• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

IN DIT SACRAMENT KOMT DE HEER TELKENS OPNIEUW NAAR DE WERELD
Op het Hoogfeest van het Lichaam en Bloed van Christus voor de Basiliek van St. Jan van Lateranen, voorafgaand aan de sacramentsprocessie naar de basiliek Maria Maggiore

Geliefde broeders in het Bisschops- en Priesterambt
Geliefde broeders en zusters

Op het Hoogfeest van het Lichaam en Bloed van Christus wordt opnieuw het Geheim van Witte Donderdag beleefd in het licht van de Verrijzenis. Ook op Witte Donderdag is er een eucharistische processie, waarmee de Kerk de gang van de Avondmaalszaal naar de Hof van Olijven herhaalt. In Israël viert men de nacht van het Pascha in huis, binnen het familieverband. Zo herinnert men zich de eerste Pascha in Egypte: de nacht waarin het bloed van het offerlam aan de deurposten van het huis werd gestreken om tegen de Engel van de wraak te beschermen. In deze nacht gaat Jezus op weg en levert Zich over aan de verrader, de engel van de wraak. Op deze manier overwint Hij de nacht en de duisternis van het kwade. Alleen op deze wijze verkrijgt de Eucharistie, die in de Avondmaalszaal ingesteld werd, zijn vervulling: Jezus geeft werkelijk Zijn vlees en Zijn bloed. Op het moment dat Hij de drempel van de dood overschrijdt, wordt Hij levend Brood, waarlijk Manna en voedsel, die alle eeuwen zal voortduren en nooit bederft. Het vlees wordt tot Brood van het Leven.

Met de processie op Witte Donderdag begeleid de Kerk Jezus op de weg naar de Hof van Olijven. De biddende Kerk voelt de diepgaande behoefte om met Christus te waken en Hem niet alleen te laten in deze nacht van de wereld, de nacht van het verraad, waarin zovelen ongevoelig blijven. Tijdens Sacramentsdag gaan we opnieuw in processie, nu echter in de vreugde van de Opstanding. De Heer is opgestaan en Hij gaat ons vooruit. In de verschillende berichten over de Opstanding is er een zeer wezenlijke overeenstemming: de engelen zeggen: "Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult gij Hem zien" (Mt. 28, 7). Denken we een moment hierover na dan kunnen wij zeggen, dat dit "vooruitgaan" van Jezus twee richtingen kent. De eerste, die is zoals we gehoord hebben, naar Galilea. In Israël betekent "Galilea" de deur naar de heidenen. En inderdaad zien de jongeren van Jezus, de Heer, op een berg in Galilea. Daar spreekt Hij tot hen: "Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen." (Mt. 28, 19).

De andere richting, waarin de Opgestane Heer ons vooruit gaat, wordt in het Evangelie volgens de Heilige Johannes duidelijk in de woorden die Jezus aan Maria uit Magdala spreekt: "Houd Mij niet vast, want Ik ben nog niet opgestegen naar Mijn Vader." (Joh. 20, 17). Jezus gaat ons naar de Vader vooruit. Hij gaat naar God toe en nodigt ons uit Hem te volgen.

Deze twee richtingen van de Opgestane spreken elkaar niet tegen, maar wijzen op een gemeenschappelijke weg van de navolging van Christus. Het werkelijke doel van onze weg is de gemeenschap met de Vader, Die zelf het huis is, waarin zich vele woningen bevinden. Vgl. Joh. 14, 2 We kunnen echter alleen naar dit huis opgaan, wanneer we "naar Galilea" gaan: wanneer we de straten van de wereld opgaan en het Evangelie naar alle volkeren brengen en hen - mensen van alle tijden - het geschenk van Zijn liefde brengen. Het is daarom dat de Apostelen tot aan alle grenzen van de aarde gegaan is. Zo konden de heilige Petrus en Paulus in Rome terecht komen, de stad die in de tijd als het middelpunt van de wereld bekend stond, de ware "caput mundi".

De processie van Witte Donderdag begeleid Jezus in Zijn eenzaamheid tot aan Zijn "Kruisweg". De processie op Sacramentsdag daarentegen geeft op symbolische wijze een antwoord aan de opdracht van de Opgestane Heer: Ik ga u vooruit naar Galilea. Gaat tot aan de grenzen van de aarde, brengt de wereld de Blijde Boodschap. Natuurlijk is de Eucharistie voor het geloof een mysterie van de intimiteit. De Heer heeft het Sacrament in de Avondmaalszaal ingesteld, omgeven door Zijn nieuwe familie, de Twaalf Apostelen, voorafbeelding en vaststelling van de Kerk van alle tijden. Daarom werd de uitreiking van de Heilige Communie in de liturgie van de eerste Kerk met de woorden "Sancta sanctis" ingeleid - de heilige gave voor hen die heilig gebleven zijn. Op die manier gaf men antwoord op de vermaning van de Heilige Paulus aan de Korintiërs: "Wij moeten onszelf onderzoeken voor we van het brood eten en uit de beker drinken..." (1 Kor. 11, 28). En toch gaat de kracht van dit Sacrament van de Eucharistie, die voortkomt vanuit de intimiteit, een zeer persoonlijk geschenk van de Heer, ver buiten de muren van onze kerken uit. In dit Sacrament gaat de Heer altijd naar de wereld toe. Dit universele aspect van de Eucharistische Tegenwoordigheid wordt ook getoond in de processie van ons huidige feest. We dragen Christus, onder de gedaante van het Brood door de straten van onze stad. We vertrouwen deze straten, de huizen en ons dagelijks leven aan Zijn goedheid toe. Moge onze straten de weg van Jezus zijn! Moge in onze huizen plaats voor Hem zijn, moge zij huizen zijn voor Hem en met Hem! Ons dagelijks leven moge geheel doordrenkt zijn met Zijn aanwezigheid. Met dit gebaar brengen we het lijden van de zieken voor Zijn ogen, de eenzaamheid van jongeren en ouderen, de verleidingen, de angsten - ons gehele leven. De processie moge een grote, openbare zegen voor onze stad zijn: Christus zelf is de goddelijke zegen voor de wereld. Moge de straling van Zijn zegen ieder van ons bereiken!

Met de processie op Sacramentsdag begeleiden wij, zoals gezegd, de Opgestane op Zijn weg door de geheel wereld. En op deze wijze beantwoorden we Zijn opdracht: "Neemt, eet .... Drinkt allen hieruit." (Mt. 26, 26-27). Met kan de Opgestane, die onder de gedaante van Brood tegenwoordig is, niet eenvoudig als een stukje brood "eten". Wanneer men dit Brood eet, dan communiceert men en treedt men in de gemeenschap met de levende Heer zelf. Deze communie, dit "eten", is werkelijk het ontmoeten van twee personen, een zich laten doordringen van het leven van diegene, die de Heer is - mijn Schepper, mijn Verlosser. Het doel van deze communie is mijn leven gelijkend te maken aan die van Hem, aan, die de levende Liefde is, steeds meer gelijkend te worden. Daarom verondersteld deze communie de aanbidding en de wil om Christus na te volgen - Diegene te volgen, die ons vooruitgaat. Aanbidding en processie zijn dus onderdeel van hetzelfde gebaar van de communie en antwoord op Zijn opdracht: "Neemt, eet".

Onze processie eindigt voor de basiliek Sancta Maria Maggiore, met een ontmoeting met de Madona, die de lieve Paus Johannes Paulius II de "Eucharistische Vrouw" genoemd heeft. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De Kerk leeft van de Eucharistie, Ecclesia de Eucharistia (17 apr 2003), 53-58. 6e hoofdstuk Maria de Moeder van de Heer leert ons werkelijk wat het betekent met Christus gemeenschap te hebben: Maria heeft Jezus haar eigen vlees en haar eigen bloed gegeven en is tot een levende tent geworden, omdat Zij zich naar lichaam en geest van Zijn aanwezigheid heeft laten doordrenken.

Vragen we u, onze heilige Moeder, dat u ons moge helpen om ons gehele zijn te openen voor de tegenwoordigheid van Christus, zodat we Hem iedere dag op onze wegen van ons leven trouw kunnen volgen.

Amen.

Document

Naam: IN DIT SACRAMENT KOMT DE HEER TELKENS OPNIEUW NAAR DE WERELD
Op het Hoogfeest van het Lichaam en Bloed van Christus voor de Basiliek van St. Jan van Lateranen, voorafgaand aan de sacramentsprocessie naar de basiliek Maria Maggiore
Soort: Paus Benedictus XVI - Homilie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 26 mei 2005
Copyrights: © 2005, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Stg. InterKerk, Poeldijk
Bewerkt: 25 februari 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam