• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Met betrekking tot het thema van het openstaan voor het leven zijn er de laatste decennia radicale bezwaren gemaakt. Op dit terrein roert men zeer intieme dimensies en aspecten van het bestaan aan, waarover de wezenlijke verschillen aan het licht komen tussen een christelijke visie op leven en seksualiteit en een sterk geseculariseerde opvatting. Daarom was Paulus VI reeds bij de publicatie van de encycliek H. Paus Paulus VI - Encycliek
Humanae Vitae
Het menselijk leven en geboorteregelingen
(25 juli 1968)
zich zeer bewust van de moeilijkheden die zijn uitspraken mettertijd zouden kunnen veroorzaken. Zo schreef hij bijvoorbeeld in dat document: “Het valt te voorzien dat deze traditionele leer wellicht niet door allen gemakkelijk zal worden aanvaard: er zijn teveel stemmen die een geluid laten horen dat, nog versterkt door de moderne communicatiemiddelen, tegengesteld is aan dat van de Kerk. Zij verbaast zich er echter niet over dat zij, evenals haar goddelijke stichter, tot een ‘teken van tegenspraak’ wordt gemaakt, maar zij laat het niet na met nederige vastberadenheid de zedelijke wet, zowel de natuurlijke als de evangelische, te verkondigen”. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Het menselijk leven en geboorteregelingen, Humanae Vitae (25 juli 1968), 18
De encycliek H. Paus Paulus VI - Encycliek
Humanae Vitae
Het menselijk leven en geboorteregelingen
(25 juli 1968)
heeft een zeker profetische betekenis gehad in het opnieuw beklemtonen van de onlosmakelijke band tussen huwelijksliefde en het doorgeven van het leven. De Kerk is geroepen de vruchtbaarheid van de liefde te verkondigen in het licht van dat geloof dat “het voortbrengen van kinderen in heel zijn diepte en rijkdom helpt te begrijpen, omdat het hierin de scheppende liefde doet herkennen die ons het mysterie van een nieuwe persoon geeft en toevertrouwt”. Paus Franciscus, Encycliek, Licht van het geloof, Lumen Fidei (29 juni 2013), 52 Veel van de moeilijkheden die door de antwoorden en opmerkingen naar voren worden gebracht, benadrukken het lijden van de hedendaagse mens omtrent het thema van gevoelens, het voortbrengen van het leven, de wederkerigheid tussen man en vrouw, het vader- en moederschap.
De antwoorden betreffende de kennis van de leer van de Kerk aangaande het openstaan van de echtgenoten voor het leven beschrijven met een bijzondere verwijzing naar H. Paus Paulus VI - Encycliek
Humanae Vitae
Het menselijk leven en geboorteregelingen
(25 juli 1968)
op realistische wijze het feit dat deze encycliek in de overgrote meerderheid van de gevallen niet bekend is in haar positieve dimensie. Zij die beweren haar te kennen, behoren meestal tot kerkelijke verenigingen en groepen die in het bijzonder veel in parochies komen of betrokken zijn bij trajecten van gezinsspiritualiteit. In de overgrote meerderheid van de binnengekomen antwoorden wordt naar voren gebracht hoe de morele waardering van de verschillende methodes van geboorteregeling vandaag door de algemene mentaliteit wordt opgevat als een inmenging in het intieme leven van het echtpaar en als een beperking van de autonomie van het geweten. Er zijn zeker verschillen in standpunt en verschillende houdingen onder de gelovigen omtrent dit thema, al naar gelang de geografische en maatschappelijke context, tussen degenen die leven te midden van een sterk geseculariseerde en vertechniseerde cultuur, en degenen die leven in een eenvoudige en rurale context. In veel antwoorden komt de indruk naar voren dat voor heel wat katholieken het idee “verantwoordelijk vader- en moederschap” de gedeelde verantwoordelijkheid inhoudt in geweten de meest adequate methode te kiezen voor de geboorteregeling, op grond van een aantal criteria die via werkelijke uitvoerbaarheid gaan van doeltreffendheid tot fysieke dragelijkheid.
Vooral in de opmerkingen komt de moeite naar voren die men heeft om het verschil tussen natuurlijke methoden van regulering van de vruchtbaarheid en contraceptie te begrijpen, zodat in het algemeen dit verschil in de media wordt vertaald in de terminologie van “natuurlijke” en “niet natuurlijke” methoden van contraceptie. Van daaruit is het begrijpelijk waarom een dergelijk onderscheid wordt gevoeld als aanmatigend en de “natuurlijke” methoden eenvoudigweg worden beschouwd als ondoelmatig en onuitvoerbaar. De natuurlijke methoden voor de regulering van de vruchtbaarheid zijn geen natuurlijke “technieken” die men toepast op een probleem om het op te lossen; zij respecteren de “menselijke ecologie”, de waardigheid van de seksuele relatie tussen echtgenoten en zij passen in een visie betreffende een huwelijk dat openstaat voor het leven. In deze zin verschillen zij van contraceptie en laat de ervaring de doeltreffendheid zien van het gebruik ervan.
Antwoorden en opmerkingen laten zien hoe sterk het verschil wordt gevoeld tussen methoden van “abortieve” en “niet abortieve” contraceptie. Vaak is dit het beoordelingscriterium dat wordt gebruikt aangaande het moreel goed zijn van de verschillende methoden. Bovendien wijst men in de binnengekomen antwoorden en vooral in verschillende opmerkingen op de moeilijkheden betreffende de profylaxe tegen AIDS/HIV. Het probleem blijkt ernstig te zijn in enkele streken van de wereld, waar deze ziekte zeer verbreid is. Men voelt de behoefte dat het standpunt van de Kerk in dezen beter wordt uitgelegd, vooral tegenover enkele karikaturale vereenvoudigingen in de media. Juist met inachtneming van een op de persoon en de relatie betrokken visie lijkt het noodzakelijk de kwestie niet te beperken tot puur technische problemen. Het gaat erom begeleiding te geven in drama’s die het leven van talloze personen ten diepste tekenen door voorvechters te worden van een werkelijk menselijke manier om de werkelijkheid van het echtpaar te beleven in vaak moeilijke omstandigheden, die de vereiste zorg en een oprecht respect verdienen.

In alle antwoorden neigt men ertoe te onderstrepen hoe de moeilijkheden om de boodschap van de Kerk over de vruchtbare liefde tussen man en vrouw te aanvaarden in verband staan met een grote kloof tussen de leer van de Kerk en de opvoeding door de maatschappij, vooral in de streken die het meest door secularisatie worden gekenmerkt. In de uit de bisschoppenconferenties afkomstige antwoorden wordt overwegend het accent gelegd op de verschillende antropologieën die eraan ten grondslag ligt. Men wijst erop hoe er grote moeilijkheden zijn in het adequaat tot uitdrukking brengen van de verhouding tussen de christelijke antropologie en de betekenis van de natuurlijke regulering van de vruchtbaarheid. Het terugbrengen van het probleem tot casuïstiek helpt het bevorderen van een ruime visie van de christelijke antropologie niet. Dikwijls wijst men erop hoe het onderricht van de Kerk haastig wordt afgewezen door de heersende mentaliteit als conservatief, zonder aandacht te schenken aan de redenen en de visie ervan op de mens en het menselijk leven.

In enkele antwoorden wordt de wijd verbreide contraceptieve mentaliteit in verband gebracht met de massale aanwezigheid van de genderideologie, die ertoe neigt enkele fundamentele bestanddelen van de antropologie te veranderen, waaronder de betekenis van het lichaam en het verschil in geslacht, dat wordt vervangen door het idee van de geslachtsoriëntatie, waarbij men zelfs een omkeren van de geslachtsidentiteit voorstelt. Wat dit betreft, wordt er door velen de noodzaak naar voren gebracht verder te gaan dan de algemene veroordelingen ten opzichte van deze ideologie, die steeds meer overal doordringt, om een gefundeerd antwoord te geven op dit standpunt, dat zich vandaag in veel westerse maatschappijen wijdvertakt heeft verspreid. In deze zin is het diskrediet dat aan het standpunt van de Kerk inzake vader- en moederschap wordt gegeven, alleen maar een stukje in het mozaïek van de antropologische verandering die sommige zeer invloedrijke kringen bevorderen. Het antwoord zal daarom niet alleen de kwestie van voorbehoedsmiddelen of natuurlijke methoden mogen betreffen, maar zal moeten liggen op het niveau van de beslissende menselijke ervaring van de liefde door de intrinsieke waarde te ontdekken van het verschil dat het menselijk leven en zijn vruchtbaarheid kenmerkt.
Vanuit pastoraal standpunt wordt er in de antwoorden in zeer gevallen gewezen op de behoefte aan een grotere verspreiding - in een nieuw taalgebruik, en daarbij een coherente antropologische visie voorhoudend - van hetgeen in H. Paus Paulus VI - Encycliek
Humanae Vitae
Het menselijk leven en geboorteregelingen
(25 juli 1968)
wordt gezegd. Hierbij moet men zich niet beperken tot cursussen ter voorbereiding van een huwelijk, maar dit ook doen door middel van trajecten van opvoeding tot de liefde. In enkele antwoorden wordt gesuggereerd dat de presentatie van de methoden van natuurlijke regeling van de vruchtbaarheid in samenwerking geschiedt met werkelijk deskundige personen, zowel vanuit medisch als pastoraal standpunt. Daarom dringt men aan op de samenwerking met universitaire centra die zich met het bestuderen en verdiepen van deze methoden bezighouden op het vlak van het bevorderen van een meer ecologische visie op het menselijke. Men suggereert eveneens meer plaats in te ruimen voor deze thematiek op het terrein van de vorming van de toekomstige priesters op de seminaries, gegeven het feit dat de priesters soms niet erop voorbereid lijken te zijn om deze thema’s te behandelen en soms geven zij onjuiste en misleidende aanwijzingen.

Op het vlak van de pastorale suggesties betreffende het openstaan voor het leven komt men het thema tegen van de Sacramentele praktijk in verband met deze situaties, zowel wat het Sacrament van Verzoening, als de deelname aan de Eucharistie betreft. In dezen zijn de antwoorden in wezen eensgezind, wanneer er wordt opgemerkt dat in de sterk geseculariseerde gebieden in het algemeen de echtparen het gebruik van anticonceptiemethoden niet als een zonde beschouwen; dientengevolge neigt men ertoe er geen zaak voor de Biecht van te maken en zonder problemen te naderen tot de Eucharistie. Anderzijds onderstreept men hoe onder de gelovigen het bewustzijn van abortus als een uiterst zware zonde intact blijft, steeds een zaak voor de Biecht. In andere antwoorden wordt gesteld dat vandaag “het gewetensonderzoek” van christelijke echtparen zich concentreert op de relatie tussen echtgenoten (ontrouw, gebrek aan liefde) en daarbij veeleer de aspecten van het openstaan voor het leven verwaarloost en dit bevestigt hoe zwak vaak de relatie gevoeld wordt tussen zelfgave in trouw aan de ander en het voortbrengen van het leven. De antwoorden laten zien hoe verschillend de pastorale houding van de priesters is met betrekking tot dit thema: tussen hen die een standpunt van begrip en begeleiding innemen, en hen die integendeel zich zeer intransigent of, integendeel, zeer soepel tonen. Zo wordt de noodzaak bevestigd de vorming van de priesters aangaande deze aspecten van de pastoraal te herzien.

In enkele streken van de wereld bepalen een contraceptieve mentaliteit en de verspreiding van een individualistisch antropologisch model een sterke demografische daling, met de maatschappelijke en menselijke gevolgen waarvan niet op de juiste wijze rekening wordt gehouden. De vormen van denataliteitspolitiek veranderen de hoedanigheid van de verhouding tussen echtgenoten en de relatie tussen de generaties. Daarom dringt zich op het vlak van de pastorale verantwoordelijkheid van de Kerk een reflectie op over hoe een meer voor het leven openstaande mentaliteit kan worden ondersteund.

Document

Naam: INSTRUMENTUM LABORIS T.B.V. DE 3E BIJZONDERE BISSCHOPPENSYNODE
De pastorale uitdagingen betreffende het gezin in het kader van de evangelisatie
Soort: Bisschoppensynodes
Datum: 24 juni 2014
Copyrights: © 2014, Libreria Editrice Vaticana
Werkvertaling (vanuit het Italiaans): drs. H.M.G. Kretzers
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam