• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

'PACEM IN TERRIS' - EEN PERMANENTE OPDRACHT
Wereldvredesdag 2003

Bijna veertig jaar zijn verstreken sinds op 11 april 1963 paus Johannes XXIII zijn historische encycliek H. Paus Johannes XXIII - Encycliek
Pacem in Terris
Vrede op aarde
(11 april 1963)
publiceerde. Het was die dag Witte Donderdag. Zich richtend tot alle mensen van goede wil, vatte mijn vereerde voorganger die nauwelijks twee maand later zou sterven, zijn vredesboodschap aan de wereld samen in de eerste stelling van de encycliek: "De vrede op aarde, voorwerp van het diepste verlangen van de mensheid van alle tijden, kan louter en alleen gegrondvest en versterkt worden in het absolute respect voor de door God gevestigde orde" H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Vrede op aarde, Pacem in Terris (11 apr 1963), 1.
Spreken over vrede in een verdeelde wereld
In feite bevond de wereld, waarop Johannes XXIII zich toentertijd richtte, zich in een toestand van diepe wanorde. Een groot verlangen naar vooruitgang had zich bij het begin van de twintigste eeuw laten gevoelen. In schril contrast daarmee kreeg de mensheid in de eerste zestig jaar van die eeuw evenwel de verschrikking van twee wereldoorlogen, de opkomst van alles verwoestende totalitaire systemen, een opeenstapeling van menselijk lijden en de uitbarsting van de ergste kerkvervolging uit de hele geschiedenis over zich heen.

Nog maar twee jaar voor het verschijnen van H. Paus Johannes XXIII - Encycliek
Pacem in Terris
Vrede op aarde
(11 april 1963)
, in 1961, werd de "Berlijnse Muur" opgetrokken om niet alleen twee delen van de stad te verdelen en tegen elkaar op te zetten, maar ook nog twee manieren om het aardse rijk te begrijpen en op te bouwen. Aan weerszijden van de Muur ontwikkelde zich een verschillende levensstijl, gedicteerd door elkaar vaak tegensprekende regels en in een verwarde sfeer van verdachtmaking en wantrouwen. Als visie op de wereld en als concrete organisatie van het leven, heeft deze muur de hele mensheid getekend en is hij binnengedrongen in het hart en de geest van individuele mensen, verdeeldheid zaaiend die wel bestemd leek om eeuwig te blijven duren.

Precies zes maand voor de publicatie van de encycliek en dat terwijl kort daarvoor in Rome het Tweede Vaticaanse Concilie plechtig was geopend, stond de wereld bovendien aan de rand van een kernoorlog naar aanleiding van de rakettencrisis op Cuba. De weg naar een wereld van vrede, gerechtigheid en vrijheid leek geblokkeerd. Nogal wat mensen gingen ervan uit dat de mensheid veroordeeld leek om nog lang te moeten leven in de onzekere omstandigheden van de Koude Oorlog, onder de voortdurende dreiging van het spookbeeld dat één enkele agressie of incident voldoende zou zijn om van de ene dag op de andere de ergste oorlog uit de hele mensengeschiedenis te doen losbarsten. Het gebruik van kernwapens zou die inderdaad hebben kunnen doen uitmonden in een conflict, dat de toekomst zelf van de mensheid in gevaar zou brengen.

De vier pijlers van de vrede
Paus Johannes XXIII was het niet eens met diegenen die ervan uitgingen dat vrede onmogelijk was. Met zijn encycliek zorgde hij ervoor dat deze fundamentele waarde " met heel haar dwingende waarheid " als het ware op de deuren van de twee delen van de muur, en van alle muren, begon te bonken. Aan het adres van iedereen sprak de encycliek over het deel uitmaken van de grote mensenfamilie en ze liet voor iedereen haar licht schijnen over de verzuchtingen van alle volkeren der aarde om te leven in veiligheid, gerechtigheid, hoop en toekomst.

Met de klare blik hem eigen, benoemde Johannes XXIII de wezenlijke voorwaarden voor vrede, namelijk de vier basisvereisten van de menselijke geest: de waarheid, de gerechtigheid, de liefde en de vrijheid Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Vrede op aarde, Pacem in Terris (11 apr 1963), 35. De waarheid, schreef hij, zal het fundament uitmaken van de vrede als elk mens zich in alle eerlijkheid bewust wordt dat hij, naast zijn rechten, ook plichten heeft tegenover de medemens. De gerechtigheid zal vrede vestigen als eenieder concreet de rechten van de ander respecteert en zich voluit inzet om zijn plichten tegenover de ander te vervullen. De liefde zal gist van vrede zijn als mensen de noden van de anderen als hun eigen zullen beschouwen en als ze samen met de anderen zullen delen wat ze bezitten, te beginnen met de waarden van de geest. De vrijheid tenslotte, zal de vrede voeden en zal haar vrucht laten dragen op voorwaarde dat, in de keuze voor de middelen om het doel te bereiken, de individuele mensen de weg van de rede volgen en moedig de verantwoordelijkheid voor hun daden opnemen.

Heden en toekomst bekijkend doorheen de ogen van het geloof en de rede, had de zalige Johannes XXIII de diepste impulsen, die toen al in de geschiedenis aan het werk waren, ontwaard en geïnterpreteerd. Hij wist maar al te goed dat de dingen niet altijd zijn zoals ze aan de oppervlakte verschijnen. Ondanks de oorlogen en de oorlogsdreigingen zag hij ook nog iets anders aan het werk in de mensengeschiedenis, iets wat de paus aanvoelde als het veelbelovende begin van een spirituele ommekeer.

Een nieuw bewustzijn van de waardigheid van de mens en zijn onvervreemdbare rechten
De mensheid, zo schreef de paus, heeft een nieuwe etappe aangesneden op zijn weg cf. ibid., I: l.c., p. 267-269; La Documentation catholique, l.c. col. 520-521. Het einde van de kolonisatie, de geboorte van nieuwe onafhankelijke staten, een meer efficiënte verdediging van de rechten van de werknemers, de nieuwe en voorspoedige aanwezigheid van vrouwen in het openbare leven dat alles schenen hem evenzovele tekens van een nieuwe mensheid, die op het punt stond een nieuwe etappe in haar geschiedenis aan te snijden. Een etappe gekenmerkt door "de idee van een natuurlijke gelijkwaardigheid van alle mensen" H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Vrede op aarde, Pacem in Terris (11 apr 1963), 89. Zeker, een dergelijke waardigheid werd toen nog in talrijke delen van de wereld met de voeten getreden en de paus ontkende dat ook niet. Hij bleef niettemin ervan overtuigd dat, ook al leek de situatie vanuit een bepaald oogpunt dramatisch, de wereld zich toch altijd bewuster zou worden van bepaalde spirituele waarden en steeds meer open zou komen te staan voor de inhoudelijke rijkdom van de "pijlers van de vrede", zijnde waarheid, gerechtigheid, liefde en vrijheid Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Vrede op aarde, Pacem in Terris (11 apr 1963), 35. Zich ertoe verbindend die waarden uit te dragen in het sociale leven, zowel in eigen land als daarbuiten, zouden mannen en vrouwen zich steeds bewuster worden van het belang van hun relatie met God, bron van alle goeds, een relatie die het stevige fundament en het hoogste criterium in hun leven vormt zowel in hun hoedanigheid als individuen als in die van sociale wezens Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Vrede op aarde, Pacem in Terris (11 apr 1963), 35. De paus was ervan overtuigd dat een dergelijke spirituele gevoeligheid, nog wat aangescherpt, ook diepere publieke en politieke consequenties zou hebben.

Tegenover het groeiende bewustzijn van de rechten van de mens op nationaal en internationaal niveau begreep Johannes XXIII de aan dit fenomeen inherente kracht en zijn buitengewone vermogen om de geschiedenis te veranderen. Wat enkele jaren later verrassend genoeg ook bleek, voor in Centraal- en Oost-Europa en zijn inzicht op een bijzondere manier bevestigde. De weg naar de vrede, leerde de paus in zijn encycliek, moest doorheen de verdediging en de bevordering van de fundamentele mensenrechten. Inderdaad, elke mens geniet van deze rechten, niet als een voorrecht dat toegekend wordt aan een welbepaalde sociale klasse of door de staat, maar als een prerogatief dat hem eigen is als persoon: "Het fundament van elke goed geordende en vruchtbare samenleving is het principe dat elk menselijk wezen een persoon is, d.w.z. een wezen begiftigd met intelligentie en een vrije wil. Juist daardoor beschikt hij over rechten en plichten, die zowel de ene als de andere in hun geheel en onmiddellijk voortvloeien uit zijn wezen: daarom ook zijn ze universeel, onschendbaar en onvervreemdbaar" H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Vrede op aarde, Pacem in Terris (11 apr 1963), 9.

In de encycliek ging het niet om louter abstracte ideeën, maar om ideeëngoed met verreikende praktische consequenties, zoals de geschiedenis niet eens veel later zou bewijzen. Op basis van de overtuiging dat alle menselijke leven gelijkwaardig is en dat de samenleving bijgevolg haar structuren op die vooronderstelling moet afstemmen, ontstonden vrij snel bewegingen voor de rechten van de mens, die op die manier een van de grootste dynamische krachten van de hedendaagse geschiedenis een concrete politieke vorm probeerden te geven. De bevordering van de vrijheid werd beschouwd als een onontbeerlijk onderdeel van de daadwerkelijke inzet voor de vrede. Die bewegingen, die in vrijwel alle delen van de wereld opdoken, droegen bij in het omvergooien van dictatoriale bestuursvormen en dwongen die te vervangen door andere, meer democratische en participatieve bestuursvormen. In werkelijkheid bewezen ze dat vrede en vooruitgang maar verworven kunnen worden door middel van het respect voor de universele morele wet, ingeschreven in het hart van de mens Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, De mensheid heeft moed nodig voor de toekomst, Voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de wereldorganisatie (5 okt 1995), 4 .

Het universele algemene welzijn
Vooruitblikkend naar de volgende etappe in de evolutie van de wereldpolitiek, liet Pacem in terris zich nog op een ander vlak van haar profetische kant kennen. Tegenover een meer en meer door onderlinge afhankelijkheid en mondialisering gekenmerkte wereld suggereerde paus Johannes XXIII dat het concept van het algemene welzijn vanuit een mondiaal perspectief moest worden bekeken. Om precies te zijn moest men zich voortaan beroepen op het begrip "universeel algemeen welzijn" H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Vrede op aarde, Pacem in Terris (11 apr 1963), 155. Een van de consequenties van die ontwikkeling was de vanzelfsprekende vereiste van een openbaar gezag op internationaal niveau, dat over de effectieve mogelijkheid zou beschikken dat algemene welzijn ook daadwerkelijk te bevorderen. En dat gezag, zo voegde de paus er meteen aan toe, moest worden gevestigd niet onder dwang maar uitsluitend met instemming van de volkeren. Het zou moeten gaan om een organisme met als "basisdoelstelling de erkenning, het respect, de bescherming en de bevordering van de rechten van de menselijke persoon" H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Vrede op aarde, Pacem in Terris (11 apr 1963), 139.

Het behoeft dan ook geen verbazing dat Johannes XXIII op dat vlak heel veel verwachtte van de op 26 juni 1945 opgerichte Verenigde Naties. Hij zag in de VN een geloofwaardig instrument om de wereldvrede te handhaven en te versterken. Om die reden apprecieerde hij in het bijzonder de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948, die hij beschouwde als "een stap in de richting van de oprichting van een juridisch-politieke organisatie van de wereldgemeenschap" H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Vrede op aarde, Pacem in Terris (11 apr 1963), 144. In die Verklaring werden inderdaad de morele fundamenten vastgelegd voor het ontwerp van een wereld gekarakteriseerd door orde, en niet door wanorde, door dialoog en niet door macht. Vanuit dit perspectief liet de paus verstaan dat de verdediging van de rechten van de mens door de VN het onmisbare uitgangspunt betekende voor de ontwikkeling van het vermogen van de VN zelf om de internationale veiligheid te bevorderen en te verdedigen.

Niet alleen is de pioniersvisie van paus Johannes XXIII, meer bepaald het vooruitzicht van een openbaar gezag ten dienste van de mensenrechten, de vrijheid en de vrede, nog lang niet helemaal gerealiseerd, ongelukkig genoeg is er ook de vaststelling van de talrijke aarzelingen van de internationale gemeenschap inzake de plicht de mensenrechten te respecteren en toe te passen. Die plicht slaat op alle fundamentele rechten en laat dan ook geen speelruimte voor willekeurige keuzes, die zouden kunnen leiden naar vormen van discriminatie en onrecht. Tezelfdertijd zijn wij getuige van de toename van een zorgwekkende scheiding tussen een reeks van nieuwe, door hoogtechnologische samenlevingen gestimuleerde "rechten" enerzijds en anderzijds elementaire mensenrechten, die nog altijd niet gerespecteerd worden, vooral niet in situaties van onderontwikkeling. Ik denk hier bijvoorbeeld aan het recht op voeding, drinkbaar water, huisvesting, zelfbeschikking en onafhankelijkheid. Vrede vereist dat die kloof op een dwingende en definitieve manier wordt gedicht.

Er dient nog te worden opgemerkt dat de internationale gemeenschap, die sinds 1948 over een charter van de rechten van de menselijke persoon beschikt, op z'n minst nagelaten heeft zoals het hoort aan te dringen op de plichten die eruit voortvloeien. In werkelijkheid is het juist de plicht, die het kader vastlegt waarbinnen de rechten zijn vervat om zich niet op een puur willekeurige manier te laten gelden. Een groter bewustzijn van de universele menselijke plichten zou een grote troef betekenen voor de zaak van de vrede omdat ze de morele basis levert van de door iedereen gedeelde erkenning van een ordening van de dingen, die niet afhangt van de wil van een individu noch van een bepaalde groep.

Een nieuwe internationale orde
Ondanks de vele moeilijkheden en vertragingen, blijft het waar dat er in de loop van de afgelopen veertig jaar een aanzienlijke vooruitgang is geboekt met het oog op de realisatie van de verheven visie van paus Johannes XXIII. Het feit dat de staten, zo goed als in alle werelddelen, zich verplicht voelen de idee van de mensenrechten in ere te houden, bewijst dat de instrumenten van de morele overtuiging en spirituele integriteit invloedrijk zijn. Dat zijn ook de krachten die beslissend bleken te zijn in het bewustmakingsproces, dat aan de basis lag van de geweldloze revolutie van 1989, een gebeurtenis die bepalend is geweest voor de ineenstorting van het Europese communisme. Zelfs als vervormde opvattingen over de vrijheid, louter begrepen als toestemming tot, de democratie en vrije samenlevingen blijven bedreigen, blijft het ontegenzeglijk betekenisvol dat in de loop van de afgelopen veertig jaar sinds de publicatie van H. Paus Johannes XXIII - Encycliek
Pacem in Terris
Vrede op aarde
(11 april 1963)
zovele volkeren in de wereld een grotere vrijheid hebben verkregen, dat de structuren van dialoog en samenwerking tussen de volkeren versterkt zijn geworden en dat de dreiging van een nucleaire wereldoorlog, zoals die zich ten tijde van paus Johannes XXIII aan het aftekenen was, doeltreffend ingedijkt is geworden.

In dat opzicht zou ik met bescheiden moed willen doen opmerken dat het eeuwenoude onderricht van de Kerk over de vrede, begrepen als "tranquillitas ordinis" - "de rust van de ordening" in de definitie van Sint-Augustinus H. Augustinus, Over de Stad Gods, De Civitate Dei. 19,13 - zich eveneens in het licht van de verdieping van H. Paus Johannes XXIII - Encycliek
Pacem in Terris
Vrede op aarde
(11 april 1963)
heeft laten kennen als bijzonder betekenisvol voor de huidige wereld en dat zowel voor de staatsleiders als voor de eenvoudige burgers. Dat er grote wanorde heerst in de situatie van de hedendaagse wereld, is een vaststelling die gemakkelijk door iedereen wordt gedeeld. De vraag die zich stelt, is dus de volgende: welk type van ordening vermag die wanorde te vervangen om mannen en vrouwen de mogelijkheid te bieden te kunnen leven in vrijheid, gerechtigheid en veiligheid? En vermits de wereld, ondanks alle wanorde, bezig is zich op vele domeinen (economisch, cultureel en zelfs politiek) te organiseren, rijst een andere, dringende vraag: volgens welke principes moeten die nieuwe vormen van wereldordening zich ontwikkelen?

Deze gewichtige vragen tonen aan dat het probleem van de ordening in wereldzaken, dat ook het probleem van de correct begrepen vrede uitmaakt, geen abstractie kan maken van aan morele principes gelieerde problemen. Met andere woorden, vanuit dat oogpunt bekeken ziet men evenzeer het bewustzijn opduiken dat het probleem van de vrede niet kan worden losgezien van dat van de menselijke waardigheid en de mensenrechten. Daar ligt ontegensprekelijk een van de blijvende waarheden van H. Paus Johannes XXIII - Encycliek
Pacem in Terris
Vrede op aarde
(11 april 1963)
, die we ons op de veertigste verjaardag ervan maar beter kunnen blijven herinneren en ons erover bezinnen.

Is de tijd niet gekomen waarop iedereen moet gaan samenwerken aan de vestiging van een nieuwe organisatie van de hele menselijke familie om zo vrede en harmonie tussen de volkeren de verzekeren en tezelfdertijd hun integrale vooruitgang te bevorderen? Het is belangrijk elk misverstand ter zake te vermijden: er is hier geen sprake van de vestiging van een mondiale Superstaat! Er dient veel meer te worden onderstreept dat dringend werk ervan moet worden gemaakt de al gemaakte vooruitgang te versnellen om te kunnen beantwoorden aan de zo goed als universele vraag naar democratische middelen in de uitoefening van het politieke gezag, zowel internationaal als nationaal, en om ook tegemoet te komen aan de eis voor transparantie en geloofwaardigheid op alle niveaus van het openbare leven. Vertrouwend op de in het hart van elk mens aanwezige goedheid, wilde paus Johannes XXIII zich daarop verlaten en riep hij de hele wereld op tot een nobeler visie op het openbare leven en de uitoefeningen van het openbare gezag. Stoutmoedig spoorde hij de wereld aan om haar toenmalige toestand van wanorde te overstijgen en zich nieuwe vormen van internationale ordening te verbeelden, die op de maat van de menselijke waardigheid zijn gesneden.

Het verband tussen vrede en waarheid
Zich verzettend tegen de opvatting van hen, die politiek verengen tot een terrein ontdaan van elke moraal en onderworpen aan het enige criterium van eigenbelang, schetste paus Johannes XXIII in zijn encycliek H. Paus Johannes XXIII - Encycliek
Pacem in Terris
Vrede op aarde
(11 april 1963)
een waarheidsgetrouwer beeld van de menselijke werkelijkheid en wees hij de weg van een voor iedereen betere toekomst. Het is juist omdat de mensen zijn geschapen met het vermogen om morele keuzes te maken dat geen enkele menselijke activiteit zich buiten het veld van de morele waarden situeert. De politiek is een menselijke activiteit; daarom is ook zijzelf onderworpen aan een moreel oordeel. En dat geldt dus net zo goed voor de internationale politiek. De paus schreef: "Diezelfde natuurwet die het leven van mensen beheerst, moet ook de relaties tussen staten ordenen" H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Vrede op aarde, Pacem in Terris (11 apr 1963), 80. Wie ervan uitgaat dat het openbare leven zich in zekere zin afspeelt buiten het kader van het morele oordeel, moeten maar eens goed nadenken over de impact van de bewegingen voor de mensenrechten op de nationale en internationale politiek van de twintigste eeuw. Die ontwikkelingen, die de encycliek overigens had voorspeld, weerleggen op een overtuigende manier de stelling dat de internationale politiek zich zou afspelen in een soort van "vrijzone", waarin de morele wet van geen enkele tel zou zijn.

Nergens anders zonder twijfel dan in de dramatische situatie van het Nabije Oosten en van het Heilig Land ervaart men intenser de noodzaak om op een correcte mannier gebruik te maken van het politieke gezag. Dag aan dag, jaar na jaar, heeft het gecumuleerde effect van een ten top gedreven wederzijdse weigering en van een niet eindigende opeenvolging van gewelddaden en vergeldingen tot nu toe elke poging tot ernstige dialoog over de eigenlijke op het spel staande problemen stuk geslagen. De onzekerheid van de situatie is zo mogelijk nog dramatischer geworden door het heersende belangenconflict tussen de leden van de internationale gemeenschap. Zolang als de verantwoordelijken niet bereid zijn moedig hun manier om met de macht om te gaan en het welzijn van hun volk te verzekeren in vraag te stellen, blijft het moeilijk zich voor te stellen dat men ooit echt vooruitgang zal boeken op weg naar vrede. De broederstrijd die elke dag weer het Heilig Land op zijn grondvesten doet daveren en waarbij de krachten die de onmiddellijke toekomst van het Midden-Oosten verondersteld worden te smeden tegen elkaar worden uitgespeeld, laat de dwingende behoefte zien aan mannen en vrouwen, die overtuigd zijn van de noodzaak van een politiek die gebaseerd is op het respect voor de waardigheid en de rechten van de menselijke persoon. Een dergelijke politiek is zonder twijfel veel meer in het voordeel van iedereen dan het behoud van de huidige conflictsituaties. Van die waarheid moet worden uitgegaan. Zij is altijd veel meer bevrijdend dan elke vorm van propaganda, vooral als deze propaganda moet dienen om bedoelingen te verbergen waarvoor men niet durft uit te komen.

De voorwaarden voor een duurzame vrede
Er bestaat een onlosmakelijke band tussen daadwerkelijke inzet voor de vrede en respect voor de waarheid. De eerlijkheid van de informatie, de gelijkheid van juridische systemen en de transparantie van democratische procedures bezorgen de burgers een gevoel van zekerheid, de mogelijkheid om controverses op een vreedzame manier op te lossen en de vaste wil voor een loyale en constructieve verstandhouding, die samen de echte voorwaarden voor een duurzame vrede uitmaken. Politieke ontmoetingen op nationaal en internaal niveau dienen pas dan de zaak van de vrede als de samen genomen beslissingen zowel door de ene als door de andere worden gerespecteerd. In het tegenovergestelde geval lopen die ontmoetingen het risico betekenisloos en onbruikbaar te worden. Ze leiden er dan enkel toe dat de mensen geneigd worden alsmaar minder te geloven in het belang van de dialoog en meer en meer te gaan vertrouwen op het gebruik van geweld om het conflict op te lossen. De negatieve gevolgen voor het vredesproces die aangegane, maar niet gerespecteerde engagementen veroorzaken, moeten staats- en regeringsleiders ertoe brengen elk van hun beslissingen te wegen met een grote zin voor verantwoordelijkheid.

Pacta sunt servanda, zegt het antieke adagium. Als alle aangegane verbintenissen moeten worden gerespecteerd, dan moet in het bijzonder erover worden gewaakt dat de verbintenissen tegenover de armen worden nagekomen. Gedane beloften, die in de ogen van de armen worden beschouwd als van vitaal belang, nièt nakomen, is voor hen bijzonder frustrerend. Vanuit dit perspectief bekeken, betekent het niet respecteren van aangegane verbintenissen ten opzichte van de Derdewereldlanden een ernstig moreel probleem en plaatst het onrecht van de nog heersende ongelijkheden in de wereld in een nog sterker daglicht. Het lijden dat door armoede wordt veroorzaakt, wordt op een dramatische manier nog versterkt door het gebrek aan vertrouwen. Het eindresultaat ervan is het verdwijnen van elke hoop. Aanwezigheid van vertrouwen in de internationale relaties betekent dan ook een sociaal kapitaal met een fundamentele waarde.

Een cultuur van vrede
Rekening houdend met de kern van de zaak moet men durven inzien dat vrede niet zozeer een kwestie van structuren dan wel van personen is. Het staat vast dat structuren en procedures van vrede - juridische, politieke en economische - noodzakelijk zijn en dat ze, gelukkig maar, ook vaak aanwezig zijn. Niettemin zijn ze slechts de vrucht van wijsheid en ervaring, bijeengebracht in de loop van de geschiedenis doorheen ontelbare gebaren van vrede, gesteld door mannen en vrouwen die de hoop levend hebben gehouden zonder ooit toe te geven aan ontmoediging. Die tekens van vrede worden geboren in het leven van mensen die in zichzelf constante vredesattitudes voeden. Het zijn de vruchten van de geest en het hart van "vredebrengers" Vgl. Mt. 5, 9 . Die gebaren van vrede worden mogelijk als mensen ten volle de gemeenschapsdimensie van het leven weten te waarderen en wel zo dat ze de betekenis gewaar worden van bepaalde gebeurtenissen en hun consequenties voor hun gemeenschap en voor het geheel van de wereld. Het zijn die daden van vrede die een traditie en een cultuur van de vrede scheppen.

De godsdienst bezit een vitale rol in het opwekken van gebaren van vrede en het duurzaam maken van de voorwaarden voor vrede. Ze kan die rol nog doeltreffender opnemen als ze zich nog vastberadener concentreert op wat haar eigen is: het zich openstellen voor God, het aanleren van een universele broederschap en de bevordering van een cultuur van solidariteit. Dat was precies de bedoeling van de "Dag van Gebed voor de Vrede", die ik op 24 januari 2002 in Assisi Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Angelus/Regina Caeli, Vredesbijeenkomst Assisi (18 nov 2001) heb georganiseerd en waarbij vertegenwoordigers van talrijke andere godsdiensten waren betrokken. De gebedsdag moest de uitdrukking zijn van de zorg voor vredesopvoeding door het verspreiden van een spiritualiteit en cultuur van vrede.

De erfenis van "Pacem in terris"
De zalige Johannes XXIII was iemand die niet bang was voor de toekomst. Wat hem hielp in zijn houding van optimisme was het onwankelbare vertrouwen in God en in de mens, dat voortsproot uit de sfeer van het geloof waarin hij was groot geworden. Dankzij die overgave aan de Voorzienigheid en zelfs in een context die getekend scheen door permanente conflicten, aarzelde hij niet de verantwoordelijken van zijn tijd een nieuwe kijk op de wereld voor te stellen. Dat is de erfenis die hij heeft achtergelaten. Denkend aan hem op deze Werelddag van de Vrede 2003 worden wij allen uitgenodigd dezelfde gevoelens te koesteren, die ook de zijne waren: vertrouwen in een barmhartige en meelijdende God, die ons oproept tot broederlijkheid, vertrouwen in de mannen en vrouwen van onze tijd zoals in die van alle tijden, omwille van het beeld van God dat op dezelfde manier in de ziel van elk van ons is geprent. Het is vanuit die gevoelens dat we mogen hopen een wereld van vrede uit te bouwen op aarde.

In de dageraad van een nieuw jaar in de geschiedenis van de mensheid, mag dit de wens zijn die spontaan uit de grond van mijn hart opstijgt: dat in alle geesten het aanstekelijke vuur moge oplaaien van een vernieuwde instemming met de verheven zending, die de encycliek H. Paus Johannes XXIII - Encycliek
Pacem in Terris
Vrede op aarde
(11 april 1963)
veertig jaar geleden voorlegde aan alle mannen en vrouwen van goede wil! Die opdracht, die de encycliek zelf als "immens" bestempelde, bestaat in "het herstellen van de samenhangen van het leven in gemeenschap op basis van waarheid, gerechtigheid, liefde en vrijheid". De paus preciseerde vervolgens dat hij refereerde aan "de verhoudingen van privé-personen onder elkaar, de verhoudingen tussen burgers en de staat, die tussen staten onderling en de verhoudingen tenslotte tussen individuen, families, instellingen en staten aan de ene kant en de wereldgemeenschap aan de andere kant". Hij besloot met het herhalen dat het engagement "de ware vrede te laten heersen in de door God gevestigde orde een nobele taak voor eenieder" betekende H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Vrede op aarde, Pacem in Terris (11 apr 1963), 163.

De veertigste verjaardag van H. Paus Johannes XXIII - Encycliek
Pacem in Terris
Vrede op aarde
(11 april 1963)
is een gunstige gelegenheid om terug te keren naar de profetische lering van Paus Johannes XXIII. Katholieke gemeenschappen weten hoe ze deze verjaardag dit jaar kunnen vieren met initiatieven die, naar ik hoop, een oecumenische en interreligieuse karakter heeft en open zal zijn die ten diepste de wens hebben "om de barrières, die hen scheiden, te doorbreken, de banden van de onderlinge liefde te versterken, om begrip te tonen voor elkaar, om te vergeven aan hen, die hun onrecht deden. Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Vrede op aarde, Pacem in Terris (11 apr 1963), 171 Ik laat deze wensen vergezeld gaan van mijn gebed voor de almachtige God, bron van alle goeds, die ons oproept vanuit situaties van onderdrukking en conflict naar de vrijheid en de samenwerking voor het goed van iedereen: moge Hij de mensen uit alle hoeken van de wereld helpen bij het bouwen aan een wereld van vrede, altijd steviger gegrondvest op de vier pijlers die de zalige Johannes XXIII iedereen aanreikte in zijn historische encycliek: waarheid, gerechtigheid, liefde en vrijheid!

Vaticaan, 8 december 2002.

Johannes Paulus II

Document

Naam: 'PACEM IN TERRIS' - EEN PERMANENTE OPDRACHT
Wereldvredesdag 2003
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Boodschap
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 8 december 2002
Copyrights: © www.kerknet.be
Bewerkt: 29 augustus 2016

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam