• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Wat het economisch leven betreft: het is duidelijk, dat de mens van nature het recht bezit niet alleen op werkgelegenheid, maar ook op het vrij kiezen van zijn werk. Vgl. Paus Pius XII, Radiotoespraak, Op het Hoogfeest van Pinksteren ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van Rerum Novarum, La Solennità (1 juni 1941), 20
Uit deze rechten vloeit ook noodzakelijk het recht voort op arbeidsomstandigheden, die geen afbreuk doen aan de lichamelijke gezondheid of aan een gaaf zedelijk leven, en die de rechtmatige ontwikkeling van jonge mensen niet belemmeren. Wat de vrouwen betreft, deze hebben recht op arbeidsomstandigheden, die verenigbaar zijn met haar behoeften en haar plichten als echtgenoten en moeders. Vgl. Paus Leo XIII, Encycliek, Over kapitaal en arbeid, Rerum Novarum (15 mei 1891), 33
De waardigheid van de menselijke persoon houdt ook het recht in, zijn economische activiteit te ontplooien met persoonlijke verantwoordelijkheid. Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Moderne ontwikkeling van het sociale leven en de christelijke beginselen, Mater et Magistra (15 mei 1961), 82-83 Bovendien willen wij er de nadruk op leggen, dat de arbeider recht heeft op een loon volgens de normen van de rechtvaardigheid. Dit loon moet daarom, overeenkomstig de mogelijkheden van de onderneming, zó zijn, dat het aan de arbeider en zijn gezin een menswaardig bestaan verzekert. Omtrent dit punt zegt onze voorganger Pius XII z.g.: "Aan deze persoonlijke, door de natuur opgelegde plicht tot arbeiden beantwoordt als een gevolg het natuurlijk recht van ieder individu om door middel van de arbeid te voorzien in de behoeften van zijn eigen leven en dat van zijn kinderen: zó zeer is het rijk van de natuur gericht op het behoud van de mens". Paus Pius XII, Radiotoespraak, Op het Hoogfeest van Pinksteren ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van Rerum Novarum, La Solennità (1 juni 1941), 20
De natuur van de mens schenkt hem bovendien het recht op privaat-eigendom, ook van de productiemiddelen. Dit recht "vormt", gelijk wij elders hebben verklaard, "een krachtig middel tot behoud van de menselijke waardigheid en tot de vrije ontplooiing van de menselijke activiteit op alle gebied; het versterkt de band en de rust van het gezinsleven en daardoor tevens de vrede en de welvaart in de samenleving". H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Moderne ontwikkeling van het sociale leven en de christelijke beginselen, Mater et Magistra (15 mei 1961), 112
Overigens willen wij er hier nog eens op wijzen, dat het recht op privaat-eigendom van nature een sociale functie heeft. Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Moderne ontwikkeling van het sociale leven en de christelijke beginselen, Mater et Magistra (15 mei 1961), 119

Document

Naam: PACEM IN TERRIS
Vrede op aarde
Soort: H. Paus Johannes XXIII - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes XXIII
Datum: 11 april 1963
Copyrights: © 1963, Ecclesia Docens 0742 - Uitg. Gooi en Sticht
Vert.: Dr. M.H. Mulders C.ss.R. en Dr. J. Kahmann C.ss.R.
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam