• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De leer van de onontbindbaarheid van het huwelijk wordt vaak met onbegrip ontvangen in een geseculariseerde omgeving. Waar de fundamentele inzichten van het christelijk geloof zijn verloren kan een puur conventionele affiliatie met een Kerk niet langer de grote levensbeslissingen ondersteunen of een vaste ondergrond bieden temidden van huwelijkscrises – of van crises in het priesterlijke en religieuze leven. Veel mensen vragen zich af: hoe kan ik mijzelf mijn hele leven aan één vrouw of één man binden? Wie kan me zeggen hoe mijn huwelijk over tien, twintig, dertig, veertig jaar zal zijn? Is een definitieve verbintenis met één persoon wel mogelijk? De vele huwelijken die vandaag de dag mislukken versterken de scepcis van jonge mensen wat betreft definitieve levenskeuzes.
Aan de andere kant heeft het ideaal – ingebouwd in de scheppingsorde – van trouw tussen één man en één vrouw niets aan fascinatie ingeboet, zoals blijkt uit recente opiniepeilingen onder jonge mensen. De meesten van hen verlangen naar een stabiele, blijvende relatie in overeenstemming met de spirituele en morele aard van de menselijke persoon. Bovendien moeten we de antropologische waarde van het onontbindbare huwelijk niet uit het oog verliezen: het houdt partners ver van willekeur en de tirannie van gevoelens en stemmingen. Het helpt hen persoonlijke problemen te doorstaan en pijnlijke ervaringen te overwinnen. Bovendien beschermt het de kinderen, die het meeste te lijden hebben onder echtelijke strijd.

Bron: L'Osservatorre Romano / vatican.vaLiefde is meer dan een gevoel of een instinct. In haar aard is het zelfgevend. In de echtelijke liefde zeggen twee mensen bewust en opzettelijk tegen elkaar: jij alleen – en jij voor altijd. Het woord van de Heer: “Wat God heeft verbonden” is in overeenstemming met de belofte van de echtgenoten: “Ik neem jou aan als mijn man … ik neem jou aan als mijn vrouw ... Ik wil je liefhebben en waarderen al de dagen van ons leven.” De priester zegent het verbond dat de echtgenoten met elkaar voor God hebben gesloten. Als iemand betwijfelt of de huwelijksband ontologisch is, laat hem dan een les trekken uit het woord van God: ”Hebt u niet gelezen dat de schepper hen vanaf het begin mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt? En dat Hij gezegd heeft: Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn? Ze zijn dus niet meer twee, maar één” (Mt. 19, 4-6).

Voor Christenen heeft het huwelijk tussen gedoopte personen binnen het Lichaam van Christus een sacramenteel karakter en daarom vertegenwoordigd het een bovennatuurlijke werkelijkheid. Er komt een ernstig pastoraal probleem voort uit het feit dat veel mensen het christelijk huwelijk tegenwoordig puur met wereldlijke en praktische criteria beoordelen. Degenen die volgens de “geest van de wereld" (1 Kor. 2, 12) denken kunnen de sacramentaliteit van het huwelijk niet begrijpen. De Kerk kan niet op het toenemende onbegrip over de heiligheid van het huwelijk reageren door het zogenaamd onontkoombare op pragmatische wijze toe te staan, maar alleen door te vertrouwen op “de Geest die van God komt. Zo weten wij alles wat God ons in zijn genade gegeven heeft” (1 Kor. 2, 12). Het sacramentele huwelijk is een getuigenis van de kracht van de genade, die de mens transformeert en de hele Kerk voorbereidt op de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, de Kerk, “gereed als een bruid die zich voor haar man heeft getooid” (Openb. 21, 2).

Het Evangelie van de heiligheid van het huwelijk moet met profetische openhartigheid worden verkondigt. Door zich aan te passen aan de geest van de tijd zoekt een vermoeide profeet zijn eigen verlossing, maar niet de verlossing van de wereld in Jezus Christus. Trouw aan de huwelijkse instemming is een profetisch teken van de verlossing die God de wereld schenkt. “Wie dat kan, moet het begrijpen” (Mt. 19, 12). Door de sacramentele genade is de huwelijksliefde gezuiverd, gesterkt en veredeld. “Deze liefde, door een wederzijdse verbintenis bezegeld en bovenal door het sacrament van Christus bekrachtigd is naar lichaam en geest onverbreekbaar trouw in voor- en tegenspoed en sluit bijgevolg iedere echtbreuk en echtscheiding uit.” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 49 In de kracht van het Sacrament van het huwelijk nemen de echtgenoten deel aan Gods uiteindelijke, onherroepelijke liefde. Daarom kunnen zij getuigen zijn van Gods trouwe liefde, maar zij moeten hun steeds voeden door in geloof en liefde te leven.
Er zijn weliswaar situaties – zoals elke herder weet – waarin het samenleven van huwelijkspartners in alle opzichten en om overtuigende redenen, zoals geestelijk of lichamelijk geweld, onmogelijk wordt. In zulke moeilijke gevallen heeft de Kerk echtgenoten altijd toegestaan om uit elkaar te gaan en niet langer samen te leven. Hierbij moet echter onthouden worden dat de huwelijksband van een geldige verbintenis voor God intact blijft, en de beide partijen niet vrij zijn om een nieuw huwelijk aan te gaan zolang de partner leeft. Herders en christelijke gemeenschappen moeten daarom de moeite nemen om ook in deze gevallen verzoening te bevorderen of, als dat niet mogelijk blijkt, de mensen te helpen hun moeilijke situatie in geloof tegemoet te treden.

Er word vaak voorgesteld dat hertrouwde gescheidenen voor zichzelf zouden mogen beslissen, volgens hun eigen geweten, of zij wel of niet te Communie gaan. Dit argument, gebaseerd op een problematisch begrip van “geweten”, is in 1994 in een Congregatie voor de Geloofsleer
Annus Internationalis Familiae
Brief aan de bisschoppen van de R.-K. Kerk over het ontvangen van de Communie door hertrouwd gescheiden gelovigen
(14 september 1994)
van de Congregatie voor de Geloofsleer afgewezen. Natuurlijk moeten gelovigen bij iedere Mis overwegen of het mogelijk is om de Communie te ontvangen, want een ernstige niet gebiechte zonde zal dit altijd uitsluiten. Tegelijkertijd hebben zij de plicht om hun geweten te vormen en af te stemmen op de waarheid. Hierdoor luisteren zij ook naar het Leergezag van de Kerk, die hen helpt “niet weg te raken van de waarheid over het goede van de mens maar, speciaal in de moeilijke vraagstukken, met zekerheid de waarheid te bereiken en in haar te blijven.” H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over kerkelijke moraalleer, Veritatis Splendor (6 aug 1993), 64

Als hertrouwde gescheidenen subjectief in hun geweten overtuigd zijn dat een eerder huwelijk ongeldig was, dan moet dit objectief bewezen worden door de bevoegde huwelijkstribunalen. Het huwelijk draait niet slechts om de relatie van twee mensen met God, maar het is ook een werkelijkheid van de Kerk, een Sacrament, en het is niet aan de individuen in kwestie om over haar geldigheid te beslissen, maar aan de Kerk, waarin de individuen door geloof en Doopsel zijn opgenomen. “Als het eerdere huwelijk van twee gescheiden en hertrouwde gelovigen geldig was, dan kan hun nieuwe verbintenis onder geen enkele omstandigheid als wettig beschouwd worden, en daarom is het ontvangen van de sacramenten intrinsiek onmogelijk. Het geweten van het individu is zonder uitzondering aan deze norm gebonden.” Congregatie voor de Geloofsleer, Uit een weinig bekend geschrift van kardinaal Joseph Ratzinger, gepubliceerd in 1998, De pastoraal van het huwelijk moet zich baseren op de waarheid (30 nov 2011). "L'Osservatore Romano", 30 novembre 2011, pagine 4-5

Document

Naam: GETUIGE VOOR DE KRACHT VAN DE GENADE
Over de onontbindbaarheid van het huwelijk en de discussie over de burgerlijk hertrouwden en de Sacramenten
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: Aartsbisschop Gerhard Ludwig Müller, prefect
Datum: 15 juni 2013
Copyrights: © 2013, Die Tagespost / L'Osservatore Romano / incaelo.wordpress.com
Vert.: Mark de Vries; aanpassingen, alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam