• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

ALTAARCONSECRATIE VAN DE KATHEDRALE KERK VAN ST. JAN

"Dit kan niet anders zijn dan het huis van God en de poort van de Hemel" (Gen. 28.17).

Dierbare broeders en zusters,

Deze uitroep van Jacob maken wij vanavond tot de onze.

Ik zie deze mooie kathedraal, die na een langdurige restaura­tie in haar luister is hersteld. Ik ervaar er een schoonheid in, die al het zichtbare overstijgt: het is het huis van God, waar­in wij verbonden zijn met de hemel.
Toen Paus Leo IX (de negende) in de elfde eeuw naar Ne­derland was gekomen, heeft hij in Voerendaal een kerk ge­wijd. Vandaag, op de eerste dag van mijn bezoek, zal ik een altaar mogen wijden. Met dezelfde bedoeling als negen eeu­wen geleden: de gelovigen samenbrengen voor een wijding, die niet alleen de stenen van een kerk of een altaar betreft, maar ook de harten van allen, die eraan deelnemen.

Ik groet U allen om mij heen en ik druk mijn vreugde uit, dat ik in Uw midden mag zijn, samen met U, die het volk Gods bent. Zo heeft het Tweede Vaticaans Concilie de Kerk genoemd: volk Gods. Van harte groet ik ook mijn broeders in het bisschopsambt, de vorige bisschop, Monseigneur Bluyssen, en Monseigneur Ter Schure, de nieuwe bisschop. Eveneens groet ik hartelijk de priesters, de religieuzen en de leken, die medewerken aan de zending van de Kerk onder leiding van de bisschop, aan wie ik nogmaals mijn broederlij­ke wensen uitdruk en de verzekering geef van mijn oprechte steun in de verbondenheid van het bisschoppencollege.

Ik ben blij, dat ik samen met U de bidtocht door de straten van de stad heb kunnen maken. Hij was een symbool van de geestelijke tocht, die het volk Gods moet maken. Wij zijn samen op weg naar hetzelfde Vaderhuis. Mijn aanwezig­heid hier in Uw midden is een teken van de eenheid van de Nederlandse kerk met de kerk van Rome en bijgevolg van de wereldkerk.

Wij zijn een pelgrimerend volk. Het Concilie spreekt over de Kerk als "het volk van God dat in deze tijd optrekt op zoek naar de toekomstige en blijvende stede". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 9

Onderweg-zijn in deze wereld betekent, dat wij werkelijk in de ons omgevende wereld zijn, in haar cultuur en in de he­dendaagse levens-omstandigheden. Het verlangen om vol­gens het Evangelie te leven op een wijze, die aangepast is aan onze tijd, is prijzenswaard, want het geeft blijk van het dyna­misme van het volk Gods in Uw land.

Maar een maatschappij, als de uwe, die aanzienlijke voor­uitgang heeft gemaakt op wetenschappelijk en technisch ge­bied, heeft des te meer geestelijke inspiratie nodig. Zij heeft ook behoefte aan de morele krachten, waarmee zij de hinder­nissen kan overwinnen, die een authentieke ontwikkeling in de weg staan. De Kerk biedt haar deze geestelijke inspiratie en morele krachten aan. Zij spant zich in om op alle niveaus de kwaliteit van het leven te bevorderen.

De bidtocht heeft ons hier als het ware thuisgebracht.

Het verheugt mij, dat ik het altaar zal kunnen wijden. Want dit vormt een verzamelpunt voor het volk Gods en is een symbool van een fundamenteel aspect ervan. Het Concilie heeft gezegd, dat "het hoofd van het messiaanse volk Christus is, die is overgeleverd om onze misslagen en opgewekt om onze rechtvaardiging" (Rom. 4,25).

Aan het altaar vieren wij de gedachtenis van het paas­mysterie, dat het fundament van de Kerk is.
Hier vindt het pelgrimerende volk het Levensbrood, dal het de kracht geeft zijn tocht steeds voort te zetten, zelfs te­midden van de grootste moeilijkheden.
Hier vindt en hervindt dit volk zijn eenheid. Het volk onderweg is nog onvolmaakt. Het Concilie heeft benadrukt, dat "het volk Gods onderweg is naar de toekomstige en blijvende stede". Dit volk weet, dat het geroepen wordt tot een leven dat zijn vervulling zal vinden in een even mysterieuze als wonderbare toekomst. Het heeft de zekerheid, dat al zijn verlangens, die niet vervuld worden tijdens zijn aardse pelgrims­tocht, onfeilbaar en volkomen vervuld zullen worden in de hemelse gemeenschap. De hoop die opgewekt is door het heilswerk, kan niet bedrogen worden: hij spoort ons aan hier op aarde al het mogelijke te doen om de menselijke samenle­ving te verbeteren, en hij geeft ons de verzekering, dat de onvermijdelijke onvolmaaktheden van deze wereld tot volmaaktheid zullen komen in de toekomstige wereld.

In zijn goedheid heeft Christus aan de Kerk gidsen gege­ven, die de weg moeten aanwijzen.

Jezus Christus, de eeuwige Herder, heeft de heilige Kerk gesticht door zijn apostelen te zenden, zoals Hijzelf door de Vader gezonden was. Vgl. Joh. 20, 21 Hij is het, die gewild heeft, dat hun opvolgers, namelijk de bisschoppen, tot aan de voleinding der tijden de herders van zijn Kerk zouden zijn. Maar om het episcopaat één en onverdeeld te bewaren, heeft Hij de heilige Petrus aan het hoofd van de andere apostelen gesteld en in hem het blijvend en zichtbaar beginsel en fun­dament van de eenheid in geloof en gemeenschap vastgesteld. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 18

De wijsheid van Christus heeft dus een structuur gewild, waarin herders belast zijn met de taak het volk van God leiden naar het verheven doel, dat het nastreeft. Deze herders staan geheel ten dienste van hun broeders en dienen zich wijden aan de ontplooiing van hun christelijk leven. Om hun taak te kunnen vervullen is het nodig, dat zij geaccepteerd worden.

Ik weet dat U moeilijke weken doorgemaakt hebt. De recente bisschops-benoemingen hebben sommigen van U zelfs getroffen. Zij vragen zich af: waarom deze spanningen?

Ik wil U in alle oprechtheid zeggen, dat de paus voor iedere benoeming aan het hoofd van een bisdom het leven van een plaatselijke Kerk tracht te begrijpen. Hij wint inlichtingen in en vraagt raad, overeenkomstig het kerkelijke recht en ge­bruik. U zult begrijpen, dat de meningen soms verdeeld zijn. Uiteindelijk moet de beslissing door de paus genomen worden.
Moet hij zijn keuze toelichten? De discretie laat het niet toe.

Gelooft mij, broeders en zusters, dit lijden aan de Kerk doet mij pijn. Maar weest ervan overtuigd, dat ik werkelijk geluisterd, goed overwogen en gebeden heb. En ik heb te overstaan van God diegene benoemd, die ik het meest geschikt achtte.

Accepteert hem omwille van de liefde van Christus als de­gene, die temidden van U de Goede Herder van de Kerk ver­tegenwoordigt.

Christus heeft zijn kerk ingericht als een welgeordend en vrij volk. U bent een volk, dat zijn vrijheid liefheeft als een zeer hoge waarde. Uw volk heeft tachtig jaar gestreden voor zijn politieke vrijheid. Dikwijls hebt U in de loop der eeuwen mensen opgenomen, die in hun eigen vaderland vervolgd werden.
Maar U hebt tevens ervaren dat men geen misbruik mag maken van de vrijheid. Als de vrijheid niet gericht is, als zij geen weet wil hebben van de wet, die in het menselijk hart geschreven staat, als zij niet luistert naar de stem van het ge­weten, dan keert zij zich tegen de mens en de maatschappij.

Ook in het kerkelijke leven moet zij zich ontplooien in eer­bied voor het gezag van hen, die door Christus geroepen zijn tot een pastorale bediening. Op deze wijze moet de samenwerking vrij en geordend zijn. De ervaring toont trouwens, dat de vrijheid zich het best ontwikkelt, als zij zich houdt aan de regels van de zedenwet en de richtlijnen aanvaardt, die gegeven worden door de herders van het volk Gods. Ons ge­loof leert ons, dat wij de echte vrijheid vinden in Christus, die gezegd heeft: "De waarheid zal U vrij maken" en ook: "Ik ben de Waarheid". Inderdaad, Christus roept ons op tot de ware vrijheid. Alleen Hij kan ons geheel vrij maken. Daarom besteedt de Kerk overal in de wereld zoveel zorg aan de ver­dediging en de bevordering van de authentieke menselijke vrijheid.

Op dit ogenblik zijn wij samen bij Maria, de zoete Moe­der van Den Bosch. Miljoenen mensen hebben in de loop der eeuwen hun weg door het leven even onderbroken om bij haar te zijn; om bij haar hun verlangens, hun zorgen, hun gedachten uit te spreken; om bij haar te bidden en nieuwe kracht te putten uit haar aantrekkelijke heiligheid, die tegelijk zozeer doortrokken is van evangelische eenvoud.

Het Tweede Vaticaans Concilie heeft Maria beschreven als de ideale gelovige die boven allen uitmunt en een heel uit­zonderlijk lid van de Kerk is. In het geloof en de liefde is zij type en voorbeeld voor de Kerk.

Juist omdat Maria volledig beantwoordt heeft aan Gods uitnodigende openbaring, is zij een teken van hoop en ver­trouwen geworden.
Haar leven werd getekend door het allerdiepste leed, door smart, door onzekerheid. Zij is er niet aan ten onder gegaan. Zij bleef onwankelbaar geloven, dat in vervulling zou gaan, wat haar vanwege de Heer was gezegd.
Heel haar leven lang bleef zij herhalen, vervuld van de Heilige Geest of in dorre duisternis: "Mijn hart prijst hoog de Heer, van vreugde juicht mijn geest om God mijn redder: daar Hij welwillend neerzag op de kleinheid zijner dienst­maagd." (Lc. 1, 46-48).

Zij is het toonbeeld en de aanzet van de Kerk, zoals deze in de toekomstige eeuw voltooid zal worden. Evenzo is zij hier op aarde, totdat de dag des Heren komt, het lichtend teken van de vaste hoop en de vertroosting van het pelgrime­rend volk van God. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 68

Het is een goede gewoonte om na het Onze Vader een Wees gegroet te bidden. Zo richten wij ons tot de Moeder van de Heer met de woorden, waarmee de aartsengel Gabriël haar begroet heeft: Wees gegroet. Maria, vol van genade. En wij vragen om haar voorspraak nu en in het uur van onze dood.

Van Maria kunnen wij, pelgrims, Ieren, dat christelijk ge­loof uiteindelijk geworteld is in een overgave vol vertrouwen aan God, die de scheppende liefde zelf is. Maria is het meest duidelijke voorbeeld van zo'n overgave. Mogen wij, zoals zij, Gods woord bewaren in ons hart en zijn rijke vrucht dragen.

Amen.

Document

Naam: ALTAARCONSECRATIE VAN DE KATHEDRALE KERK VAN ST. JAN
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Homilie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 11 mei 1985
Copyrights: © 1985, Stg. RK Voorlichting, Oegstgeest
Bewerkt: 26 maart 2015

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam