• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het is juist vooral rondom de eucharistische tafel, dat de christelijke gemeenschap haar identiteit vindt: "het uitverkoren geslacht, het koninklijk priesterschap, de heilige natie, Gods eigen volk, bestemd om zijn roemruchte daden te verkondigen." (1 Pt. 2, 9). Als de gelovige deelneemt aan de Eucharistie, drukt hij op de meest duidelijke wijze de priesterlijke waar­digheid uit, die hem toekomt, omdat hij door het doopsel in Christus wedergeboren is tot een nieuwe mens.

Maar rondom de eucharistische tafel wordt ook duidelijk, dat binnen het enige priesterlijke volk de deelneming aan het ene priesterschap van Christus verschillend is. Want hij, die voorgaat in de viering, "voltrekt het eucharistische offer in de persoon van Christus en draagt het aan God op in naam van het gehele volk", zoals het Tweede Vaticaans Concilie onderstreept heeft. Terwijl "de gelovigen door hun koninklijk priesterschap actief meedoen in de aanbieding van de eucharistische offergave". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 10

Christus zelf heeft dit onderscheid gewild, dat wezenlijk is en niet alleen maar gradueel 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 10 En Hij heeft dit gewild omwille van het algemeen priesterschap van de gelovigen, opdat hun geloof steeds levendiger zou zijn, hun hoop steeds geloofwaardiger en hun liefde steeds werkdadiger. Onze bediening is dus geen privilege, dierbare broeders in het priesterambt, maar een dienst! Christus verwacht van ons dezelfde volledige beschikbaarheid om onszelf weg te schenken, welke Hem tot de mens voor de anderen maakte.

"Het gaat om de nederige bereidheid de gaven van de Heilige Geest aan te nemen en aan de anderen de vruchten van de liefde en van de vrede te schenken; de bereidheid hun dat vaste geloof te schenken, waaruit een diep begrip voor de zin van het menselijk bestaan voortvloeit en ook het vermogen om de zedelijke orde te doen doordringen in het persoonlijke en maatschappelijke leven van de mens". H. Paus Johannes Paulus II, Brief, Aan de priesters op Witte Donderdag 1979, Novo incipiente (8 apr 1979), 4

De priester, die zijn zending in deze geest beleeft, zal de inzet van de leken in de parochies zeker niet verstikken, maar integendeel opwekken en stimuleren. Vol vreugde zal hij zich aanpassen aan de werking van de Heilige Geest, die onder de gelovigen van elke rang bijzondere genaden verspreidt, welke hen geschikt en bereid maken om allerlei werken en taken, die voor de hernieuwing en de verdere uitbouw van de Kerk dienstig zijn, op zich te nemen, zoals er geschreven staat "Aan ieder wordt de openbaring van de Geest meegedeeld tot welzijn van allen" (1 Kor. 12, 7) 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 12

Document

Naam: TOT PAROCHIEPRIESTERS EN HUN MEDEWERKERS
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 12 mei 1985
Copyrights: © 1985, Stg. RK Voorlichting, Oegstgeest
Bewerkt: 23 juni 2020

Referenties naar dit document

 
Geen dossiers gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam