• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
2.1 De attitude
Bij kerkmusici moet ervan worden uitgegaan, dat ze praktiserend katholiek zijn en dat hun leven niet in tegenspraak is met wat de Kerk voorhoudt op het vlak van geloof en zeden. Een gezonde en positieve betrokkenheid op het kerkelijk leven ligt voor de hand, evenals een deelname aan de zondagsliturgie, ook wanneer ze niet in functie zijn. Tevens dient een kerkmusicus een positieve kennis van en waardering voor de liturgie van de rooms-katholieke Kerk te hebben, zoals deze in de liturgische boeken van de Kerk ligt vervat, en deze ook uit te dragen.

In de apostolische brief van Paus Johannes Paulus II H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Christifideles laici
Over de roeping en de zending van de leken in de Kerk
(30 december 1988)
, over de roeping en zending van de leken gelovigen in Kerk en wereld, wordt gesproken over de noodzaak van een blijvende integrale vorming binnen een synthese tussen geloof en leven. Daarbinnen staat de spirituele vorming voorop: de groei in de persoonlijke verbondenheid met Christus, het geestelijk leven dus van gebed, deelname aan de Eucharistie, leven uit persoonlijke overweging van de H. Schrift, bezinning en reflectie in stilte, retraite enz. Van de kerkmusicus als musicus mag een innerlijke betrokkenheid en bewogenheid door de muziek verwacht worden, het verlangen om zich te laten vormen en zichzelf te blijven bekwamen in de muziek. Maar ook mag van hem als kerkbetrokken en praktiserend katholiek een levenslange groei in verbondenheid met Christus en door Hem met God, zijn Vader, verwacht worden. Wanneer deze ophoudt of verdwijnt, dan wordt kerkmuziek een vak zoals alle andere; dan beoefent de kerkmusicus nog wel de muziek, maar vervalt de grondslag van wat een kerkmusicus zou moeten doen. Geloof en levenlberoep verliezen hun samenhang en eenheid.

Juist gezien de communio in de Kerk moet de kerkmusicus ook bereid en in staat zijn om samen te werken met alle personen en groeperingen die zich meer in het bijzonder bezig houden met de voorbereiding en verzorging van de eredienst. Hij kan functioneren als bruggenbouwer tussen koren met uiteenlopende repertoires. Daarom moet hij in staat zijn om verschillende groepen mensen bij elkaar te houden en te binden met als gemeenschappelijk bindende factor de inspiratie van de liturgische muziek van de Kerk.

Hij moet daarbij bereid zijn om te werken onder de leiding van de pastoor, de eindverantwoordelijke in een parochie of in een regio. Hij dient de eigen en eerste verantwoordelijkheid van de pastoor als medewerker en vertegenwoordiger van de bisschop inzake de regeling van de liturgie en van de kerkmuziek te erkennen. Hij dient dan ook bereid te zijn zich te voegen naar de diocesane regelingen en de regelingen van de kerkprovincie en de wereldkerk betreffende liturgie en kerkmuziek.

'Het is ten zeerste aan te bevelen dat organisten en overige musici niet slechts deskundig zijn in het goed bespelen van hun instrument, maar zij behoren ook de ware geest van de heilige liturgie te leren kennen en erin door te dringen, zodat zij ~ ook wanneer zij hun taak door middel van improvisatie uitoefenen ~ de heilige viering, overeenkomstig de ware aard van haar delen, opluisteren en juist de deelname van de gelovigen bevorderen'. Congregatie voor de Riten, Over de muziek in de Heilige Liturgie, Musicam Sacram (5 mrt 1967), 67

Professionele kerkmusici zijn, als dragers van de kerkmuzikale inspiratie, van groot belang voor de kerkmuziek, zowel landelijk, diocesaan, regionaal, dekenaal als parochieel. Maar ook amateur-kerkmusici vervullen op die domeinen een belangrijke functie.

Uit bovenstaande volgt dat een overtuigd rooms-katholiek het beste de liturgie zal aanvoelen en kerkmuzikaal zal kunnen ondersteunen, c.q. begeleiden.

Toch blijkt ook uit de praktijk (en is het vanuit oecumenisch perspectief ook mogelijk) dat een kerkmusicus die lid is van een reformatorische kerk een functie als kerkmusicus kan vervullen, met name als dirigent of organist. Behalve zijn beroepsbekwaamheid en zijn kennis en inzicht m.b.t. de rooms-katholieke liturgie dient hij een houding van respect voor de Rooms-Katholieke liturgie en voor de katholieke Kerk zelf te hebben, zoals omschreven in de Europa (CCEE)
Charta Oecumenica
Handvest voor groeiende samenwerking van de kerken in Europa
(22 april 2001)
.

2.2 De liturgische en gemeenschapsopbouwende functie
Een belangrijk gegeven in het profiel van de kerkmusicus is de herwaardering en het hernieuwd besef van de verschillende liturgische functies die bij gebrek aan een geschikte bedienaar weliswaar eventueel ook door een kerkmusicus vervuld kunnen worden, maar die niet specifieke opdracht van de kerkmusicus zijn, en die ook niet gepraktiseerd mogen worden als een culminatie van functies.

Het Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Institutio Generalis Missalis Romani
Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008
(18 maart 2002)
spreekt over de bijzondere functies van de psalmist en schola of koor en andere musici. Met name worden genoemd: de organist, de voorzanger en koorleider. 'Er behoort een cantor of een koorleider te zijn om de volkszang te leiden en te ondersteunen. Zelfs wanneer een koor ontbreekt, komt het aan de cantor toe om de verschillende gezangen te leiden, terwijl het volk deelneemt wat zijn aandeel betreft'. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008, Institutio Generalis Missalis Romani (18 mrt 2002), 104 Congregatie voor de Riten, Over de muziek in de Heilige Liturgie, Musicam Sacram (5 mrt 1967), 21 De voorzanger is dus ook nodig als er geen koor is, en wel om de volkszang te leiden. 'De taak van de psalmist is het de psalm voor te dragen of een ander bijbels gezang dat men tussen de lezingen vindt. Om zijn taak goed te vervullen is het nodig dat de psalmist zowel de psalmodie machtig is, alsook beschikt over een goede uitspraak en dictie'. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008, Institutio Generalis Missalis Romani (18 mrt 2002), 102

'Temidden van de gelovigen vervult de schola van zangers of het koor een eigen liturgische taak. Zij hebben tot taak om de hun toekomende delen op de verschuldigde wijze te verzorgen overeenkomstig de verschillende soorten gezangen en om de actieve deelname van de gelovigen in de zang te bevorderen. Wat wordt gezegd over het zangkoor geldt met inachtneming van wat voorgeschreven is, ook voor de andere musici, bijzonder echter voor de organist.' Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008, Institutio Generalis Missalis Romani (18 mrt 2002), 103

Wat betekent dit voor het profiel van een kerkmusicus? Het is liturgisch niet wenselijk dat de dirigent, naast de functie van koorleider, ook de functie van psalmist enlof cantor vervult tijdens liturgische vieringen, zowel in vieringen met als zonder koor. Hij dient er mede zorg voor te dragen dat anderen deze functies vervullen, ook in vieringen waaraan het koor niet deelneemt. Congregatie voor de Riten, Over de muziek in de Heilige Liturgie, Musicam Sacram (5 mrt 1967), 21 Wanneer hij geen functie als dirigent vervult, kan de kerkmusicus wel cantor of psalmist zijn, maar niet omdat dit eigen zou zijn aan zijn functie als kerkmusicus. Daarnaast kan hij eventueel zorg dragen voor de liturgisch-muzikale vorming van hen die de taak van psalmist enlof cantor vervullen, alsook van het volk. Vgl. Concilium ter uitvoering van de Constitutie heilige liturgie, Instructie voor de uitvoering van de Constitutie over de heilige Liturgie, Inter Oecumenici (26 sept 1964), 19.59 Vgl. Congregatie voor de Riten, Over de muziek in de Heilige Liturgie, Musicam Sacram (5 mrt 1967), 16.18.20.28 Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008, Institutio Generalis Missalis Romani (18 mrt 2002), 41

Een gemeenschap opbouwend aspect van de functie van kerkmusicus binnen de parochie volgt o.a. uit het feit dat hij (soms meerdere keren per week) mensen samenbrengt om zich te oefenen en te bekwamen in hun liturgische functie. Wanneer de kerkmusicus zijn taak vervult zoals door de Kerk bedoeld, ontvangen veel parochianen van verschillende leeftijdscategorieën een langdurige kerkmuzikale, liturgische en catechetische vorming. Door het gezamenlijk beoefenen van goede liturgische muziek vindt er zowel groei plaats in het geloofsleven als in het versterken van de onderlinge band als gelovige gemeenschap en als zodanig in de opbouw van de Kerk. Vanwege de liturgische en de gemeenschapsopbouwende functie van de kerkmusicus is het noodzakelijk dat de kerkmusicus regelmatig contact heeft met de pastoor, en - waar dit bestaat - het pastorale team en de liturgische werkgroep van een parochie. Wanneer hij lid is van een liturgische werkgroep, komt zijn specifieke bekwaamheid tot uitdrukking.

2.3 De kerkmusicus op regionaal en diocesaan niveau
Aangezien in de toekomst in menige situatie de viering van de eucharistie op zondag eerder geconcentreerd zal worden op regionaal dan lokaal niveau, is het van belang om ook op regionaal niveau te zorgen voor kwalitatief goed verzorgde eucharistievieringen wat betreft de keuze en uitvoering van liturgische muziek. Desgewenst worden deze vieringen kerkmuzikaal voorbereid en verzorgd met de medewerking van goed opgeleide kerkmusici.

Bij afnemend kerkbezoek en kerkelijke betrokkenheid en inkomstenderving blijft het van belang dat de pastoors zorg dragen voor goede kerkmuziek en dat de parochies naar vermogen geld beschikbaar stellen voor goed gevormde kerkmusici. Bij de groeiende interparochiële samenwerking of in een cluster van parochies, een dekenaat of regio kan gezocht worden - zowel financieel als beleidsmatig - naar een bredere, duurzame basis voor een kerkmusicus, daar waar afzonderlijke parochies niet langer in staat zijn om hiervoor een financieel draagvlak te creëren. In de beleidsnota Kerkmusicus van 1988 werd reeds gesteld dat het in de toekomst niet langer mogelijk is in alle parochies een bevoegd kerkmusicus aan te stellen. Zie Beleidsnota kerkmusicus (Regelingen R.K. Kerkgenootschap in Nederland, nr. 4) Utrecht 1988, 18 Naast zijn reguliere, uitvoerende taken zou deze regionale kerkmusicus op interparochieel/regionaal niveau de kwaliteit en continuïteit van de kerkmuziek en de noodzakelijke vorming en toerusting van musici en koren kunnen behartigen.

Door de concentratie van het beperkt aantal beschikbare professionele krachten kan de continuïteit van de lokale kerkmuzikale praktijk gewaarborgd worden, met name van plaatsen die op grond van een langdurige traditie een kwalitatief constant niveau hebben wat betreft de liturgisch-muzikale verzorging van de eredienst.

In principe werkt de kerkmusicus in de parochie onder verantwoordelijkheid van de pastoor; indien het nodig is hem in een groter verband te benoemen, dient dit te geschieden in overleg met en met goedkeuring van de diocesane bisschop. Hij vervult dan zijn taken op aanwijzing en onder de directe verantwoordelijkheid van de hogere geestelijke aan wie dit grotere samenwerkingsverband is toevertrouwd.

Document

Naam: BELEIDSNOTA KERKMUSICUS
Voor de Bisdommen van de R.K. Kerkprovincie in Nederland
Soort: Nederland
Auteur: Nederlandse Bisschoppenconferentie
Datum: 12 oktober 2010
Copyrights: © 2013, Beleidssector liturgie van de Nederlandse Bisschoppenconferentie / Nationale Raad voor Liturgie
Liturgische Documentatie, dl. 10
Bewerkt: 8 mei 2020

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam