• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

TIJDENS DE OECUMENISCHE ONTMOETING VAN DE KERK VAN ROME EN DE KERK VAN CONSTANTINOPEL
Sixtijnse Kapel (Vaticaan)

Zojuist hebben we met grote ontroering de boodschap aanhoord die zijne heiligheid Demetrios I, patriarch van Constantinopel, aan ons richtte op deze dag. Inderdaad, deze woorden roepen in ons veel vreugde en hoop wakker en wij verzoeken uwe eminentie die de eer had ons die boodschap te brengen onze geliefde broeder de patriarch van Constantinopel al onze dankbaarheid en onze bijzondere liefde in de Heer te willen overbrengen. Dat de ontmoeting van vandaag een nieuwe etappe moge markeren op de weg naar de eenheid!

'Groot en wonderbaar zijn uw werken, Heer, God, Albeheerser. Rechtvaardig en waarachtig zijn uw wegen, 0 Koning der volkeren. Wie zou, 0 Heer, niet vrezen en uw naam niet verheerlijken? Want Gij alleen zijt heilig. En alle volken zullen komen en u aanbidden, omdat uw gerechte oordelen openbaar zijn geworden' (Openb. 15, 3-4). Dat is het hooglied van het Lam dat zij die het kwaad overwonnen hebben op de goddelijke harpen spelen. Weest welkom in ons midden, zeer geliefde broeders, gezonden door de eerbiedwaardige Kerk van Constantinopel om met ons eer, glorie en dank te betuigen aan de almachtige God voor de grote en wonderbare daden die Hij in onze dagen voor zijn kerk heeft verricht. Weest welkom in ons midden, zeer geliefde broeders, gekomen om u met ons te verenigen in het gebed en met ons neer te knielen voor de heiligheid van God die ons zijn oordelen openbaar heeft gemaakt en ons zijn rechtvaardige en waarachtige wegen heeft getoond.

Daarom is vandaag ons hart vol vreugde. En wij zijn eveneens verheugd, dat vandaag een door ons gezonden vertegenwoordiging in gebed is met de oecumenisch patriarch in de Kerk van Sint Georgios van de Phanar.

Ja, voor onze ogen zien wij nog het schitterende schouwspel van de viering waarbij wij, tien jaar geleden, in de basiliek van Sint Pieter, gelijktijdig met wat gebeurde in de kerk van Sint Georgios van de Phanar, de plechtige en heilige kerkelijke daad stelden van de herroeping van de oude banvloeken, een daad waardoor wij voor altijd uit de herinnering en uit het hart van de kerk het aandenken aan die gebeurtenissen hebben willen wegwissen.

De geestdrift en de vroomheid waarmee deze daad in de basiliek van Sint Pieter werd ontvangen door de vergadering in gebed hebben ons duidelijk getoond, dat deze gebeurtenis werkelijk door de Heer gewild was. Toen waren immers de concilievaders aanwezig die, met de zegen van God, hun conciliaire arbeid afsloten; de families van religieuzen waren eveneens aanwezig evenals een onmetelijke menigte leken die uit verschillende delen van de wereld kwamen.

Daarin heeft het geweten van de gelovigen van de kerk een teken van eerherstel gezien voor de betreurenswaardige wederzijdse handelingen en de manifestatie van de wil gezamenlijk, in gehoorzaamheid aan de Heer, een nieuw tijdperk op te bouwen van broederschap, dat de katholieke Kerk en de orthodoxe Kerk 'met Gods hulp, en tot groter heil van de zielen en van de toekomst van het rijk Gods, zal voeren tot een leven in de volledige gemeenschap van het geloof, van broederlijke eensgezindheid en van het sacramentele leven dat eenmaal tussen hen bestaan heeft gedurende de eerste duizend jaren van het leven van de Kerk'. H. Paus Paulus VI, Apostolische Brief, Wederzijdse herroeping van de ex-communicatie van 1054 door Rome en Constantinopel, Ambulate in dilectione (7 dec 1965)

Tien jaar na dit gebeuren herhalen wij voor de Heer onze vurige en nederige dankbaarheid, nu nog verrijkt met nieuwe en nog belangrijker redenen. Deze daad heeft immers zovele harten die tot dan toe gevangenen waren van hun verbittering en daar wederzijds wantrouwen verstrikt, vrijgemaakt. De wederzijdse liefde heeft zijn intensiteit herkregen en is opnieuw werkzaam geworden, Wij hebben allen op hetzelfde ogenblik de stem van de Heer gehaard die aan ieder van ons vroeg: 'Waar is uw broeder? ' (Gen. 4, 9). En dus zijn wij naar elkaar op zoek gegaan en als broeders hebben we twee keer opnieuw de eerbiedwaardige patriarch Athenagoras zaliger gedachtenis, die wij zozeer hoogschatten en liefhadden, ontmoet en heel wat andere malen hebben wij zoveel waardige herders van de Kerken van oost en west ontmoet. Daar de inwerking van de Heilige Geest hebben deze nieuwe gezindheden zich meer en meer verbreid binnen het Christenvolk.

Zij baant een innerlijke zuivering van de herinnering zich een steeds bredere weg. In dit perspectief verklaarde het Tweede Vaticaans Concilie duidelijk: 'uit vernieuwing van geest, zelfverloochening en onbelemmerde schenking van liefde wordt het verlangen naar eenheid gebaren en tot rijpheid gebracht'. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 7

De Heilige Geest heeft ons verstand verlicht en ons met grotere helderheid doen inzien, dat de katholieke Kerk en de orthodoxe Kerk verenigd zijn daar een zo diepe gemeenschap, dat er nog maar weinig aan ontbreekt, om die volheid te bereiken welke een gezamenlijke viering van de Eucharistie van de Heer 'waardoor de eenheid van de Kerk wordt verzinnebeeld en tot stand wordt gebracht' 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 2 mogelijk zal maken. Zo wordt duidelijker in het licht gesteld, dat wij dezelfde Sacramenten gemeen hebben, doeltreffende tekenen van onze gemeenschap met God, en vooral hetzelfde priesterschap dat dezelfde Eucharistie van de Heer viert, evenals een zelfde episcopaat opgenomen in dezelfde apostolische successie om het volk van God te leiden; en ook dat wij 'gedurende die eeuwen waarin we samen de oecumenische concilies hielden die de geloofsschat verdedigden tegen alle bederf' 'het leven als zusterkerken' hebben geleefd. H. Paus Paulus VI, Brief, Aan Patriarch Athanagoras I, Oecumenisch Patriarch van Constantinopel, over het herenigen van de Kerken van Oosten en het Westen, Anno ineunte (25 juli 1967)

De liefde heeft het ons mogelijk gemaakt ons beter rekenschap te geven van de diepte van onze eenheid. Gedurende de laatste jaren hebben wij aak gezien, hoe zich een gevoelen ontwikkelde van gezamenlijke verantwoordelijkheid vaar de prediking van het Evangelie aan ieder schepsel, waaraan ernstige schade wordt toegebracht door de scheiding die tussen de Christenen blijft voort duren. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 1 Vandaag kamen de betrekkingen tussen onze Kerken in een nieuwe fase met het creëren van nieuwe instrumenten voor de dialoog, welke, gebaseerd is op de grote verworvenheden van de laatste tien jaar, geroepen zijn de gemeenschap tussen onze beide Kerken tot haar volheid te doen groeien.

Zeer geliefde broeders, u brengt ons de blijde boodschap, dat de orthodoxe Kerken, op initiatief van het oecumenisch patriarchaat, hebben besloten een panorthodoxe commissie op te richten ter voorbereiding van de theologische dialoog met de katholieke Kerk, en daarenboven, dat ditzelfde patriarchaat van Constantinopel zijn eigen speciale commissie heeft opgericht om met de Kerk van Rome in gesprek te gaan. Wij waarderen dit initiatief ten zeerste en verzekeren u, dat wij volkomen bereid zijn van onze kant hetzelfde te doen, zodat wij de volle eenheid naderbij kunnen komen door gezamenlijk vaartgang te maken op 'een weg die verheven is boven alles' (1 Kor. 12, 31).

Wij hopen, dat deze nieuwe instrumenten dragers zullen zijn van christelijke broederschap en van kerkelijke gemeenschap en dat zij bezield zullen zijn van een oprechte liefde vaar de gehele waarheid. Wij denken hier aan datgene wat wij onze geliefde broeder Anthenagoras, eerbiedwaardiger gedachtenis, schreven: 'Op de eerste plaats moeten wij, in dienstbaarheid aan het heilig geloof, broederlijk alle moeite en zorg eraan besteden om samen geschikte en geleidelijke wegen te vinden teneinde de gemeenschap die, hoewel onvolmaakt, reeds in het leven van onze kerken aanwezig is te bevorderen en te ontwikkelen'. H. Paus Paulus VI, Brief, Aan Patriarch Athanagoras I, Oecumenisch Patriarch van Constantinopel, over het herenigen van de Kerken van Oosten en het Westen, Anno ineunte (25 juli 1967)

Mogen wij zo, met onze harten 'in de liefde geworteld en gegrondvest' (Ef. 3, 17), 'de fundamentele dogma's van het christelijk geloof' belijdend zoals deze 'zijn vastgesteld op oecumenische concilies die in het Oosten zijn gehouden' Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 14, levend vanuit het leven van de Sacramenten dat wij gemeen hebben en in de geest van de gemeenschap van geloof en liefde die voortspruit uit deze goddelijke gaven en zich daaraan sterkt, met kracht toegerust, daar zijn Geest, opdat de inwendige mens wordt gesterkt Vgl. Ef. 3, 16 , gezamenlijk voortgang kunnen maken in het vaststellen van de verschillen en moeilijkheden die onze kerken nog gescheiden houden en deze tenslotte kunnen overwinnen door geloofsbezinning en een volgzame houding tegenover de impulsen van de Geest.
Moge God ons zo, met het behoud van een gewettigde verscheidenheid in liturgie, tucht en theologie Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 14-17 kunnen geven, dat wij de volle eenheid tussen onze Kerken op degelijke en zekere wijze opbouwen!

Zo'n dialoog moet, lang voordat hij zijn einddoel bereikt, erop gericht zijn het leven van onze Kerken te beïnvloeden, daar het gemeenschappelijke geloof te verlevendigen, de wederzijdse liefde te doen toenemen, de gemeenschapsbanden aan te halen en een gemeenschappelijk getuigenis af te leggen, dat Jezus Christus de Heer is en dat er 'geen andere Naam ander de hemel aan de mensen is gegeven, waarin wij gered moeten worden' (Hand. 4, 12).

De goddelijke Geest zelf vraagt van ons deze taak te volbrengen. En eist aak het ongeloof dat zich in de wereld lijkt te verbreiden en zelfs de gelovigen van onze Kerken lijkt te verlokken niet, dat we een beter getuigenis zouden geven van geloof en eenheid? Moet deze situatie ons er niet toe brengen al het mogelijke te doen om zo snel mogelijk deze eenheid te bereiken die Christus aan zijn Vader heeft gevraagd voor diegenen die in Hem geloven, opdat de wereld gelove? Vgl. Joh. 17, 21

Zo worden wij opgeroepen aan de anderen de hoop mede te delen die in ons leeft en er rekenschap van af te leggen. Vgl. 1 Pt. 3, 15

Nogmaals, zeer geliefde broeders, heten wij u welkom bij dit gebed samen met ons en opnieuw danken wij u hartelijk voor de goede berichten in de naam van de Heer gebracht.
Bij het ten einde lopen van de vieringen van het heilig jaar, waarin de katholieke Kerk iedere dag de heer heeft gesmeekt om vernieuwing en verzoening, brengen wij dank aan de Heer voor deze nieuwe daad van broederschap tussen onze Kerken en voor onze inzet gezamenlijk voort te gaan met ons gemeenschappelijk zoeken naar de volheid van de eenheid.

Aan de Heer 'zij de heerlijkheid in de Kerk en in Christus Jezus, tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid! Amen' Vgl. Ef. 3, 21

Document

Naam: TIJDENS DE OECUMENISCHE ONTMOETING VAN DE KERK VAN ROME EN DE KERK VAN CONSTANTINOPEL
Sixtijnse Kapel (Vaticaan)
Soort: H. Paus Paulus VI - Homilie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 14 december 1975
Copyrights: © 1976, Archief van Kerken, 31e jrg, nr. 10
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 12 november 2018

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam