• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Rechtstreeks naar het Oude Testament verwijzen voor antwoorden op onze vraag is niet zonder risico’s, want in die tijd werd het huwelijk nog niet als Sacrament gezien. Maar het woord van God in het Oude Verbond is in zoverre belangrijk voor ons dat Jezus in die traditie thuis hoort en op basis ervan spreekt. In de Tien geboden vinden we de uitspraak “Gij zult geen echtbreuk plegen” (Ex. 20, 14), maar elders wordt echtscheiding als een mogelijkheid gepresenteerd. In Deuteronomium (Deut. 24, 1-4) bepaalt Mozes dat een man zijn vrouw een scheidingsbrief mag meegeven en haar zijn huis uit mag sturen als hij niet meer van haar houdt. Daarna mogen zowel man als een vrouw een nieuw huwelijk aangaan. Naast dit accepteren van echtscheiding geeft het Oude Testament ook een bepaald voorbehoud hierbij. De vergelijking van de profeten tussen het verbond van God met Israël en het huwelijksverbond omvat niet alleen het ideaal van monogamie, maar ook dat van onontbindbaarheid. De profeet Maleachi drukt dit helder uit: “Wees niet ontrouw aan de vrouw van uw jeugd… de vrouw van uw verbond” (Mal. 2, 14-15).

Bron: L'Osservatorre Romano / vatican.vaHet waren vooral Zijn meningsverschillen met de Farizeeën die Jezus een reden gaf om dit onderwerp te bespreken. Hij distantieerde zich expliciet van de Oudtestamentische praktijk van echtscheiding, die Mozes had toegestaan omdat mensen zo “verstokt van hart” waren, en Hij wees op de oorspronkelijke wens van God: “Vanaf het begin van de schepping heeft Hij hen mannelijk en vrouwelijk gemaakt. Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten ... en die twee zullen één zijn. ... Dus: wat God heeft verbonden, moet de mens niet scheiden” (Mc. 10, 5-9). Vgl. Mt. 19, 4-9 Vgl. Lc. 16, 18 De Katholieke Kerk heeft haar leer en praktijk steeds op deze uitspraken van Jezus over de onontbindbaarheid van het huwelijk gebaseerd. De innerlijke band die echtgenoten met elkaar verbind is door God zelf gesmeed. Het geeft een werkelijkheid aan die van God komt en daarom niet langer tot beschikking van de mens staat.

Tegenwoordig zijn sommige exegeten van mening dat zelfs in de tijd van de apostelen deze uitspraken van Jezus met een zekere mate van flexibiliteit werden toegepast: met name in het geval van porneia (onkuisheid) Vgl. Mt. 5, 32 Vgl. Mt. 19, 9 en in het geval van een echtscheiding tussen een Christen en een niet-christelijke partner. Vgl. 1 Kor. 7, 12-15 De onkuisheidsregels zijn vanaf het begin onderwerp geweest van een stevig debat onder exegeten. Velen delen de mening dat deze niet verwijzen naar de onontbindbaarheid van het huwelijk, maar naar ongeldige huwelijksverbintenissen. Maar het moge duidelijk zijn dat de Kerk haar leer en praktijk niet kan bouwen op controversiële exegetische hypothesen. Zij moet zich houden aan de heldere leer van Christus.

De heilige Paulus presenteert het verbod op echtscheiding als de uitdrukkelijke wil van Christus: “De gehuwden beveel ik, of liever niet ik, maar de Heer: de vrouw mag niet scheiden van haar man. Is zij toch gescheiden, dan moet zij ongehuwd blijven of zich met haar man verzoenen. Evenmin mag de man zijn vrouw verstoten” (1 Kor. 7, 10-11). Tegelijkertijd staat hij vanuit zijn eigen autoriteit toe dat een niet-christen mag scheiden van een partner, die Christen is geworden. In dit geval is de Christen “niet gebonden” om ongehuwd te blijven (1 Kor. 7, 12-16). Op basis van deze tekst heeft de Kerk erkent dat alleen een huwelijk tussen een gedoopte man en een gedoopte vrouw een Sacrament in de ware betekenis van het woord is, en alleen in dit geval is de onvoorwaardelijke onontbindbaarheid van toepassing. Het huwelijk van de ongedoopten is zeker geordend naar onontbindbaarheid, maar kan onder bepaalde omstandigheden – om een groter goed – worden ontbonden (privilegium Paulinum). Hier hebben we dan niet te maken met een uitzondering op wat onze Heer ons leert. De onontbindbaarheid van het sacramentele huwelijk, dat wil zeggen, het huwelijk dat gesloten wordt binnen het mysterie van Christus, blijft verzekerd.

Van groter belang voor de Bijbelse basis van het sacramentele beeld van het huwelijk is de Brief aan de Efeziërs, waarin we lezen: “Mannen, heb uw vrouw lief, zoals ook Christus de kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft overgeleverd” (Ef. 5, 25). En kort daarna voegt de apostel toe: “Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn. Dit geheim is groot. Ikzelf betrek het op Christus en de kerk” (Ef. 5, 31-32). Het christelijk huwelijk is een treffend teken van het verbond tussen Christus en de Kerk. Omdat het de genade van dit verbond aanwijst en doorgeeft, is het huwelijk tussen de gedoopten een Sacrament.

Document

Naam: GETUIGE VOOR DE KRACHT VAN DE GENADE
Over de onontbindbaarheid van het huwelijk en de discussie over de burgerlijk hertrouwden en de Sacramenten
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: Aartsbisschop Gerhard Ludwig Müller, prefect
Datum: 15 juni 2013
Copyrights: © 2013, Die Tagespost / L'Osservatore Romano / incaelo.wordpress.com
Vert.: Mark de Vries; aanpassingen, alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam