• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

In het begin leert de H. Leo dat de Kerk één moet zijn omdat Christus Jezus, haar Bruidegom, waarlijk één is: "De Kerk is immers de maagd, de bruid van de ene Christus en zij laat niet toe dat zij door enige dwaalleer geschonden wordt, zodat zij over de gehele wereld voor ons de ongeschondenheid van de ene zuivere gemeenschap betekent". H. Paus Leo I de Grote, Brieven, Epistulae. Ep. 80, 1, ad Anatolium episc. Constant. PL 54, 913

De H. Leo is van mening dat deze merkwaardige eenheid van de Kerk echter haar oorsprong vindt in de geboorte van het mensgeworden Woord van God, zoals zijn woorden duidelijk aantonen:

"De geboorte van Christus is immers de oorsprong van het christenvolk, en de geboortedag van het Hoofd is tevens de geboortedag van het Lichaam. Ofschoon ieder afzonderlijk van de geroepenen zijn eigen plaats heeft en alle zonen van de Kerk door de opeenvolging van de tijden gescheiden zijn, vormen zij toch tezamen het totaal der gelovigen dat zijn oorsprong vindt in de bron van het doopsel; zoals zij met Christus in Zijn lijden gekruisigd, met Hem in Zijn verrijzenis verrezen en met Hem in de hemelvaart aan de rechterhand van de Vader geplaatst zijn, zo zijn zij met Hem zelf in Zijn geboorte ontstaan". H. Paus Leo I de Grote, Sermones. Sermones 26, 2 in Nativ. Domini, PL 54, 213

De voornaamste deelgenote aan deze geheimzinnige geboorte van dit "Lichaam van de Kerk" (Kol. 1, 18) was Maria , omdat de H. Geest aan haar maagdelijkheid de vruchtbaarheid heeft geschonken. De H. Leo eert immers Maria "als Maagd en als dienstmaagd en moeder van de Heer" H. Paus Leo I de Grote, Over de Menswording van het Woord van God - Aan Keiser Leo, Promisse me memini - Tomus II Leonis (17 aug 458), 2. PL 54, 1157 , "als Moeder van God" H. Paus Leo I de Grote, Over de Menswording van het Woord van God - Aan Keiser Leo, Promisse me memini - Tomus II Leonis (17 aug 458), 2. PL 54, 1157, "als eeuwige maagd". Vgl. H. Paus Leo I de Grote, Sermones. 22, 2 in Nativ. Domini PL 54, 195

Bovendien maakt het Sacrament van het Doopsel - zoals de H. Leo duidelijk bevestigt - de mens, die door het doopwater besprenkeld is, niet alleen lid van Christus zelf, maar ook deelgenoot aan Zijn koninklijke waardigheid en aan Zijn priesterschap. "Het teken van het kruis maakt immers al degenen, die in Christus zijn wedergeboren, tot koning en de zalving van de H. Geest wijdt hen tot priester". Vgl. H. Paus Leo I de Grote, Sermones. Serm. 4, 1, in Nativ. Domini, PL 54, 149 Vgl. H. Paus Leo I de Grote, Sermones. 64, 6 de Passione Domini, PL 54, 357 Vgl. H. Paus Leo I de Grote, Brieven, Epistulae. 69, 4, PL 54, 870 Vervolgens, wie door het Sacrament van het Vormsel - door de H. Leo "de heiligmaking door het Chrisma" genoemd - wordt gesterkt en aan Christus Jezus, het Hoofd van het Lichaam der Kerk, is gelijk gemaakt, vindt in het Sacrament van de Eucharistie zijn voltooiing. "Want de deelname aan het Lichaam en Bloed van Christus", zo zegt de H. Leo, "heeft geen ander doel dan ons te doen overgaan in datgene, wat wij hebben genuttigd; laten wij dan ook in alles, zowel in het vlees als in de geest, Hem dragen, met wie wij gestorven, begraven en verrezen zijn". Vgl. H. Paus Leo I de Grote, Sermones. 64, 7, de Passione Domini, PL 54, 357

Maar men moet inzien dat er geen volmaakte band bestaat tussen de gelovigen en de goddelijke Verlosser, het Hoofd van allen, en tussen de gelovigen onderling als leden van dit levende en zichtbare lichaam, als zij niet eveneens met elkaar door dezelfde deugden en door de gemeenschap van godsdienstige riten en sacramenten verenigd zijn en als zij niet tevens hetzelfde geloof bewaren en handhaven. Want, volgens de H. Leo: "Het ongeschonden en ware geloof, waaraan niets kan worden toegevoegd noch afgedaan, is een machtige hulp: want er is geen geloof, als het niet één is". H. Paus Leo I de Grote, Sermones. 24,6, in Nativ. Domini. PL 54, 207

Opdat echter de eenheid van het geloof wordt bewaard, is noodzakelijk vereist dat de leraars van de goddelijke waarheden, namelijk de Bisschoppen, met elkaar in geest en woord overeenstemmen en dat zij hun mening laten overeenkomen met die van de Paus; daar immers

"het onderlinge verband in het gehele lichaam één toestand van gezondheid en van schoonheid veroorzaakt; dit onderlinge verband van het gehele lichaam vereist wel eensgezindheid, maar eist vooral de eendracht van de priesters. Ofschoon hun waardigheid gemeenschappelijk is, bereiken zij toch niet hierin dezelfde graad: want ook onder de heilige apostelen was de eer gelijk, doch er bestond een verschil in macht; en ofschoon de uitverkiezing van allen dezelfde was, werd het toch aan één gegeven om boven de anderen uit te steken". H. Paus Leo I de Grote, Brieven, Epistulae. Ep. 14, 11, ad Anastasium, episc. Thessal. PL 54, 676

Document

Naam: AETERNA DEI SAPIENTIA
Over de heilige Paus en Kerkleraar Leo I de Grote bij gelegenheid van zijn 1500ste sterfdag
Soort: H. Paus Johannes XXIII - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes XXIII
Datum: 11 november 1961
Copyrights: © 1962, Katholiek Archief, 17e jrg. nr. 2, p. 25 - 36
Bewerkt: 28 april 2020

Referenties naar dit document

 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam