• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Wederzijdse banden tussen de Kerk en de Evangelisatie

Ieder die in het Nieuwe Testament de eerste aanzetten van de Kerk herleest, haar geschiedenis stap voor stap volgt en haar beschouwt in haar leven en handelen, bemerkt dat zij met de evangelisatie verbonden is vanuit wat haar het meest eigen is:

  • De Kerk wordt geboren uit de evangeliserende werkzaamheid van Jezus en van de Twaalf. Zij is er de gewone, als zodanig gewilde, meest onmiddellijke en meest zichtbare vrucht van: "Gaat dus, en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen" (Mt. 28, 19). Welnu: "die zijn woord aannamen lieten zich dopen, zodat op die dag ongeveer drieduizend mensen zich aansloten (...) En elke dag bracht de Heer er meer bijeen, die gered zouden worden" (Hand. 2, 41.47).

  • Geboren als zij is uit de zending, wordt de Kerk op haar beurt uitgezonden door Jezus. De Kerk blijft in de wereld, terwijl de Heer van de heerlijkheid terugkeert naar de Vader. Zij blijft, als een tegelijk duister en lichtend teken van een nieuwe aanwezigheid van Jezus, van zijn heengaan en van zijn blijvende tegenwoordigheid. Zij verlengt die en zet die voort. En het is juist zijn zending en zijn leven als verkondiger van het evangelie die zij vóór alles geroepen is voort te zetten. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 8 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 5 De gemeenschap van de christenen is inderdaad nooit in zichzelf opgesloten. In haar komt het innerlijk leven - het leven van gebed, het luisteren naar het Woord en naar de verkondiging van de Apostelen, de beleving van de broederlijke liefde en het breken van het brood Vgl. Hand. 2, 42-46 Vgl. Hand. 4, 32-35 Vgl. Hand. 5, 12-16 - niet aan zijn volle betekenis toe tenzij het getuigenis wordt, bewondering afroept en bekering bewerkt, tot prediking en verkondiging wordt van de Blijde Boodschap. Zo ontvangt de hele Kerk de zending tot evangeliseren, en ieders werk is van belang voor het geheel.

  • Als Kerk die evangeliseert, begint zij met zichzelf te evangeliseren. Als gemeenschap van gelovigen, als gemeenschap van geleefde en gedeelde hoop, als gemeenschap van broederlijke liefde, heeft zij het nodig steeds weer te horen wat zij moet geloven, de redenen van haar hoop, het nieuwe gebod van de liefde. Als volk van God dat helemaal in de wereld staat en dat dikwijls door de afgoden wordt bekoord, heeft zij het steeds weer nodig de "grote werken van God" Vgl. Hand. 2, 11 Vgl. 1 Pt. 2, 9 te horen verkondigen, die haar bekeerd hebben tot de Heer, en moet zij steeds weer opnieuw door Hem worden samengeroepen bijeengebracht. Zij heeft, in één woord gezegd, het steeds nodig zelf geëvangeliseerd te worden, wil zij de frisheid, het vuur en de kracht behouden om het evangelie te verkondigen. Het Tweede Vaticaans Concilie heeft er aan herinnerd, Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 5.11-12 en de Synode van 1974 heeft dit thema met kracht weer opgepakt, dat de Kerk zichzelf moet evangeliseren door een voortdurende bekering en vernieuwing, wil zij van haar kant de wereld op een geloofwaardige manier evangeliseren.

  • De Kerk is de schatbewaardster van de Blijde Boodschap die verkondigd moet worden. De beloften van het Nieuwe Verbond in Jezus Christus, het onderricht van de Heer en van de Apostelen, het Woord van Leven, de bronnen van de genade en de mildheid van God, de weg van het heil: het werd aan haar toevertrouwd. De inhoud van het Evangelie en dus van de evangelisatie, bewaart zij als een levende en kostbare schat, niet om deze verborgen te houden, maar om ze mee te delen.

  • Zelf gezonden en geëvangeliseerd, zendt de Kerk op haar beurt mensen uit die evangeliseren. Zij legt hen het woord in de mond dat heil brengt, legt hen de boodschap uit die zij zelf in bewaring heeft, geeft aan hen de opdracht die zij zelf heeft ontvangen en zendt hen uit om te prediken: maar niet om hun eigen persoon of de eigen persoonlijke ideeën te prediken Vgl. 2 Kor. 4, 5 Vgl. H. Augustinus, Sermones. XLVI, De Pastoribus: CCL XLI, blz. 529-530, alswel een Evangelie waarvan noch zij noch de Kerk absolute meesters of eigenaars zijn die er naar willekeur over kunnen beschikken, maar dienaars om het door te geven met de grootst mogelijke trouw.

Document

Naam: EVANGELII NUNTIANDI
Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld
Soort: H. Paus Paulus VI - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 8 december 1975
Copyrights: © 1975, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: 2005, Pastoor Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 12 november 2018

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam