• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Wat onze voorgangers herhaaldelijk hebben geleerd omtrent de politieke gemeenschappen, willen wij met ons gezag bevestigen: deze gemeenschappen zijn subject van wederzijdse rechten en plichten. Daarom moeten hun onderlinge betrekkingen geregeld worden volgens de normen van de waarheid, de rechtvaardigheid, de effectieve solidariteit en de vrijheid. Dezelfde natuurwet, die de onderlinge verhouding bepaalt tussen de individuen, moet ook de betrekkingen regelen tussen de politieke gemeenschappen.
Men zal dit gemakkelijk inzien, als men voor ogen houdt, dat de regeerders, wanneer zij optreden in naam van hun politieke gemeenschap en de belangen ervan behartigen, hun natuurlijke waardigheid niet mogen prijsgeven, en bijgevolg geen inbreuk mogen maken op de natuurwet, waardoor zij zijn gebonden en die de norm is van de zedelijkheid.
Het is overigens een absurde veronderstelling, dat de mensen door het feit, dat zij met het openbaar gezag bekleed worden, gedwongen zouden zijn, hun menselijke waardigheid prijs te geven. Integendeel, zij hebben deze hoge functie juist verkregen, omdat zij, vanwege hun uitstekende kwaliteiten en talenten, beschouwd werden als de meest voortreffelijke leden van de gemeenschap.
Bovendien is het een eis van de morele orde, dat er in iedere menselijke gemeenschap een gezag moet zijn. Het gezag kan dus niet gebruikt worden tegen deze orde. Zou dit wel het geval zijn, dan houdt het gezag terzelfder tijd op, te bestaan, omdat het zijn fundament verliest. Zo luidt immers de vermaning van God zelf: "Hoort dan, koningen, en luistert; geeft acht, gij die geheel de aarde bestuurt. Leent uw oor, gij, die heerst over velen, en groot gaat op het getal van uw onderdanen. Want uw macht werd u gegeven door de Heer, en uw heerschappij door de Allerhoogste. Hij zal dus uw daden nagaan en uw plannen doorvorsen". (Wijsh. 6, 1-3)
Tenslotte moeten wij eraan vasthouden, dat ook in de onderlinge betrekkingen tussen de politieke gemeenschappen het gezag moet worden uitgeoefend met het oog op het algemeen welzijn, omdat het gezag hiervoor op de eerste plaats is ingesteld.
Welnu, een van de fundamentele eisen echter van het algemeen welzijn is de erkenning en de volledige eerbiediging van de morele orde. "Een juiste ordening der gemeenschappen moet opgebouwd worden op de onwankelbare en onveranderlijke rots van de zedenwet, die door de Schepper zelf door middel der natuurlijke orde is bekend gemaakt en door Hem met onuitwisbare letters in de harten der mensen is gegrift... Als een schitterende vuurtoren moet deze zedenwet met de stralen van haar beginselen de koers van de activiteit van mensen en staten richten. Deze dienen haar waarschuwende, heilzame en nuttige aanwijzingen te volgen, als zij niet ieder werk en iedere krachtsinspanning voor het vestigen van een nieuwe orde aan storm en schipbreuk willen overleveren". Vgl. Paus Pius XII, Radiotoespraak, Kerstboodschap 1941, Nell'alba (24 dec 1941), 19-20

Document

Naam: PACEM IN TERRIS
Vrede op aarde
Soort: H. Paus Johannes XXIII - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes XXIII
Datum: 11 april 1963
Copyrights: © 1963, Ecclesia Docens 0742 - Uitg. Gooi en Sticht
Vert.: Dr. M.H. Mulders C.ss.R. en Dr. J. Kahmann C.ss.R.
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam