• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

PROCESKOSTEN EN HERZIENING VAN HET KERKELIJK HUWELIJKSRECHT
Tot de Romeinse Rota

Hoogwaardigste Monseigneur Deken!

Wederom hebben wij het genoegen u officieel te ontvangen bij gelegenheid van de opening, al heeft die in de praktijk reeds enige tijd geleden plaats gehad, van het nieuwe juridische jaar van onze rechtbank van de heilige Romeinse Rota, samen met het illuster college van prelaten auditoren die daaraan verbonden zijn met de officialen die er hun diensten aan geven, omringd door een befaamde en uitgelezen schare van advocaten en procuratoren die daar hun ambt uitoefenen. Dit genoegen wordt nog vergroot door de voorname en eerlijke woorden waarmee u, monseigneur, zojuist deze heilige rechtbank aan ons hebt voorgesteld, en waarbij u, meer dan aan het daar verrichte werk en de moeilijke, complexe en dringende vragen die thans de aandacht opeisen van de canonieke rechtbank, gewezen hebt op de geest waarin dit dienstwerk - want dat is het toch - wordt verricht, met uitérste zorg voor perfectie, bewustzijn van de problematiek, en in verwachting van de aangekondigde herziening van de wetgeving, waardoor de rechtsuitoefening tegelijkertijd moeilijker, maar ook verdienstelijker zal worden.

Bij deze geest willen wij vandaag stilstaan met onze aandacht, ik zou willen zeggen met onze lof en bemoediging, waarbij wij enerzijds zouden willen zeggen hoe aangenaam het uitspreken van deze gevoelens en plannen voor ons is, en anderzijds de persoon zouden willen roemen van degene die zijn leven heeft gewijd aan de magistratuur, liever nog dan een beschouwing te wijden aan de objectieve problemen van zijn beroep.
Het zij voldoende als wij bij deze gelegenheid slechts antwoorden op uw zojuist gegeven beschouwing over de rechtsorde, die de persoon van de rechter betreft, met de bedoeling het sacrale karakter te erkennen van wie hierin gezag bezit en er meer nog dan het ambt de zending van vervult, omdat met de uitoefening van uw ambt altijd een verwijzing naar zijn religieus karakter onlosmakelijk verbonden is. Wij spreken over iets dat u allemaal zeer goed bekend is en dat is doorgedrongen tot de innerlijke diepte van uw bewustzijn; maar het is zeker ook nooit zinloos om daaraan te herinneren, wanneer enerzijds de oorsprong en aard van dit sacrale karakter raken aan het gebied van het goddelijke en daarmee van het transcendente en mysterieuze, terwijl anderzijds de hedendaagse opvattingen de omvang van het recht graag willen inperken binnen louter rationalistische grenzen en het uitoefenen van de rechterlijke macht willen verstaan als een louter beroepsmatige taak die niet verschilt van gewone profane activiteiten.

Uw zending is heilig, want zij is u overgedragen door ons apostolisch gezag. Zij maakt deel uit van onze priesterlijke en pauselijke macht, die de rechterlijke macht overdraagt aan u, waardoor gij rechters wordt, dat wil zeggen meesters, bewaarders, tolken en uitvoerders van de goddelijke en menselijke wet welke de kerk, het volk Gods, regeert. Zo groot is de waardigheid en zo groot het gezag van de kerkelijke rechter, dat zoals iedereen zich wel herinnert, Sint Paulus aan de oorsprong van het kerkrechtelijk bestel als het ware met nadruk de aanwezigheid en het handelen eist van de 'heilige', dat wil zeggen van het lidmaat van de christelijke gemeenschap dat geroepen wordt tot deelname aan het gezag van Christus zelf en van de apostel (1 Kor. 5, 4), om te oordelen over een onwaardig lidmaat van de christelijke gemeenschap. Ja zelfs om op een dag op te staan tot het oordeel samen met Christus, aan wie de Vader alle oordeel in handen heeft gegeven (Joh. 5, 22-27), zelfs over de engelen (1 Kor. 6, 3). Zich bewust zijn van deze hoogste waardigheid, van deze deelname aan de macht van Christus die de hoogste rechter is, deze te overdenken en weer tot leven te wekken, zoals elke bedienaar en beheerder van Gods geheimen' Vgl. 1 Kor. 4, 1 Vgl. 2 Kor. 6, 4 wordt opgeroepen die tot voedsel te maken van zijn eigen priesterlijke spiritualiteit, dat moet ook elke kerkelijke rechter doen, niet uit de opgeblazenheid of domme eerzucht, maar uit gehoorzaamheid aan het goddelijk karakter van de hem toevertrouwde macht, door zich als het ware innerlijk nederig terug te buigen, om de kracht te ontvangen waardoor hij opgewassen is tegen de gevaarvolle grootheid van zijn bovenmenselijke opdracht.

Overigens is het besef van de sacrale inhoud van het rechtersambt in de historische ontwikkeling van de beschaving steeds eigen geweest aan degenen die dit ambt hebben uitgeoefend of er wijs over hebben gesproken. Ten bewijze hiervan vermelden wij een diepzinnig en u allemaal zeker bekend citaat van Ulpianus, in de herinnering teruggeroepen door onze geëerbiedigde voorganger paus Pius XII, in een gedenkwaardige rede over het rechterlijke ambt, en ontleend aan de jurisprudentie, maar met welk een religieuze betekenis voor de beoefenaars daarvan! Dit: 'divinarum atque humanarum rerum notitia, iusti atque iniusti scientia'. Paus Pius XII, Toespraak, Over het ware recht - tot het Tribunaal van de Romeinse Rota, Con vivo compiacimento (13 nov 1949). (Discorsi, XI, 261 En ter versterking van deze religieuze betekenis die moet doordringen in het bewustzijn van de rechterlijke macht kunnen we nog gebruik maken van het getuigenis van een beroemd meester van het Italiaanse burgerlijke hof, die nog niet zolang geleden is heengegaan, Piero Calamandrei:

'Ik raak er steeds meer van overtuigd dat er tussen de rechterlijke rite en de religieuze rite historische verwantschap bestaat die veel nauwer is dan het woord zegt ... Oorspronkelijk was het vonnis een bovenmenselijke daad, het oordeel Gods; de verdediging was een gebed .. .'

En verder nog:

'Tot de orde van rechters kwamen weleer de beste rechtskundigen van de universiteiten, daartoe aangezet niet door hoop op rijke winst, ... maar door de grote achting die de rechterlijke macht genoot in de publieke opinie en vooral ook door de aantrekkingskracht die op bepaalde religieuze geesten altijd is uitgegaan van de strenge afzondering van dit ambt, waarbij het oordelen over anderen elk ogenblik opnieuw de plicht inhoudt om de staat op te maken van het eigen geweten'. Piero Calamandrei, Elogio (13 nov 1949). blz. 249, 251

Deze herinnering uit de rechtsliteratuur zou hier gepaard moeten gaan met een pleidooi voor de hoogste morele integriteit waarmee uw ambt moet worden uitgeoefend, bij elke handeling en naar alle aspecten. Maar daarvan worden wij ontheven door de hoge achting voor uw persoon en voor de hele rechtbank van de Romeinse Rota. Onze lof en aanmoediging zijn een versterking van het getuigenis dat gijzelf geeft, ook met betrekking tot dit wezenlijke deel van uw taak dat geen geringe eisen stelt aan specifieke professionele kwaliteiten en waardoor u naar binnen en naar buiten een stijl wordt opgelegd van gestrengheid, belangeloosheid, sterke en geduldige grootmoedigheid. Uw christelijke levensinstelling geeft daaraan een nederige maar stralende luister.

Gij streeft steeds naar het ideale beeld van de katholieke rechter; en wij verheugen ons over het aanzien, vandaag zeggen wij de geloofwaardigheid, die daarvan uitstraalt op de Kerk, en in het bijzonder op de Romeinse curie. Deze geestelijke en morele lijn die uw persoon en uw rechtbank tekent, is geen oplossing - dat weten wij wel - van de oude en nieuwe problemen van uw nobele maar delicate en gecompliceerde rechterlijke arbeid. Integendeel, dikwijls worden ze daardoor juist scherper en gecompliceerder, zoals bijvoorbeeld heden ten dage de problematiek van geweten en legaliteit, een psychologisch probleem; ofwel de relatie tussen bestaande wetgeving en maatschappelijke ontwikkeling een sociologisch vraagstuk; ofwel de verhouding tussen het jus conditum en het jus condendum, een probleem van historische aard.

Maar voor u die opgevoed in de school van de wet, dat wil zeggen van de plicht, van de orde ten dienste van de algemene rechtsbeginselen, van het algemeen welzijn en van het streven van het recht naar dat algemeen welzijn, voor u zijn deze problemen niet onoplosbaar, als gij enerzijds in gedachten houdt bepaalde absolute waarden van de zedelijke plicht, zoals de vreze Gods en de evangelische liefde, de eerbied voor de waarheid, de waardigheid van het leven en de menselijke persoon, de onaantastbaarheid van het gevormde geweten, de vrede onder de mensen, enzovoort; en indien gij anderzijds in uw beschouwing wilt betrekken met hoe groot gemak de hedendaagse mens, die zo fier gesteld is op zijn eigen vrijheid, van binnenuit wordt verleid, en soms ook verwond door een systematisch relativisme, waardoor hij verstrikt raakt in de gemakkelijkste keuze van situatie, demagogie, mode, hartstocht, genotzucht en egoïsme, zozeer dat hij naar buiten de 'heerschappij van de wet' tracht te bestrijden, en innerlijk als het ware zonder het te merken de leiding van het zedelijk geweten vervangt door de willekeur van het psychologisch geweten.
En rechters als gij eveneens zijt over het doen en laten van de mensen, maar niet over de wet, die u alleen is toevertrouwd om door u redelijk en overeenkomstig de richtlijnen te worden toegepast, zult gij met wijsheid aan de wet - aan de wet van de Kerk, bedenkt dat steeds! - de wijze en waarachtige volgzaamheid bewijzen die haar toekomt, door wanneer en zoals het mogelijk is, haar eventuele uitzonderlijke hardheid te vermilderen met het humane pastorale aanvoelen dat eigen is aan de rechter die werkt vanuit een christelijk dienstambt.
Wat wij zeggen heeft de bedoeling om in u het besef te versterken van de zending die de Kerk u oplegt, en daarmee ook het vertrouwen in haar wetgeving, zowel omdat deze is ingegeven door de hoogste criteria die raken aan de bronnen van de theologie, alsook omdat zij de ervaring in zich draagt van eeuwenlange traditie die gegrondvest is op een diep en waarachtig verstaan van de mens en gerecht op zijn transcendente heil. Jazeker, vertrouwen in de kerkelijke wetgeving.
Wij kunnen hier, aan het eind van deze bescheiden woorden, niet onvermeld laten de verbazing die niet alleen wij hebben gekend toen ook tot ons het gerucht doordrong van een kritisch geluid, buitensporig naar vorm en naar totaal ongefundeerde inhoud, met betrekking tot het huidige canonieke huwelijksrecht, van een persoon met groot gezag en op een plaats en bij een gelegenheid waar een heel wat respectvollere en objectievere taal had gepast.
U kent het voorval; wij noemen het slechts even, opdat ook gij, ervaren en geïnteresseerd als gij zijt in deze materie, weet dat wij het niet eens kunnen zijn met de daar uitgesproken inzichten in de bestaande Kerkelijke discipline met betrekking tot een zo belangrijk thema. Weliswaar volgen op de negatieve geluiden in de toespraak ook positieve, waarvan wij met loyale erkentelijkheid kennis nemen. Maar het komt ons voor dat de waarden die daar bevestigd werden eerder een correctie waren dan een bevestiging van de eerste bemerkingen; zodat het uiteindelijke waardeoordeel het Kerkelijk huwelijksrecht ook nu nog vertrouwen geeft als vertolker en beschermer van heilige en fundamentele normen voor de mens, het huwelijk, het gezin en de maatschappij, ook al hopen wij dat deze normen, overeenkomstig de leringen van het onlangs gehouden concilie, spoedig vollediger en moderner geformuleerd zullen worden.
Gaat intussen met vertrouwen verder in uw wijze en verdienstelijke arbeid, met onze apostolische zegen.

Document

Naam: PROCESKOSTEN EN HERZIENING VAN HET KERKELIJK HUWELIJKSRECHT
Tot de Romeinse Rota
Soort: H. Paus Paulus VI - Toespraak
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 31 januari 1974
Copyrights: © 1974, Archief van Kerken, 29e jrg, nr. 7, p. 283-286
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam