• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Wezenlijke inhoud en elementen die op de tweede plaats komen

De boodschap die de Kerk verkondigt, bevat zeker veel elementen die op de tweede plaats komen. De presentatie daarvan hangt veel af van de wisselende omstandigheden. Zelf veranderen ze ook. Maar er is ook de wezenlijke inhoud, de levende substantie, die niet aangepast of verzwegen kan worden zonder de evangelisatie zelf in haar ware aard aan te tasten.

Getuigenis van de liefde van de Vader

Het is niet overbodig eraan te herinneren: evangeliseren is vóór alles op eenvoudige en directe manier getuigen van God, geopenbaard door Jezus Christus, in de heilige Geest. Getuigen dat Hij in zijn Zoon de wereld heeft liefgehad; dat Hij in zijn mensgeworden Woord aan alles het bestaan heeft gegeven, en dat Hij de mensen tot het eeuwig leven heeft geroepen.

Dit getuigen van God zal velen de onbekende God Vgl. Hand. 17, 22-23 nabij brengen, die zij aanbidden zonder Hem een naam te geven, of die zij zoeken vanuit een verborgen inspiratie van hun hart wanneer zij de ijdelheid ervaren van alle afgoden. Maar dit getuigenis wordt pas ten volle tot evangelisatie wanneer het laat zien dat voor de mens de Schepper geen anonieme en verre macht is: Hij is de Vader. "Wij worden kinderen van God genoemd, en zijn het ook" (1 Joh. 3, 1) Vgl. Rom. 8, 14-17 en zijn dus broeders van elkaar in God.

Centraal in de boodschap: Het heil in Jezus Christus

De evangelisatie zal ook altijd als basis, middelpunt en hoogtepunt van heel haar dynamiek de heldere verkondiging bevatten dat in Jezus Christus - mensgeworden Zoon van God, gestorven en verrezen - aan iedere mens het heil is aangeboden als gave van genade en barmhartigheid van God zelf. Vgl. Ef. 2, 8 Vgl. Rom. 1, 16 Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Declaratio ad fidem tuendam in mysteria Incarnationis et Sanctissimae Trinitatis a quibusdam recentibus erroribus - Verklaring over enkele dwalingen betreffende het mysterie van de Menswording en de H. Drie-eenheid, Mysterium Filii Dei (21 feb 1972). : AAS 64 (1972), blz. 237-341 En dan gaat het daarbij niet enkel om een immanent heil, naar de maat van de materiële of ook spirituele behoeften, die niet verder reiken dan het kader van dit tijdelijke, aardse bestaan en die samenvallen met de aardse verlangens, verwachtingen, bezigheden en strijd, maar integendeel ook om een heil dat al deze grenzen overstijgt om zich te verwerkelijken in een communio met de enig Absolute, met God: een transcendent en eschatologisch heil, dat zeker zijn begin heeft in dit leven, maar dat zijn voltooiing vindt in de eeuwigheid.

In het teken van de hoop

Hieruit volgt dat de evangelisatie noodzakelijk de profetische verkondiging bevat van een alles overstijgende bestemming, als diepe en uiteindelijke roeping van de mens, in continuïteit maar ook in discontinuïteit met de situatie waarin hij nu leeft: aan gene zijde van de tijd en van de geschiedenis, overstijgend de realiteit van deze wereld waarvan de gestalte voorbijgaat, en van de dingen van deze wereld waarvan op zekere dag een verborgen dimensie openbaar zal worden; ook de mens zelf overstijgend, wiens ware bestemming niet opgaat in het hier en nu maar geopenbaard zal worden in het toekomstige leven. Vgl. 1 Joh. 3, 2 Vgl. Rom. 8, 29 Vgl. Fil. 3, 20-21 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 48-51

Daarom omvat evangelisatie ook de prediking van de beloften die God in het nieuwe Verbond in Jezus Christus heeft gedaan; de prediking van de liefde van God voor ons en van onze liefde voor God; de prediking van de broederlijke liefde voor alle mensen - als vermogen tot geven en vergeven, tot zelfverloochening en tot het helpen van de broeders en zusters - een liefde die van God komt en die de kern van het Evangelie vormt; de prediking van het mysterie van het kwaad en van het actief zoeken van het goede.

Prediking eveneens - wat altijd heel erg nodig is - van het zoeken van God, in het gebed, vooral van aanbidding en dankbaarheid, maar ook door de communio met dat zichtbare teken van de ontmoeting met God: de Kerk van Jezus Christus. Deze gemeenschap, deze communio drukt zich op haar beurt uit in de verwerkelijking van die andere tekenen van de in de Kerk levende en werkzame Christus: de Sacramenten.

Op zo'n manier de Sacramenten beleven dat de viering ervan tot haar volheid wordt gebracht, betekent niet zoals de een of ander misschien zou beweren, voor de evangelisatie een hindernis opwerpen of een ontsporing ervan accepteren, maar integendeel er haar volheid aan geven. Want in haar volledigheid bestaat de evangelisatie niet alleen in de prediking van een boodschap, maar in het inplanten van de Kerk, en zij - de Kerk - kan niet zonder deze adem van het sacramentele leven, dat zijn hoogtepunt vindt in de Eucharistie. Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Verklaring ter bescherming van de Katholieke Leer over de Kerk tegen enkele hedendaagse dwalingen, Mysterium Ecclesiae (24 juni 1973)

Een boodschap die het hele leven erin betrekt

Maar de evangelisatie zou niet compleet zijn als er geen rekening wordt gehouden met het feit dat het Evangelie en het concrete, persoonlijke en sociale leven van de mens voortdurend op elkaar inwerken. Daarom vraagt evangeliseren om een uitdrukkelijke boodschap, aangepast aan de verschillende situaties en voortdurend geactualiseerd, over de rechten en de plichten van elke menselijke persoon, over het gezinsleven zonder welke de groei als persoon nauwelijks mogelijk is Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 47-52 Vgl. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Het menselijk leven en geboorteregelingen, Humanae Vitae (25 juli 1968) , over het leven als gemeenschap in de maatschappij, over het leven in internationaal verband, de vrede, de gerechtigheid en de ontwikkeling; een boodschap tenslotte, in onze dagen bijzonder krachtig van toon, over de bevrijding!

Een boodschap van bevrijding

Bekend is hoe tijdens de recente Synode talrijke Bisschoppen uit alle werelddelen erover hebben gesproken, vooral de Bisschoppen van de derde wereld, met een pastorale toon waarin de stem doorklonk van de miljoenen zonen en dochters van de Kerk waaruit die volkeren bestaan. Volkeren die - wij weten het - met al hun energie verwikkeld zijn in de inspanning en de strijd om al datgene te boven te komen dat hen nu veroordeelt tot de marge van het leven: meervoudige hongersnood, chronische ziekten, analfabetisme, uiterste armoede, onrechtvaardigheid in de internationale betrekkingen en speciaal in de handelsbetrekkingen, situaties van economisch en cultureel neokolonialisme, soms net zo wreed als het oude politieke kolonialisme. De Kerk heeft, zo hebben de bisschoppen bij herhaling gezegd, de plicht de bevrijding te verkondigen van miljoenen mensen, waarvan er veel haar eigen zonen en dochters zijn; de plicht om te helpen bij de geboorte van deze bevrijding, voor haar te getuigen en ervoor te zorgen dat ze totaal zal zijn. Dat alles is niet vreemd aan de evangelisatie.

In noodzakelijk verband met het bevorderen van een menswaardiger bestaan

Tussen evangelisatie en het bevorderen van een menswaardig bestaan - in de zin van ontwikkeling en bevrijding - bestaan inderdaad diepe banden. Banden van antropologische orde, omdat de mens die te evangeliseren is, geen abstract wezen is, maar geconditioneerd wordt door sociale en economische kwesties. Banden van theologische orde, omdat het plan van de schepping niet losgemaakt kan worden van dat van de Verlossing, dat aan heel concrete situaties raakt van onrechtvaardigheid die te bestrijden is en van gerechtigheid die hersteld moet worden. Banden ook die van uitgesproken evangelische orde zijn, zoals de band van de naastenliefde: hoe zou men het nieuwe gebod willen verkondigen zonder in gerechtigheid en vrede de ware, authentieke groei van de mens te bevorderen?

Wij hebben dit willen onderstrepen door eraan te herinneren dat absoluut onaanvaardbaar is "dat in de evangelisatie de problemen zouden verwaarloosd worden die vandaag de dag zozeer besproken worden en die betrekking hebben op de gerechtigheid, de bevrijding, de ontwikkeling en de vrede in de wereld. Het zou betekenen dat we de les zouden vergeten die het Evangelie ons leert over de liefde voor de lijdende en behoeftige naaste." H. Paus Paulus VI, Toespraak, Openingstoespraak tot de 3e Algemene Gewone Bisschoppensynode (27 sept 1974), 8

Welnu, dezelfde stemmen die tijdens de genoemde Synode dit cruciale thema met ijver, intelligentie en moed hebben aangesneden, hebben tot onze grote vreugde ook de heldere beginselen aangedragen om de reikwijdte en de diepe zin te kunnen bevatten van de bevrijding zoals Jezus Christus die verkondigd en gerealiseerd heeft, en zoals de Kerk die predikt.

Zonder reductie of dubbelzinnigheid

Wij moeten inderdaad de ogen niet sluiten voor het feit dat veel ook edelmoedige christenen, met gevoel voor de dramatische kwesties die in het vraagstuk van de bevrijding besloten liggen, wanneer zij de Kerk willen bewegen tot inzet voor de bevrijding dikwijls bekoord worden, haar zending te reduceren tot de dimensies van een louter aards project; haar taken tot een antropologische doelstelling; het heil, waarvan zij boodschapster en sacrament is, tot een materieel welzijn; haar activiteit, onder verwaarlozing van elke geestelijke of godsdienstige bekommernis, tot initiatieven van politieke of sociale orde. Als het die kant uit zou gaan, zou de Kerk haar fundamentele betekenis verliezen. Dan zou haar boodschap van bevrijding geen enkele oorspronkelijkheid meer hebben en zou uiteindelijk opgeslokt en gemanipuleerd worden door ideologische systemen en politieke partijen.

Zij zou dan niet langer het gezag bezitten om bevrijding te verkondigen als komend van God. Daarom hebben wij in dezelfde toespraak aan het begin van de Derde Algemene Vergadering van de Synode willen onderstrepen "dat het noodzakelijk is opnieuw en duidelijk te stellen dat het doel van de evangelisatie een specifiek godsdienstig doel is. Zij zou haar bestaansreden verliezen als zij zich zou verwijderen van haar godsdienstige as waar alles om draait: het Rijk van God boven al het andere, in zijn volledige theologische betekenis". H. Paus Paulus VI, Toespraak, Openingstoespraak tot de 3e Algemene Gewone Bisschoppensynode (27 sept 1974), 8

De Evangelische bevrijding

Over de bevrijding zoals de evangelisatie die verkondigt en waarvoor zij zich inspant dat die wordt verwerkelijkt, moet veeleer gezegd worden:

  • dat zij zich niet kan beperken tot de eenvoudige en strikt economische, politieke, sociale en culturele dimensie, maar de gehele mens moet beogen, in al zijn dimensies, inclusief zijn openheid voor het absolute, ook voor het Absolute van God;
  • dat zij derhalve geworteld is in een bepaald mensbeeld, in een antropologie die zij nooit kan opofferen aan de eisen van de een of andere strategie, van een model van handelen of van een resultaat op korte termijn.
Gefundeerd op het Rijk van God

Daarom: in haar prediking van de bevrijding en haar solidarisering met hen die daarvoor werken en lijden, bevestigt de Kerk het primaat van haar geestelijke roeping, zonder daarmee te aanvaarden dat haar zending omschreven zou moeten worden als beperkt tot enkel het godsdienstige terrein onder verwaarlozing van de aardse problemen van de mens. Zij weigert de verkondiging van het Rijk van God te vervangen door de proclamatie van de menselijke bevrijding, en zij houdt staande dat ook haar bijdrage aan de bevrijding onvolledig is, als zij het zou verwaarlozen het heil te verkondigen in Christus Jezus.

En op een Evangelisch mensbeeld

De Kerk verbindt 'menselijke bevrijding' en 'heil in Jezus Christus' met elkaar, maar zegt niet dat zij een en hetzelfde zijn, want zij weet uit openbaring, uit historische ervaring en uit geloofsreflectie dat niet elk begrip van bevrijding noodzakelijk ook samengaat of verenigbaar is met een evangelische kijk op de mens, op de dingen en de gebeurtenissen. Zij weet dat bevrijding brengen, welvaart creëren of ontwikkeling bevorderen niet volstaat om het Rijk van God te doen komen.

Méér nog: de Kerk heeft de vaste overtuiging dat elke bevrijding op louter tijdelijk vlak, elke politieke bevrijding - ook al spant deze zich in daarvoor rechtvaardiging te vinden op de een of andere bladzijde van het Oude of het Nieuwe Testament, ook al beroept zij zich voor haar ideologische veronderstellingen en voor haar normen van actie op theologische gegevens en conclusies, en ook al pretendeert zij de theologie voor onze dagen te zijn - in zichzelf de kiemen draagt van haar eigen ontkenning, en daarmee van het ideaal afvalt dat zij zich had voorgesteld, ofwel omdat haar motieven niet die van rechtvaardigheid en naastenliefde zijn, ofwel omdat de impuls waardoor zij gedreven wordt geen echt geestelijke dimensie heeft en haar uiteindelijke doel niet het heil en de zaligheid in God is.

Zij vereist een noodzakelijke bekering

De Kerk houdt het zeker voor belangrijk en dringend noodzakelijk dat er menselijker structuren worden opgebouwd, rechtvaardiger, met meer respect voor de rechten van de persoon, minder onderdrukkend en met minder dwang, maar zij is er zich ook van bewust dat de beste structuren, de meest ideale systemen gauw onmenselijk worden als de neigingen van het menselijk hart niet genezen worden, als er geen bekering van hart en geest is bij degenen die in die structuren leven of daarover heersen.

Zij sluit geweld uit

De Kerk kan het geweld niet aanvaarden, vooral geen wapengeweld - onbeheersbaar wanneer het ontketend wordt - noch de dood van wie dan ook als weg van bevrijding, want zij weet dat geweld altijd geweld oproept en onweerstaanbaar nieuwe vormen voortbrengt van onderdrukking en slavernij, zwaarder nog dan die waarvan het pretendeerde te bevrijden. Wij hebben dat duidelijk gesteld op onze reis in Colombia: "Wij sporen u aan uw vertrouwen niet te stellen in het geweld noch in de revolutie; zo'n houding is in strijd met de christelijke geest en kan de sociale verheffing waarnaar u terecht verlangt ook vertragen in plaats van bevorderen" H. Paus Paulus VI, Homilie, Tijdens de H. Mis met de 'campesinos' van Colombia (23 aug 1968), 11. AAS 60 (1968), blz. 623; "wij moeten het eens en andermaal met klem bevestigen dat het geweld noch christelijk, noch evangelisch is, en dat bruuske en gewelddadige veranderingen van de structuren een bedrieglijke dwaling zouden betekenen, op zichzelf niet werkzaam en zeker niet in overeenstemming met de waardigheid van het volk." H. Paus Paulus VI, Homilie, Op de Dag van de ontwikkeling (23 aug 1968), 5. AAS 60 (1968), blz. 627 Vgl. H. Augustinus, Brieven, Epistulae. 229, 2: PL 33, 1020

Specifieke bijdrage van de Kerk

Dit gezegd zijnde, verheugt het ons dat de Kerk zich steeds levendiger bewust wordt van de eigen, fundamenteel evangelische manier die zij heeft om mee te werken aan de bevrijding van de mensen. Wat zij doet? Steeds meer zoekt zij talrijke christenen aan te zetten om zich toe te wijden aan de bevrijding van de anderen. Zij biedt deze christenbevrijders een inspiratie vanuit het geloof, een motivatie van broederlijke liefde, en een sociale leer waar de ware christen niet aan voorbij kan zien, die hij aan de basis moet leggen van zijn wijsheid en zijn ervaring, teneinde die concreet te vertalen in categorieën van actie, deelname en inzet. Dat alles moet, zonder dat er verwarring ontstaat met tactische houdingen of met dienstbaarheid aan een politiek systeem, kenmerkend zijn voor het elan van de geëngageerde christen. De Kerk spant zich in om de christelijke strijd voor de bevrijding steeds in te passen in het wereldomvattende heilsplan dat zij zelf verkondigt.

Wat wij hier in herinnering hebben gebracht, komt meer dan eens naar voren uit de besprekingen van de Synode. Bovendien hebben wij zelf aan dit thema enkele verhelderende woorden willen wijden in de Toespraak tot de Vaders bij de sluiting van de Vergadering. H. Paus Paulus VI, Toespraak, Aan het einde van de 3e Gewone Bisschoppensynode over "Evangelisatie in de moderne wereld" (26 okt 1974)

Het is te hopen dat al deze overwegingen zullen helpen om de dubbelzinnigheid te vermijden die al te vaak om het woord "bevrijding" hangt in de ideologieën, de systemen en in politieke groeperingen. De bevrijding zoals de evangelisatie die verkondigt en voorbereidt is die welke Christus zelf heeft verkondigd en aan de mens heeft geschonken door zijn offer.

De vrijheid van godsdienst

Van deze met de evangelisatie verbonden juiste bevrijding, die structuren zoekt te verkrijgen die de menselijke vrijheden waarborgen, mag het veilig stellen van de fundamentele rechten van de mens niet worden losgemaakt, waaronder de vrijheid van godsdienst een plaats van het hoogste belang inneemt. Nog onlangs hebben wij over de actualiteit van dit vraagstuk gesproken, en onder de aandacht gebracht "hoeveel christenen vandaag de dag nog, om het pure feit dat zij christenen, dat zij katholiek zijn, leven onder een verstikkende en systematische onderdrukking! Het drama van de trouw aan Christus en van de vrijheid van godsdienst duurt voort, al wordt het verborgen achter categorische verklaringen ten gunste van de rechten van de mens en van de menselijke socialiteit." Paus Paulus VI, Toespraak gehouden op 15 oktober 1975: L'Osservatore Romano (17 oktober 1975).

Document

Naam: EVANGELII NUNTIANDI
Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld
Soort: H. Paus Paulus VI - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 8 december 1975
Copyrights: © 1975, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: 2005, Pastoor Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 12 november 2018

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam