• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

OPVOEDING TOT VREDE DOOR VERZOENING
Wereldvredesdag 1970

Burgers van de wereld!

bedenkt een ogenblik, nu u ontwaakt
in het ochtendgloren van het nieuwe jaar 1970:
waarheen is de mensheid op weg?
Vandaag is het mogelijk de algemene toestand te overzien, met een profetische blik.

De mensheid is onderweg, dat wil zeggen, zij maakt vorderingen naar een steeds grotere beheersing van deze wereld: het denken, het onderzoek, de wetenschap zijn de gidsen bij deze verovering; een prachtige verovering die wordt bevochten door de arbeid, de machinerieën, de techniek. Waartoe die verovering dient? Om er beter van te leven, om méér te leven. De mensheid zoekt haar levensvolheid binnen de einders van de tijd; en ze weet die te verkrijgen. Maar ze bemerkt tevens, dat het geen echte volheid zou zijn, als ze niet universeel was, dat wil zeggen, beschikbaar voor alle mensen. Daarom tracht de mensheid de weldaden van de vooruitgang beschikbaar te stellen voor alle volkeren. Zij streeft naar de eenheid, zij streeft naar de gerechtigheid, zij streeft naar een evenwicht, naar een volkomenheid die wij de vrede noemen.
Ook wanneer er mensen tegen de vrede opereren, blijft de mensheid naar vrede streven. 'Ook oorlogen worden gevoerd met het oog op de vrede'. H. Augustinus, Over de Stad Gods, De Civitate Dei. XIX, c. XII; PL 7, 637 De vrede is het logische doel van de huidige wereld; het is de bestemming van de vooruitgang; het is het eindbestel voor het grootse pogen van de moderne beschaving. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 36
Daarom kondigen wij vandaag nogmaals de vrede aan als de beste heilwens voor de komende tijd. De vrede voor u allen, mensen van het jaar 1970. Wij kondigen de vrede aan als het overheersend idee in het bewuste leven van de mens die het uitzicht wil houden op zijn naaste en verre toekomst. Wij kondigen voor de zoveelste maal de vrede aan, omdat hij onder verschillend oogpunt zowel begin- als eindpunt is voor een normale, geleidelijke ontwikkeling van de menselijke samenleving. Hij is het begin, dat wil zeggen, de voorwaarde: evenals een machine niet goed kan functioneren, tenzij heel haar opbouw beantwoordt aan de blauwdruk van haar ontwerp, zo kan de mensheid zich niet efficiënt en harmonisch ontwikkelen, tenzij ze van de vrede haar aanvankelijk evenwicht krijgt: het evenwicht van de vrede zelf. De vrede is de gedachte die voorzit bij de menselijke vooruitgang; het is de juiste, vruchtbare conceptie waaruit voor ons mensen het beste van het leven en een logisch geschiedgebeuren voortvloeit. Ook is de vrede het einde, dat is, de bekroning van het vaak moeizaam en pijnlijk pogen waarmee wij mensen de buitenwereld trachten te onderwerpen aan onze dienst en onze samenleving te organiseren volgens een bestel dat de weerspiegeling wil zijn van recht en welzijn.
We blijven aandringen: de vrede is het werkelijke leven van het ideale menselijke samenlevingsbeeld. Onder dit beding: in feite is de vrede geen statische toestand die men eens voor al kan verkrijgen; hij is geen rust in onbeweeglijkheid. Augustinus' befaamde definitie van de vrede 'tranquillitas ordinis' - 'de rust van de orde' H. Augustinus, Over de Stad Gods, De Civitate Dei. XIX, c. XIII; PL 7, 640 zou verkeerd worden begrepen, als wij van de orde een abstract begrip hadden en niet wisten, dat de menselijke orde meer een daad is dan een toestand. Orde hangt af van het bewustzijn en van de wil bij wie de orde schept en wie ervan profiteert en niet zozeer van de omstandigheden die de orde bevorderen. Om een waarlijk menselijke orde te zijn, is hij altijd in opgang, dat wil zeggen, voortdurend in uitvoering en in ontwikkeling. De orde bestaat kortom in een voortdurende verdere beweging, evenals bij het vliegen het evenwicht ieder ogenblik moet worden behouden door een aandrijvende dynamiek.
Waarom we dit zeggen? Omdat wij ons met deze woorden vooral richten tot jonge geesten. Wanneer wij spreken van vrede, dan nodigen wij u niet uit, beste vrienden, tot een vernederende, zelfzuchtige verstarring. De vrede is niet iets waarvan men kan profiteren: men moet hem scheppen. De vrede is geen peil waarop men kan blijven staan; het is een hoger peil waarnaar we altijd opnieuw, elk voor zich en allen samen, moeten reikhalzen. Het is geen slaapverwekkende ideologie: het is een plichtsbesef waardoor we allen verantwoordelijkheid krijgen voor het gemeenschappelijk welzijn en waardoor we genoopt worden alle mogelijke moeite te doen voor de zaak van de vrede: de ware zaak van de mensheid.
Wie zich de moeite gunt om zich, door zelf na te denken, in deze overtuiging te verdiepen, komt tot allerlei ontdekkingen. Tot de ontdekking, dat het van het grootste belang is de ideeën te hervormen waardoor de wereld zich laat leiden. Tot de ontdekking, dat al deze gangbare grondideeën minstens voor een deel onjuist zijn, omdat ze worden ingegeven door particulier, bekrompen, zelfzuchtig eigenbelang. Hij komt tot de ontdekking, dat er in de grond van de zaak maar één enkel waarachtig, deugdelijk idee bestaat: het idee namelijk van de universele liefde, dit is, het idee van de vrede. En hij komt tot de ontdekking, dat dit idee tegelijkertijd uiterst eenvoudig en uiterst moeilijk is. Uiterst eenvoudig op zich: de mens is voor de liefde gemaakt, is voor de vrede gemaakt. En uiterst moeilijk: hoe kan men liefhebben? Hoe kan men de liefde opstuwen tot de waardigheid van universeel beginsel? Hoe kan de liefde haar plaats veroveren in de mentaliteit van de moderne mens, terwijl die mentaliteit geheel is doordrenkt van strijd, van zelfzucht, van haat? Wie kan van zichzelf beweren, dat hij liefde draagt in het hart? Liefde voor geheel de mensheid? Liefde voor de mensheid in wording, de mensheid van morgen, de mensheid van de vooruitgang, de authentieke mensheid, die zulks alleen kan worden, als zij zich verenigt, niet met geweld, niet uit belanghebbende, egoïstische, uitbuitende berekening, maar uit broederlijke, liefdevolle eendracht?
En dan komt deze volgeling van de grote vredesgedachte tot de ontdekking, dat er nu, onmiddellijk, een nieuwe ideologische opvoeding nodig is: de opvoeding tot de vrede. Jawel, de vrede begint binnen in het hart. Eerst moet men hem leren kennen, erkennen, verlangen, liefhebben, deze vrede. Dan pas zullen we hem kunnen uitdrukken, opdrukken op de hernieuwde zeden van de mensheid: op haar filosofie, haar sociologie, haar politiek.
We moeten ons, mensenbroeders, rekenschap geven van de grootheid die eigen is aan deze toekomstvisie. Onbevreesd moeten we de hand slaan aan de uitvoering van ons eerste programmapunt: onszelf opvoeden tot de vrede.
We zijn ons ervan bewust, dat dit programma op het eerste gezicht paradoxaal is. Het lijkt een bewering die buiten de werkelijkheid staat, buiten iedere instinctieve, filosofische, sociale, historische werkelijkheid ... Strijd, dat is de levenswet. Strijd, dat is de drijfkracht tot succes. En bovendien: strijd, dat is de rechtvaardigheid. Onverbiddelijke wet: zij krijgt nieuw leven bij iedere etappe van de menselijke vooruitgang; zelfs vandaag nog, na de schrikwekkende ervaringen van de laatste oorlogen, dringt zich niet de vrede op, maar de strijd. Zelfs het geweld vindt weer volgelingen en aanbidders. De revolutie schenkt haar naam en haar prestige aan iedere aanspraak op rechten, aan iedere hernieuwing bij de vooruitgang. Het is fataal: alleen het geweld opent de weg naar de lotsbestemmingen van de mens. Mensenbroeders, dit is de grote moeilijkheid die moet worden overwogen en overwonnen. Dat de strijd noodzakelijk kan zijn, dat zij het wapen kan zijn in handen van de rechtvaardigheid, dat zij kan uitgroeien tot een grootmoedige, heldhaftige plicht, dat ontkennen wij niet. Dat de strijd vruchten kan afwerpen, kan niemand bestrijden. Maar dit zeggen wij: zij kan nimmer het lichtend grondidee zijn waar de mensheid behoefte aan heeft. Dit zeggen wij: het wordt tijd, dat de beschaving zich door een andere gedachte laat leiden dan door die van de strijd, van het geweld, van de oorlog, van de verknechting, als zij de wereld wil voortstuwen naar een waarachtige, algemene rechtvaardigheid. Dit zeggen wij: de vrede is geen lafheid, is geen weerloze zwakheid. De vrede moet geleidelijk, en zo mogelijk meteen, het brute geweld vervangen door morele kracht. De noodlottige en al te dikwijls bedrieglijke doelmatigheid van de wapenen en de middelen van geweld en de materiële, economische macht moet zij vervangen door de redelijkheid, door het woord, door zedelijke grootheid. De vrede, dat is de mens die niet langer een wolf is voor de medemens, de mens in zijn onoverwinnelijke zedelijke macht. Deze moet thans in de wereld de overhand krijgen.
En ze heeft de overhand. Met geestdrift begroeten wij de inspanningen van de moderne mens om in de wereld en de geschiedenis van nu de vrede te bevestigen als methode, als internationale instelling, als loyale onderhandelingswijze, als zelfbeheersing bij territoriale kwesties, als een zaak die het prestige van represailles en wraakneming te boven gaat. Grote zaken voor de overwinning van de vrede liggen reeds ter tafel: het verbod en eerst de beperking van kernwapens; de mogelijkheid van een beroep op arbitrage; samenwerking in plaats van mededinging; vreedzaam samen leven bij verscheidenheid van ideologieën en regeringsstelsels; de hoop, dat een percentage van de bewapeningskosten wordt besteed als steun voor volkeren in ontwikkeling. Zo zien wij ook een bijdrage tot de vrede in de inmiddels algemeen geworden afwijzing van terrorisme, van het martelen van gevangenen, van sanctiemaatregelen tegen onschuldige bevolkingen, van concentratiekampen voor politieke gevangenen, van het doden van gijzelaars enzovoort. Het wereldgeweten duldt dergelijke wandaden niet langer: in hun barbaarse onmenselijkheid brengen ze schande over het hoofd van wie er zich aan schuldig maakt.
Het is niet onze taak een oordeel uit te spreken in geschillen die nog hangende zijn tussen de naties, de rassen, de stammen, de sociale klassen. Wel is het onze zending het woord 'vrede!' te laten klinken onder mensen die in onderlinge strijd zijn gewikkeld. Het is onze zending de mensen eraan te herinneren, dat zij broeders zijn. Het is onze zending de mensen te leren elkaar lief te hebben, zich met elkaar te verzoenen, zich te laten opvoeden tot de vrede. Daarom geven wij uiting aan onze bijval, onze aanmoediging, onze goede verwachtingen voor iedereen die zich achter deze pedagogie van de vrede schaart. Ook voor het komende jaar verzoeken wij personen en publieke lichamen die verantwoordelijkheid dragen, staatslieden, leermeesters, kunstenaars en vooral de jeugd om vastberaden deze weg op te gaan, de weg van de ware, universele beschaving. Het moet ervan komen, dat wij effectief de Bijbelse profetie kunnen beleven: rechtvaardigheid en vrede hebben elkaar ontmoet en omhelsd.
En voor u, broeders en zonen van ons in hetzelfde Christus-geloof, willen we er nog iets aan toevoegen over onze gezamenlijke plicht, zoals we zeiden, om de mensen op te voeden tot onderlinge liefde, onderlinge verzoening en vergiffenis. Dat is ons zeer bepaald geleerd door onze Meester Jezus. Daarvan heeft Hij ons het voorbeeld gegeven. Daartoe koesteren wij het voornemen, dat Hij ons van de lippen kan lezen, wanneer wij het gebed tot de Vader bidden, volgens de welbekende woorden: 'Vergeef ons onze schulden zoals ook wij vergeven hebben aan onze schuldenaren'. 'Zoals': een geweldige uitdrukking. Er vloeit een vergelijking uit voort die binnen het heilsbestel ons fortuin kan betekenen, als we ze realiseren. Doen we dat niet, dan kan ze onze veroordeling inhouden. Vgl. Mt. 18, 21-35

Het Evangelie van de vergiffenis verkondigen lijkt voor de menselijke politiek iets absurds, omdat de rechtvaardigheid het dikwijls niet toestaat binnen het natuurlijke bestel. Maar binnen een christelijk, dat wil zeggen, bovenmenselijk bestel is het zeker niet absurd. Moeilijk, maar niet absurd. Hoe eindigen de conflicten in de seculiere wereld? Hoe is vaak de vrede die ze tenslotte opleveren? In de arglistige, furieuze dialectiek van dit wereldgebeuren van ons mensen vol hartstochten, vol trots en wrok, is de vrede aan het einde van een conflict gewoonlijk een last, een verknechting, een juk: de zwakke, verliezende partij ziet zich gedwongen het op zich te nemen, maar dit dulden is vaak slechts een uitstel tot de komende weerwraak, de aanvaarding van het protocollaire verdrag waaronder het huichelen schuilgaat van harten die elkaar nog steeds vijandig gezind zijn. Al te vaak is een dergelijke vrede geveinsd en onzeker: hij biedt niet de volledige oplossing van het geschil, dat is: de vergeving, de verzaking bij de overwinnaar aan al die voordelen die hij heeft behaald en die voor de verliezer onherroepelijk vernedering en ongeluk meebrengen, terwijl hem tevens de geestkracht ontbreekt om tot een verzoening te komen.

Een vrede zonder clementie: kan die nog 'vrede' heten? Een vrede doordrenkt met de geest van de wraak, kan dat de ware zijn? Wat bij beide partijen nodig is, dat is het beroep op de hogere rechtvaardigheid die vergeving heet: zij haalt een streep door alle onoplosbare prestigekwesties en biedt nog de mogelijkheid tot vriendschap. Een moeilijke les, maar is ze soms niet magnifiek?

Op deze hogere school van de vrede, broeders en zonen in Christus, moeten we allereerst onszelf opvoeden: de Bergrede herlezen Vgl. Mt. 5, 21-26.38-48 Vgl. Mt. 6, 12.14-15 en dan ons best doen om die door woord en voorbeeld aan de wereld te verkondigen.

Met onze apostolische zegen.

30 november 1969.

PAUS PAULUS VI

Document

Naam: OPVOEDING TOT VREDE DOOR VERZOENING
Wereldvredesdag 1970
Soort: H. Paus Paulus VI - Boodschap
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 30 november 1969
Copyrights: © 1970, Archief van Kerken 25e jrg. nr. 3 pag. 47-51
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

  • H. Paus Paulus VI - Toespraak
    Tot de leden van het heilig college van kardinalen bij gelegenheid van het uitwisselen van de Kerstwensen (15 december 1969)
    (1)
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam