• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Vraag: Een hevige discussie is ontstaan rond het begrip ‘barmhartigheid’. Wat is de waarde van dit woord?

Kardinaal Caffarra: Laten we het Evangelie openslaan: Jezus en de overspelige vrouw. Naar de wet van Mozes was de uitspraak voor een op heterdaad betrapte overspelige vrouw duidelijk: ze moest worden gestenigd. De Farizeeën vragen inderdaad aan Jezus wat Hij daarvan dacht, met de bedoeling om Hem te dwingen, zich aan hun standpunt aan te passen. Had Hij gezegd: “stenigt haar”, dan zouden ze hebben gereageerd met “Zie je? Hij, die barmhartigheid preekt, die met zondaars eet, ook hij zegt, als het erop aan komt, dat wij haar moeten stenigen”. Had Hij gezegd: “gij moogt haar niet stenigen”, dan zouden ze hebben gereageerd met: “Zie wat het resultaat van barmhartigheid is: de wet en elke juridische en morele band wordt vernietigd”. Dit is het typische standpunt van de casuïstische moraal, die je onvermijdelijk in een zijstraatje brengt dat uitmondt in het dilemma tussen de persoon en de wet. De Farizeeën trachtten Jezus in zo’n zijstraatje te brengen. Maar Hij maakt zich totaal los van dit standpunt en zegt dat overspel een groot kwaad is, waardoor de waarheid van de menselijke persoon die overspel pleegt, wordt vernietigd. Juist omdat het een groot kwaad is, verwijdert Jezus het niet door de persoon die het gepleegd heeft, te vernietigen, maar door haar te genezen en haar aan te raden niet meer dat grote kwaad, dat overspel is, te begaan. “Ik veroordeel u ook niet”, zei Jezus, “ga, en zondig vanaf nu niet meer”. Dit is de barmhartigheid waar alleen de Heer toe in staat is. Dit is de barmhartigheid die de Kerk, door de generaties heen, verkondigt. De Kerk moet het kwaad bij zijn naam noemen. Zij heeft van Jezus de macht ontvangen om te genezen, maar onder dezelfde voorwaarde. Het is absoluut waar dat vergeving altijd mogelijk is: mogelijk voor de moordenaar, en ook voor de overspelige. Augustinus kreeg ook zo’n strikvraag van zijn gelovigen te horen: als men doodslag kan vergeven, ook al verrijst het slachtoffer daardoor niet, waarom kan men dan niet echtscheiding – deze levensstaat, het nieuwe huwelijk – vergeven, overwegende dat een “herleving” van het oude niet meer mogelijk is? Dit is toch heel anders. In geval van doodslag wordt een persoon vergeving geschonken, die een andere persoon gedood heeft, en er wordt geëist dat de eerste er spijt van heeft. De Kerk lijdt per slot van rekening niet omdat een lichamelijk leven beëindigd is, maar omdat een menselijk hart zoveel haat in zich heeft gehad dat het lichamelijk leven van een ander daardoor vernietigd is. “Dit is het kwaad”, zegt de Kerk, “daar moet je berouw van hebben, en ik zal het je vergeven”. In het geval van hertrouwde gescheidenen zegt de Kerk: “Dit is het kwaad: de gave Gods afwijzen, de wil om de band te doorbreken, die door de Heer zelf ingesteld is”. De Kerk vergeeft op voorwaarde van berouw. Maar berouw betekent in dit geval teruggaan naar het eerste huwelijk. Het is niet serieus wanneer men zegt: “ik heb spijt dat ik de band verbroken heb, maar ik verblijf in die situatie waarin het verbreken van de band bestaat”. Dat berouw is vaak - zo zegt men - onmogelijk. Er zijn diverse omstandigheden, zeker, maar die persoon verkeert dan wel in een levensstaat die objectief tegen de gave Gods ingaat. Dit zegt H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Familiaris Consortio
Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd
(22 november 1981)
uitdrukkelijk. Als de Kerk hertrouwde gescheidenen niet tot de Eucharistie toelaat is het niet omdat de Kerk aanneemt dat allen die in een dergelijke situatie verkeren in staat van doodzonde zijn. Alleen de Heer, die diep in het hart kijkt, kent de subjectieve situatie van deze mensen. En dit zegt Sint Paulus ook: “Oordeelt niet voordat de tijd komt”. Maar omdat – zoals in H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Familiaris Consortio
Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd
(22 november 1981)
staat – “hun leefsituatie en -omstandigheden objectief in tegenstelling staan ten opzichte van die liefdesband tussen Christus en de Kerk, die door de Eucharistie aangeduid en verwezenlijkt wordt” H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 84. De barmhartigheid van de Kerk is die van Jezus, de barmhartigheid die waarschuwt dat de waardigheid van de echtgenoot ontsierd en de gave Gods afgewezen is. Barmhartigheid zegt niet: “Geduld maar! Laten we het goedmaken zoals we kunnen”. Dit is tolerantie, iets wezenlijk anders dan barmhartigheid. Tolerantie laat de zaken zoals ze zijn, om hogere redenen. Barmhartigheid is de macht van God die ongerechtigheid wegneemt.

Document

Naam: GEEN PAUS IS BEVOEGD DE ECHT TE VERBREKEN
Soort: Carlo Kardinaal Caffarra - Interview
Auteur: Carlo Kardinaal Caffarra
Datum: 16 maart 2014
Copyrights: © 2014, www.caffara.it / Il Foglio (Milaan)
Vert.: Umberto Barelli; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 6 augustus 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam