• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De verrijzenis van Christus
Broeders, ik vestig uw aandacht op het evangelie dat ik u heb verkondigd, dat gij hebt ontvangen, waarop gij gegrondvest zijt
en waardoor gij ook gered wordt: in welke bewoordingen heb ik het u verkondigd? Ik neem aan dat gij die onthouden hebt; anders zoudt gij het geloof zonder nadenken hebben aanvaard.
In de eerste plaats dan heb ik u overgeleverd wat ik ook zelf als overlevering heb ontvangen, namelijk dat Christus gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften,
en dat Hij begraven is, en dat Hij is opgestaan op de derde dag, volgens de Schriften,
en dat Hij is verschenen aan Kefas en daarna aan de Twaalf.
Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten nog in leven zijn, hoewel sommigen zijn gestorven.
Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen.
En het laatst van allen is Hij ook verschenen aan mij, de misgeboorte.
Ja, ik ben de minste van de apostelen, niet waard apostel te heten, want ik heb Gods kerk vervolgd.
Maar door de genade van God ben ik wat ik ben, en zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest. Ik heb harder gewerkt dan alle anderen, niet ik, maar de genade van God met mij.
Maar of zij het nu zijn of ik, dat verkondigen wij en dat hebt gij geloofd.
De zekerheid van onze verrijzenis
En als wij verkondigen dat Christus uit de doden is opgestaan, hoe kunnen dan sommigen onder u beweren, dat er geen opstanding van de doden bestaat?
Als er geen opstanding van de doden bestaat, is ook Christus niet verrezen.
En wanneer Christus niet is verrezen, is onze prediking zonder inhoud en uw geloof eveneens.
Dan volgt zelfs dat wij over God een vals getuigenis hebben afgelegd; want dan hebben wij tegen God in getuigd dat Hij Christus ten leven heeft gewekt, wat Hij niet gedaan heeft, indien, zoals zij beweren, de doden niet verrijzen.
Want als de doden niet verrijzen, is ook Christus niet verrezen,
en als Christus niet is verrezen, is uw geloof waardeloos en zijt gij nog in uw zonden.
Dan zijn ook zij die in Christus ontslapen zijn verloren.
Indien wij enkel voor dit leven onze hoop op Christus hebben gevestigd, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen.
Maar zo is het niet! Christus is opgestaan uit de doden, als eersteling van hen die ontslapen zijn.
Want omdat door een mens de dood is gekomen, komt door een mens ook de opstanding der doden.
Zoals allen sterven in Adam, zo zullen ook allen in Christus herleven.
Maar ieder in zijn eigen rangorde: als eerste en voornaamste Christus, vervolgens bij zijn komst, zij die Christus toebehoren;
daarna komt het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader zal overdragen, na alle heerschappijen en alle machten en krachten te hebben onttroond.
Want het is vastgesteld dat Hij het koningschap zal uitoefenen, tot Hij al zijn vijanden onder zijn voeten heeft gelegd.
En de laatste vijand die vernietigd wordt, is de dood.
Immers, alles heeft Hij aan zijn macht onderworpen. Maar wanneer Hij zegt: “Alles is onderworpen,” dan natuurlijk met uitzondering van Hem die alles aan Hem onderworpen heeft.
En wanneer alles aan Hem onderworpen is, dan zal ook de Zoon zelf zich onderwerpen aan Degene die het al aan Hem onderwierp, opdat God zij alles in alles.
Verder, wat hebben zij die zich voor de doden laten dopen hieraan, als er in het geheel geen doden worden opgewekt? Waarom laten zij zich nog voor hen dopen?
En wijzelf, waarom zouden wij ons elk ogenblik aan gevaren blootstellen?
Dagelijks sterf ik, broeders, zo waar als ik roem draag op u in Christus Jezus onze Heer.
Wat baat het mij dat ik in Éfeze om zo te zeggen met de wilde beesten gevochten heb, als de doden niet verrijzen? Laat ons dan maar eten en drinken, want morgen gaan we dood.
Maak uzelf niets wijs: ‘slechte omgang bederft goede zeden.’
Wordt weer nuchter en bezonnen, en zondigt niet meer. Sommigen hebben blijkbaar geen besef van God. Het spijt me dat ik het moet zeggen.
De wijze van opstanding
Maar, zal iemand vragen, hoe verrijzen de doden? Met wat voor lichaam?
Een dwaze vraag! Ook wat gij zelf zaait moet eerst sterven voor het tot leven komt,
en wat gij zaait is slechts een graankorrel of iets dergelijks, en heeft nog niet de vorm die het zal krijgen.
God geeft er een lichaam aan zoals Hij dat gewild heeft, en wel aan elk zaad zijn eigen lichaam.
Ook is niet alle vlees hetzelfde, er is verschil tussen het vlees van mensen en dat van dieren en dat van vogels en van vissen.
En er zijn hemelse lichamen en aardse lichamen, maar de glans der hemelse is anders dan die van de aardse.
De luister van de zon is anders dan die van de maan, en die van de sterren is weer anders; zelfs de ene ster verschilt van de andere in schittering.
Zo is het ook met de opstanding van de doden; wat gezaaid wordt in vergankelijkheid, verrijst in onvergankelijkheid;
wat gezaaid wordt in geringheid en zwakte, verrijst in heerlijkheid en kracht.
Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam verrijst. Zoals er een natuurlijk lichaam bestaat, bestaat er ook een geestelijk lichaam.
In deze zin staat er geschreven: De eerste mens, Adam, werd een levend wezen. De laatste Adam werd een levendmakende Geest.
Maar het geestelijke komt niet het eerst; het natuurlijke gaat vooraf, daarna komt het geestelijke.
De eerste mens, uit de aarde genomen, is aards; de tweede is uit de hemel.
Zoals die eerste mens van aarde zijn alle aardse mensen, zoals de hemelse mens zullen alle hemelsen zijn.
En gelijk wij het beeld van de aardse hebben gedragen, zo zullen wij ook het beeld dragen van de hemelse mens.
Ik bedoel dit, broeders: vlees en bloed kunnen niet delen in het koninkrijk van God en het vergankelijke heeft geen aandeel in de onvergankelijkheid.
En nu deel ik u een mysterie mee: wij zullen niet allen sterven, maar wel allen van gedaante veranderen,
opeens, in een oogwenk, bij de laatste bazuin; want de bazuin zal weerklinken en de doden zullen verrijzen in onvergankelijkheid, en wij, wij zullen van gedaante veranderen.
Want dit vergankelijke moet met onvergankelijkheid worden bekleed en dit sterfelijke met onsterfelijkheid.
En wanneer dit vergankelijke met onvergankelijkheid is bekleed en dit sterfelijke met onsterfelijkheid, dan zal het woord van de Schrift in vervulling gaan: De dood is verslonden, de zege is behaald!
Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw angel?
De angel van de dood is de zonde, en de kracht van de zonde is de wet.
Maar God zij gedankt, die ons de overwinning geeft door Jezus Christus, onze Heer.
Daarom, geliefde broeders, weest standvastig en onwankelbaar, en gaat altijd voort met het werk des Heren; gij weet toch dat uw inspanning, dankzij Hem, niet vergeefs is.

Document

Naam: HEILIGE SCHRIFT
Willibrordvertaling 1975
Soort: Heilige Schrift
Datum:
Copyrights: © 1975, KBS Boxtel / Uitg Emmaus Brugge
Bewerkt: 11 april 2019

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam