• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

CUM IAM
Bij gelegenheid van Internationale Congres te Rome over de theologie van het Tweede Vaticaans Concilie

Aan onze eerbiedwaardige broeder Giuseppe kardinaal Pizzardo, prefect van de Heilige Congregatie voor de seminaries en universiteiten.

Paus Paulus groet zijn eerbiedwaardige broeder en zendt hem zijn apostolische zegen.

Nu het internationaal congres over de theologie van het Tweede Vaticaans Concilie, dat de eerstkomende dagen in deze stad zal worden gehouden, naderbij komt, is het zeker gepast, dat de opperherder van de Kerk door middel van deze brief zijn beste wensen en zijn bemoediging uitspreekt, en dat hij richtlijnen geeft voor de viering van deze grote gebeurtenis, waarnaar zo vurig is uitgezien door hen die de gewijde wetenschappen beoefenen.
Graag bekennen wij dan ook, dat dit congres geheel aan onze wensen en verlangens beantwoordt, door zijn bijzonder karakter, door zijn verheven doelstelling, door de voortreffelijke keus van zijn thema's en tenslotte door het aantal en de variëteit van sprekers, die tot verschillende volkeren en theologische scholen behoren. En het is een grote verlichting voor ons te zien, dat de dialoog die de Kerk met de wereld van vandaag probeert aan te gaan, reeds op lofwaardige en vruchtbare wijze is begonnen onder de katholieken zelf en speciaal onder de meest vooraanstaande theologen. Daarom willen wij de Heilige Congregatie voor de seminaries en universiteiten van harte ervoor bedanken, dat zij in de uitwerking van dit initiatief heeft laten zien een getrouwe tolk van onze gedachten te zijn. Eveneens willen wij onze welverdiende lof uitspreken voor de rectoren van onze Romeinse universiteiten; aan hun zorgvuldige en broederlijke samenwerking is het te danken, dat het komend congres zo duidelijk de katholiciteit van de Kerk weerspiegelt. Tenslotte brengen wij in het bijzonder dank aan alle sprekers; wij weten, dat zeer velen onder hen al een schitterende bijdrage hebben geleverd aan de opstelling van de documenten van het oecumenisch concilie; nu zij bovendien opnieuw naar Rome zijn gekomen om deze documenten te verklaren en te interpreteren, geven zij het congres ongetwijfeld een groter gezag, en versterken zij onze verwachting dat de verhoopte resultaten zullen worden bereikt.
Op dit belangrijke ogenblik waarop de katholieke Kerk de besluiten van het concilie ten uitvoer begint te brengen, ziet iedereen ongetwijfeld het grote belang van dit theologisch congres in. Het werk van het oecumenisch concilie is immers met de afkondiging van de besluiten nog niet definitief voltooid, omdat deze besluiten eerder als een vertrekpunt dan als een eindpunt moeten worden beschouwd, zoals de geschiedenis van de concilies ons leert. Het leven van de Kerk moet nu nog helemaal van de heilzame, bezielende geest van het concilie worden doortrokken, tot een totale vernieuwing toe. De levenskiemen die door het concilie in de bodem van de Kerk zijn gelegd, moeten nog tot volle rijpheid komen. Maar dat alles zal niet eerder het geval zijn, voordat de rijkdom van het leerstellig erfgoed dat het concilie aan de gehele Kerk heeft gegeven door de christenen met de vereiste zorgvuldigheid geheel is onderzocht, verdiept en eigen gemaakt. Daarom is het duidelijk, hoe hoog men het werk van de theologen moet waarderen, die onder leiding van het leergezag van de Kerk beter dan wie ook in staat zijn een dergelijk onderzoek tot het gewenste einde te brengen.
Zeker, het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie heeft vooral een pastorale doelstelling voor ogen gehad; maar dat verzwakt of vermindert op geen enkele wijze het belang van het werk van de theologen. Integendeel, indien ooit, dan eisen pastorale motieven juist vandaag, dat het geestelijk leven van de gelovigen op de hechte steun van de waarheid berust, en dat men hun verantwoorde hulp biedt om zich op hun weg in acht te nemen voor de gevaren van de dwalende ideologieën van vandaag, die met een ongehoorde heftigheid zelfs de natuurlijke grondslagen van het geloof omver trachten te werpen. Niemand hoeft er overigens aan te twijfelen, dat de richtlijnen voor het kerkelijk leven, zoals die door het concilie zijn vastgesteld, des te meer levenskracht zullen blijken te bezitten, naarmate zij hechter op de grondslagen van de theologie steunen en nauwer daarmee verbonden zijn.
Wij willen echter niet alleen het belang van dit congres naar voren brengen. Wij willen tegelijk enkele nuttige wenken geven, opdat het werk op zo'n wijze wordt verricht, dat het volledig aan de verwachting van de Kerk kan beantwoorden.
Omdat het congres de theologische leer van het concilie tot thema heeft, is het absoluut noodzakelijk, dat het de goede geest van het concilie weerspiegelt, en dat het de richting volgt en de methode kiest die ook het oecumenisch concilie hebben geïnspireerd. Daarom moet men goed het grote belang voor ogen houden dat het concilie steeds aan de Heilige Schrift heeft toegekend bij de omschrijving van de theologische leer, en eveneens bij de toepassing van de boodschap van het evangelie op' onze huidige situatie. Bovendien beziet het concilie de geopenbaarde waarheden in wezen vanuit een religieuze en pastorale gezichtshoek; over de boodschap van Christus spreekt het in functie van de mens; de mens beziet het in zijn relatie tot de heilsgeschiedenis, en het stelt een meer volledige antropologie voor; het bereidt de weg voor de hereniging van alle christenen, waarbij het overigens geen enkele afbreuk duldt aan de leer van Christus, zoals die door de katholieke Kerk is overgeleverd. Hiermee duidt het concilie de richting en de methode aan die de theologen bij de gewijde studies voortaan moeten volgen, geleid door het licht van geloof en rede, zodat zij in voortdurende trouw aan het woord van God tegelijk open blijven staan voor alle stemmen, voor alle noden, voor alle authentieke waarden van onze tijd met zijn snelle ontwikkeling. Met andere woorden, het concilie spoort de theologen aan om een theologie te ontwikkelen die niet minder pastoraal dan wetenschappelijk is; die zorgvuldig een nauwe aansluiting bewaart aan de leer van de kerkvaders, aan de liturgie, en speciaal aan de Heilige Schrift; die het leergezag van de Kerk en met name van de plaatsbekleder van Christus steeds in hoge ere houdt; die zichzelf voortdurend toetst aan de actuele situatie van de mensheid; die tenslotte niet minder onbewimpeld oecumenisch is, dan vrijuit en overtuigd katholiek.
Aan de studie van de theologen wordt dus een zeer moeilijk en veelomvattend werk toevertrouwd. Om dit naar behoren op zich te kunnen nemen, moeten allen die aan het komend congres zullen deelnemen steeds deze gouden regel voor ogen houden: "In necessariis unitas, in dubiis libertas, in omnibus caritas" (Eenheid in dwingende zaken, vrijheid bij twijfel, maar liefde in alle omstandigheden).

Voor alles is dus eenheid vereist in de trouw aan het geheel van de leer, zoals het concilie die ons heeft overgeleverd. Juist omdat zij door de autoriteit van een oecumenisch concilie wordt gewaarborgd, behoort zij voortaan tot het leergezag van de Kerk. Op het gebied van geloof en zeden geldt zij dus als de meest waarschijnlijke universele richtlijn voor de waarheid, waarvan de theologen bij hun studie nooit mogen afwijken. Men moet zich er overigens voor in acht nemen deze leer bij de evaluatie en interpretatie ervan als geïsoleerd van de rest van het leerstellig erfgoed van de Kerk te beschouwen, alsof tussen beide een onderscheid of een tegenstelling zou kunnen bestaan. Integendeel, alles wat door het Tweede Vaticaans Concilie wordt geleerd, staat in volkomen harmonie met het voorafgaand kerkelijk leergezag; de leer van het concilie is daarvan de voortzetting, de verklaring en de verdere ontwikkeling. In feite heeft onze voorganger Johannes XXIII in zijn rede bij de opening van het concilie duidelijk verklaard, dat hij het ook om deze reden had bijeen geroepen, namelijk ,om een nieuwe bekrachtiging te geven aan het leergezag van de Kerk' H. Paus Johannes XXIII, Toespraak, Openingstoespraak Tweede Vaticaans Concilie, Gaudet Mater Ecclesia (11 okt 1962), 30. Niemand kan het zich dus veroorloven de leer van het concilie te misvormen door persoonlijke interpretatie buiten het leergezag van de Kerk om. Wie zo handelen, ontpoppen zich (om met de heilige Leo de Grote te spreken) als ,leraren van de dwaling, omdat zij geen leerlingen van de waarheid willen zijn' H. Paus Leo I de Grote, Over de Menswording van het Woord van God - Aan Bisschop Flavianus, Lectis dilectionis tuae - Tomus I Leonis (13 juni 449). Tomus ad Flavianum; ed. C. Silva Tarouca, Rome 1932, 21

Maar wanneer deze grenzen eenmaal zijn vastgesteld - die juist door de waardigheid van het woord van God, dat voor altijd eenduidig moet vaststaan, worden vereist -, blijft er een zeer omvangrijk veld van onderzoek openliggen, waarbinnen ,zowel voor de geestelijken als voor de leken een rechtmatige vrijheid van onderzoek en van opvattingen' wordt erkend, .als een rechtmatige vrijheid om bescheiden en tegelijk moedig hun manier van denken naar voren te brengen op het terrein waarop zij deskundig zijn' 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 62. Juist deze legitieme vrijheid is de basis van de ontwikkeling van de theologie. Want men kan ,langs verschillende wegen en door verschillende methoden tot kennis van het goddelijke komen', zoals het concilie verklaart, .en het is dan ook niet verwonderlijk, dat bepaalde aspecten van het geopenbaarde mysterie soms beter door de een worden begrepen en uiteengezet dan door de ander; zoals men ook moet bedenken, dat van elkaar verschillende theologische uitspraken vaker elkaar aanvullen dan tegenstrijdig zijn' 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 17 Laten de theologen zich dus van de nauwe begrenzing van hun eigen krachten bewust worden; en laten zij de opvattingen van anderen naar behoren respecteren, speciaal van hen die door de Kerk als de meest vooraanstaande getuigen en vertolkers van de christelijke leer worden erkend, zoals het concilie zegt naar aanleiding van de universiteiten: ,ieder vakgebied ( ... ) moet zo worden ontwikkeld, dat men er ( ... ) dank zij een zorgvuldige beoordeling van de problematiek en van de nieuw verworven resultaten in het actuele stadium van de wetenschap, een dieper inzicht in krijgt, hoe geloof en rede beide op de ene en unieke waarheid zijn gericht; en dit in de voetsporen van de kerkleraren, speciaal van de heilige Thomas van Aquino' 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de Christelijke opvoeding, Gravissimum Educationis (28 okt 1965), 10. Wie deze vrijheid bij zichzelf en bij anderen respecteert, zal nooit een te groot zelfvertrouwen hebben; hij zal niet op de opvattingen van andere theologen neerzien, en hij zal er niet aan denken zijn eigen hypothesen als vaststaande waarheid te verkondigen; maar hij zal in bescheidenheid op een dialoog met anderen uit zijn, en de waarheid steeds boven zijn eigen ideeën en vermoedens stellen.

Maar welke variëteit aan opvattingen de deelnemers aan dit congres ook van elkaar onderscheidt, voor allen moet dit ene onaantastbaar zijn: dat de dienst aan de waarheid ons nooit van de verplichting tot christelijke liefde kan ontslaan. Daarom moeten zij er allen naar streven dit woord van de apostel van de heidenen in praktijk te brengen: ,de waarheid verkondigen in liefde' (Ef. 4, 15). Want het is de liefde die elke discussie vruchtbaar maakt, die de weg bereidt voor een volgende ontmoeting, die ons ertoe brengt de waarheid moedig en zonder moeite te aanvaarden. Hoeveel droevige verdeeldheid, hoeveel vruchteloze geschillen ontstaan er feitelijk niet door een gebrek aan liefde bij het onderricht en het onderzoek van de waarheid! Laten wij ons er dus op toeleggen, dat het komend theologisch congres in Rome niet minder door het vuur van de liefde straalt dan door het licht van de waarheid.

Enkel en alleen wanneer deze richtlijnen zijn gewaarborgd, kan ieder zijn bijdrage leveren tot die geestelijke vernieuwing waartoe het Vaticaans Concilie werd bijeen geroepen. En wij vertrouwen erop, dat het komend theologisch congres in de toekomst voor soortgelijke congressen als voorbeeld zal kunnen dienen; niet alleen met het oog op een beter begrip van de concilie besluiten, maar ook om hieruit aanwijzingen te krijgen die aan de noden van de huidige mensheid beantwoorden. Zo zal de Kerk ,een bruid blijven, haar Heer waardig, die niet ophoudt zichzelf onder de werking van de Heilige Geest te vernieuwen, totdat zij door het kruis tot het licht komt dat nooit ondergaat.' 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 9

Door deze verwachting gesteund, roepen wij van harte de meest overvloedige genade van de goddelijke Verlosser over het komend congres af, en ten teken daarvan schenken wij onze apostolische zegen aan allen die aan het congres zullen deelnemen.

Gegeven te Rome, bij Sint Pieter, 21 september 1966, in het vierde jaar van ons pontificaat.

Paus PAULUS VI.

Document

Naam: CUM IAM
Bij gelegenheid van Internationale Congres te Rome over de theologie van het Tweede Vaticaans Concilie
Soort: H. Paus Paulus VI - Brief
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 21 september 1966
Copyrights: © 1966, Katholiek Archief 21e jrg. nr. 48 p. 1286-1291
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen dossiers gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam