• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

TOT PAROCHIEPRIESTERS EN HUN MEDEWERKERS

Dierbare broeders in het bisschopsambt, parochiepries­ters, diakens, pastorale werkers en werksters, en U allen, die een groot deel van Uw vrije tijd steekt in de opbouw van Uw parochie, ik groet U allen van harte.

Ik groet ook de tienduizenden gelovigen, die actief zijn in de parochies en in de andere diocesane en landelijke organis­men, evenals degenen, die met ons verbonden zijn via de televisie en de radio. In naam van Christus, de Heer van de Kerk, dank ik U oprecht voor Uw inzet.

Ik ben hier om U aan te moedigen en aan te sporen voort te gaan met Uw werk. Vaak is het onopvallend en blijft het onopgemerkt. Maar hoe onmisbaar is het voor de levens­kracht van de Kerk, het mystieke lichaam van Christus! Ik wens vurig en bid de Heer, dat mijn woorden aan ieder van U nieuwe bezieling mogen geven; een nieuw elan, dat steun geeft aan Uw inzet en U tegelijk het licht geeft en de wegen aanwijst, welke nodig zijn voor een steeds meer doeltreffende dienst aan de Blijde Boodschap van het Heil.

Met grote belangstelling heb ik de presentatie gevolgd, die U mij geboden hebt over de verschillende wijze, waarop het parochieleven in Nederland zich ontvouwt. Ik heb de vele aspecten van de liturgische, catechetische en liefdadige activiteiten bewonderd, die zich ontplooien dankzij de edel­moedige deelneming van de diverse groepen, waaruit het volk Gods is samengesteld. Juist aan de hand hiervan wil ik U een eerste overtuiging meegeven, die ik dikwijls benadruk: de wezenlijke rol, die de parochie moet spelen ook in de hui­dige maatschappelijke kontekst en in het stadsmilieu. Als men spreekt over de inzet voor de vernieuwing van het chris­telijk leven, dan moet men allereerst het belang van de paro­chie onderstrepen. Soms wordt de parochie bedreigd, zelfs ge­plaagd, door ernstige crises. Maar ondanks dat, is zij de nor­male uitdrukking van het godsdienstige leven van de christenen.

Het is waar dat de parochie niet zichzelf genoeg is. Zij moet in een groter geheel opgenomen zijn en steun van bui­ten krijgen. Maar zij is een onmisbaar orgaan in het leven van de Kerk. Na het gezin is zij de eerste school voor net geloof, voor het gebed en voor de zedelijke vorming. Na het gezin is zij het mecst gunstige terrein voor de beoefening van de naastenliefde. Zij is het eerste orgaan voor pastoraal en sociaal werk. Zij is de meest geschikte en belangrijke ruimte voor verkondiging en catechese. In dit opzicht is de definitie, die het nieuwe Wetboek van Kerkelijk Recht geeft van de paro­chie, veelzeggend. Het omschrijft haar als "een welbepaalde gemeenschap van gelovigen op bestendige wijze gevormd binnen een bisdom. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 525. par. 1

De parochie moet dit waarmaken door weer te ontdekken, dat zij een gemeenschap van geloof, hoop en liefde is. Zij is niet louter een gemeenschap van mensen, die een aantal soci­ale functies verrichten. Een parochie is een gemeenschap van gelovigen, die in het geloof, dat zij samen delen, de bron vin­den van hun bijeen-zijn: het woord van God, dat verkondigd en aanhoord wordt in de viering van de goddelijke mysteries.

Het is juist vooral rondom de eucharistische tafel, dat de christelijke gemeenschap haar identiteit vindt: "het uitverkoren geslacht, het koninklijk priesterschap, de heilige natie, Gods eigen volk, bestemd om zijn roemruchte daden te verkondigen." (1 Pt. 2, 9). Als de gelovige deelneemt aan de Eucharistie, drukt hij op de meest duidelijke wijze de priesterlijke waar­digheid uit, die hem toekomt, omdat hij door het doopsel in Christus wedergeboren is tot een nieuwe mens.

Maar rondom de eucharistische tafel wordt ook duidelijk, dat binnen het enige priesterlijke volk de deelneming aan het ene priesterschap van Christus verschillend is. Want hij, die voorgaat in de viering, "voltrekt het eucharistische offer in de persoon van Christus en draagt het aan God op in naam van het gehele volk", zoals het Tweede Vaticaans Concilie onderstreept heeft. Terwijl "de gelovigen door hun koninklijk priesterschap actief meedoen in de aanbieding van de eucharistische offergave". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 10

Christus zelf heeft dit onderscheid gewild, dat wezenlijk is en niet alleen maar gradueel 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 10 En Hij heeft dit gewild omwille van het algemeen priesterschap van de gelovigen, opdat hun geloof steeds levendiger zou zijn, hun hoop steeds geloofwaardiger en hun liefde steeds werkdadiger. Onze bediening is dus geen privilege, dierbare broeders in het priesterambt, maar een dienst! Christus verwacht van ons dezelfde volledige beschikbaarheid om onszelf weg te schenken, welke Hem tot de mens voor de anderen maakte.

"Het gaat om de nederige bereidheid de gaven van de Heilige Geest aan te nemen en aan de anderen de vruchten van de liefde en van de vrede te schenken; de bereidheid hun dat vaste geloof te schenken, waaruit een diep begrip voor de zin van het menselijk bestaan voortvloeit en ook het vermogen om de zedelijke orde te doen doordringen in het persoonlijke en maatschappelijke leven van de mens". H. Paus Johannes Paulus II, Brief, Aan de priesters op Witte Donderdag 1979, Novo incipiente (8 apr 1979), 4
De priester, die zijn zending in deze geest beleeft, zal de inzet van de leken in de parochies zeker niet verstikken, maar integendeel opwekken en stimuleren. Vol vreugde zal hij zich aanpassen aan de werking van de Heilige Geest, die onder de gelovigen van elke rang bijzondere genaden verspreidt, welke hen geschikt en bereid maken om allerlei werken en taken, die voor de hernieuwing en de verdere uitbouw van de Kerk dienstig zijn, op zich te nemen, zoals er geschreven staat "Aan ieder wordt de openbaring van de Geest meegedeeld tot welzijn van allen" (l Kor. 12, 7) 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 12
Allen zijn geroepen om het leven van een parochie op te bouwen. Leken zijn niet slechts ontvangers, objecten van pas­torale zorg. Zij moeten op grond van hun roeping als christenen mede-voltrekkers van de Kerk zijn. Iedereen is geroepen om getuigenis af te leggen van de Geest, die hem geschonken is overeenkomstig zijn talenten en capaciteiten.

In de besluiten van de Bijzondere Synode van de bisschop­pen van Nederland wordt in nummer 33 uitdrukkelijk gezegd:

"De leden van de Synode zijn er zich van bewust, dat de leken een groot aandeel hebben in het pastorale werk van de Kerk. Zij spreken hun dankbare waardering uit jegens de duizenden leken, die, geheel belangeloos, regelmatig en op zo­veel verschillende manieren, deelnemen aan taken, zoals de liturgie, sociale activiteiten, catechese aan kinderen en vol­wassenen, uitwisseling en onderlinge hulpverlening, het be­vorderen van de rechtvaardigheid en de vrede. Deze leken spannen zich in om de Kerk aanwezig te doen zijn in een steeds meer geseculariseerde wereld, en dit dikwijls onder moeilijke omstandigheden". Bisschoppensynodes, Besluiten Bijzondere Synode van Bisschoppen van Nederland (31 jan 1980), 33
De Synode spreekt ook haar ge­voelens van oprechte dankbaarheid uit aan de talrijke chris­tenen. In het bijzonder de zieken en bejaarden, die het werk van de Kerk ondersteunen door middel van hun gebeden en hun offers.

Onder de leken wil ik mij speciaal richten tot talrijke pas­torale werkers en werksters, die zich edelmoedig en met over­tuiging inzetten. ten dienste van de pastorale zending van de Kerk. De taak, welke zij van de bisschop hebben ontvangen, nodigt hen uit om in nauwe samenwerking met de priesters en diakens het woord van God aan te reiken, om getuigen van de boodschap van Christus te zijn en de evangelische waarden te doen doordringen in alle maatschappelijke mi­lieus. Door een passende theologische en pastorale vorming en in verschillende en veelzijdige taken zullen zij de zin van hun eigen zending verdiepen, waarin zij zich als leken direct verbonden weten met de pastorale zending van de Kerk. Zij zullen weigeren eenvoudig kerkelijke functionarissen te wor­den, of zich taken aan te matigen, die eigen zijn aan de pries­ter en de diaken. Hun taak is belangrijk, vooral in een we­reld, die steeds meer ontkerstend en geseculariseerd wordt.

Zij bieden allen een bijdrage, die op haar juiste waarde ge­schat moet worden. Voor het leven van het Lichaam van de Kerk is het nodig, dat alle leden hun zending vervullen in overeenstemming met de eigen identiteit: in eenheid van geest in de verscheidenheid van taken. Paulus heeft geschre­ven: "Als het hele lichaam oog was, waar bleef dan het ge­hoor? Als het helemaal gehoor was, waar bleef de reuk? In werkelijkheid echter heeft God de ledematen en organen elk afzonderlijk hun plaats in het lichaam aangewezen, zoals Hij het gewild heeft. Als zij allen samen een lid vormden, waar bleef dan het lichaam? In feite echter zijn er vele ledematen, maar slechts een lichaam." (1 Kor. 12, 17-21).

Wanneer wij over parochies spreken, dan kunnen wij niet nalaten de verschillende groepen te vermelden, die zich "basisgemeenschappen" noemen. Deze gemeenschappen ge­tuigen van positieve waarden, wanneer hun leden trachten op een eenvoudige en oprechte wijze het Evangelie in hun dage­lijks leven vorm te geven. Maar het gevaar dat deze nieuwe gemeenschappen bedreigt is, dat zij zichzelf als de enige vorm van kerk-zijn beschouwen. Zij lopen het risico zich op te sluiten in kleine groepen en zich af te zetten tegen wat zij "de institutionele kerk" noemen.

Het is een taak van de pastoor, van de bisschop, van allen, die betrokken zijn bij de opbouw van de parochies, zich open te stellen voor de positieve waarden van die gemeenschappen, zij moeten deze ten nutte van de parochies maken. Maar het moet duidelijk zijn dat deze basisgemeenschappen zich niet als alternatieven van de parochies kunnen voorstellen.

Zoals elke christen hebben ook hun leden de plicht bereid te zijn tot dienst aan de parochie en bisdom. Alleen op deze manier zullen de ervaringen en overtuigingen van die ge­meenschappen werkelijk van waarde zijn.

Dierbare broeders en Zusters, voor het parochiële en dioce­sane leven is het van beslissende betekenis, dat de afzonder­lijke gelovigen, de verenigingen en bewegingen met elkaar samenwerken volgens de initiatieven, die voor heel het bisdom genomen worden door de bisschop, samen met de priester­raad en de pastorale raad. Slechts op deze voorwaarde is het mogelijk invloed uit te oefenen op het maatschappelijk mi­lieu, dit op christelijke wijze te bezielen en op God te richten, die het uiteindelijke doel van de geschiedenis is. Men zal aan de waarschuwing van Christus moeten denken: "Elk rijk, dat innerlijk verdeeld is, vervalt tot een woestenij; en geen stad of huis, in zichzelf verdeeld houdt stand". (Mt. 12, 25).

Daarom spoor ik U aan gevoelens van wederzijdse lief­de te koesteren, die zich uitdrukken in concrete en werkdadi­ge samenwerking. Graag wil ik enige punten aangeven, die ik bijzonder belangrijk en dringend acht voor een geschikte en doeltreffende pastorale actie.

Op de eerste plaats noem ik de inzet voor roepingen. Dit is een probleem, dat nauw samenhangt met het leven van de Kerk en met het motief voor de evangelisatie in de wereld. Want de boodschap van Christus en de levendmakende kracht van zijn genade worden over het algemeen overgedragen door het wijdvertakte en volhar­dende werk van priesters en missionarissen. Zeker, de roe­ping hangt af van een goddelijk initiatief, zoals Christus zelf gezegd heeft: : "Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u" (Joh. 15,16). Maar de aanvaarding van de innerlijke roeping veron­derstelt een geheel van elementen van persoonlijke en maatschappelijke orde, waarin onvermijdelijk zowel de verant­woordelijkheid van de enkeling, als die van de gemeenschap meespeelt. Daarom dient de parochie een geschikte pastoraal van de roepingen te ontplooien, welke in overeenstemming is met de richtlijnen en hulpmiddelen van het diocesane cen­trum. Vervolgens zal het nodig zijn heel in het bijzonder zorg te besteden aan de opleidingsinstituten, waar de jonge men­sen, die ingegaan zijn op de goddelijke roeping, zich kunnen voorbereiden op hun toekomstig dienstwerk. De invloed, die de intellectuele, zedelijke en godsdienstige vorming heeft op de toekomstige priester tijdens zijn seminariejaren, is immers steeds beslissend. Ik kan dus niet genoeg aanbevelen de meest zorgvuldige aandacht te besteden aan dit aspect van het kerkelijk leven. Het kapitaal aan liefde, intelligentie, tijd en middelen, dat hierin geinvesteerd wordt, zal te zijner tijd vruchten afwerpen, die de offers compenseren.

Op de tweede plaats wil ik de inzet voor de gezinspastoraal onderstrepen. Bij andere gelegenheden heb ik reeds de overtuiging uitgedrukt, dat de toekomst van de evangelisatie grotendeels afhangt van de "huiskerk". De gelovigen van de Kerk van morgen zullen zijn, zoals het gezin zal zijn. De bisschoppensynode van 1980 heeft dit thema met diep pastoraal aanvoelen behandeld. Zij heeft een rijke oogst aan richtlijnen en onderricht opgeleverd, welke ik vervolgens aan het volk Gods aangeboden heb in de apostolische exhortatie "De ge­meenschap van het gezin". H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981) Ik hoop dat men zich overal in de Kerk krachtig inzet volgens de richtlij­nen van dit document. Ik weet, dat er in Uw parochies al veel gedaan wordt om het gezin op verschillende punten van zijn weg bij te staan. Ik druk mijn waardering uit voor de initiatieven, die reeds uitgevoerd worden. En ik wek op met edelmoedigheid te volharden in deze zo dringende pastorale taak en te zoeken naar de meest doeltreffende wijzen, waarop men jonge echtparen kan helpen om het plan van God met de menselijke liefde te begrijpen en vervolgens ten volle te verwerkelijken. Deze taak is niet gemakkelijk, gezien de ern­stige misvormingen van dit plan, die door verschillende "bronnen van informatie" in de huidige wereld worden ver­spreid. Maar dat de taak moeilijk is, moet niet leiden tot ontmoediging: de gelovige weet dat hij op de hulp van God kan rekenen in een zaak, die zozeer de waardigheid en de aardse en eeuwige bestemming van de mens raakt.

Tenslotte wil ik graag in het kader van het gezin aan Uw ijver een derde pastorale doelstelling voorhouden, dierbare broeders en zusters. De huidige maatschappelijke kontekst lijkt van ieder, die van goede wil is, een bijzonder vastbera­den inzet te vragen voor de verdediging van het leven, vanaf het eerste ontstaan in de moederschoot tot de laatste hart­klop. Ten overstaan van een wereld, die steeds meer bezwijkt voor de duistere aantrekkingskracht van een cultuur van het geweld en van de dood, zijn de christenen wellicht meer dan ooit geroepen om te getuigen van hun geloof in een God, die "geen God van doden is, maar van levenden, want voor Hem zijn allen levend" (Lc. 20,38). Een van de belangrijkste diensten, die de Kerk nu aan de wereld moet verlenen, is deze: met het getuigenis van het woord en het voorbeeld een authentieke cultuur van het leven bevorderen.

Dierbare broeders en zusters, een aandachtige lezing van de "tekenen des tijds" legt zware, maar verheven taken op aan degenen, die Christus willen volgen op het einde van dit tweede millennium. Om deze taken aan te kunnen moet men de gelederen sluiten, de krachten verenigen en wedijveren in wederzijds begrip en oprechte liefde. Een liefde, die alles sa­menbundelt rondom de bisschop en diens vertegenwoordiger in de plaatselijke gemeenschap, de pastoor. Rondom hem moet men een levende gemeenschap vormen van personen, die elkaar achten en liefhebben, een gemeenschap, die een "thuis" kan bieden aan allen, die samen met de andere paro­chianen als volgelingen van Christus willen leven. Dit moet een "thuis" zijn, waar men zich durft open te stellen voor elkaar en voor de roepstem van God. Uw bisschoppen heb­ben hierover gezegd: "Een tehuis ontstaat niet vanzelf, maar het groeit naargelang mensen het elkaar schenken. In de ge­loofsgemeenschap is het niet anders. Zij wordt een tehuis naarmate ouderen en jongeren in wederzijds vertrouwen er­aan bouwen". Bisschoppenconferentie van Nederland, Bisschoppelijke brief over Geloofsoverdracht, n. 16, p. 12

In de brief aan de Hebreeen staat het zo goed: "Laten wij elkaar in het oog houden om met elkaar te wedijveren in liefde en daden van liefde. Wij moeten niet wegblijven van onze bijeenkomsten, zoals sommigen gewoon zijn te doen; laten wij elkaar moed inspreken en dit temeer naarmate gij de gro­te dag dichterbij ziet komen". (Hebr. 10,24-25).

Met deze aansporing, die tot ons komt vanuit de ervaring van het leven van de beginnende Kerk wil ik deze ontmoeting besluiten. Ik ben blij U ontmoet te hebben, want mijn hart is in het bijzonder hiernaar uitgegaan. Hebt vertrouwen! U zult alle moeilijkheden overwinnen, als U zich in gebed en gehoorzaamheid vasthoudt aan Jezus Christus, de Herder van de Kerk. de Herder van elk bisdom. de Herder ook van Uw parochie.

Laudetur Jesus Christus

Document

Naam: TOT PAROCHIEPRIESTERS EN HUN MEDEWERKERS
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 12 mei 1985
Copyrights: © 1985, Stg. RK Voorlichting, Oegstgeest
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen dossiers gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam