• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Wanneer het vooronderzoek is beëindigd, begint voor alle rechters die de zaak zullen moeten beslissen, de belangrijkste en moeilijkste fase van het proces. Ieder moet, indien mogelijk, tot de morele zekerheid komen omtrent de waarheid of het bestaan van het feit, omdat deze zekerheid volstrekt noodzakelijk wordt vereist, opdat de rechter het oordeel kan uitspreken: eerst om zo te zeggen in zijn hart, vervolgens door zijn stem te geven in de vergadering van het rechterscollege.

De rechter moet deze zekerheid ontlenen 'ex actis et probatis', Allereerst 'ex actis', want hij moet ervan uitgaan dat de akten waarheidsbronnen zijn. Daarom moet de rechter volgens de regel van Innocentius III, 'debet universa rirnari' ('Iudex ... usque ad prolationern sententiae debet universa rimari', Paus Innocentius III, De fide instrumentorum. c. 10, X, 22; ed. Richter-Friedberg, 11, 352, dat wil zeggen, met zorg de akten onderzoeken zonder dat hem iets ontgaat. Vervolgens 'ex probatis', omdat de rechter er zich niet toe kan beperken af te gaan op louter verklaringen; integendeel moet hij voor de geest houden dat gedurende het vooronderzoek de objectieve waarheid om verschillende redenen door schaduwen verduisterd kan zijn, zoals het vergeten van sommige feiten, hun subjectieve interpretatie, onachtzaamheid en soms bedrog en fraude. De rechter moet handelen met kritische zin. Een moeilijke taak, want de vergissingen kunnen talrijk zijn, terwijl de waarheid daarentegen enkelvoudig is. Hij moet dus in de akten de bewijzen van de beweerde feiten zoeken, vervolgens overgaan tot de beoordeling van ieder van de bewijzen en ze op zodanige wijze met de anderen confronteren dat de ernstige raad van de heilige Gregorius de Grote ernstig wordt genomen: 'he. temere indiscussaiudicentur'. H. Paus Gregorius de Grote, Moreel commentaar op (het boek) Job, Moralia in Job. L. 19, c. 25, n. 46; PL vol. 76, kol. 126

Om dit belangrijke en moeilijke werk van de rechters te vergemakkelijken worden de 'memoriae' van de advocaten voorgeschreven, de 'animadversiones' van de verdediger van de band, en de eventuele stem van de promotor van het recht. Ook dezen moeten in de uitoefening van hun taak, de eerste ten gunste van de partijen, de tweede in het verdedigen van de band, de derde in iure inquirendo, de waarheid dienen, opdat het recht zegeviert.

Document

Naam: HET ZOEKEN VAN DE WAARHEID ALS HOOGSTE NORM VAN RECHTVAARDIGHEID
Tot de rechtbank van de heilige Rota bij aanvang van het werkjaar
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 4 februari 1980
Copyrights: © 1980, Archief van Kerken 35e jrg, p. 775-780
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam