• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Paulus' evangelie door Jeruzalem erkend
Daarna, na verloop van veertien jaar, ben ik weer naar Jeruzalem gegaan, samen met Barnabas, en ik nam ook Titus mee.
Ik ging op grond van een openbaring. En ik legde hun het evangelie voor dat ik aan de heidenvolken verkondig, hun, dat wil zeggen, de mannen van aanzien afzonderlijk; ik wilde er zeker van zijn dat ik niet voor niets had gewerkt of zou werken.
Maar zelfs mijn metgezel Titus, hoewel een Griek, werd niet gedwongen zich te laten besnijden.
Dit wegens de binnengedrongen valse broeders, die waren binnengeslopen om onze vrijheid te bespieden die wij hebben in Christus Jezus, met het doel ons in slavernij te brengen.
Maar wij zijn geen moment voor hun druk geweken, opdat de waarheid van het evangelie voor u behouden zou blijven.
Maar alle mannen van importantie - hoe belangrijk zij precies waren interesseert mij niet, voor God telt menselijk aanzien niet - hoe dan ook, mij hebben de mannen van aanzien niets opgelegd.
- Integendeel, daar zij hadden ingezien dat aan mij het evangelie voor de onbesnedenen was toevertrouwd, juist zoals aan Petrus dat voor de besnedenen
- want Hij die Petrus kracht had gegeven voor het apostelschap onder de besnedenen had mij kracht gegeven voor de heidenvolken -
en daar zij de mij gegeven genade hadden erkend, hebben zij, Jakobus en Kefas en Johannes, die voor steunpilaren golden, mij en Barnabas de hand der gemeenschap gereikt: wij zouden naar de heidenen gaan en zij naar de besnedenen.
Alleen moesten wij hun armen gedenken, wat ik dan ook juist van harte gedaan heb.
Petrus en Paulus te Antiochië
Maar toen Kefas in Antiochië gekomen was, heb ik hem in zijn gezicht weerstaan, want hij stond onder het oordeel.
Immers, voordat sommige mensen van Jakobus gekomen waren, at hij gewoon met de heidenen mee, maar toen zij gekomen waren, begon hij zich terug te trekken en afzijdig te houden uit vrees voor de mannen van de besnijdenis.
En de overige Joden veinsden met hen mee, zodat zelfs Barnabas zich door hun veinzerij liet meeslepen.
Maar toen ik zag dat hun gedrag niet strookte met de waarheid van het evangelie, zei ik tegen Kefas waar allen bij waren: “Als jij, een geboren Jood, leeft als een heiden en niet als een Jood, hoe kun je dan de heidenen dwingen om te leven als Joden?”
Het evangelie van Paulus
Wij zelf zijn van geboorte Joden, geen zondaars uit de heidenen.
Maar daar wij weten dat de mens niet gerechtvaardigd wordt door de werken van de wet, maar alleen door het geloof in Jezus Christus, zijn ook wij in Jezus Christus gaan geloven, om gerechtvaardigd te worden door het geloof in Christus en niet door de werken van de wet, want door de werken van de wet zal geen mens gerechtvaardigd worden.
Als wij nu door onze gerechtigheid te zoeken bij Christus ook zelf zondaars bleken te zijn, betekent dit dan dat Christus handlanger is van de zonde? Dat nooit!
Maar als ik weer opbouw wat ik heb afgebroken, maak ik mezelf tot overtreder.
Want door de wet ben ik gestorven voor de wet, om te leven voor God. Met Christus ben ik gekruisigd.
Ikzelf leef niet meer, Christus is het die leeft in mij. Voor zover ik nu leef in het vlees, leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij.
Ik doe de genade van God niet teniet: als de wet ons kon rechtvaardigen, dan was Christus voor niets gestorven.

Document

Naam: HEILIGE SCHRIFT
Willibrordvertaling 1975
Soort: Heilige Schrift
Datum:
Copyrights: © 1975, KBS Boxtel / Uitg Emmaus Brugge
Bewerkt: 11 april 2019

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam