• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het tweede goed van het huwelijk, dat wij met Augustinus noemden, is de trouw. Dat is de wederkerige getrouwheid der echtgenoten in de naleving van het huwelijkscontract, zodat, hetgeen op grond van dit door goddelijk recht bekrachtigde contract uitsluitend aan de wederhelft toekomt, aan deze niet geweigerd wordt, en aan niemand anders wordt toegestaan, en zodat ook aan de wederhelft zelf geen dingen worden toegestaan, die, als strijdig met de goddelijke rechten en wetten, en als absoluut onverenigbaar met de huwelijkstrouw, nooit of nimmer toelaatbaar zijn.

Daarom vordert deze trouw op de eerste plaats de absolute eenheid van het huwelijk, Deze eenheid heeft de Schepper zelf in het huwelijk onzer eerste ouders van de aanvang af vastgesteld, daar Hij dit huwelijk slechts wilde laten bestaan tussen één man en één vrouw. Nu heeft God, de hoogste wetgever, later deze oorspronkelijke wet wel voor een tijd enigszins verzacht; maar zonder enige twijfel heeft de wet van het Evangelie deze oorspronkelijke volmaakte eenheid volkomen hersteld, en iedere dispensatie afgeschaft. De woorden van Christus en de voortdurende leer en praktijk der Kerk zijn hiervoor een evident bewijs. Terecht heeft daarom de heilige kerkvergadering van Trente de plechtige uitspraak gedaan: "Christus de Heer heeft nog uitdrukkelijker geleerd, dat door de huwelijksband slechts twee personen met elkander verbonden en verenigd worden, toen Hij zei: Zij zijn dus geen twee meer, maar één vlees." Concilie van Trente, 24e Zitting - Leer over het Sacrament van het Huwelijk, Sessio XXIV - Doctrina de sacramento matrimonii (11 nov 1563), 2. DS 1798

Deze bloem van de "trouw van kuisheid", zoals ze door de H. Augustinus zeer juist wordt genoemd, zal gemakkelijker en met veel groter liefelijkheid en edele schoonheid opbloeien uit de wortel van een tweede zeer uitmuntende gave, namelijk de echtelijke liefde, die alle plichten van het echtelijke leven doordringt, en die in het christelijk huwelijk als het ware de hoogste ereplaats bekleedt. "De huwelijkstrouw," zegt de Romeinse catechismus, "vordert verder, dat tussen man en vrouw de band bestaat van een geheel enige, heilige en reine liefde. Niet een liefde zoals die tussen echtbrekers, maar een liefde als die, waarmede Christus de Kerk heeft liefgehad; want dit is de maatstaf, die de apostel heeft voorgeschreven, toen hij zei: "Gij, mannen, hebt uw vrouwen lief, zoals ook Christus de Kerk heeft bemind." (Ef. 5, 25) Vgl. Kol. 3, 19 En Christus heeft toch zeker de Kerk met Zijn oneindige liefde omhelsd, niet om eigen voordeel, maar alleen met het belang Zijner bruid als doel voor ogen." Catechismus-Compendium, Catechismus van het Concilie van Trente, Catechismus Romanus Concilii Tridentini. Cap. 8, q. 24. Wij bedoelen dus een liefde, die niet steunt op een louter zinnelijke, vluchtige genegenheid, een liefde, die niet bestaat in vleiende woorden, maar die berust op de innigste gevoelens van het hart, en het bewijs van haar bestaan geeft in uiterlijke daden; immers: het bewijs der liefde is de daad. H. Paus Gregorius de Grote, Homilie├źn over de Evangelies, In Evangelium Homiliae. 30 in Evang. nr. 1

Deze daad omvat niet alleen wederzijdse hulp in het huisgezin, maar zij moet zich ook verder uitstrekken, ja tot eerste doel hebben de wederzijdse hulp der echtgenoten tot het dagelijks meer en meer vormen en vervolmaken van de inwendige mens, zodat zij door hun omgang met elkander dagelijks meer vorderingen maken in de deugd, en vooral toenemen in de ware liefde tot God en tot de naasten, waaraan ten slotte "heel de wet hangt en de profeten". (Mt. 22, 40) Want alle mensen van iedere stand en van ieder eerzaam beroep kunnen en moeten dat volmaakte toonbeeld van alle heiligheid navolgen, dat God de mensen voor ogen gesteld heeft in de persoon van Christus de Heer, en zo kunnen en moeten zij met Gods hulp tot het toppunt van christelijke volmaaktheid komen, zoals het voorbeeld van zeer veel heiligen bewijst.

Is eenmaal de huiselijke gemeenschap door deze liefdeband stevig gevestigd, dan moet als noodzakelijk gevolg in haar opbloeien, wat Augustinus de orde der liefde noemt, Deze orde omvat van de ene kant de gezagspositie van de man boven de vrouw en de kinderen, en van de andere kant de bereidwillige, niet afgedwongen ondergeschiktheid en gehoorzaamheid van de vrouw, waartoe de apostel aanspoort met de woorden: "Gij, vrouwen, weest onderdanig aan uw mannen als aan de Heer; want de man is het hoofd van de vrouw, zoals Christus het hoofd is van de Kerk." (Ef. 5, 22-23)

Deze gehoorzaamheid houdt geen ontkenning of beroving in van de vrijheid, die aan de vrouw, zowel krachtens haar waardigheid als menselijk persoon, als krachtens haar edele taak als echtgenote, moeder en levensgezellin, met volle recht toekomt. Evenmin eist die gehoorzaamheid, dat de vrouw alle mogelijke verlangens van de man inwilligt, die wel eens minder met het gezond verstand of met de waardigheid van echtgenote overeenkomen. Ook betekent zij niet, dat de vrouw op één lijn gesteld moet worden met de personen, die men in de rechtstaal minderjarigen noemt, en aan wie men wegens gebrek aan rijper oordeel of gebrek aan levenservaring gewoonlijk de uitoefening hunner rechten niet toekent; maar zij verbiedt alleen die overdreven vrijheidszucht, die zich om het welzijn van het gezin niet bekommert; zij verbiedt, dat in het lichaam van het gezin het hart zich scheide van het hoofd, tot overgrote schade voor het lichaam, en tot gevaar - zeer nabij gevaar - voor totale ondergang.

Want, als de man het hoofd is, de vrouw is het hart; en zoals de man de voorrang heeft in het bestuur, zo mag en moet de vrouw de voorrang in de liefde, als haar eigen recht, voor zich opeisen.

Verder kan er, wat de gehoorzaamheid van de vrouw aan de man betreft, verschil bestaan omtrent de vraag: hoever en hoe. Dat hangt af van de verschillende omstandigheden van personen, plaatsen en tijden. Ja nog meer: wanneer de man zijn plicht verzuimt, dan heeft de vrouw het recht hem in de taak van het bestuur van het gezin te vervangen. Maar, wat de eigenlijke structuur van het gezin en zijn grondwet aangaat, die door God zelf vastgesteld en bevestigd is: die mag men nooit of nergens omverwerpen en aantasten.

Zeer wijze lessen over het bewaren van deze ware verhouding tussen man en vrouw geeft onze voorganger Leo XIII, in zijn reeds vermelde encycliek over het christelijk huwelijk: "De man, zegt hij, is de eerste in het gezin en het hoofd der vrouw. De vrouw echter, als zijnde vlees van zijn vlees en gebeente van zijn gebeente, moet aan de man onderdanig en gehoorzaam zijn, maar niet op de manier van een slavin, doch van een gezellin. Zo zal haar gehoorzaamheid aan hem eervol en waardig zijn. Daar beiden een beeld zijn, de een van Christus, de ander van de Kerk, moet bij de een die beveelt, zowel als bij de ander die gehoorzaamt, de goddelijke liefde voortdurend de plichtsvervulling regelen." Paus Leo XIII, Encycliek, Over het christelijk huwelijk, Arcanum divinae sapientiae (10 feb 1880)

De voltooiing echter van het complex dezer grote weldaden en als het ware de kroon er op, wordt gevormd door het huwelijksgoed, waaraan wij met Augustinus de naam van sacrament gegeven hebben. Dat houdt in vooreerst de onverbreekbaarheid van de huwelijksband, en vervolgens de verheffing en wijding van het huwelijkscontract door Christus tot een werkzaam teken van genade.

Document

Naam: CASTI CONNUBII
Over het Christelijk huwelijk, met inachtneming der in gezin en maatschappij heersende toestanden, noden, dwalingen en misbruiken
Soort: Paus Pius XI - Encycliek
Auteur: Paus Pius XI
Datum: 31 december 1930
Copyrights: © 1961, Ecclesia Docens, Gooi & Sticht, Hilversum 0112 (6e druk)
Vert.: F.A.J. van Nimwegen CssR
Bewerkt: 20 april 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam