• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
In de lijn van de Synode van 1974

Deze trouw aan een boodschap waarvan wij de dienaren zijn, en aan de mensen aan wie wij haar ongeschonden en levend moeten overbrengen, vormt de centrale as van de evangelisatie. Zij stelt drie brandende vragen die de Synode van 1974 voortdurend voor ogen heeft gehad:

  • Hoe staat het vandaag de dag met deze verborgen energie van de Blijde Boodschap, die in staat is het geweten van de mens diep te raken?
  • Tot op welke hoogte en hoe is deze evangelische kracht in staat de mens van deze eeuw echt te veranderen?
  • Welke methodes moeten gevolgd worden bij de verkondiging van het Evangelie, wil deze evangelische kracht ook haar uitwerking hebben?

Eigenlijk brengen deze vraagstellingen in feite die ene fundamentele vraag tot uitdrukking die de Kerk zich vandaag de dag stelt en die men als volgt zou kunnen vertalen: Voelt de Kerk zich na het Concilie en dankzij het Concilie, dat voor haar op dit keerpunt van de geschiedenis "een uur van God" is geweest, wel of niet beter toegerust om het Evangelie te verkondigen en het met overtuiging, in vrijheid van geest en doeltreffend, de mens in het hart te leggen?

Wederzijdse banden tussen de Kerk en de Evangelisatie

Ieder die in het Nieuwe Testament de eerste aanzetten van de Kerk herleest, haar geschiedenis stap voor stap volgt en haar beschouwt in haar leven en handelen, bemerkt dat zij met de evangelisatie verbonden is vanuit wat haar het meest eigen is:

  • De Kerk wordt geboren uit de evangeliserende werkzaamheid van Jezus en van de Twaalf. Zij is er de gewone, als zodanig gewilde, meest onmiddellijke en meest zichtbare vrucht van: "Gaat dus, en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen" (Mt. 28, 19). Welnu: "die zijn woord aannamen lieten zich dopen, zodat op die dag ongeveer drieduizend mensen zich aansloten (...) En elke dag bracht de Heer er meer bijeen, die gered zouden worden" (Hand. 2, 41.47).

  • Geboren als zij is uit de zending, wordt de Kerk op haar beurt uitgezonden door Jezus. De Kerk blijft in de wereld, terwijl de Heer van de heerlijkheid terugkeert naar de Vader. Zij blijft, als een tegelijk duister en lichtend teken van een nieuwe aanwezigheid van Jezus, van zijn heengaan en van zijn blijvende tegenwoordigheid. Zij verlengt die en zet die voort. En het is juist zijn zending en zijn leven als verkondiger van het evangelie die zij vóór alles geroepen is voort te zetten. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 8 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 5 De gemeenschap van de christenen is inderdaad nooit in zichzelf opgesloten. In haar komt het innerlijk leven - het leven van gebed, het luisteren naar het Woord en naar de verkondiging van de Apostelen, de beleving van de broederlijke liefde en het breken van het brood Vgl. Hand. 2, 42-46 Vgl. Hand. 4, 32-35 Vgl. Hand. 5, 12-16 - niet aan zijn volle betekenis toe tenzij het getuigenis wordt, bewondering afroept en bekering bewerkt, tot prediking en verkondiging wordt van de Blijde Boodschap. Zo ontvangt de hele Kerk de zending tot evangeliseren, en ieders werk is van belang voor het geheel.

  • Als Kerk die evangeliseert, begint zij met zichzelf te evangeliseren. Als gemeenschap van gelovigen, als gemeenschap van geleefde en gedeelde hoop, als gemeenschap van broederlijke liefde, heeft zij het nodig steeds weer te horen wat zij moet geloven, de redenen van haar hoop, het nieuwe gebod van de liefde. Als volk van God dat helemaal in de wereld staat en dat dikwijls door de afgoden wordt bekoord, heeft zij het steeds weer nodig de "grote werken van God" Vgl. Hand. 2, 11 Vgl. 1 Pt. 2, 9 te horen verkondigen, die haar bekeerd hebben tot de Heer, en moet zij steeds weer opnieuw door Hem worden samengeroepen bijeengebracht. Zij heeft, in één woord gezegd, het steeds nodig zelf geëvangeliseerd te worden, wil zij de frisheid, het vuur en de kracht behouden om het evangelie te verkondigen. Het Tweede Vaticaans Concilie heeft er aan herinnerd, Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 5.11-12 en de Synode van 1974 heeft dit thema met kracht weer opgepakt, dat de Kerk zichzelf moet evangeliseren door een voortdurende bekering en vernieuwing, wil zij van haar kant de wereld op een geloofwaardige manier evangeliseren.

  • De Kerk is de schatbewaardster van de Blijde Boodschap die verkondigd moet worden. De beloften van het Nieuwe Verbond in Jezus Christus, het onderricht van de Heer en van de Apostelen, het Woord van Leven, de bronnen van de genade en de mildheid van God, de weg van het heil: het werd aan haar toevertrouwd. De inhoud van het Evangelie en dus van de evangelisatie, bewaart zij als een levende en kostbare schat, niet om deze verborgen te houden, maar om ze mee te delen.

  • Zelf gezonden en geëvangeliseerd, zendt de Kerk op haar beurt mensen uit die evangeliseren. Zij legt hen het woord in de mond dat heil brengt, legt hen de boodschap uit die zij zelf in bewaring heeft, geeft aan hen de opdracht die zij zelf heeft ontvangen en zendt hen uit om te prediken: maar niet om hun eigen persoon of de eigen persoonlijke ideeën te prediken Vgl. 2 Kor. 4, 5 Vgl. H. Augustinus, Sermones. XLVI, De Pastoribus: CCL XLI, blz. 529-530, alswel een Evangelie waarvan noch zij noch de Kerk absolute meesters of eigenaars zijn die er naar willekeur over kunnen beschikken, maar dienaars om het door te geven met de grootst mogelijke trouw.
Dienaren van de waarheid

Het Evangelie dat ons is toevertrouwd is ook: woord van waarheid. Een waarheid die bevrijdt Vgl. Joh. 8, 32 en die als enige vrede kan schenken aan het hart: dat is wat de mensen zoeken als wij hen de Blijde Boodschap verkondigen. Waarheid over God, waarheid over de mens en over zijn mysterievolle bestemming, waarheid over de wereld. Moeilijke waarheid die wij zoeken in het woord van God, maar waarover wij - we herhalen het - geen heer en meester zijn, maar bewaarders, herauten, dienaren.

Van ieder die evangeliseert, wordt verwacht dat hij eerbied heeft voor de waarheid, des te meer omdat de waarheid waar hij zich in verdiept en die hij meedeelt, de geopenbaarde waarheid is en daarom - meer dan elke andere waarheid - deel uitmaakt van de allereerste waarheid die God zelf is. Wie het Evangelie predikt, zal dus iemand moeten zijn die, ook waar het persoonlijke zelfverloochening en lijden kost, steeds de waarheid zoekt die hij aan de anderen moet overbrengen. Nooit zal hij de waarheid verraden of verhelen om de mensen te behagen, om hen te verbazen of te verbluffen, ook niet om origineel te lijken of uit verlangen zich in de kijkerd te plaatsen. Hij weigert niet de waarheid door te geven; hij verduistert de geopenbaarde waarheid niet door luiheid in het zoeken ernaar, uit gemakzucht of uit vrees. Hij verwaarloost niet haar te bestuderen; hij dient haar edelmoedig zonder haar aan zichzelf dienstbaar te maken.

Als herders van het volk van gelovigen worden wij door onze pastorale bediening aangespoord de waarheid te bewaren, te verdedigen en mee te delen zonder acht te slaan op de offers die dat kost. Talrijke uitmuntende en heilige Herders hebben ons het voorbeeld nagelaten van deze in veel gevallen heldhaftige liefde voor de waarheid. De God van waarheid verwacht van ons dat wij er de waakzame verdedigers en toegewijde verkondigers van zijn. En U, hooggeleerden in theologie, exegese en kerkgeschiedenis, het werk van de evangelisatie heeft uw onvermoeibaar onderzoekswerk nodig, evenals de fijngevoelige aandacht die u hebt voor de overdracht van de waarheid, die uw studies u doen benaderen, maar die altijd groter is dan het mensenhart omdat het de waarheid van God zelf betreft.

Ouders en leraren, uw taak is het - al maken de veelvoudige moderne conflicten die zeker niet gemakkelijk - uw kinderen en uw leerlingen te helpen bij het ontdekken van de waarheid, inclusief de godsdienstige en geestelijke waarheid.

Bezield door de liefde

Het werk van de evangelisatie veronderstelt in degene die evangeliseert een steeds groeiende broederlijke liefde jegens degenen die hij evangeliseert. De apostel Paulus - model voor ieder die evangeliseert - schreef aan de Tessalonicensen deze woorden, die voor ons allen een program inhouden: "We waren u zo innig genegen, dat wij u graag mèt het evangelie van God ons eigen leven hadden geschonken; zo lief waart gij ons geworden." (1 Tess. 2, 8) Vgl. Fil. 1, 8 . Wat is dat voor genegenheid? Veel meer dan die van een pedagoog is zij die van een vader, en meer nog: die van een moeder. (1 Tess. 2, 8) Vgl. Fil. 1, 8 De Heer verwacht van eenieder die het evangelie predikt en van ieder die de Kerk opbouwt een dergelijke genegenheid. De zorg om de waarheid aan te bieden en in de eenheid binnen te leiden, is een teken van die liefde. Ook de toewijding, zonder voorbehoud of voorwendsel, aan de verkondiging van Jezus Christus, is een teken van zo'n liefde. Laten we nog een paar tekenen van deze liefde er aan toevoegen.

Het eerste is het respect voor de godsdienstige en geestelijke situatie van de personen die geëvangeliseerd worden. Respect voor hun levensritme, waar men niet het recht heeft bovenmatig druk op uit te oefenen. Respect voor hun geweten en hun overtuigingen, zonder enige hardheid.

Een ander teken is de aandacht om de ander, vooral wanneer deze zwak is in het geloof Vgl. 1 Kor. 8, 9-13 Vgl. Rom. 14, 15 , niet te verwonden met beweringen die helder kunnen zijn voor ingewijden, maar die voor de gelovigen een bron kunnen zijn van verwarring en van aanstoot, als een wonde in de ziel.

Een teken van zorg zal ook de moeite zijn om aan de christenen geen twijfels over te brengen en onzekerheden, voortgekomen uit geleerdheid die men zich slecht heeft eigen gemaakt, maar zekerheden die solide zijn omdat zij verankerd zijn in het Woord van God. De gelovigen hebben deze zekerheden nodig voor hun christelijk leven, en hebben er recht op als kinderen van God, die zich in zijn armen geheel aan de eisen van de liefde overgeven.

Document

Naam: EVANGELII NUNTIANDI
Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld
Soort: H. Paus Paulus VI - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 8 december 1975
Copyrights: © 1975, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: 2005, Pastoor Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 30 juni 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam