• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

"ONDERHOUD DE GEBODEN", ZIEDAAR DE ZIN VAN ONS BESTAAN

Gods plan met ons

Gedurende de viering van het Heilig Jaar doen wij ons best om grote dingen na te streven, zoals onder andere het voornemen om het oorspronkelijk ontwerp van ons leven te herstellen. Wij worden in feite aangetrokken door het ideaal om het grondplan van ons bestaan opnieuw te ordenen, om de aanwezige feilen in onze manier van denken en doen te herstellen, om aan onze menselijke gestalte de stijlvolle trekken van volmaaktheid en geestelijke schoonheid te verlenen.

Wij weten nu eenmaal, dat deze herordening - of 'vernieuwing', zoals wij haar bij voorkeur hebben getypeerd - niets anders is dan aan onze persoonlijkheid als christen een geloofwaardige uitdrukking te geven of te hergeven. Daarom vragen wij ons met de jongeling uit het Evangelie af wat wij uiteindelijk moeten doen. Aldus ontstaat in ons die innerlijke dringende vraag naar onze plicht, d.w.z. naar de eis tot handelen, tot doen, tot worden, overeenkomstig onze plichten. Het is de vraag naar die onmisbare stempel in ons wezen, welke beantwoordt aan 's mensen ware en hoogste eisen: het moeten zijn.

Wij zijn er ons van bewust, dat in dit woord 'moeten' het geheim van ons leven schuilt. Het is niet voldoende te leven, het is niet genoeg noch te zijn, noch te hebben, noch te kunnen. Waar het op aankomt, is ons antwoord op het moeten-zijn, op de innerlijke oproep omtrent onze volmaaktheid; en niet omtrent een willekeurige volmaaktheid: van weten, van kunnen, van schijnen, van slagen, van goed-eraan-toe-zijn en van genieten; naar een volmaaktheid van moeten, de enige die ons werkelijk tot mensen, werkelijk tot Christenen maakt.

Wordt uzelf

Dit is het fundamentele probleem: raden, ontdekken wat wij als zedelijk wezen moeten zijn; hetgeen wil zeggen: in strikte zin onszelf worden, overeenkomstig de idee, die God net betrekking tot ons heeft ontworpen. Een subtiele kwestie en toch gemakkelijk te begrijpen: wij moeten bereiken - of althans trachten te bereiken - dat onze 'autonomie', ons zelfbestuur, volmaakt overeenkomt met de 'heteronomie', de wet die ons is opgelegd. Dit laatste is de wet, waarin de bovenzinnelijke wil van God zich uitspreekt en ons ware wezen zich realiseert.

Het program van ons bestaan in de tijd is dus dit: de wil van God te doen. Herinneren wij ons het "Uw wil geschiede" van het Pater noster? Jezus, de Meester van ons leven, leeft aan de jongeling van het Evangelie, op diens vraag naar hetgeen hij moest doen, beantwoord: "Onderhoud de geboden" (Mt. 19, 17). Dit is de zin, het doel van ons leven. Dit zou ook het grote woord van ons geweten moeten zijn. Dit is niet minder de voornaamste en richtinggevende eis van onze bedrijvigheid.

Welnu, staan wij hier een ogenblik stil. Dit moment kan voor ons het beslissende ogenblik zijn in het verloop van onze viering van het Jubeljaar: ons antwoord op deze dominerende vraag: Wat heeft in ons, in eenieder van ons, het plichtsbesef te zeggen, dat God aan onze lotsbestemming verbindt?

Wat was de allereerste reactie van St. Paulus - op dat ogenblik nog 'Saulus' - toen Christus vanuit de hemel hem met een bliksemstraal trof op de weg naar Damascus? Zij was: "Heer, wat wilt Gij dat ik doen zal?" (Hand. 9, 6). Zo moeten ook wij trachten te vragen aan de Heer, die misschien op ons heeft gewacht tot aan deze ontmoeting van het Heilig Jaar, om ons met zijn flitsend licht de geest te openen: 'Wat moeten wij doen?', of liever: 'Wat moet ik doen?'

Hier moge een korte aanduiding van enkele belangrijke punten volgen. Het eerste treft de noodzaak om, althans in beginsel, een bindende gedragslijn te aanvaarden, d.w.z. de eis te erkennen van onze plichten, aangaande de idee van ons eigen bestaan.

Doel van de vrijheid van de mens

Wij zeggen dit niet om hoe dan ook tekort te doen aan dat andere voorrecht van het leven, de vrijheid, - een voorrecht dat door de moderne geestesgesteldheid als de hoogst denkbare waarde wordt opgevijzeld. Wij weten immers dat dit een uitgelezen geestelijke gave is, die de mens op God doet gelijken. Vgl. Gen. 1, 26. v. Wij stellen dit om eraan te herinneren, dat de gave der vrijheid gebruikt moet worden om het goede te zoeken en te kiezen, d.w.z. de voorkeur te geven aan onze plicht, jazelfs aan de liefde tot God, die de hoogste en de samenvattende wet van het Evangelie is. Vgl. Mt. 22, 37-40 De vrijheid moet in evenwicht worden gehouden door de zedelijke verplichting, spontaan doch edelmoedig en totaal. Anders wordt zij een louter recht, alleen maar een egoïstisch en eenzijdig recht, met alle antisociale consequenties, die deze exclusiviteit meebrengt; ofwel zij ontaardt in een blinde losbandigheid, die slaaf is van het instinct, maar zeker niet van een instinct dat evenwichtig is en zich richt op de ware geestelijke gestalte van de mens.

'Geweten' en 'verantwoordelijkheid'

In het hedendaagse taalgebruik ontmoeten wij twee uitstekende termen, die als het ware de plaats innemen van het àl te strenge woord 'plicht'. Het zijn 'geweten' en 'verantwoordelijkheid'. Uitstekende termen, zeggen wij, zolang zij verbonden blijven met de realiteiten die deze termen meebrengen: de bovenzinnelijke werkelijkheden van Gods wet en van de natuurlijke en sociale samenhang, waarin ons leven zich voltrekt.

De term 'geweten' wordt terecht gebruikt als hij niet beperkt wordt tot het psycho­logisch of louter egoïstisch geweten, maar zich verheft tot het zedelijk niveau, dat bestraald wordt door het licht van God. Ook de term 'verantwoordelijkheid' is goed, zolang hij een volledige kijk blijft geven op de banden, die wij moeten eerbiedigen, of dit nu persoonlijke, sociale of religieuze banden zijn.

Wij zijn van mening, dat het gewijde woord, dat 'plicht' heet, niet in onbruik mag geraken, noch in onze gedachte, noch in ons taalgebruik; in het bijzonder niet wanneer wij, zoals thans het geval is, het christelijk gevoel in ons willen vernieuwen. Het is een woord vol kracht, vol eer, vol liefde en vol vertrouwen. Het is een woord dat ingegrift moet staan in het hart van iedere mens, zoals dat het geval was bij de grote persoonlijk­heden, de helden en de heiligen: 'ik moet!' -

Met onze Apostolische Zegen.

Document

Naam: "ONDERHOUD DE GEBODEN", ZIEDAAR DE ZIN VAN ONS BESTAAN
Soort: H. Paus Paulus VI - Audiëntie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 29 oktober 1975
Copyrights: © 1978, Op Audiëntie bij de Paus, uitg. van Spijk, Venlo, blz. 163-165
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam