspraak maken op recht op een huwelijksceremonie. Het ius connubii verwijst immers naar het recht op het vieren van een authentiek huwelijk. Het ius connubii wordt dus niet genegeerd wanneer het duidelijk is dat niet aan de voorwaarden voor haar uitvoering wordt voldaan, namelijk als de vereiste bekwaamheid tot trouwen duidelijk ontbreekt, of de wil zich een doel stelt dat in tegenspraak is met de natuurlijke werkelijkheid van het huwelijk.

In dit verband zou ik willen bevestigen wat ik heb geschreven na de Bisschoppensynode over de Eucharistie: “Gezien de complexe culturele context waarin de Kerk in veel landen leeft, heeft de Synode vervolgens de aanbeveling gedaan dat men de grootste pastorale zorg besteedt aan de vorming van degenen die gaan trouwen en aan de voorafgaande toetsing van hun overtuigingen aangaande de verplichtingen die voor de geldigheid van het Sacrament van het huwelijk onontbeerlijk zijn. Een serieus proces van onderscheiding in deze, zal helpen vermijden dat emotionele impulsen of oppervlakkige redenen de beide jongeren ertoe brengen verantwoordelijkheden op zich te nemen, die zij nog niet zullen weten te eerbiedigen. Vgl. Bisschoppensynodes, Uitgebracht door de Synodevaders van de 11e Gewone Bisschoppensynode over de "Eucharistie", Voorstellen aan de Paus voor het samenstellen van een Apostolische Post-synodale Exhortatie (22 okt 2005), 40 Het goed dat de Kerk en heel de samenleving verwachten van het huwelijk en van het daarop gegrondveste gezin, is te groot om zich niet ten volle in te zetten op dit specifieke pastorale terrein. Huwelijk en gezin zijn instellingen die men moet bevorderen en die verdedigd moeten worden tegen elke dubbelzinnigheid met betrekking tot hun waarheid, want elke schade die daaraan wordt toegebracht is in feite een wonde die het menselijk samenleven als zodanig toegebracht wordt”. Paus Benedictus XVI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Het Sacrament van de Liefde - Over de Eucharistie, bron en hoogtepunt van het leven en de zending van de Kerk, Sacramentum Caritatis (22 feb 2007), 29

De voorbereiding op het huwelijk, in haar diverse fasen beschreven door Paus Johannes Paulus II in de apostolische Exhortatie H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Familiaris Consortio
Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd
(22 november 1981)
, heeft zeker doeleinden die de juridische dimensie te boven gaan, want de horizon ervan bestaat uit het integrale goed, het menselijke en het christelijke, van de echtgenoten en van hun toekomstige kinderen, Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 66 dat uiteindelijk gericht is op de heiligheid van hun leven. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1063. §2 Vergeet echter nooit dat het onmiddellijke doel van een dergelijke voorbereiding dat van het bevorderen van de vrije viering van een werkelijk huwelijk is, dat wil zeggen, de totstandkoming van een band van gerechtigheid en liefde tussen de echtgenoten, met de karakteristieken van de eenheid en de onontbindbaarheid, gericht op het goed van de echtgenoten en op de voortplanting en opvoeding van het nageslacht, en welke tussen gedoopten één van de Sacramenten van het Nieuwe Verbond tot stand brengt. Hiermee wordt aan het paar geen extrinsieke ideologische boodschap gegeven, laat staan dat er een cultureel model wordt opgelegd; veeleer worden de verloofden in staat gesteld de waarheid te ontdekken van een natuurlijke neiging en van een vermogen om zich te binden die in hun relationele man-vrouw zijn gegrift staan en ze met zich meedragen. Van hieruit vloeit het recht voort als een essentiële component van de huwelijksband, geworteld in een natuurlijk potentieel van de echtgenoten welke de instemmende gave realiseert. Verstand en geloof dragen bij aan het verduidelijken van deze levenswaarheid, waarbij het hoe dan ook duidelijk moet blijven dat, zoals nogmaals de Eerbiedwaardige Johannes Paulus II heeft geleerd, “de Kerk de huwelijksviering niet weigert aan wie bene dispositus is, ook als hij gebrekkig voorbereid is vanuit bovennatuurlijk gezichtspunt, mits hij de juiste bedoeling heeft te trouwen volgens de natuurlijke werkelijkheid van het echtgenootschap”. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Bij de opening van het werkjaar 2003 van de Romeinse Rota (30 jan 2003), 8 Vanuit dit oogpunt moet een bijzondere zorg worden besteed aan het begeleiden van de voorbereiding van het huwelijk, zowel langer van te voren als korter van te voren, en onmiddellijk. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 66

Onder de middelen om na te gaan of het project van de verloofden werkelijk echtelijk is, onderscheidt zich het voorhuwelijkse onderzoek. Dit onderzoek heeft voornamelijk een juridisch doel: vaststellen dat niets in strijd is met de geldige en toegestane viering van het huwelijk. Juridisch wil echter niet zeggen formalistisch, alsof het een bureaucratische passage is die bestaat uit het samenstellen van een module op basis van rituele vragen. Het gaat integendeel om een unieke pastorale gelegenheid – die benut moet worden met alle ernst en aandacht die nodig is – waarin de pastoor, door een dialoog vol respect en hartelijkheid, de persoon probeert te helpen serieus zijn positie te bepalen ten overstaan van de waarheid over zichzelf en over zijn eigen menselijke en christelijke roeping tot het huwelijk. In dit opzicht vereist de dialoog, die altijd met elk van de twee verloofden afzonderlijk moet worden gevoerd – zonder de gelegenheid van andere gesprekken met het paar te verminderen –, een klimaat van volledige oprechtheid, waarin een beroep moet worden gedaan op het feit dat de huwelijkssluitenden zelf de hoofdbelanghebbenden zijn en de eersten die in geweten verplicht zijn een geldig huwelijk te vieren.

Op deze manier kan men met de verschillende middelen die beschikbaar zijn voor een accurate en ware voorbereiding een doeltreffend pastoraal handelen ontwikkelen dat gericht is op het voorkómen van nietige huwelijken. Men moet zijn best doen om, voor zover mogelijk, de vicieuze cirkel te doorbreken die vaak voorkomt tussen een vergemakkelijkte toelating tot het huwelijk, zonder een adequate voorbereiding en een serieus onderzoek van de vastgestelde vereisten voor haar viering, en een soms net zo gemakkelijke juridische verklaring, maar van tegengestelde betekenis, waarin hetzelfde huwelijk als nietig wordt beschouwd slechts op basis van de constatering van haar mislukking. Het is waar dat niet alle redenen voor een eventuele nietigverklaring in de huwelijksvoorbereiding geconstateerd kunnen worden of tot uiting kunnen komen, maar evenzo zou het niet juist zijn de toegang tot het huwelijk te versperren op basis van ongefundeerde veronderstellingen, zoals menen dat heden ten dage mensen in het algemeen incapabel zouden zijn of een slechts schijnbaar echtelijke bedoeling zouden hebben. Met het oog hierop blijkt het belangrijk dat er een nog indringender beroep wordt gedaan op het geweten met betrekking tot de verantwoordelijkheid in deze zaken van hen die de zielzorg hebben. Het kerkelijk recht in het algemeen, en in het bijzonder dat met betrekking tot het huwelijk en rechtszaken over het huwelijk, vereisen zeker een bijzondere voorbereiding, maar de kennis van de basisaspecten en de directe praktische aspecten van het kerkelijk recht wat betreft hun functies, vormt een opleidingseis van het hoogste belang voor alle pastoraal werkenden, in het bijzonder voor hen die werken in de gezinspastoraal.

Dit alles vereist bovendien dat het werk van de kerkelijke rechtbanken een eenduidige boodschap uitzendt over wat er essentieel is in het huwelijk, in harmonie met het Leergezag en de kerkelijke wet, sprekend met één enkele stem. Gezien de eis van eenheid van rechtspraak, toevertrouwd aan de zorg van dit Tribunaal, moeten de andere kerkelijke tribunalen zich aanpassen aan de jurisprudentie van de Rota. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de Romeinse Rota (17 jan 1998), 4 Onlangs heb ik aangedrongen op de eis de zaken met betrekking tot consensuele onbekwaamheid rechtvaardig te berechten. Vgl. Paus Benedictus XVI, Toespraak, Tot de Romeinse Rota (29 jan 2009) De kwestie blijft zeer actueel, en er blijven helaas niet correcte houdingen, zoals het gelijkstellen van het oordeelsvermogen dat voor het huwelijk vereist is Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1095. §2 met de gewenste voorzichtigheid in het besluit om de trouwen, waarbij een kwestie van bekwaamheid wordt verward met een andere die de geldigheid niet aantast omdat het de mate van praktische wijsheid betreft waarmee een besluit wordt genomen dat hoe dan ook werkelijke echtelijk is. Nog ernstiger zou het misverstand zijn als men ongeldigmakende kracht zou willen toekennen aan onvoorzichtige keuzes die tijdens het huwelijksleven gemaakt worden.

Op het terrein van de nietigheid omwille van de uitsluiting van essentiële zaken uit het huwelijk Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1101. § 2 is er ook een serieuze inspanning nodig opdat de rechterlijke uitspraken de waarheid over het huwelijk eerbiedigen, dezelfde die ook het moment van toelating tot het huwelijk moet verlichten. Ik denk in het bijzonder aan de kwestie van de uitsluiting van het bonum coniugum. Met betrekking tot deze uitsluiting lijkt zich hetzelfde gevaar voor te doen dat ook de toepassing van de normen over de onbekwaamheid bedreigt, namelijk dat van het zoeken van redenen voor nietigheid in gedragingen die niet de totstandkoming van de echtelijke band betreffen maar de verwerkelijking ervan in het leven. Er moet weerstand geboden worden aan de neiging de gewone tekortkomingen van de echtgenoten in hun huwelijksleven te veranderen in gebreken in de overeenkomst. De echte uitsluiting kan zich immers alleen voordoen wanneer de toewijding aan het welzijn van de echtgenoten wordt aangetast, Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1055. § 1 wordt uitgesloten met een positieve daad van de wil. De gevallen waarin het ontbreekt aan erkenning van de ander als echtgenoot of de essentiële toewijding van de echtelijke levensgemeenschap aan het welzijn van de ander wordt uitgesloten, zijn zeker zeer uitzonderlijk. De precisering van deze hypothesen van uitsluiting van het bonum coniugum zal zorgvuldig moeten worden overwogen door de jurisprudentie van de Romeinse Rota.

Ter afsluiting van mijn reflecties, beschouw ik nogmaals de verhouding tussen het recht en de pastorale zorg. Deze is vaak onderwerp van misverstand, ten koste van het recht, maar ook van de pastorale zorg. Er moet echter in alle sectoren, en vooral op het terrein van het huwelijk en het gezin, een tegengestelde dynamiek worden begunstigd van diepe harmonie tussen het herderlijke en het juridische, die zeker vruchtbaar zal blijken in de dienst die wordt bewezen aan wie nadert tot het huwelijk.

Dierbare Leden van de Rechtbank van de Romeinse Rota, ik vertrouw u allen toe aan de machtige voorspraak van de Heilige Maagd Maria, opdat het u nooit komt te ontbreken aan goddelijke hulp bij het uitvoeren van uw dagelijks werk met getrouwheid, een geest van dienstbaarheid en met vrucht, en ik verleen u allen heel graag een speciale Apostolische Zegen.

Document

Naam: OVER HET NIETIGVERKLAREN VAN HUWELIJKEN - DE VERHOUDING TUSSEN HET RECHT EN DE PASTORALE ZORG
Tot de leden van de Rechtbank van de Romeinse Rota ter gelegenheid van de opening van het gerechtelijk jaar - Sala Clementina
Soort: Paus Benedictus XVI - Toespraak
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 22 januari 2011
Copyrights: © 2014, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk
Vertaling uit het Italiaans: redactie; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam