• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

JEZUS WACHT DE MENSHEID OP IN DE WOESTIJN, LATEN WE HEM NOOIT ALLEEN
Eerste vastenprediking 2014

De Vasten begint ieder jaar met het verhaal van Jezus die zich gedurende veertig dagen terugtrekt in de woestijn. In deze eerste meditatie proberen wij te ontdekken wat Jezus op dat moment gedaan heeft, welke thema’s aanwezig zijn in het Evangelieverhaal, om ze in ons leven toe te passen.

“De Geest voert Jezus naar de woestijn”

Het eerste thema is de woestijn. Jezus heeft in de Jordaan zopas de Messianische bevestiging gekregen om de blijde boodschap te brengen aan de armen, gebroken harten te genezen, het koninkrijk te verkondigen. Vgl. Lc. 4, 18. e.v. Doch Hij haast zich niet om daarmee te beginnen. Integendeel, gehoorzaam aan een ingeving van de Heilige Geest, trekt Hij zich terug in de woestijn waar Hij veertig dagen verblijft. De woestijn waarvan sprake, is de woestijn van Judea die zich uitstrekt van de muren van Jeruzalem tot Jericho in de vallei van de Jordaan. De traditie bepaalt die plaats op de Berg van de Afzondering, tegenover de vallei van de Jordaan. In de loop van de geschiedenis hebben rijen mannen en vrouwen ervoor gekozen deze Jezus na te volgen die zich terugtrekt in de woestijn. In het Oosten, te beginnen met de heilige abt Antonius, trokken zij zich terug in de woestijnen van Egypte of Palestina; in het Westen, waar geen zandwoestijn bestond, trokken zij zich terug op eenzame plaatsen, op bergen en in afgelegen valleien. Maar de uitnodiging om Jezus in de woestijn te volgen, richt zich niet alleen tot monniken en kluizenaars. Zij is onder een andere vorm tot iedereen gericht. Monniken en kluizenaars hebben een hoek in de woestijn gekozen, wij moeten ten minste een woestijnmoment kiezen.

De Vasten is de gelegenheid die de Kerk aan iedereen, zonder onderscheid biedt om een woestijnmoment te beleven zonder daarom de dagelijkse activiteiten te moeten achterlaten. De heilige Augustinus deed deze trillende oproep:

“Keer terug naar uw hart! Waar wil u heen gaan ver van u ? Keer terug van uw omzwervingen die u een andere weg deden nemen; keer terug naar de Heer. Hij is gereed. Keer eerst terug naar uw hart, gij die vreemd geworden bent aan uzelf, door uw omzwervingen buiten; gij kent uzelf niet, en zoek Degene die u geschapen heeft! Keer terug, keer terug naar het hart, maak u los van het lichaam ... Ga binnen in uw hart: onderzoek daar wat ge misschien van God waarneemt, want daar bevindt zich Gods beeld; in het binnenste van de mens woont Christus”. H. Augustinus, In Iohannis Evangelium Tractatus. 18, 10; CCL 36, p. 186

Terugkeren naar zijn hart! Maar wat vertegenwoordigt het hart, waarover de Bijbel en de mensentaal zo dikwijls spreken? Buiten het domein van de menselijke fysiologie, waar het slechts een vitaal orgaan van ons lichaam is, is het hart een metafysische plaats, het diepste van een persoon; het innerlijk van elke mens, daar waar ieder zijn mens-zijn beleeft, met andere woorden zijn innerlijk leven, ten overstaan van God, uit wie hij voortkomt en in wie hij zijn doel vindt, ten overstaan van de andere mensen en de hele schepping. Ook in de omgangstaal wijst het hart op het wezenlijke deel van een werkelijkheid. “Naar het hart van een probleem gaan” wil zeggen naar het wezenlijk deel ervan, dat de betekenis bepaalt van alle andere delen van het probleem.

Het hart van een persoon wijst ook op een geestelijke plaats, daar waar het mogelijk is de persoon in zijn diepste en meest waarachtige werkelijkheid te schouwen, zonder sluier en zonder stil te staan bij bijkomstige aspecten. Het is over het hart dat het laatste oordeel van elke persoon plaatsheeft, over wat het in zich draagt en oorzaak is van zijn goedheid of boosheid. Het hart van een persoon kennen, wil zeggen doordringen tot het innerlijk heiligdom van zijn persoonlijkheid, en zo deze persoon kennen voor wat zij is, haar echte waarde.

Terugkeren naar het hart betekent dus terugkeren naar wat het meest persoonlijk en innerlijk in ons is. Helaas, innerlijkheid is echter een waarde in crisis. Sommige oorzaken van deze crisis gaan ver terug en hebben met onze natuur zelf te maken. Onze “samenstelling”, het feit namelijk samengesteld te zijn uit lichaam en geest, maakt dat wij als een overhellend vlak zijn, doch overhellend naar buiten, naar het zichtbare en het vele. Zoals het universum na de eerste explosie (de fameuze Big Bang), zijn ook wij in een fase van expansie en verwijdering van het centrum. Wij zijn onophoudelijk “naar buiten” gericht, door die vijf deuren of vensters van onze zintuigen.

De heilige Theresia van Avila heeft een werk geschreven met als titel “H. Teresia van Avila
Castillo Interior
De innerlijke Burcht ()
”, zeker één van de meest gevorderde resultaten van de christelijke leer over het innerlijk leven. Maar er bestaat helaas ook een “uiterlijke burcht” en vandaag stellen wij vast dat het mogelijk is erin opgesloten te zijn. Buiten zichzelf opgesloten zijn, niet in staat terug te keren. Gevangenen van buiten! Hoeveel personen onder ons zouden zich moeten herkennen in de bittere vaststelling van Augustinus over zichzelf voor hij zich bekeerde:

“Laat heb ik U bemind, o Schoonheid, zo oud en zo nieuw, laat heb ik U bemind! Gij waart in mij en ik was buiten mij, en daar zocht ik U. Ik stortte mij op de dingen die gij gemaakt hebt, ik in ongenade gevallen mens! Gij waart bij mij en ik was niet bij U. De dingen hielden mij ver van U, dingen die – als ze niet in U bestonden – niet zouden bestaan”. H. Augustinus, Belijdenissen, Confessiones. X, 27

Wat men buiten doet, is blootgesteld aan het bijna onvermijdelijke gevaar van hypocrisie. De blik van andere personen heeft de macht onze aandacht af te leiden, zoals sommige magnetische velden de golven doen afwijken. Het werk verliest zijn authenticiteit en beloning. Het “lijken” krijgt de bovenhand op het “zijn”. Daarom nodigt Jezus uit in het verborgene te vasten en aalmoezen te geven, “in het verborgene” tot de Vader te bidden. Vgl. Mt. 6, 1-4

Innerlijkheid is de weg die naar een authentiek leven leidt. Vandaag wordt zo veel over authenticiteit gesproken en men maakt het tot een criterium van een geslaagd leven. Doch waar ligt voor een christen de authenticiteit? Wanneer is een persoon werkelijk zichzelf? Alleen wanneer zij God tot maatstaf neemt. "Men spreekt zoveel over verspilde levens", schrijft de filosoof Kierkegaard. "Verspild is echter alleen het leven van wie zich nooit rekenschap gaf, omdat hij in de diepste zin van het woord nooit de indruk had dat er een God bestaat en dat hij, hijzelf, zijn “ik”, ten overstaan van die God staat”. Sören Kierkegaard, La maladie mortelle. in Oeuvres, door C. Farbo, Firenze 1972, p. 663 Godgewijde personen ten dienste van God hebben meer dan anderen nood aan die terugkeer naar innerlijkheid. In een toespraak tot de oversten van een orde van contemplatieve religieuzen, zei Paulus VI:

“Vandaag zijn wij in een wereld die in de greep lijkt van een koorts die zelfs het heiligdom en de eenzaamheid binnendringt. Lawaai en tumult hebben bijna alles ingenomen. De mensen kunnen zich niet meer inkeren. Ten prooi aan duizend verstrooiingen, verspillen zij hun energie over het algemeen aan verschillende vormen van moderne cultuur. Kranten, tijdschriften, boeken nemen de intimiteit van ons huis en ons hart in. Het is moeilijker dan vroeger om gelegenheid te vinden voor die inkeer waarin de ziel zich helemaal door God laat opnemen”.

Maar proberen we te zien wat concreet te doen, om deze gewoonte van de innerlijkheid opnieuw te vinden en te bewaren. Mozes was een heel actieve man. Maar men leest dat hij zich een draagbare tent had laten maken en bij elke etappe van zijn uittocht, zette hij haar buiten het kamp op en ging er regelmatig binnen om de Heer te raadplegen. Daar sprak de Heer met Mozes “van aangezicht tot aangezicht, zoals een mens met zijn medemens spreekt” (Ex. 33, 11). Maar dat kan men niet heel de tijd doen. Zich terugtrekken in een kapel of op een eenzame plaats om terug contact te vinden met God, is niet altijd mogelijk. De heilige Franciscus van Assisi suggereert daarom een ander middel dat meer in het bereik ligt. Wanneer hij zijn broeders op de wegen van de wereld zond, zei hij: wij hebben altijd een kluis bij ons, overal waar wij gaan en telkens we het willen, kunnen wij zoals kluizenaars terug naar binnen in die kluis. “Broeder, het lichaam is de kluis en de ziel de kluizenaar die ze bewoont om tot God te bidden en te mediteren”. Het is zoals altijd een woestijn hebben, “beneden bij u” of beter “binnen bij u”, waar men zich ieder moment door het denken kan terugtrekken, ook als men op straat is.

Besluiten wij dit eerste gedeelte van onze meditatie, luisterend – alsof zij tot ons gericht is - naar de aanmaning van de heilige Anselmus van Aosta in zijn bekend werk:

“O mens! Vol ellende en zwakheid, kom een ogenblik uit uw bezigheden, ver van het tumult van uw gedachten. Hou de vermoeiende zorgen van uw geest ver. Zoek God voor een ogenblik. Ga binnen in het heiligdom van uw ziel, sluit alles buiten, uitgezonderd God en wat u helpt om Hem te zoeken en zeg met gesloten deur tot God: ik zoek Uw gelaat. Het is Uw gelaat dat ik zoek, Heer”. H. Anselmus van Canterbury, Proslogion seu Alloquium de Dei existentia. 1; Opera Omnia 1, Edinburg 1946, p. 97

Het vasten dat God behaagt

Het tweede grote thema van het verhaal over Jezus in de woestijn, is het vasten. “Nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij honger” (Mt. 4, 2). Wat betekent voor ons vandaag, Jezus navolgen in Zijn vasten? Vroeger wou het woord “vasten” alleen zeggen, zich beperken in voedsel en drank en zich onthouden van vlees. Deze vasten in voedsel is altijd geldig en hoogst aanbevolen, wanneer de bedoeling natuurlijk godsdienstig is en niet alleen een kwestie van hygiëne of esthetica, doch het is niet meer de enige, zelfs niet de meest noodzakelijke.

De meest noodzakelijke en zinvolle vorm van vasten, heet vandaag soberheid. Zich vrijwillig onthouden van kleine of grote gerieflijkheden, van al wat nutteloos is en soms zelfs slecht voor de gezondheid. Deze vasten is “solidariteit” met de armoede van zo vele mensen. Wie herinnert zich niet de woorden van Jesaja die de liturgie ons bij het begin van elke vastentijd laat horen?

“Is dit niet het vasten zoals Ik het verkies: (...)
Uw brood delen met wie honger heeft;
arme zwervers opnemen in uw huis;
aen naakte kleden die gij ziet
en u niet onttrekken aan de
zorg voor uw broeder?” (Jes. 58, 6-7)

Zo een vasten contesteert tevens de consumptiementaliteit, die overbodige en nutteloze gerieflijkheid gemaakt heeft tot één van de doelen van haar activiteit. Afstand doen van het overbodige, zich iets kunnen ontzeggen, zich halt toeroepen in deze permanente wedren naar de gerieflijkste oplossing, naar de keuze voor het gemakkelijkste, het meest luxueuze object, kortom sober leven is efficiënter dan zich oppervlakkige boetedoeningen opleggen. En het is daarenboven een kwestie van rechtvaardigheid tegenover de volgende generaties die men niet zou mogen dwingen tot een leven van de as van wat wij – wij - opgebruikt en verspild hebben. Soberheid heeft ook een ecologische waarde, van respect voor de schepping.

Vandaag is het vasten aan beelden noodzakelijker dan het vasten aan voedsel. Wij leven in een beschaving van het beeld; wij zijn verslinders van beelden geworden. Door televisie, pers, reclame laten wij de beelden volop bij ons binnen. Vele van die beelden zijn ongezond, dragers van geweld en kwaadwilligheid, doen niets anders dan de slechtste instincten in ons bovenhalen. Zij zijn ad hoc gemaakt om te verleiden. Doch het ergste is misschien dat zij een verkeerd en onrealistisch beeld van het leven geven, met al de consequenties die dat als impact op de werkelijkheid heeft, vooral bij jongeren. Onbewust meent men dat het leven alles biedt wat de reclame voorstelt.

Als wij geen filter, geen versperring maken, herleiden wij onze verbeelding en onze ziel heel snel tot een vuilbak. Van zodra ze bij ons binnenkomen, sterven de slechte beelden niet af, maar gisten ze. Zij transformeren in impulsen tot navolging, zij beïnvloeden onze vrijheid op een verschrikkelijke manier. Een materialistische filosoof, Feuerbach, zei: “de mens is wat hij eet”; vandaag zou men moeten zeggen: “de mens is wat hij bekijkt”.

Een andere vasten die wij in de vastentijd kunnen doen, is die van slechte woorden. De heilige Paulus geeft de aanbeveling: “Laat geen slecht woord over uw lippen komen, maar spreekt een goed woord, opbouwend, als het nodig is, tot zegen voor de hoorders” (Ef. 4, 29). Slechte woorden zijn niet alleen onbetamelijke woorden; het zijn tevens snijdende, negatieve woorden, die de zwakke kant van de broeder systematisch belichten, woorden die onenigheid en verdachtmaking zaaien. In het gezinsleven of in een gemeenschap hebben deze woorden de macht ieder op te sluiten in zichzelf, te verharden, bitterheid en wrok te scheppen. Zij “versterven” letterlijk, dat wil zeggen, zij doden. De heilige Jakobus zei dat de tong een dodelijk vergif is; men kan er God mee zegenen of vervloeken, een broeder laten opstaan of hem doden. Vgl. Jak. 3, 1-12 Een woord kan meer kwaad doen dan een vuistslag.

In het Evangelie van Matteüs is er een woord van Jezus dat de lezers van alle tijden doet beven: “Ik zeg u: Van ieder onnut woord dat de mensen spreken, zullen zij rekenschap moeten afleggen op de dag van het oordeel” (Mt. 12, 36). Jezus heeft zeker niet de bedoeling ieder onnut woord te veroordelen, in de zin van een niet “strikt noodzakelijk” woord. In passieve zin wijst het woord “argon” (a=zonder, ergon=werk) zoals het gebruikt wordt in het Evangelie, op een woord zonder fundament, dus lastertaal; in actieve zin wijst het op een woord dat niets fundeert, dat zelfs niet dient voor de noodzakelijke ontspanning. De heilige Paulus beveelt de leerling Timoteüs aan: “Mijd het profaan en hol geredeneer; zij zullen de goddeloosheid nog verder drijven” (2 Tim. 2, 16). Een aanbeveling die paus Franciscus ons meer dan eens heeft gedaan. Het nutteloze woord (argon) is het tegendeel van het woord Gods, dat in tegenstelling daarmee trouwens “energes” genoemd wordt (1 Tess. 2, 13)(Hebr. 4, 12), dat wil zeggen doeltreffend, creatief, vol energie en nuttig voor alles. In die zin is dus datgene waarvan de mensen op de dag van het oordeel rekenschap moeten geven, in de eerste plaats, het holle woord, zonder geloof en zonder zalving, gesproken door wie in tegendeel Gods woorden zou moeten spreken, die “geest en leven” zijn, vooral op het ogenblik waarop hij het dienstwerk van het Woord uitoefent.

Door Satan bekoord

Gaan wij over naar het derde element van het Evangelieverhaal waarover wij willen nadenken: de strijd van Jezus tegen de duivel, de bekoringen. Vooreerst een vraag: bestaat de duivel? Met andere woorden, verwijst het woord “demon” werkelijk naar een persoonswerkelijkheid, begiftigd met intelligentie en wil, of gaat het gewoon om een symbool, een manier van spreken die verwijst naar de totaliteit van het morele kwaad in de wereld, het collectieve onderbewustzijn, de collectieve vervreemding en zo verder?

Het grootste bewijs voor het bestaan van de duivel in de Evangelies staat niet in de vele geschiedenissen over de bevrijding van een bezetene, want oude overtuigingen over de oorsprong van bepaalde ziekten kunnen de interpretatie van de feiten beïnvloed hebben. Jezus, die in de woestijn door de duivel bekoord wordt, dat is het bewijs. Het bewijs heeft men ook met al die heiligen die in hun leven tegen de prins van de duisternis gestreden hebben. Ze zijn geen “Don Quichotte” die tegen windmolens vochten. In tegendeel, deze mensen waren heel concreet en heel gezond van geest. De heilige Franciscus van Assisi zei ooit tegen één van zijn gezellen:

“Als de broeders wisten hoeveel en welke kwellingen ik van de duivels krijg, geen enkele die om mij zou gaan wenen”. H. Franciscus van Assisi, Spiegel van volmaaktheid, Speculum perfectionis. 99; FF 1798

Als velen het absurd vinden aan de duivel te geloven, is het omdat zij zich baseren op boeken, zij slijten hun leven in bibliotheken of aan een bureau, terwijl hij, de duivel, zich niet voor boeken maar voor mensen interesseert, vooral voor heiligen. Wat weet iemand over Satan die met de realiteit van Satan nooit te maken had, doch slechts met de idee over Satan, anders gezegd, met de culturele, religieuze, etnologische tradities rond Satan? Over het algemeen behandelen die mensen deze kwestie met veel zelfzekerheid en superioriteitsgevoel, alles afdoend als “middeleeuws obscurantisme”. Doch dat is een valse zekerheid. Het is zoals iemand die ermee opschept helemaal geen schrik van leeuwen te hebben, onder het voorwendsel dat hij er één gezien heeft op een schilderij en er nooit schrik van had.

Het is helemaal normaal en coherent dat wie niet in God gelooft, ook niet in de duivel gelooft. Het zou zelfs tragisch zijn dat hij niet in God maar wel in de duivel gelooft! Nochtans, als men goed nadenkt, is het dat wat in onze samenleving gebeurt. De duivel, het satanisme en andere fenomenen zijn vandaag zeer actueel. Onze technologische en geïndustrialiseerde wereld wemelt van tovenaars, waarzeggers, occultisme, spiritisme, uitleggers van horoscopen, verkopers van tovermiddelen, van amuletten, en ware satanische sekten. Langs de deur buitengejaagd, is de duivel langs het venster terug binnen gekomen. Met andere woorden, door het geloof verjaagd, is hij langs het bijgeloof teruggekomen. Het belangrijkste dat het christelijk geloof ons te zeggen heeft, is niet dat de duivel bestaat maar dat Christus de duivel overwonnen heeft. Christus en de duivel zijn voor christenen, geen twee gelijke en tegengestelde principes, zoals in sommige dualistische godsdiensten. Jezus is de enige en unieke Heer; Satan is slechts een schepsel dat “verkeerd uitgespeeld is”. Als hem enige macht over de mensen verleend wordt, is het opdat de mensen de mogelijkheid zouden hebben vrij hun kamp te kiezen en opdat zij “zichzelf niet zouden overschatten” Vgl. 2 Kor. 12, 7 door te denken dat ze autosufficiënt zijn en denken geen enkele redder nodig te hebben. “De oude Satan is dwaas” zegt een negrospiritual: “Hij heeft geschoten om mijn ziel te vernietigen, maar miste zijn doel en heeft daarentegen mijn zonde vernietigd”. Met Christus hebben wij niets te vrezen. Niets en niemand kan ons kwaad doen, als wij het zelf niet willen. Satan, zei een oude Kerkvader, is na de komst van Christus als een hond, vastgemaakt aan een haag: hij kan blaffen en op ons willen springen zoveel hij wil; maar als wij niet dichterbij komen, kan hij niet bijten. Jezus heeft zich in de woestijn van Satan bevrijd om ons van Satan te bevrijden!

De Evangelies spreken ons over drie bekoringen: “Als Gij de zoon van God zijt, beveel dan die steen daar, dat hij in brood verandert”; “Als Gij de zoon van God zijt, werp U dan vanaf deze plaats naar beneden”; dat alles “zal ik U geven ... als Gij in aanbidding voor mij neervalt”. Zij beogen één enkel doel: Jezus van Zijn zending afbrengen, Hem afleiden van het doel waarvoor Hij op aarde gekomen is; het plan van de Vader door een ander plan vervangen. In het doopsel had de Vader Jezus de weg van de gehoorzame Dienaar getoond die door nederigheid en lijden redt; Satan stelt een weg van glorie en triomf voor, de weg die iedereen toen van de Messias verwachtte.

Ook vandaag spant de duivel zich in om de mens af te leiden van het doel waarvoor hij in de wereld is, namelijk God in dit leven te kennen, lief te hebben en te dienen om daarna in de andere wereld van Zijn aanwezigheid te genieten. Hem afleiden, dat wil zeggen, hem elders heen voeren, in een andere richting. Maar Satan is ook geraffineerd, hij verschijnt niet persoonlijk, met horens en zwavelgeur (dan zou men hem te gemakkelijk herkennen); hij maakt gebruik van goede dingen en overdrijft ze door ze te verabsoluteren en tot afgoden te maken. Geld is een goede zaak, evenals plezier, seks, eten, drinken. Maar als zij het belangrijkste worden in het leven, een doel op zich, en niet langer een middel, dan worden zij vernietigend voor de ziel en dikwijls ook voor het lichaam.

Ontspanning, verstrooiing, is een voorbeeld dat bijzonder bij dit thema past. Spel is een edele dimensie van de mens; God zelf heeft de rust bevolen. Het kwaad bestaat erin spel tot doel van het leven te maken, de week door te komen wachtend op zaterdagavond of de zondagsmatch in het stadion, om niet te spreken over andere en minder onschuldige vrijetijdsbesteding. In dat geval verandert de zin van ontspanning en in plaats van bij te dragen tot de groei van de mens en wat stress en vermoeidheid weg te nemen, doet zij ze toenemen.

Een hymne uit de liturgie van de Vastentijd nodigt in deze periode uit tot een gematigd gebruik van “woorden, voedsel, drank, slaap en ontspanning”. Het is een periode om opnieuw te ontdekken waarom wij op de wereld gekomen zijn, vanwaar wij komen, waarheen wij gaan, welke weg wij volgen. Anders kan het gebeuren wat de Titanic overkwam of, dichter bij ons in tijd en plaats, de Costa Concordia.

Waarom Jezus naar de woestijn gegaan is

Ik heb gepoogd het onderricht en de voorbeelden te belichten die voor deze Vastentijd van Jezus tot ons komen, maar ik moet zeggen dat ik nog niet gesproken heb over het belangrijkste van al. Waarom is Jezus, na Zijn doopsel, naar de woestijn gegaan? Om er door Satan bekoord te worden? Nee, daar dacht Hij niet aan; niemand gaat uit eigen beweging op zoek naar bekoringen en Hij heeft ons zelf geleerd te bidden om niet bekoord te worden. De bekoringen waren een initiatief van de duivel, die de Vader heeft toegelaten, ter verheerlijking van Zijn Zoon en als onderricht voor ons.

Ging Hij naar de woestijn om te vasten? Dat ook, doch niet alleen daarom. Hij ging erheen om te bidden! Wanneer Jezus zich op verlaten plaatsen terugtrok, was dat steeds om tot Zijn Vader te bidden. Hij ging erheen om zich als mens af te stemmen op Gods wil, om zich te verdiepen in de zending die de stem van de Vader Hem bij Zijn doopsel had laten zien: de zending van de gehoorzame Dienaar, geroepen om de wereld vrij te kopen door lijden en vernedering. Kortom, Hij ging erheen om te bidden, om vertrouwelijk om te gaan met Zijn Vader. En dat is ook het belangrijkste doel van onze Vastentijd. Hij ging naar de woestijn voor dezelfde reden waarom Hij volgens Lucas, later de berg Tabor zou bestijgen, ’t is te zeggen om te bidden (Lc. 9, 28). Men gaat niet alleen naar de woestijn om iets achter te laten – lawaai, de wereld, bezigheden – men gaat er vooral heen om iets te vinden, of beter Iemand. Men gaat er niet alleen heen om zichzelf opnieuw te vinden, om in contact te komen met zijn diepste “ik”, zoals in zo vele vormen van niet christelijke meditaties. Alleen zijn met mezelf kan betekenen, zich in het slechtste gezelschap bevinden. Een gelovige gaat naar de woestijn, daalt af in zijn hart, om opnieuw contact op te nemen met God, want hij weet dat “de Waarheid in de innerlijke mens woont”.

Dat is het geheim van het geluk en van de vrede in dit leven: wat wenst een verliefd iemand meer dan alleen te zijn, intiem, met de beminde persoon? God is verliefd op ons en verlangt dat wij het zijn op Hem. Wanneer God over Zijn volk spreekt zoals over een echtgenote, zegt Hij: “Ik zorg dat zij naar de woestijn gaat en Ik spreek tot haar hart”. Vgl. Hos. 2, 16 Men kent het effect van verliefdheid: alle dingen en alle andere mensen komen op de achtergrond te staan, worden als een decor. Eén persoon vult alles en maakt al het overige “bijkomstig”. Deze aanwezigheid isoleert de anderen niet, in tegendeel, zij maakt aandachtiger en meer beschikbaar voor de anderen, als een reflex, uit een overvloed aan liefde. Oh, als wij mannen en vrouwen van de Kerk, konden ontdekken hoe nabij het geluk en de vrede zijn die wij in deze wereld zoeken!

Jezus wacht op ons in de woestijn: laten wij Hem heel die tijd niet alleen.

Document

Naam: JEZUS WACHT DE MENSHEID OP IN DE WOESTIJN, LATEN WE HEM NOOIT ALLEEN
Eerste vastenprediking 2014
Soort: Prefectuur van het Pauselijk Huis - Prediker van het Pauselijk Huis
Auteur: Pater Raneiro Cantalamessa, ofm cap.
Datum: 14 maart 2014
Copyrights: © 2014, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk
Vert. uit het Frans: maranatha-gemeenschap; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 4 april 2014

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam