• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
UITZENDING VAN DE TWAALF
Hij riep de twaalf bijeen en gaf hun macht en gezag over alle boze geesten en de kracht om ziekten te genezen.
Daarop zond Hij hen uit om het Rijk Gods te verkondigen en genezingen te verrichten.
En Hij vermaande hen: 'Neemt niets mee voor onderweg: geen stok, geen reiszak, geen voedsel en geen geld; niemand van u mag dubbele kleding hebben.
Als ge een huis binnengaat, moet ge daar blijven en vandaar weer afreizen.
Als men u ergens niet ontvangt, verlaat dan die stad en schudt het stof van uw voeten, als een getuigenis tegen hen.'
Toen gingen ze op weg en trokken van dorp tot dorp, terwijl zij overal de Blijde Boodschap verkondigden en genezingen verrichtten.
VRAGEN BIJ HERODES
Intussen hoorde de viervorst Herodes alles wat er gebeurde en wist niet wat hij ervan denken moest. Sommigen immers zeiden: 'Johannes is verrezen uit de doden';
anderen: 'Elia is verschenen'; en weer anderen: 'een van de oude profeten is opgestaan.'
Maar Herodes zei: 'Johannes heb ik onthoofd. Wie kan dat zijn over wie ik dergelijke verhalen hoor?' Hij wilde Hem daarom te zien krijgen.
WONDERBARE SPIJZIGING
Bij hun terugkeer brachten de apostelen aan Jezus verslag uit over alles wat zij gedaan hadden. Hij nam hen mee en trok zich terug in de richting van een stad die Betsaïda heette, om met hen alleen te zijn.
Maar het volk kwam het te weten en ging Hem achterna. Hij liet hen tot zich komen en sprak hun over het Rijk Gods; wie genezing nodig hadden, genas Hij.
Toen de dag ten einde begon te lopen, kwamen de twaalf naar Hem toe en zeiden: 'Stuur de mensen weg, dan kunnen ze naar de dorpen en gehuchten in de omtrek gaan om daar onderdak en voedsel te vinden, want hier zijn we op een eenzame plek.'
Maar Hij antwoordde: 'Geeft gij hun maar te eten.' 'Wij hebben niet meer dan vijf broden en twee vissen,' zeiden ze; 'of wijzelf zouden voor al dat volk eten moeten gaan kopen.'
Er waren naar schatting wel vijfduizend mannen. Hij gelastte nu zijn leerlingen: 'Laat ze gaan zitten in groepen van ongeveer vijftig.'
Dat deden ze en ze lieten allen plaatsnemen.
Daarop nam Hij de vijf broden en de twee vissen, sloeg de ogen ten hemel, sprak er de zegen over uit, brak ze en gaf ze aan zijn leerlingen om ze aan de menigte voor te zetten.
Allen aten tot ze verzadigd waren en wat zij overhielden haalde men op, twaalf korven met brokken.
BELIJDENIS VAN PETRUS; EERSTE LIJDENSVOORSPELLING
Toen Hij eens alleen aan het bidden was en zijn leerlingen bij Hem kwamen, stelde Hij hun de vraag: 'Wie zeggen de mensen, dat Ik ben?'
Zij antwoordden: 'Johannes de Doper; anderen zeggen: Elia, en weer anderen: Een van de oude profeten is opgestaan.'
Hierop zeide Hij tot hen: 'Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?' Nu antwoordde Petrus: 'De Gezalfde van God.'
Maar Hij verbood hun nadrukkelijk dit aan iemand te zeggen.
'De Mensenzoon,' zo sprak Hij, 'moet veel lijden en door de oudsten, hogepriesters en schriftgeleerden verworpen worden, maar na ter dood te zijn gebracht, zal Hij op de derde dag verrijzen.'
NOODZAKELIJKHEID VAN HET LIJDEN
Maar tot allen sprak Hij: 'Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en elke dag opnieuw zijn kruis op te nemen.
Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, die zal het redden.
Wat voor nut heeft het voor een mens heel de wereld te winnen, als hij zichzelf hierdoor zijn ondergang en dood berokkent?
Als iemand zich schaamt over Mij en mijn woorden, zal de Mensenzoon zich over hem schamen, wanneer Hij komt in zijn heerlijkheid en die van zijn Vader en de heilige engelen.
Waarlijk, Ik zeg u: er zijn er onder de hier aanwezigen die de dood niet zullen ervaren, voordat zij het Rijk Gods zien.'
DE GEDAANTEVERANDERING
Ongeveer acht dagen na deze woorden nam Hij Petrus, Johannes en Jakobus met zich mee en besteeg de berg om er te bidden.
Terwijl Hij in gebed was, veranderde zijn gelaat van aanblik en werden zijn kleren verblindend wit.
En zie, twee mannen waren met Hem in gesprek; het waren Mozes en Elia
die in heerlijkheid verschenen waren en spraken over zijn heengaan, dat Hij in Jeruzalem zou voltrekken.
Petrus en zijn metgezellen waren intussen door slaap overmand. Klaarwakker geworden zagen zij zijn heerlijkheid en de twee mannen die bij Hem stonden.
Toen dezen van Hem heen wilden gaan, zei Petrus tot Jezus: 'Meester, het is goed dat wij hier zijn. Laten we drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.' Maar hij wist niet wat hij zei.
Terwijl hij zo sprak, kwam er een wolk die hen overschaduwde. Toen de wolk hen omhulde, werden zij door vrees bewogen.
Uit de wolk klonk een stem die sprak: 'Dit is mijn Zoon, de Uitverkorene, luistert naar Hem!'
Terwijl de stem weerklonk, bevonden zij dat Jezus alleen was. Zij zwegen erover en verhaalden in die tijd aan niemand iets van wat zij gezien hadden.
GENEZING VAN EEN BEZETEN JONGEN
Toen zij de volgende dag de berg waren afgedaald, kwam Hem een grote menigte tegemoet.
Opeens riep een man uit de menigte: 'Meester, wil U toch om mijn zoon bekommeren, hij is mijn enig kind.
Hij wordt door een geest overweldigd, die hem onverhoeds onder rauwe kreten doet stuiptrekken tot het schuim hem op de mond staat. Slechts noodgedwongen gaat hij van hem weg, terwijl hij hem daarbij nog verschrikkelijk pijnigt.
Ik heb uw leerlingen gesmeekt hem uit te drijven, maar zij konden het niet.'
Jezus gaf ten antwoord: 'O, ongelovig en verworden geslacht, hoelang moet Ik nog bij u zijn en u verdragen? Breng uw zoon hier.'
Terwijl hij naderbij kwam, wierp de duivel hem tegen de grond in hevige stuiptrekkingen. Maar Jezus gaf een streng bevel aan de onreine geest, genas de jongen en gaf hem aan zijn vader terug.
TWEEDE LIJDENSVOORSPELLING
En allen stonden verbaasd over de grootheid van God. Maar terwijl iedereen zich verbaasde over alles wat Hij deed, sprak Hij tot zijn leerlingen:
'Hebt een open oor voor wat Ik u zeg. De Mensenzoon zal worden overgeleverd in de handen der mensen.'
Ofschoon zij die woorden niet begrepen - ze bleven voor hen omsluierd, zodat zij het niet konden vatten - schrokken zij ervoor terug Hem hierover te ondervragen.
WORDT ALS KINDEREN
Zij kregen woorden over de vraag, wie van hen wel de grootste was.
Maar Jezus die wist wat zij dachten, nam een kind, zette het naast zich
en sprak tot hen: 'Wie dit kind opneemt in mijn Naam, neemt Mij op, en wie Mij opneemt, neemt Hem op die Mij gezonden heeft. Wie dus de kleinste is onder u allen, die is de grootste.'
Nu nam Johannes het woord en zei: 'Meester, we hebben iemand in uw Naam duivels zien uitdrijven en we hebben getracht het hem te beletten, omdat hij niet een van uw volgelingen is, zoals wij.'
Maar Jezus zei tot hem: 'Belet het hem niet; want wie niet tegen u is, is voor u.'
JEZUS OP WEG NAAR JERUZALEM
Toen de dagen van zijn verheffing hun vervulling tegemoet gingen, aanvaardde Hij vastberaden de reis naar Jeruzalem en zond boden voor zich uit.
IN EEN SAMARITAANS DORP
Dezen kwamen op hun tocht in een Samaritaans dorp om er zijn verblijf voor te bereiden.
Maar de Samaritanen ontvingen Hem niet, omdat Jeruzalem het doel van zijn reis was.
Toen de leerlingen Jakobus en Johannes dit gewaar werden, vroegen ze: 'Heer, wilt Gij, dat wij vuur van de hemel afroepen om hen te verdelgen?'
Maar Hij keerde zich om en wees hen op strenge toon terecht.
Daarop vertrokken zij naar een ander dorp.
ONTHECHTING
Terwijl zij onderweg waren, zei iemand tot Hem: 'Ik zal U volgen, waar Gij ook heen gaat.'
Jezus sprak tot hem: 'De vossen hebben holen en de vogels hun nesten, maar de Mensenzoon heeft niets waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten.'
Tot een ander sprak Hij: 'Volg Mij.' Deze vroeg: 'Heer, laat mij eerst teruggaan om mijn vader te begraven.'
Jezus zei tot hem: 'Laat de doden hun doden begraven; maar gij, ga heen en verkondig het Rijk Gods.'
Weer een ander zei: 'Ik zal U volgen, Heer, maar laat mij eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten.'
Tot hem sprak Jezus: “Wie de hand aan de ploeg slaat, maar omziet naar wat achter hem ligt, is ongeschikt voor het Rijk Gods.”

Document

Naam: HEILIGE SCHRIFT
Willibrordvertaling 1975
Soort: Heilige Schrift
Datum:
Copyrights: © 1975, KBS Boxtel / Uitg Emmaus Brugge
Bewerkt: 11 april 2019

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam